Hoeveel mensen hebben mijn site bekeken?

vrijdag 31 december 2010

5771.

Tja, natuurlijk is het echte nieuwe jaar al een paar maanden oud, te weten het jaar 5771, maar goed, wie dan zo graag die Gregoriaanse tijdrekening wil aanhouden: het is vandaag de laatste dag van dit jaar, het jaar 2010.

Nog even in Rotjeknor geweest vandaag en vervolgens nog naar Amsterdam en in schemerdonker vertrok ik voor de laatste kilometers. Door grauwe mist snorde ik via Utrecht naar huis en een geheimzinnig lichtflitsen vulden de omgeving.

Zo hier en daar spoot een vuurpijl de hemel in en toen ik stil stond hoorde ik diverse keren knalgeroffel. Ergens zijn we natuurlijk een beetje van lotje getikt, maar op de één of andere manier bloeit er iets op van Germaans "Aberglaube" waarmee men onbuwust met al dat vuurwerk probeert boze geesten op afstand te houden. De sfeer houdt het midden tussen gezellig en onheilspellende angst, ingegeven door een zeker absoluut gegeven dat er ooit eens een jaar komt dat het laatste jaar is, want het begin van een jaartelling veronderstelt immers ook een einde van een jaartelling.

En zo heeft ook mijn DAFje ooit een beginstand gehad, gevolgd door een tussenstand en vandaag is dat het getal 774777 en gezet naast de vorige tussenstand van 31 december 2009, 620432, leert, dat ome Willem 154.342 kilometers achter zich heeft gelaten, toch maar liefst 15.003 kilometertjes meer dan vorig jaar.

En zo zal er ook een tijd komen dat ik voor het Dafje de laatste kilometerstand zal noteren.

Inmiddels verblijf ik.

Vooralsnog.

Met dit laatste bericht van dit jaar.

Aldus schreef ome Willem.
---

donderdag 30 december 2010

De jaarcijfers.

Om acht uur kwam ik aan vandaag en gisteren werd hij begraven, de heer Massen, 84 jaar. Al eerder had ik het er over: de heer Massen die met zijn echtgenote te Weiswampach een heel winkelimperium had opgezet en er is zelfs "ergens" nog een foto van hem geplaatst.

Vanmorgen bij aankomst hoorde ik het, dat hij vorige week zaterdag was overleden. Inmiddels had ik er alweer een kleine vier uur opzitten vanaf Remiremont, dus hield ik hier een pauze. Zodoende.

Na de boodschappen restte het mij nog huiswaarts te keren en zo één dag voor het nieuwe jaar kan ik inmiddels wat cijfers bekend maken.

Dit jaar werd door mij één nacht in San Marino, 27 nachten in Italië, 68 in Frankrijk, zes in Oostenrijk, acht in Zwitserland, zes in Luxemburg, 22 in Duitsland, vijf in Tsjechië, vier in Spanje, vijf in België en één in Polen geslapen, hetgeen een totaalscore van 153 is, achttien minder dan vorig jaar en het totaalcijfer over alle jaren wordt dan dat ik 3618 nachten buiten Nederland snurkte waarvan 1675 in Frankrijk (ruim vier jaar), 629 te Duitsland, 483 in Italie en op drie nachtjes na inmiddels een jaar in België (362) en ik heb niet de indruk dat ik, door dat (bijna)-jaar in België te slapen, er nu dommer op geworden ben.


Aldus schreef ome Willem.

---

woensdag 29 december 2010

Onderweg.

Tussen Digne en Grenoble.
---

Cluse de Mijoux

Nabij Pontarlier

---

De achtergrond.

Digne-grenoble-Chambery-Genève-Lausanne en Pontarlier, twee klanten er in en toen nog even door: Lure-Remiremont.

Om half acht begon het te dagen. Traag tekenden de Alpen zich tegen het langzaam sterker wordende licht af terwijl de maan haar laatste kwartier bezigde en ik Sisteron alweer voorbij was en ik dacht aan Napoleon en zijn gevolg die vanaf hier zo ongeveer hetzelfde gezien zouden kunnen hebben met dat verschil dat ik vrijwel alleen ben met wat motorgeronk op de achtergrond, maar daarentegen destijds het geluid van karrenwielen, soldatenlaarzen en hijgende paarden de omgeving vulden.

Kerst ligt weer net achter ons en het nieuwe jaar is aanstaande.

29 december vandaag en over enkele dagen weer de Ari's, met hun karrenvrachten kou, in de maand en het oude jaar, wat recentelijk nog nieuw was, taant, onder oliebollenlucht en voetzoekergeknal, ten einde.
Geknal? Soldatenlaarzen? Napoleon?. Dat doet mij denken dat enkele dagen na de eerste kerstdag soldatenlaarzen zijn gehoord, afgereisd van het Romeinse garnizoen, op bevel van een heerser met een H en heersers met een H, daar schijn je voor op te moeten passen, want, gek genoeg, ze zijn nogal eens op moord uit: Haman, Herodes, Hitler.

En op bevel van de tweede, Herodes, moesten alle baby's van twee jaar en jonger die in Beitlechem (beit is huis, lechem is brood) worden afgeslacht omdat die mafkees het in zijn broek deed voor één van die kleintjes. Welke, wist hij niet eens! Hoeveel er werden vermoord, weet ik niet, maar wel dat het een afschuwlijk gruwelijk schouwspel moet zijn geweest!

De geschiedschrijver Flavius Josefus vermeldt daarbij nog gedetailleerd hoe de moordpartij door een stelletje respectloze wrede soldaten op behagelijke wijze werd uitgevoerd want het lachen en joelen van de soldaten overstemde welhaast het gejammer en geschrei van de moeders en ontkennen van dit drama, hoe lang geleden dan ook, staat gelijk met het ontkennen van Oszwiezim.

Zinloos, volkomen zinloos was de moordpartij, zoals elke moordpartij trouwens, en nog zinlozer voor Herodes omdat zijn doel niet werd bereikt, want voordat maan en sterren verbleekten door een opkomende zon en tegen de achtergrond van het Judeese berglandschap gleden schaduwen voorbij van een rijdier en twee mensen met tussen hen in nu net dat kind wat hij zocht te doden, op vlucht naar Egypte.

Ze verlieten het stadje toen wellicht het tromgeroffel van de garnizoenssoldaten al in de verte te horen was en het hoeft, denk ik, geen verder betoog dat de wereldgeschiedenis een geheel andere loop had gekregen indien ze niet waren vertrokken en ook dit kind slachtoffer zou zijn geworden van deze gruwelijke slachtpartij.

Aldus schreef ome Willem.


---

Morgenstond.

Zon op komst in de Alpen.

---

dinsdag 28 december 2010

Slingerend door de diepe kloof.

Net boven Nice.

---

Entrevaux.

Stadje met ophaalbrug.

---

Nice-Digne.

Met grimmige natuur.

---

De N 202.

Bij Snt-Andre

---

Kennen.

Weer een dag dat in langs eeuwenoude bergen reed, door ravijnen kwam en langs snelstromende rivieren snorde. Heel vroeg weg vanmorgen, geen kip, niets op de weg en door het donker heen over de autoroute naar Montelimar. De noga-winkeltjes waren allen nog toe maar wat wil je ook voor zessen.

Daarna een voor mij bekende weg, Pierelatte, Pont Espriet en zo naar Bagnols alwaar ik naar links ging, naar Ales en na een flitsbezoek aan een reeds bakkende boulanger stond ik in het donker en voor zevenen voor de deur.

Nog maar even een uurtje maffen, maar om kwart over acht kon de boel er uit waarna ik achtereenvolgens Marseille en Carros, even boven Nice, er uit gooide en toen was ik weer eens leeg.

Inmiddels kreeg ik een teruglaadadres en omdat dit adres een dag rijden is, begon ik maar vast.

Eerst recht naar het noorden, door de diepe kloof waar ook de rivier de Var door stroomt. In deze tijd van het jaar weliswaar een risicoweg, maar wie nooit is wat probeert maakt het ook niet spannend voor zichzelf.

Eerst nog langs Entrevaux, een stadje met nog een heuse ophaalbrug, en toen over de glibberige Col de Toutes Aures en later nog over de Col des Robines, en toen ik daar succesvol over was nog even door naar Digne, het mooie stadje aan de Route de Napoleon waar ik de nacht nu door breng. Vanaf geringe hoogte heb ik een mooi uitzicht over de vallei met duizenden lichtjes.

Onderweg dacht ik na over de stenen waar ik langs reed en vroeg me af of zo'n steen ook weet dat hij steen is. Of weten alleen wij mensen dat een steen steen is? Een steen die niet weet dat hij er is, hoe is die er dan? Is hij er? Is alleen de mens dan in staat te kennen, te weten? Kennis, is dat niet weten wat je waarneemt en daarbij waarnemen dat je weet? Nog gekker wordt het als men zich bedenkt dat men het niet-kennen niet kan kennen.

En daarom vroeg ik mij vervolgens af hoe die stenen, de bergen, de rivieren en de bomen er waren zonder dat er ooit een kennende blik op viel.

Het is daarom zo gek nog niet, dat, als je naar die bergen, rivieren, bossen en stenen kijkt te veronderstellen dat de natuur terugkijkt, want iemand die deze terugblik van de natuur weet op te vangen ontvangt ontmoeting met de Oorsprong. Het grote oog van de natuur dat mij ziet, haar zin die mij draagt, de levende wereld die terugspiegeld wat ze mij heeft toevertrouwd is misschien wel de oorsprong waaruit ik ontspring en waaraan ik niet kan ontkomen.

Maar als die kennis als alles willen kennen op de mens zelf betrokken raakt, wordt de natuur het vreemde andere waarbij we geen gehoor en herkenning vinden omdat we alles maar willen weten, kennen en verklaren.

De natuur antwoord dan niet meer en dan is er geen hoedende, zingevende oorsprong.
De voorstelling door het weten, het zijn, dat alle worden overkoepelt en alles moet verklaren, verliest immers zijn kracht.

Er is namelijk geen zijn vóór het worden, achter het worden en na het worden en het heeft niets meer met waarheid en werkelijkheid te maken. De werkelijkheid is alles wat onderweg is.

Voor mij in ieder geval.

Aldus schreef ome Willem.
---

maandag 27 december 2010

Winter.

Sneeuw, sneeuw en nog eens sneeuw.

---

Wegwijzers.

Met ijspegels.

---

Leven of beleven.

Toch had ik wel verwacht dat het hier, in Lyon, boven "nul" zou zijn en sneeuwvrij, maar het nimmerweer heeft ver naar het zuiden kunnen oprukken en heeft ook hier zijn grimmige sporen achter gelaten.

In zeer duister donker weg gegaan. Het zal een uur of half vier zijn geweest en pas ver in Frankrijk ontwaarde ik enig daglicht tussen de grijze nevel door.
Maan en sterren hielden zich schuil achter een dik wolkendek.

Het ijspegelgehalte was, zeker na Couvin, enorm en voor koffie kon ik vandaag niet bij Lambiek terecht omdat het etablissement gesloten was, dus vandaag geen negotie voor hem.

Veel gelegenheden zijn toe deze week en het zal een hele sport worden wat open te vinden en dat zijn dan meestal niet de besten.

Even, even maar dacht ik van de sneeuw af te wezen toen tussen Chalons en Vitry de knollenvelden sneeuwvrij waren, maar daarna nam de sneeuwdikte weer toe. Gelukkig prangde zich aan het einde van de ochtend even, en later op de dag weer, een bleke zon door het wolkendek waardoor ik een weinig verkwikt werd.

Nu sta ik al vroeg stil en jammer genoeg ben ik de zaterdagkrant met de kerst-schaakopgaven vergeten, dus ga ik zo maar verder met het boek van Safranski en zet daarbij een aardig muziekje bij op, symfonie 37 van Mozart dat helemaal niet van hem blijkt te zijn, maar oorspronkelijk door de broer van Jozef Haydn, Michael Haydn, werd geschreven.

Zo'n cultuur-oefening in de cabine brengt mij dan van de indirecte verhouding tot de dingen en mensen tot een meer directe, al zal het de moderne mens wel nooit meer gelukken met al die beeldcultuur om zich heen om in een directe relatie met zijn omgeving te treden, maar omdat muziek de enige kunst is die het éne enkele en het alle alles tegelijkertijd kan doen laten klinken, droefheid en geluk met dezelfde klank kan uitdrukken en je in één enkele melodiestrophe diverse aan elkaar tegenstrijdige emoties horend kunt waarnemen merk ik toch dat ik niet alleen maar beleef, maar ook nog een beetje leef.

Dat lukt overigens alleen met muziek van vóór Wagner, dus van vóór 1850. Latere muziek is altijd indirect en wordt louter en alleen beleef en voordat er nu weer een heel struikgewas van meningen gaat ontstaan voeg ik er met klem aan toe: Jammer, maar waar.

Aldus schreef ome Willem.


---

zaterdag 25 december 2010

Kerstraak.

Er bestaan nogal wat misverstanden omtrent kerst. Het verhaal van de wijzen uit het oosten, een pas-geboren kind, een stal, herders en zingende Engelen.

Engelen die zongen "Vrede op aarde in de mensen een welbehagen" en in zo'n zin zou je eigenlijk menschen moeten schrijven. Sinds die strofe lijkt het er echter alleen maar op dat er juist géén, ja, minder vrede op aarde kwam.

Wellicht ligt de oplossing in een komma en dan wordt het "vrede, op aarde, in de mensen een welbehagen", met andere woorden: als er dan vrede is, is dat wel zo prettig.

Immers: een oude uitspraak van Eisenhower is: vrede komt er, al moeten we er voor vechten, en de profeet Iasaia schreef eeuwen geleden: "maar de naar de vrede kennen ze niet". (iasaia 59:8).

Vrede begint met een glimlach en een glimlach is het begin van de liefde, sprak ooit Moeder Teresa.

Vrede, ja, behagelijk, welbehagelijk, en het gekke is, dat het met vrede net zoiets is als met oud worden: iedereen wil het! Maar oud zijn wil weer niemand, en ondanks dat iedereen vrede wil, komt er al meer en meer oorlog, haat en venijn en lijkt of de tegenwoordige wereld van gruwelijkheden aan elkaar te hangen.

En zo ook gingen christenen onder het mom van vrede met de joodse Jeshua aan haal en in Zijn naam werd het volk waar hij uit voorkwam geelimineerd, in naam van de vrede! Mijn grut, wat is dit woord, vrede, vaak misbruikt, verkracht! In "Mein Kampf" van Hitler staat het zelfs zo drastisch omschreven dat "..joden zulke parasieten zijn dat ze hun eigen verlosser (het kerstkind) hebben gekruisigd", historische lariekoek trouwens, want overduidelijk is dat hij door toedoen van ene P. Pilatus door de romeinen van het leven werd beroofd!

En dan voel je weer: met het maken van het V-teken kun je gemakkelijk iemand de ogen uitsteken (aldus Gys Miedema).

Dus als Engelen "Vrede, op aarde in de mensen een welbehagen" zingen moeten we wel de weg er naartoe weten. En als we het toch over wegen hebben, bent u bij mij aan het goede adres, want ik ken er nog al wat, met name die niet op uw tomtom voorkomen. Hoewel: ook op zoek naar de weg naar vrede verdwaal ik jammerlijk regelmatig, maar dan zie ik weer een doorgang, een uitweg en zoek voortdurend verder. Zo las ik vandaag weer een oud Jiddisch spreekwoord: Een vredesverdrag wordt altijd medeondertekend door de Eeuwige.

Aldus schreef ome Willem.
---

vrijdag 24 december 2010

Kerstmis

Nog nooit heb ik het begrepen en nimmer zal ik het begrijpen. Trouwens; ik wil het ook niet begrijpen en dat ligt wel in mijn aard als iets, waar ik trots op ben.

Gisteren nog eerst even bij de DAF geweest, Daf-dealer Amsterdam, bekend onder de naam Truckland. En ja hoor, de goede en juiste kabelboom was geariveerd. De moeilijkheid bleek hieruit te bestaan dat op de "tekening" van mijn voertuig de bewuste kabelboom voorzien was van een verkeerd nummer! Daardoor werd het een aaneenschakeling van fouten en ergernissen, zoiets als, foutje, Eindhoven. Bedankt!

En nadien nog wat rondgezwalkt over de nederlandse wegen, slecht begaanbaar vanwege het niet beschikbaar zijn van goed materiaal om de boel schoon te houden, zoals in Frankrijk en Duitsland. Genoeg erover, ook iets wat ik niet helemaal begrijp, dat geklungel van de NS, RDW en andere overheidsdiensten.

Maar het meest vreemde is toch wel dat tussen 6 en 24 december nagenoeg elke burger met een boom onder zijn arm huiswaards keert, ja, u weet wel, u stáárt er wellicht nu naar, de kerstboom!

Nee, zelf heb ik er nooit één gekocht of gehad, nooit heeft een dergelijke boom onze huiskamer ontsierd, nooit hebben wij met die millieu-onvriendelijke massa-psychose mee willen doen.

En als er iets het CO-2 gehalte in de lucht verhoogd, is dat de wereldomvattende kerstbomenverkoop! Ten eerste: elke boom die wordt gekapt en in de huiskamer wordt neergezet, assimileerd niet meer en breekt de CO-2 niet meer af. Ten tweede: na de kerst worden vrijwel alle bomen op de één of andere manier verbrand hetgeen een enorme toename van de CO-2 in de lucht geeft!

Dus; millieu-activisten: ziehier uw nieuwe item. Als we met die kerstbomenonzin eens gaan stoppen, kunnen er vele auto's meer de weg op!

Aldus schreef ome Willem.
---

donderdag 23 december 2010

Tielt.

De molen in de mist.

---

Hembrug.

Ooit, tussen waar ik vaar en de boot, lag hier de spoorbrug, de zogenaamde Hembrug, over het Noordzeekanaal.

---

woensdag 22 december 2010

Troosteloos.

Troosteloos, en toch heeft dat ook wel weer wat. Mist zo dik over de witte vlakten dat je geen hand meer kon zien. Eerst geladen in Nijvel, een bak vol lege kratten, en met de enkels tot in de sneeuwblubber waardoor mijn hele oplegger van binnen smerig werd.

Daarna Namur, Liege en zo naar Venlo, naar een krattenwasserij waar de meegenomen voedselkratjes voor dat ze hergebruikt worden, worden gewassen.

En toen, door bar winterweer naar een ophaaladres in Emmerich.
We waren al half bezig de paletten in de kar te zetten toen van "hogerhand" de laadwerkzaamheden moesten worden gestopt. En omdat er één paletje bij zat van vier meter moest alles er weer uit. Want men vond dat zo'n palet alleen via de zijkant kon worden geladen.

Al mijn uitleg dat met een laadklep en pompwagen ook lengtes tot vijf meter en meer kon worden gelaten was tevergeefs.

De theoreticus hield voet bij stuk, dus de bubs er dan maar uit en toen leeg weer verder.

En ach, er is vast wel een andere vracht voor mij. Inmiddels hoorde ik op het nieuws dat de politie bij controle niet één enkele chauffeur had kunnen bekeuren voor te snel rijden, iets waarvan Rijkswaterstaat de dag ervoor had beweerd dat "truckers de aangegeven snelheid op de matrixborden aan hun laars lapten".

Een kennelijk onjuiste bewering waarmee de beroepsgroep weer eens onterecht een slechte naam werd bezorgd.

Troosteloos. En het gaat nergens over.

Aldus schreef ome Willem.

---

dinsdag 21 december 2010

Pim.

Mist, sneeuw, kou en donkerte, dat zijn de ingrediënten deze dagen en dat werd nog eens aangevuld door een schokkend, naar bericht.
Te korte dagen.

Onaangenaam om te rijden, gisteravond nog met een gemiddelde van zestig tot aan Roosendaal gekomen en tijdens de maansverduistering weer verder, langs Zelzate, Aalter, Tielt en Ieper. Langs Steenvoorde Frankrijk in en nog voor de middag de oplegger leeg in Auchel en vervolgens even boven Duinkerke, te Teteghem, weer laden voor Rootselaar bij Brussel en ook die bracht ik nog weg, waarna ik via Waver naar Nijvel vertrok. Nijvel, berucht van de "bende van", van overvallen door die bende en die nooit werden opgelost.

Hier, in Nivelles (waals voor Nijvel), sta ik dan, op een desolaat en, vanwege die geschiedenis, luguber industrieterrein met hier en daar een gele neon-lantaarn. Verder overal nare sneeuwblubber en het was daardoor niet gemakkelijk een parkeerplekje te vinden.
Vandaag hoorde ik dat bij de dafdealer na ruim een hele morgen zoeken en bellen vermoedelijk dit keer de juiste kabelboom voor het voertuig werd besteld en ik ben erg benieuwd of het inderdaad de juiste is. Na mijn ervaring van gisteren sta ik natuurlijk nergens meer van te kijken.

En terwijl het sombere, kille, weer mijn inspiratie parten speelt, bereikte mij ook nog een droef bericht.
Lang heb ik hem gekend, Pim, want hij werd begin jaren 70 van de vorige eeuw lid van dezelfde vereniging waarvan ik enige jaren daarvóór lid werd. Pim was wat ouder, had een bijzondere humor en met zijn kalme voorkomen was het een echte heer. Hij had zelfs iets deftigs, woonde ook in een deftige buurt. Samen heb ik met hem, jaren geleden, een paar clubkranten vervaardigd, en diverse keren speelden we tegen elkaar. Enkele keren ook in The Gambit, een eigenaardig etablissement op de Bloemgracht waar je muisstil moest zijn omdat in dat cafe nu eenmaal werd geschaakt. Het cafe bestaat echter al jaren niet meer. En vandaag, zo las ik, is ook Pim begraven. Pim Zonjee.

Het maakt de mist en sneeuw hier in Nijvel kouder dan het al is. Een huiver gaat door mij heen, want dit bericht brengt mij niet verder, maar dichter bij mijzelf.

Aldus schreef ome Willem.

---

maandag 20 december 2010

De wet.

Overal zijn tegenwoordig wetten voor. Wetten, wetten en nog eens wetten en bij ons werkt er zelfs iemand met de naam Wetten! Wetje hier, wetje daar, om stapel van te worden. Maar er zijn ook universele wetten, de natuurwetten en, uiteraard, de wet uit de eeuwenoude Thora, dat eigenlijk niet eens een wet is, maar meer als leefregel bekend staat.

Daarnaast bestaat er nog een andere wet, de wet die bekend staat als de wet van (Edward) Murphy (ca 1910-1990) die onder andere als volgt wordt uitgelegd, dat, als er iets fout gaat, opeens alles fout gaat.

Welnu, in het vervolg van vorige week vrijdag ging het deze maandag vrolijk verder en het neemt allemaal wel erg extreme vormen aan.

Vanmorgen vertrokken en eerst de klant in Zeist gelost, u weet wel, die golfkarretjes, en toen naar Amsterdam. Lossen, laden en daarna naar de Dafdealer, want de kabelboom zou al aanwezig zijn. Maar bij aankomt bleek het de verkeerde kabel te zijn en toen is met meer dan een uur naar het onderdelenscherm wezen staren en ja hoor, eindelijk, dacht met te weten welke kabelboom het zou moeten zijn en vervolgens belde men -het was al weer over tweeën- een koerier die betrokken boom zou brengen, maar helaas. Hij had net zo goed een kerstboom kunnen brengen, want de boom die om zes uur werd gebracht was de verkeerde kabelboom dus waren we net zo ver als vrijdag en zo werkte de wet van Murphy ook deze maandag nog door.

De monteur, die dat allemaal al zag aankomen, wist het ook niet meer, maar we besloten maar om de oude boom opnieuw te plakken en er weer op te doen. Wel een risico, maar ja, je moet wat, want de vracht wacht om weggebracht te worden.

Intussen vernam ik dat ook mijn werkgever het zat was. Er moeten straks een paar nieuwe trucks komen, maar ik vraag me af of daar nog wel DAF op komt te staan. Ik hoorde al het woord Volvo rondzingen.

Er is immers een wet die schrijft, dat, als je service steeds maar belabberder wordt, de klanten op de duur gaan lopen.


Aldus schreef ome Willem.
---

zaterdag 18 december 2010

De takelwagen.

Aankomst daf-dealer.

---

Gent.

In morgensneeuw.
---

De dafchirurgen.

Operatie aan de draden.

---

Tussen Maarn en Zeist.

Het zal wat mij betreft, aanleiding worden voor een boze brief. Een hele boze brief, en ik ben er ook aardig ontstemt over.

Tussen Maarn en Zeist, vanuit Utrecht gezien links, staat te hoogte van Driebergen de meldkamer van de politie, de landelijk politie.

Het verkeer, ach, dat was een waarlijk drama gisteren, gistermorgen vroeg zware sneeuwval tussen Gent en Antwerpen, sneeuw in grote delen van Nederland, verkeer ernstig ontwricht en voor mij is het onbegrijpelijk dat er nog zo ongelofelijk veel mensen op dit soort nimmerweerdagen in het voertuig stappen. Het lijkt wel of de gemiddelde nederlander er op kikt, er een behagen in schept om op verjaardagsfeestjes te kunnen vertellen in welke enorme file men heeft gestaan! Ja, inderdaad, zoiets als het oeverloos nutteloos kletsen over voetbal of zo.
Daarbij komt nog dat er nogal wat avontuur op mij afkwam en dat begon al, toen ik vanuit Breda via Utrecht en Zeist in Ede aankwam om die tweedehands golfkarretjes te lossen.

Nadat ik het afleveradres in Ede had gevonden bleek er niemand aanwezig te zijn om de goederen in ontvangst te nemen en tot overmaat van ramp zond mijn voertuig allerlei noodsignalen uit: motor storing, olie te kort, dynamostoring, kortom, een stuk of tien foutcodes verschenen in het display.
Dus had ik opeens twee problemen tegelijk, of drie eigenlijk. Ten eerste een fout losadres, ten tweede een auto met pech en ten derde, datgene waar we bijna allemaal last van hadden, de sneeuw.

Na enkele telefoontjes bleek de handel in Zeist te moeten worden gelost, een plek waar ik zojuist voorbij gekomen was. Jawel, anno 2010, een wereld vol computers, registraties, formulieren en dan toch nog, voor de tweede keer deze week, een fout adres! Dat begint toch werkelijk een ware epidemie te worden!

Na een klein kwartiertje was de daf-dealer van Ede ter plaatse, sloot de handel aan op de computer en is de storing gaan opsporen. Na een kleine twee uur scheen de zaak te zijn verholpen.

Scheen verholpen, want de alarmsignalen bleven uit zodat ik weer terug ging, richting Zeist. Al die tijd was het steeds flink aan het sneeuwen en de wegtoestand was erbarmelijk en toen, een vier kilometer vóór de afslag Zeist, bijna onder het oog van het gebouw van de landelijke politiedienst, opeens weer dezelfde signalen en foutcoden op het display, net op het moment dat ik op de rechter rijbaan vanwege een file stilstond. Ik probeerde enkele keren om het beestje aan de praat te krijgen, maar: quod non.

Vóór mij reed de file voor mij weg en zo ontstond er een gevaarlijke situatie van achteropkomende voertuigen die mogelijk zich te pletter zouden rijden tegen mijn achterkant, dus onmiddellijk belde ik 112. Een dame vertelde mij, overbodig, dat ik met 112 sprak en wie ik wilde hebben. Desgevraagd vroeg ik om doorverbonden te worden met de politie, de telefoon ging nogmaals een keer of wat over en na een tijd wachten kreeg ik de mededeling dat de meldkamer van de politie op "dit" moment niet bereikbaar was en dat men mij automatisch zou doorverbinden met.... 112......

Hier is echt over nagedacht! Maarnietheus.
Dit ging enkele keren zo, maar na ongeveer 10 minuten kreeg ik daar eindelijk iemand te pakken. Ik deelde de gevaarlijke situatie mee, de hectometerpaal waar ik stond en dat dit tussen Maarn en Zeist was. Vervolgens vroeg hij welke weg ik stond, naar nogmaals meegedeeld te hebben dat ik met pech stond tussen Maarn en Zeist, werd de vraag herhaald: welke weg ik stond, twee keer, drie keer. En dan te bedenken dat ik welhaast voor de deur van de meldkamer in Driebergen dreigde te worden platgereden!!

Nadat ik, na veel moeite, deze simpele ziel er kennelijk van overtuigd had waar ik dus stond, dus tussen Maarn en Zeist, vroeg hij of ik op de linker of rechter rij-strook stond. Na eer en geweten hier antwoord op te hebben gegeven, vroeg hij, en daar heb ik mij met name het meest aan geërgerd, WAAROM ik daar stond, of ik soms pech had of zo.

Toen werd ik echt pissig en zei, "Wat denk je, ik sta hier gewoon voor de lol, pauze te maken, op de bus te wachten, omdat ik het leuk vind, wat dacht je zelf, ik sta hier met gevaar voor eigen leven, vindt je het eigenlijk niet een oerstomme vraag die je hier stelt!", waarop aan de andere kant van de verbinding werd gezegd, dat, als ik zo boos werd, ik het maar moest bekijken. Daarop antwoordde ik dat ik dat dan wel zou doen en toen ben ik tot de conclusie gekomen dat meldkamer van de landelijke politiedienst bezet wordt door volstrekt geestelijk en verstandelijk ontheemde lui die kennelijk niet begrijpen wat een noodsituatie inhoud en wellicht is de eerste grote bezuiniging die we in Nederland kunnen doen, deze lijn onmiddellijk opheffen, want zo is een noodlijn volstrekt nutteloos, ja, zelfs gevaarlijk!

Na ruim een uur (!!) verscheen er een officier van dienst van Rijkswaterstaat die meteen de boel begon af te zetten. Een melding of iets van dien aard werd door die hufter van de meldkamer niet doorgegeven. Inmiddels vond ook een aardige discommunicatie plaats tussen dafdealers onderling waarover ook een opwinding op zijn plaats was, maar ik zal u daar maar niet verder mee vermoeien, maar gezien ook het weer vond er dus in dit weer een sneeuwbaleffect met netelige problemen plaats.

Rijkswaterstaat handelde zeer direct, zodanig, dat je de indruk krijgt dat niet alles rijks-wat-er-staat is, startte adequaat een bergingsprocedure op en na een klein uurtje was het grote zware bergingsvoertuig ter plaatse die mij in eerste instantie van de snelweg sleepte.

Daarna werd het gevaarte in de takels gehangen en zijn we door de bossen en over spekgladde wegen mat het ongeveer 25 meter lange gevaarte naar de dealer te Amersfoort gereden waar twee enthousiaste jongelingen zo ongeveer alle draden naliepen met als resultaat dat ze na enkele uren het voertuig zonder storing aan het lopen hadden.

Wel moet er nog een kabelboom worden vervangen, maar die was niet op voorraad, zodat dit vermoedelijk dinsdag in Amsterdam zal gaan gebeuren.

Uiteindelijk was ik na tienen weer thuis, met golfkarretjes en al, dus ik had het wel even gehad.
Straks maar even achter het toetsenbord, want die boze brief over de mafkees op die meldkamer tussen Maarn en Zeist gaat toch echt de deur uit vandaag.

Aldus schreef ome Willem.

---

donderdag 16 december 2010

Verlangen.

Allemaal verdwenen vanmorgen, geen ster meer te zien wat er op wees dat het wel bewolkt zou zijn.

Een donkere ochtend dus. Eerst maar even goed oriënteren, want dwars door het centrum van Cognac naar een adresje rijden is tegenwoordig en in de ochtendspits geen sinecure. Tegen verwachting meteen goed gereden en voor tien uur de weg naar huis hervonden, via Matha en Melle, over de uitgestrekte vlakten en wijdse horizonten van de Charentes die in doodse slaap verkeren terwijl er een donkergrijs, even eindeloos, wolkendek boven bleef hangen. Mistroostig, somber weer, en later zou het ook nog gaan regenen. Weer waar je het bijltje er bij neer zou willen gooien, weer ook dat doet verlangen, verlangen naar licht, warmte, huis, haard en lentegroei, naar nieuw leven, naar eeuwig leven, naar muziek, echte muziek.

Muziek is zijn, in tegenstelling tot taal, dat bewust zijn is, maar het bewust zijn wordt meer en meer doof voor het zijn. Het wordt vlak en het heeft er veel van weg dat het zijn zich steeds voor het bewustzijn moet verantwoorden.

Immers in een tijd waarin cultuur en kunst onder druk van de economie niet meer dan een fraai ogende bijzaak begint te worden, moet je proberen van je eigen leven een onmiskenbaar kunstwerk zien te maken, een leven met de beschermende atmosfeer dat bestaat uit een niet weten, dat zich inspint in illusie, dromen, maar bovenal muziek, zijn.

En zo mijmerend en onder invloed van dit wetenschappelijk verlangen kwam ik, onder het beluisteren van de Eroica, tegen donker worden nabij Parijs. Rond zes uur deed ik een poging dit gekkenhuis te doorkruisen en doordat de periferique verstopt zat, maar van balorigheid het gevaarte door de stad gestuurd, tot ergernis van menig parijzenaar, langs de eifeltoren die nu verkleed was als een tour noel met bovenin een enorme ronddraaiende verstraler die over de ganse agglomeratie heenstraalt.

In vreselijke regen de laatste etape afgelegd, en zelfs een uur voordat ik het DAFje zou stil zetten een magnifieke sneeuwbui getrotseerd en door mijn ervaring en kennis van de gedragingen van mijn voertuig de zaak zonder paniek netjes op de weg gehouden en op de frans-belgische grens neergezet.

Het imponerende van kennis is dat je je er niet meer door hoeft te laten imponeren, ook niet door een sneeuwstorm. Jammer eigenlijk, want dat ondermijnt weer het verlangen.


Aldus schreef ome Willem.
---

Charente.

Lange, stille wegen ten noorden van de cognacstreek.

---

De Charente.

Nabij Cognac, in winterse omstandigheden.

---

Dorst.

Wie krijgt hier geen dorst van??

---

woensdag 15 december 2010

Vreemde vracht.

Midden tussen de wijngaarden, maar wijn wordt er niet van gemaakt, hier.

Mont de Marsan was zeer koud, vanmorgen, minus zeven, en bij het laatste losadres vertelde de heftruckchauffeur dat hij dit nog nooit had meegemaakt. Hier, in Le Landes, daalt de temperatuur zelden onder nul en het staat hier bekend om zijn zeer zachte winters, maar thans is de koude wel erg zuidelijk doorgedrongen. Het werd ook weer erg laat licht deze morgen, maar ja, ik bevond (en bevind) mij, in tegenstelling tot de meeste lezers, ook op het westelijk halfrond, van uit gaande natuurlijk dat de aarde rond is en daar heb ik al lange tijd mijn grote twijfels over.

Natuurlijk, de meeste lezers uiten over deze mijn twijfel zoveel onbegrip dat ik soms moet oppassen dat men mij niet op laat sluiten, maar is het niet juist Rene Girard die schreef: In menswetenschappen is het altijd zo, dat de meest onzekere en twijfelachtige zaken dermate zeker worden voorgesteld, dat twijfel en niet of nauwelijks meer kan binnendringen. Ik bedoel maar.

Om kort te gaan: na een uurtje reed ik bij daglicht de poort weer uit, met voorin de geweigerde zending die natuurlijk weer naar Nederland terug gaat. Het mag allemaal wat kosten, nietwaar!

Na een uurtje rijden aangekomen bij een chemische fabriek vlak achter de duinen, de meest zuidelijke duinen, te Saint Girons. Duinen zijn te vinden vanaf Denenmarken, een beetje in Duitsland, Nederland, België en dan in Frankrijk, ongeveer tot Boulogne sur Mer, maar zetten zich vanaf Lacanau Ocean tot aan Biaritz voort, en daar, midden in die weelderige natuur, nu door de naaldbomen en xerofieten donkergoen en bruin gekleurd, staat een enorme fabriek waar wij op gezette tijden wat vaten heen brengen en nadat er wat "mee gedaan" is, weer op halen. Ook nu, 25 vaten, en hoewel ik hier vaak enkele uren mee bezig ben geweest, was het vandaag in nog geen uurtje gepiept.

Op het volgende adres zou ik, zo bleek later, een zeer bijzondere lading ophalen, maar omdat het rond twaalf uur was, het laadadres zich in Saint Jean de la Luz bevond en die fransen tussen de middag toch geen fluit uitvoeren, reed ik een tiental kilometers door, net de grens over naar Spanje om aldaar te tanken, scheelt 0,28 cent de liter, en bij 600 liter is dat al gauw 150 euro. Natuurlijk meteen even gesmikkeld van de spaanse tapas, stukje tortilla en een bocadilla calliente, maar toen terug, naar het laadadres.

Aangekomen bleek ik vijf tweedehands electrische aangedreven golfkarretjes te gaan laden. Eentje met een lekke band, een andere met gebarsten ruit en drie er van moesten naar binnen worden geduwd omdat ze het niet meer deden.
Zoals ik reeds opmerkte: een uitermate eigenaardige lading, maar goed, het kon er in en daarna, terug richting huis, de lange, drukke, saaie weg terug naar Bordeaux die ik, als het even kan, vermijd.

Rond zes uur, na een beetje file, de enorme pont de Aquitaine, die over de Gironde werd gebouwd, over en niet lang daarna de Dordogne, waarna ik na enkele kilometers de A-10 op dook, richting Angoleme.

Bij Barbizieux er af. Ooit liep de weg nog door dit stadje, en zo heel erg lang geleden is dat niet eens. Terwijl de vierbaans rondweg naar rechts afboog, kwam ik op de oude weg terecht en dacht aan al die keren dat ik hier, op dit stuk, door dit stadje, heen snorde. Even voor het centrum links af, de velden van de Charente in en in Archiac was de tijd weer op.

Vermoedelijk weten ook hier de mensen niet wat ze overkomt. Mijn meter geeft nu al min 12 aan, de wegen zijn doodstil, ongewoon. Nooit was het hier, bij mijn weten, zo koud.

Om mij heen wijngaarden, kaal, van het ras Ugni Blanc, en de streek waar ik hier sta behoort bij de grand campagne waar de duurste vandaan komt.
Boven mij een prachtige sterrenkoepel en de melkwegspiraal is duidelijk te zien en als ik het goed zie, komt ook de rode planeet boven de horizon uit.

Ugni Blanc, nee, daar wordt geen wijn van gemaakt. Rondom mij heen overal struiken die als grondstof dienen voor cognac en alleen de gedachte dat ik er middenin sta doet mij straks vast en zeker goed slapen.

Aldus schreef ome Willem.
---

Tijgers!

En nog wel aan beide kanten!

---

Truck.

Maar een zeer gevaarlijke!!

---

dinsdag 14 december 2010

De weigering.

Jeacky was al wakker voordat ik wilde wegrijden vanmorgen en hij weigerde mij te laten vertrekken niet voordat ik koffie en een stukje vers stokbrood met gezouten boter er op had gesnaperd. Maar daarna duwde ik toch maar het gevaarte het erf af, de duisternis in, op weg naar Mehun, tussen Vierzon en Bourges, een plek dat voor de fransen het Lunteren van Frankrijk is, want hier zou het middelpunt van Frankrijk zijn.

Rijdend onder begeleiding van stuifsneeuwbuien door met feestverlichting versierde straten, afgewisseld door lange, donkere stukken tussen de dorpjes, kwam ik tegen het krieken aan in Vierson en ging verder naar Mehun sur Yevre en dan passeer je Allois, een plek waar twee enorm hoge middengolfzendmasten staan en doordat het nog een weinig donker was en bewolkt, kon ik de top niet of nauwelijks waarnemen.
Bij de klant, waar ik vier pallets zakgoed zou lossen, weer eens moeilijkheden die je anno 2010 toch niet meer zou verwachten. Nadat zo ongeveer het hele personeelsbestand de handel had geinspecteerd, bleek op de CMR (een internationale vrachtbrief) een verkeerd adres te staan. Na een paar uur was men er achter dat het bestemd was voor een tussen Parijs en Lille gelegen filiaal, dus met de hele boel weer de poort uit met op de CMR de opmerking "geweigerd".

Maar natuurlijk niet naar het noorden, maar verder, via Issodun, waar ik tussen bevroren akkers door reed en zo kwam ik in Chateauroux, waarna ik weer richting Limoges ging, door uitgestrekte bladloze bossen, zilvergrijs, alsof er afgelopen nacht iemand een suikerachtig glazuurlaagje aanbracht terwijl de temperatuur hier weigerde boven nul uit te komen.

Vanaf limoges weer naar Perigueux, maar nu via Chalus en Thivars, over de N 21 dus, maar daarna volgde weer een kopie van de laatste rit, Bergerac en Marmande en nog voor Bergerac was de zilveren glazuurlaag van de bomen verdwenen. Het was inmiddels ook dik boven nul en een heerlijke, felle zon scheen over de streek tussen de Dordogne en Gironde. Toen ik bij Bergerac de laatste bergrug naar Marmande opklom, zag ik het Dordognedal baden in het zonlicht, niet, zoals zomers, groen, maar prachtig gekleurd in licht- en donkerbruine tinten, afgewisseld met grijze en zwarte strepen. Boven de bergen, aan de overkant van het dal, de streek waar ik net vandaan kwam, dreven inktzwarte wolken en het leek net of ze weigerden de Dordogne over te steken.
Na nog een uurtje kachelen en bij de invallende duisternis kwam ik in de buurt van Mont de Marsan, de plaats waar zich het laatste losadres bevindt. Bij een knipperende blauwe vork en mes met daarnaast een uithangbord met daarop reclame van een vaag onbekend biermerk kon ik de DAF op een onverharde parkeerplaats kwijt terwijl er links en rechts andere wegreuzen gezellig naast hem kwamen staan.

Binnen, dus achter de blauwverlichte knipperende mes en vork, was de zaak mooi opgepimpt. Een heuse benzinepomp en twee solexen, alsmede andere leuke zaken en gereedschappen sierden de hoeken en wanden. Mijn oog viel op een metalen bord, boven de bar, met een 2 CV er op en ik vroeg aan de uitbater een schroevendraaier.

Helaas, hij keek mij eerst meewarig verbaasd aan, en toen hij de bedoeling begreep, was zijn houding duidelijk. Ook hij weigerde.

Aldus schreef ome Willem.
---

Zendmast.

De enorme hoge masten van Allois, bij Bourges.

---

Chalus.

Oud feodaal fort.

---

Dalende zon.

Achter de kale populieren bij Marmande.

---

maandag 13 december 2010

In de Chervallei.

Het is vermoedelijk een metabletisch verschijnsel. Maanden kom je er niet, maar als je er dan komt, meteen een paar keer achteréén en het is niet de eerste keer dat mij dit opvalt.

Omdat ik vandaag op of vóór vier uur even opzij van Tours zou lossen, vanmorgen in de kleine uurtjes door bittere vrieskou naar het DAFje gefietst (fietsen is net even produktiever dan spinnen) waar hij met een warme cabine op mij stond te wachten. Lekker hoor, zo'n standkacheltje met tijdklok. De nacht bleek helder, de maan tussen schil en half, maar wassend, mitsgaders fonkelende sterren.

Breda, Antwerpen en Rijssel (Lille) passeerde ik in nachtelijk duister dat echter steeds ruw verstoord werd door gele straatlichtvervuiling en pas na de tolhokjes bij Atrecht (Arras), waar die vervuiling uitbleef, werd het in het oosten tergend langzaam licht wat op sommige plekken fantastische vergezichten geeft zo over de Noord-Franse vlakte. Bij een verlichtende hemel met daaronder een donkerrode rand zag ik dorpjes die door het morgenlichteffect er kleiner uitzien, als madurodamdorpjes, terwijl er steeds minder sterren zichtbaar bleven en tot slot ook de felschijnende Betelgeuze het veld voor het zonlicht, dat als een rode kool steeds hoger klom, moest ruimen.

Bij Vemars, even voor Parijs, was het al een tijdje licht en werd de wettelijke pauze genoten. Eerst even met het hoofd op het stuur recetten, want ik had ook maar een luttel paar uur geslapen afgelopen nacht, daarna even het resto binnen om me weer te ergeren aan de absurd hoge prijzen en omdat ik toch roggebrood van thuis mee had mij tevreden gesteld met een petit café a één euro vijftig (!!) En daarna de teerling maar geworpen.

Immers, als je een beetje vroeg weg gaat, kom je gezellig bij Parijs in de maandagochtendfile. Alles stond ditmaal weer eens lekker vast, de A-104, de A-3 en de A-1, alles dus.
Zoals altijd, als ik richting Tours ga, eerst maar richting Port La Chapelle en dat kostte me meer dan een uur, zei het, dat ik de tijd wat kon verkorten door er halverwege af te gaan en me via via naar Port de Clichy te wurmen. Daarna liep het lekker soepeltjes en rond twaalf uur zag ik Rambouillet rechts van mij voorbij schuiven.

Vanaf Chartres de thans geheel sneeuwvrije N-10 op, net als de laatste keer, toen ik echter van gene zijde kwam

Natuurlijk even de hand van de uitbater van Les Platanes geschud, de halve hand, want hij mist drie vingers aan zijn rechterhand, en toen
weer verder, richting Tours. Vanaf Chauteaurenault links af, naar Amboise waarna ik over de oude romeinse Loiredijk de laatste kilometers naar het losadres op at waar ik binnen negen uur en net voor drieen aankwam.

Pakjes er uit en toen even richting Vierzon, een afwijking van het tot nu toe metabletisch verlopende reis. Op die weg, even voor Romerantin, ken ik nog een gezellig wijnboertje en met nog één minuut rijtijd over op de klok stond ik bij hem op het erf.

Nadat ik wat lekkere doosjes voor mijzef had aangeschaft, nog even een (één) glaasje met Jeacky gedronken en wat over wijn, kaas en de franse president gekletst.

In de schitterende vallei van de Cher, tussen Tours en Vierzon waar nu de xerofieten kaal op het voorjaar wachten waarna ze in frisgroen blad komen te staan, de bermen overwoekerd zijn met zilverkleurige katjes en aan de hemel een niet te tellen aantal sterren staan rust op een stil erf in een te koude nacht ome Willem in zijn Daf.

Met een gezellig snorrend kacheltje.

Aldus schreef ome Willem.
---

Les Platanes.

Aan de RN 10.

---

zondag 12 december 2010

Spinnen.

Na een veel te laat geworden avond haalde ik alweer op zaterdagmorgen, veel te vroeg, Bart, de radioman op.

Op naar de geboortestad van schrijver Van Kampen, Hellevoetsluis, want daar zou gisteren worden gespind.

Gespind? Ja! Gespind, en denk nu maar niet aan garen spinnen. Vroeger, vooral in de oorlog, werd er ook veel gespind, maar dat deed men dan om elektriciteit op te wekken. In het zweet des aanschijns liet men zo de illegale drukpers zijn verzetswerk doen om zo de bezetter om de tuin te leiden. Ook dat was behoorlijk afzien.

Maar tegenwoordig kun je bij een sportschool ook spinnen, ongeveer op dezelfde methode, maar dan plaatsnemen op een meer modern fietsachtig iets en dan de trappertjes ronddraaien zonder vooruit te komen.

Op het eerste gezicht dus tamelijk zinloos, maar dat is het niet helemaal.
In het kader van het voor het goede doel met de Harley Trapson beklimmen van de Alp d' Huez werd hier vandaag voor getraind, en dat noemt men dan spinnen. Lezers kunnen op het blog willemdeschaker.blogspot.com een kort filmpje bekijken hoe dat in zijn werk gaat.

Terwijl ik naar al dat trainingsgeweld keek waarbij uit de luidsprekers voor mij niet aangename geluiden kwamen, bedacht ik mij dat het wellicht zinvoller zou kunnen zijn dan een taakstraf geven aan jeugdige criminelen.

Koppel de trainingsfietsen van alle sportscholen aan het elektriciteitsnetwerk en laat de rechter delinquenten veroordelen tot het bij elkaar fietsen van een bepaalde hoeveelheid kilowatten. Samen met sportbeoefenaars zou dit toch een groot deel van groene stroom op kunnen leveren!

Gelukkig is het op de Alp zelf vermoedelijk een stuk minder luidruchtig, maar met eigen ogen zag ik dat dit spinnen aardig wat zweetdruppels voortbracht. Erg leuk om te zien hoe een groep voornamelijk beroepschauffeurs het nobele voornemen hebben om voor het goede doel, de kankerbestrijding, zoveel over te hebben. Niet alleen dit fietsen, ook het komen van heinde en verre, alles uit eigen middelen betaald!

En zo gaan de voorbereidingen van Team-onderweg gestaag door. Voorzitter Frans gaf hem ook van katoen en niet in de laatste plaats ook de ruim honderd kilo zware Bertus de Vuurvreter die niet van opgeven wist. Enkele fanatiekelingen koesteren al het gewaagde voornemen om de Alp zes keer de bedwingen!

Wie durft er nu nog te beweren dat chauffeurs te weinig aan sport doen?
Nee, ik heb niet mee gedaan. Ik ben niet crimineel en ben ook nog bang voor spinnen.

Aldus schreef ome Willem.

---

zaterdag 11 december 2010

Team-Onderweg in opleiding.

In Hellevoetsluis, onder oorverdovende herrie werd een training afgelegd.

Zie hieronder het resultaat!



Het is duidelijk, voorlopig is het nog ludger, ludger en ludger. Van emergo is nog geen sprake.

Team Onderweg.

In training.

---

Spinnen.

Na een veel te laat geworden avond haalde ik alweer veel te vroeg Bart, de radioman op.

Op naar de geboortestad van de schrijver Van Kampen, Hellevoetsluis, want daar zou vandaag worden gespind.

Gespind? Ja! Gespind, en denk nu niet aan garen spinnen, maar tegenwoordig kun je bij een sportschool ook spinnen, maar dan is dat op een fietsachtig iets plaatsnemen en dan de trappertjes ronddraaien zonder vooruit te komen.

Op het eerste gezicht dus tamelijk zinloos, maar dat is het niet helemaal.
In het kader van het voor het goede doel met de Harley Trapson beklimmen van de Alp d' Huez werd hier vandaag voor getraind, en dat noemt men dan spinnen. Lezers kunnen op het blog willemdeschaker.blogspot.com een kort filmpje bekijken hoe dat in zijn werk gaat.

Gelukkig is het op de Alp zelf vermoedelijk een stuk minder luidruchtig, maar met eigen ogen zag ik dat dit spinnen aardig wat zweetdruppels voortbracht. Erg leuk om de zien hoe een groep voornamelijk chauffeurs het nobele voornemen hebben om voor het goede doel, de kankerbestrijding, zoveel over hebben. Niet alleen dit fietsen, ook het komen van heinde en verre, alles uit eigen middelen betaald!

En zo gaan de voorbereidingen van Team-onderweg gestaag door. Voorzitter Frans gaf hem ook van katoen en niet in de laatste plaats ook de ruim honderd kilo zware Bertus de Vuurvreter die niet van opgeven wist. Enkele fanatiekelingen koesteren al het gewaagde voornemen om de Alp zes keer de bedwingen!

Wie durft er nu nog te beweren dat chauffeurs te weinig aan sport doen?
Nee, ik heb niet mee gedaan. Ik ben immers bang voor spinnen.

Aldus schreef ome Willem.

---

vrijdag 10 december 2010

De updeet.

Inmiddels zet de trein zich in beweging. Een grillig, koud en naargeestig weer heeft deze week het Europese laagland beheerst en hier en daar zelfs geteisterd terwijl het grijze, sombere wolkendek nauwelijks door de zon werd doorbroken. Nog een twee weken meer donker per dag, per week, een tijdspanne die nu inmiddels is te overzien, dus vooruit maar. De nu bijna voorbije week toch weer lekker allerlei zaken gedaan waar ik tijdens werken niet aan toe kom en gelukkig dooit het een paar dagen waardoor de wegen wat meer begaanbaar worden.

Vandaag was ik nog even bij de radio, de wereldomroep, en daar heerst ook al een niet al te vrolijke sfeer, omdat menigeen daar zich niet aan de indruk kan onttrekken dat het binnen een paar jaar wel eens "gedaan" zou kunnen zijn met deze omroep.

Niettegenstaande dat bij een gezellige uitzending geweest waar het voornamelijk ging over de verrichtingen van Team-onderweg, een clubje, voornamelijk chauffeurs, die voor de kankerbestrijding geld bij elkaar gaat fietsen door de Alp 'd Huez te befietsen, de zogenaamde Alp duZes, met teams van zes man die allen één, dus samen zes keer, naar boven fietsen, of één, die het zes keer alleen doet. Kortom, fietsen voor een goed doel dus.

En ja, zoals ik net begon, nu al weer op weg, met de trein, waar Dafje zijn opwachting zal maken en ik met de goederenverplaatsmachine huiswaards zal keren met vracht voor volgende week er in. En dan maar hopen dat de tomeloze winter zich een beetje weet in te houden, maar het ziet er volgens de berichten niet al te best uit. Koning Winter lijkt, na twee vergaderingen van de mullieuclubs die over de zogenaamde opwarming van de aarde gingen, te willen bewijzen dat de milieu-fanatici grote kletskoek uitkramen. Een winter die dermate streng zal worden dat elke activist die het dogma van de opwarming heeft verkondigd straks zal smeken om meer CO-2 om de bevroren oren wat te ontdooien, een winter die zo diep gaat dat men, net als in 1958, weer bij Valence over het ijs van de Rhone kan lopen, een winter zal worden om voorlopig nooit te vergeten.

Als de deuren van de trein open gaan stroomt koude lucht steeds opnieuw de coupe binnen en daar ik een stoptrein heb, gebeurt dit maar al te vaak. Nog vier stations, een stukje wandelen, en ik ben er.

Nu station Diemen en alweer dendert een onaangename koudebries de coupe binnen.

Aldus schreef ome Willem.
---

woensdag 8 december 2010

AUSTIN.

Zo ongeveer de laatste Engelse auto, een Montego uit 1985.
---

Zomerband!

Grijze lucht en het blijft maar koud. Het ijspegelgehalte neemt bizarre vormen aan en niet alleen het weer, ook vele geesten verkeren thans in een depressie, hier in dit land van vallende fietsers en glibberende voetgangers en de psychiaters draaien overuren. Straks ook weer vroeg donker en kouder terwijl de zon achter blijft. Achter een grimmig grijs wolkendek.

Op het nieuws veel gezanik en gezeur over winterbanden, dat die in Duitsland verplicht zouden zijn terwijl er niet eens een juridisch vastgelegde norm is wat nu eigenlijk winterbanden zijn en wat niet, want er alleen sprake van een fabriekskenmerk zonder enige rechtsnorm.

En ach, winterbanden? Ik heb helemaal geen band met de winter!
Wat mij betreft mag de winterband vervangen worden door de winterslaap. Iedereen zo rond Sint Nicolaas zijn foedraal in en zo eind februari er weer uit.

Het is trouwens 75 jaar geleden dat met Max Nederland zijn eerste wereldkampioen schaken had want in December 1935 versloeg Max Euwe de russisch-franse Alexandr Aljachin, een overwinning die volgens Aljachin niet terecht was. Aljachin was een slechte verliezer want hij suggereerde dat zijn verlies te danken was aan een Nederlands-joods komplot tegen hem, dat er in Nederland aan hem joodse analisten waren opgedrongen die hem stelselmatig de verkeerde analyses voor hadden gelegd en dat hij daarom had verloren. Later heeft hij die these, tijdens de nazi-bezetting, in poolse en nederlandse kranten herhaald.

Dat dit 75 jaar na dato nog een staartje zou hebben waar ik bij betrokken zou raken had destijds niemand voorzien, maar gisteravond haalde ik de professor weer eens op voor de wekelijkse sportavond en ik stuitte daarbij op een televisieploeg die de professor langdurig aan het bevragen was over de match Euwe-Aljachin. Alles moest worden vastgelegd: hoe de 99-jarige in mijn 25-jarige oude Austin plaatsnam en hoe ik daarna met hem wegsnorde. Later, op de club, waar hij toevalligerwijs mijn tegenstander werd, bleven ze ook nog opname's maken terwijl ze iets murmelenden over mannen die honden bijten. Zegt dat u misschien iets? Mij niet, maar ik kijk ook nimmer naar de kwelbuis.

Na twee zetten kwam er, heel toepasselijk, russisch op het bord te staan en vanaf de vierde zet speelde ik, ook heel toepasselijk, een door Aljachin aanbevolen voortzetting, hetgeen natuurlijk verkeerd voor mij afliep, want de professor speelde, onder het oog van de camera, als een Grootmeester, weerlegde Aljachin, verpletterde mijn stelling en won. Euwe zou trots op hem zijn geweest! Onder het oog van een toeziend camera winnen van de professor zou trouwens voor mij te veel eer zijn geweest.

Later op de avond bracht ik de oude veteraan weer naar huis, samen met vier punten. Drie van de professor en ééntje van mij. Bij zijn huis liep ik nog even door de ijzige koude met de professor naar de voordeur en het laatste wat ik van hem zag, was zijn getekende gezicht door het ronde patrijsje van de liftdeur, net voordat het binnendeurtje van de lift zich sloot en de lift mijn oudste vriend verder naar zijn huis vervoerde.

Ik ging weer de donkere vrieze nacht in en even later reed met de oude Montego langs het koude abcoude en dacht aan de over enkele maanden eenmaal komende zomer, want daar heb ik echt een band mee!

Aldus schreef ome Willem.
---

maandag 6 december 2010

Spanje.

Spaans dorpje vlak bij Pamplona.

---

Irun.

In deze zaak zijn de hammetjes nog niet op!

---

Frankrijk

Dorpje vlak voor angoleme.

---

De arme euro.

Twee smalle karrensporen waren er nog over toen ik afgelopen vrijdag in alle vroegte het routjeetje Les Plantanes verliet. De biertapper van de avond daarvoor stond daar om even over vieren alweer koffie te tappen, maar na de koffie dus dolen door de sneeuw.

Met geringe snelheid reed ik door Vendome en een tijd later kwam ik langs Chateaudun terwijl heel langzaam ander verkeer het ging proberen. Voor zevenen, met nog steeds slechte weg en aardedonker, passeerde ik Chartres. De weg werd langzaam beter berijdbaar en op de weg via Rambouillet naar Parijs was niet veel meer aan de hand. Het sneeuwde niet meer, doch andersoortig ongemak veroorzaakte nu vertraging, het veel te veel voertuigen dat nu de weg betrad.

Vanaf Louveciennes gaat er een grote brede weg dalend naar Parijs en vlak voor de Seine is er nog een tunnel met aan het einde, in een bocht, een afslag terwijl je daar direct een mooi gezicht krijgt op de Eifeltoren. Jaren geleden was ik hier nog getuige van een dodelijk ongeluk toen laat op de avond iemand niet ver voor mij met hoge snelheid door de tunnel raasde en aan het einde daarvan tussen de afslag en de doorgaande weg in de bocht tegen de vangrail smakte en daarbij het leven liet.

Altijd als ik daar langs kom word ik daar weer aan herinnerd. Ook deze keer weer.

Parijs kwam ik door zonder noemenswaardig oponthoud en aangezien men mijn vracht nog gaarne voor het weekeinde wenste te hebben, ging ik er eens extra voor zitten. Door de koude, mistige vlakte, langs Senlis, Roye, Peronne en na een paar uur reed ik boven Lille alweer België binnen. Inmiddels kon ik de nederlandse radio weer ontvangen en hoorde dat er weer, om te pogen de "euro" te redden, met miljarden werd geschoven. In Ierland wordt ruim 80.000.000.000 gepompt, dat is meer dan 16.000 euro per inwoner!!!
En zo zal straks met bulldozers miljarden geschoven moeten worden naar Spanje, Portugal, Italië en anderen, en die poen is er eenvoudigweg niet en daar geld opgeslagen arbeid is, gaat deze verkwisting uiteindelijk over arbeidersruggen heen hetgeen een ware schande is.

Met enige weemoed dacht ik aan de oude gulden terug en inmiddels kan ik mij niet aan de indruk onttrekken dat we met die met te veel tamtam en de door onze strot geduwde "euro" aardig in het "(eur)O"tje zijn genomen en dat dit avontuur geen lang leven meer beschoren lijkt.

Een kleine 500 jaar geleden, midden in de tachtigjarige oorlog, is er ook een periode geweest dat Nederland systematisch werd uitgemolken, toen niet door de Euro, maar door de spanjolen, en naar aanleiding daarvan schreef iemand een inspirerend gedicht in het jiddisch, welk ik thans aan u door wil geven terwijl ik spanjaard vervangen heb door euro.

Nichts tut mich arbermen
In mein groser not,
Den das ich sich vararmen
Des koenings land so gut;

Das nun di Euro's krenken
O Niderland so sut,
Wen ich daran gedenken,
Mein edel herz das blut!

En, overgezet in het nederlands, luidt dat als:

Niets doet mij meer erbarmen,
In mijnen wederspoed,
Dan dat men ziet verarmen,
Des konings landen goed
Dat u de euro's krenken,
O edel Neerland zoet,
Als ik dááraan gedenke,
Mijn edel hart, dat bloed.

En met deze dichtregels in het hoofd kwam ik aan op het losadres in Heinenoord. Daarna kwam het weekeinde, dat nu alweer voorbij is.

Aldus schreef ome Willem.


---

donderdag 2 december 2010

Niet één.

Eentje van zes kilometer en later nog eentje van ruim acht kilometer en ik zag er niet eentje tussen staan.

Niet één!!

De sneeuw valt flink hier rondom Les Platanes, op de weg Chartes - Tours, een weg die ik vele keren reed, en ook ooit eens met vrienden en met twee voertuigen, waarvan één Opeltje, die van mij, kenteken EE 61 41 en het zal rond 1970 geweest zijn.

De meeste "routiers" vallen tegenwoordig vaak tegen, maar hier, even voor Vendome, is het werkelijk niet te versmaden. De soep, het voorgerecht (Oeuf-mayonaise), hoofdgerecht, de kaas, alles tres bien.

Maar ook hier niet één meer.

Het was nog donker toen ik het gevaarte op stoom bracht en richting Donostia, en voor diegenen die het Euskardisch niet machtig zijn, San Sebastian, ging. Het water kwam met grote hoeveelheden uit de lucht vallen en dat maakte van de slingerende bergrit met aan weerszijden besneeuwde toppen en bergwanden een verheffend avontuur en alszo kwam ik voor de middag Frankrijk weer binnen.

Nog voor Biaritz kwam ik de eerste tegen, en toen ik via Dax, Mont de Marsan, Langon, Libourne en Chalais weer de N 10 op schoot, zag ik de tweede file en ondanks intensief speuren kon ik niet één nederlandse wagen meer tussen de lange vrachtwagencolonne ontdekken.

Voorheen, toen de weg Poitiers - Bordeaux er ongeveer net zo uit zag als nu de weg Angoleme - Libourne, kwam je zo af en toe een truck tegen en drie op de vier waren dan landgenoten, de overigen fransen, altijd met een Berliet of Saviem. Maar nu, nu was ik als enige nog over en wie had dat destijds kunnen voorspellen.

Vanaf Langon tot Libourne kom je door een streek heen waar erg veel Merlot wordt verbouwd en men maakt daar dan een wijn van die niet lekker is. Gelukkig wordt de meeste rommel verscheept naar landen als Engeland en Amerika en mensen die op de hoogte zijn van het culinaire niveau in beide landen begrijpen dan meteen waarom. Ze drinken in die contreien zelfs zoiets als champagne, ook zoiets duurs, ongezelligs en onsmakelijk spul en waarlijk, ik heb nimmer ooit één goede fles Bordeaux kunnen vinden.

Niet één!!

Vandaar dat ik met gezwinde spoed door deze streek snelde, de Garonne over, de Dordonge over. Nee, in deze streek heb ik geen vrienden en ken ik geen enkele goede wijnboer.

Niet één!!

Vanaf Poitiers begon het akelig te sneeuwen, maar de weg bleef schoon en na Tours sloeg ik de snelweg af en vervolgde de N 10 richting Chartres. Na een half uur reed ik de besneeuwde parkeerplaats op en zette de boel stil waarna ik hier naar binnen ging. Leuke oude gezellige tent met alleen franse collega's aan de tafels. Sommige landgenoten kennen het hier wel, maar vandaag niet. Buiten mij geen hollander.

Niet één!

Aldus schreef ome Willem.
---

Embalsa de Yesa.

Tussen Jaca en Irunea (Pamplona).
---

Erandio

De oude, beschutte haven van Bilbao.

---

De Dordonge.

Bij St-Jean de Blaignac.

---

De ontsnapping.

Of het zomer of winter was is bij mij niet bekend, wel even na 1880 dat hij hier voor het laatst voet aan wal, en vooral, voet van wal heeft gezet om daarna nimmermeer weer te keren, vrouw en pas geboren zoon achterlatend.

Een vriendelijke man pakte vanmorgen vroeg, nog in het donker, de spullen aan, nog geen vijf minuten werk, en daarna snelde ik weer weg, op naar het volgende en laatste adres. In Oloron hield ik even halt om mij van het weer op de hoogte te stellen en ik kreeg al snel te horen dat er in heel veel departementen code rood gold, hetgeen wil zeggen dat vanwege weersomstandigheden in betrokken departement tot nader order niet meer met de vrachtauto mag worden gereden en dit gold ook de Landes en Pyrenees-Atlantiqiue, zeg maar de twee provincies aan de kust onder Bordeaux, en in het laatste departement bevond ik mij.

Maar waar ik was, scheen al bijna de zon, dus deed ik een ontsnappingspoging en stuurde het gevaarte recht naar beneden, de bergen in, de N 134 af, Bedous, Etsaut en als laatste dorp Urdos waarna ik door de Somporttunnel de wijk nam naar Spanje, Aragon. Ik was ontsnapt.
Na een moeizame tocht, moeizaam, want ik was zeer zwaar geladen en het weer was erbarmelijk, kwam ik een paar uur later, via Jaca (spreek uit: Kakka), aan in Irunea, beter bekend onder de spaanse naam Pamplona en vandaar naar Gasteiz, ook weer beter bekend als Vitoria en beide steden liggen aan de pelgrimsroute naar Santiago de Compastella en ooit, in 1975, had ik deze route, Vitoria-Jaca, met mijn ega in nevengestelde richting liftend afgelegd, maar er was eigenlijk niets wat ik herkende dan alleen dat het een bijzonder mooi en indrukwekkend berglandschap betrof.

Vervolgens schoot ik omhoog, naar de kust, nog boven Bilbao en in de middag leverde ik de zware lading af. Weliswaar had ik een veertig kilometer om gereden, maar ik kon tenminste wel blijven kachelen.

Daarna snel naar het teruglaadadres, niet ver er vandaan, te Erandio hetgeen eigenlijk de haven van Bilbao is. Beschut tussen de bergen kan hier veilig in en uit worden gevaren en aan deze havenkade werd de kar weer volgestouwd met handel voor Nederland.

Mijn blik ging over het water en in gedachten ging ik terug, honderd dertig jaar terug, want Bilbao, dus hier, was de laatste haven die mijn overgrootvader, die, kennelijk net als ik, van avontuur en reizen hield, aandeed. Nadat het schip waarop hij voer dit zeegat uit was, is het schip een paar dagen later in de Golf van Biskaje (Vizkaia) met man en muis vergaan, zo vertelde mijn grootvader ooit.

Na het laden in het donker de weg gezocht naar Donostia, ook beter bekend als San Sebastian en vanaf een zeer grote hoogte kreeg ik nog eenmaal een fascinerend panorama van de stad te zien. Niet lang daarna, om een uur of negen, de zaak maar aan de kant gezet. Morgen de terugreis aanvaarden en met een beetje mazzel vrijdag nog de handel er uit. Maar dan moet wel het weer een beetje meezitten.

Aldus schreef ome Willem.
---

dinsdag 30 november 2010

Het drieluik.

Wolken.
Grijze wolken in het donker, geen ster te zien. Mist, in Vierzon en tot voorbij Chateauroux. Wolken vol neerdalende sneeuw na Limoges, vooral in Saint-Yrieix la Perche waar ik bijna niet meer vooruit kwam, maar omdat ik wist hoe de hazen liepen, rechts afgeslagen en via Excideuil naar Perigueux gereisd. Wolkenloos vanaf Bergerac tot aan Aire sur 'l Adour, maar daarna weer wat grijs, zonder regen of andere neerslag. Vandaar, doordat de wolken hoog in de lucht hingen, duidelijk zicht op de besneeuwde toppen van de honderd kilometer verderop gelegen Pyreneeën.

Lucht.
Zeer koud vanmorgen, bibberweer, min negen, dus snel weg, kachel aan. De koude lucht bleef tot Limoges, maar daarna steeg de temperatuur tot rond de nul, dus vandaar de neerslag. Op een goede weerkaart gisteravond de weerstellingen goed bestudeerd en ik zag toen dat het brede neerslagfront tussen Clermont Ferrand en Bordeaux een zwakke plek kende. Vandaar dat ik strategisch de doortocht precies op de plek nam waar hij het smalst leek. De lucht bevat, na sneeuw, dan al snel regen.
Na de frontdoorbraak, na Bergerac en voor de aardbeienstad Marmande, hogere luchttemperatuur, tot over de 12 graden. Door de wolkenloze lucht zonnebrillenweer en zo reed ik later door de eeuwige bossen van La Landes: Casteljaloux, lubbon, Estigarde, Mont de Marsan, een gebied met lange, rechte, stille wegen, zo groot als wel half Nederland en dat als een frans verticale houtopslagplaats geldt.

Wind.
Tijdens de donkere ochtenduren weinig tot geen wind, maar tussen Ennordres en Presly, ja, eigenlijk tot Vierzon, had de wind de sneeuw van de bomen geschud waardoor de rijweg glad werd. Later, na Chateauroux, bij Argenton, zag ik dat een harde wind hoog in de lucht wolken van oost naar west voortdreef. En na Bergerac blies de wind de wolken richting het westen, waar zo in de buurt van Libourne en Bordeaux het wel eens aardig onpluis zou kunnen wezen. Door deze windenaktie werd de lucht van wolken schoongeblazen en aldus reed ik, zoals ik reeds meldde, in vriendelijk weer. Tot aan Pau, nog steeds met zicht op de bergen, en bij invallende duisternis nog even verder, tot bijna aan de voet van de col de Pourtalet, de col die ik als laatste grote col jaren terug met de fiets bedwong. Arudy, tot daar vandaag.

De Onveranderlijke mag dan wolken, lucht en wind, spoor, loop en baan wijzen, aan mij was vandaag de eer om met de hand van de meester tussen de (sneeuw)fronten door te navigeren. En dáár heb je nou net vooralsnog geen "navi's" voor.

Aldus schreef ome Willem.
---

La Landes.

Kilometerslange, stille wegen rondom Mont de Marsan.
---

maandag 29 november 2010

Het koude zuiden.

Vooral het koude weer dat ik op geen enkele wijze weet te waarderen, dat zou ik achter mij laten. Dacht ik. Nadat ik vanmorgen het DAFje voorzien had van vier nieuwe sloffen en ik alle spullen, noodzakelijk voor een enigszins rendabele reis, er weer in had, vertrok ik spoorslags, via Almere om ook daar nog wat op te halen en de rentabiliteit te verhogen, maar dan, vrijwel recht naar het zuiden.

Een grauwe grijze lucht om mij heen deed mij vermoeden dat het zo hier en daar niet pluis was, wat juist was, want in de Ardennen waren enorme problemen, zo vernam ik op de radio. Dus dáár maar even niet heen. zodoende hield ik het op een wat westelijk route, dus Gent, Lille en Parijs, een keuze die juist was, want van sneeuw was niets te bespeuren.

Wel bleek ik op tijd te zijn vertrokken, want het nimmermeer sloeg dra toe in de lage landen, zo vernam ik op de radio en van het thuisfront.

Maar om nu te zeggen dat ik er, wat temperatuur en omgeving, er op ben vooruit gedaan? Niet bepaald. Hoewel het in Parijs al hoopvol boven nul was, daalde de temperatuur bij het voortgaan naar het zuiden met rasse schreden en toen ik halt hield, even voorbij Montargis, was het alweer minus 9 terwijl om mij heen alles is bedekt met een dik pak sneeuw.

Morgen nog maar verder proberen, maar vooralsnog had ik, wat klimaat betreft, net zo goed thuis kunnen blijven.
Aldus schreef ome Willem.
---

vrijdag 26 november 2010

De oogst.

De oogst van suikerbieten gaat wel gewoon door!!

---

Mist en een weinig sneeuw.

De weg van vandaag. Het viel allemaal wel mee.

---

Col de la Croix Haute.

In lichte wintertooi.

---

De hindernis.

Toen ik om even voor vieren de gordijnen open deed keek ik een witte wereld in. De regen was in de loop van de nacht overgegaan in sneeuw en dat zou nog wat kunnen worden vandaag, een dag met hindernissen misschien.

Even later reed ik een stuk snelweg en die was prima. Rondom mij louter witte akkers, witte bomen en een witte vluchtstrook en boven mij een donkere, sterloze lucht.

Vanaf Dijon de oude N-weg op en dat was wel even schrikken want ik had slechts twee karrensporen tot mijn beschikking, maar dat was tenminste wat. Daarom ging ik bij Til-Chatel maar weer even de schone snelweg op en dacht na over welke route ik zou gaan volgen. En soms is goede raad duurder dan je denkt.

Rechtsom, over Nancy, was geen optie omdat juist aan die kant de sneeuw vaak het ergst is en buiten dat: ik zou ook nog juist om spitstijd richting Luxemburg rijden en aangezien er elke dag een hele drom fransen voor hun werk dit dwergstaatje binnen snelen viel dit, vermeerderd met de sneeuwdreiging, al snel af.

Via Bar sur Aube, zoals vorige week, ook, omdat het daar wel erg stil is en dat bij besneeuwd wegdek problemen kan opleveren, dus koos ik voor de route over Chaumont-Saint Dizier.

In Chaumont stopte ik bij Relais de la Viaduct, een routier net naast het prachtige spoorviaduct van deze stad, om er van te nuttigen, de kraan, koffie en een croisantje. Nog voor zevenen snorde ik verder, langs de Marne en langzaam begon het te krieken.

De sneeuw werd al maar minder en minder. Na Chalons was er helemaal niets meer van dit witte spul te zien en zo reed ik tussen voornamelijk groene grasakkers door naar Sedan waar zelfs de zon door kwam!

Ook de Ardennen waren een eenvoudig te nemen hindernis, al kwam ik wat natte sneeuw tegen bij Marche, maar van Hotton tot Nandrin was er totaal niets aan de hand en na een rondje boodschappen bij de Colruyt daalde ik af naar Liege.

En aldus reed ik aan het begin van de middag Nederland binnen waar mij nog slechts één hindernis te wachten stond en om die te overwinnen had ik een overtreding nodig.

Want om tien minuten over drie, tussen Nijmegen en Arnhem, waren mijn rij-uren op en in dit geval zou ik in de buurt van Wijchen 45 (!!) uur (weekend)-rust moeten houden, op een half uur van mijn woonplaats.

Vreemde wet, die rijtijdenwet, maar wellicht dat de lezer aan de hand van dit geval zal begrijpen dat een dergelijke absurde regelgeving die niets met de praktijk te maken heeft in de hand werkt dat er dan naar creatieve oplossingen wordt gezocht.

En die heb ik dan ook gevonden.

Aldus schreef ome Willem.
---

donderdag 25 november 2010

Brug.

Dit soort (spoor) bruggen vindt je heel erg veel in Frankrijk.
---

De otmoeting.

Het is al heel wat jaren geleden dat ik hier met hem gegeten heb, hier in Beaune, bij een voortreffelijk restaurant met een evenzo voortreffelijke fles Pinot Noir van Philippe Pacalet er bij. Zo lang geleden dat de franken nog in trek waren en nog geen sprake was van euro. Nee, ik sta weliswaar in Beaune, maar niet bij bovengememoreerd etablissement en na een laatste klant hier even verderop, in echevronne, te hebben opgehaald waren precies de uren op.

Zodoende.

Vanmorgen vroeg toen ik vertrok keek ik beducht naar de donkere lucht en zag rechts van mij sterren, maar links alleen een donkere lucht wat wel eens kon betekenen dat ik in die richting in zwaar weer terecht zou kunnen komen.
Achteraf had mijzelf onnodig ongerust gemaakt, want de hele route, van Saint Maximin tot voorbij Grenoble was van zon overgoten. Via Manosque en Sisteron kwam ik zelfs nog net voor de middag aan bij een ophaaladresje vlak bij Chambery. Dat wil zeggen: over de Col de Croix Haute en col de Fau, en ook een stukje over de Route de Napoleon. Deze weg, de weg Grasse-Grenoble, die omstreeks 1932 voor gemotoriseerd gereed kwam, kreeg de naam omdat dit de weg was die Napoleon nam naar Parijs toen hij was ontsnapt van het eiland Elba.

Overigens zag ik aan mijn rechter hand wel zeker niet al te rooskleurig weer huizen, maar aan de linkerkant was het kraakhelder, dusdanig, dat wederom de maan niet van wijken wist dus leek het er erg op dat ik juist aan de goede kant van de neerslaggrens vertoefde.
Mijn gedachten gingen terug, naar 1971, toen ik hier kachelde in mijn DKW, driecilinder en tweetaktmotortje, stuurversnelling, ook rond deze tijd, op weg naar het zuiden waar ik een baantje vond bij een plantenkweker. Toen, ja toen was het hier helemaal uitgestorven en de wegen in de dorpjes nog niet verlelijkt met rode verf en verkeershindernissen.


Maar ook vandaag kwam ik nog weinig tegen en ik genoot intens van de omgeving, de sneeuw op de bergen, van bomen vol dorre bladeren, de weiden met schapen en van de bergen zelf die hier al eeuwen en eeuwen bedaard en al die tijd er vrijwel onveranderlijk zo bijliggen, rustend op hun voet.


Antwerpen, dat was de laatste keer dat ik oog in oog met hem stond, maar dat is ook al weer een aantal jaren geleden en dat was het moment dat hij naar Frankrijk vertrok, voorgoed.


Na Chambery wachtte mij overigens wel slecht weer. Terwijl het tussen de Alpen voortdurend min vier, min vijf was, was het in Chambery bijzonder aangenaam, wel een graadje of tien, maar vanaf daar naar Lyon, en later, naar het noorden, Macon en Chalons, werd het steeds koeler terwijl een enorme hoeveelheid neerslag neerkletterde. Gelukkig regen, en geen sneeuw, dus er viel aardig mee te leven. Of te rijden, dat klinkt in dit geval toepasselijker en toen ik even het voertuig verliet om hem wat knalsap te voeren, bleek het snijdend koud te zijn.

En zo, zo ongeveer, belandde ik in Beaune.

Om een uur of zes vanmorgen had ik gisteren met hem afgesproken, bij de bakker van Rians, nevens de rotonde, de moderne versie van de bakker op de hoek, waar je trouwens behalve brood,  ook terecht kon voor koffie of warme chocolademelk.

En om even over zessen, toen ik halverwege de Nice-Matin was, kwam hij binnen, gekleed met een rode gebreide muts, groene legerjas en rubberen laarzen en hij vertelde me dattie de hond al had uitgelaten.

Na zoveel jaren leek hij wat ouder, maar dat zal hij van mij ook wel gevonden hebben en samen vertelden we honderd uit in de korte tijd die we hadden, dronken koffie, croissantje en na afloop kocht ik nog een warm viergranenbrood voor de dag.
Na een half uur gezellig kletsen moest ik weer verder en in mijn spiegel, toen ik de rotonde alweer voorbij was, zag ik nog net hoe hij de deur van zijn CX opendeed, de CX waar hij apetrots op bleek te zijn.

En hier, in Beaune, bedenk ik mij hoeveel tijd er zal voorbij gaan voordat ik deze oude vriend, die mij heel erg veel over wijn heeft geleerd, sterker, die heel wijnminnend Nederland met goede wijn kennis heeft laten maken, wederom zal treffen.

Want ja, Rians, daar kom ik ook niet elke dag.
 
Aldus schreef ome Willem










woensdag 24 november 2010

Ligurie.

Dwars door de bergen.

---

De Ligurische Alpen.

De man keek mij verbaasd aan. (tegenwoordig kijken steeds meer mensen mij daarom ondervragend aan), toen ik hem de Via Umbria vroeg op deze vroege morgen in nog duistere Maurio, een buitenwijk van Turijn. Zo onderhand behoor ik al meer en meer tot een zeldzaam ras omdat ik sociale contacten, al zijn ze nog zo vluchtig, prefereer boven een "navi" en merkwaardiger wijs blijk dat de nog uiterst zeldzame collega's zonder "navi" beter de weg kennen dan die lui met. Kortom: de "navi" wijst je de weg, maar leert hem niet meer.

De klant zou er, volgens het opschrift van de deur, pas om half negen zijn, dus besloot ik met de laadklep de kleine pallet maar vast voor de deur neer te zetten. Echter nog voor achten kwam de eerste reeds aanlopen en deze zette toen, na de pallet te hebben aanschouwd, gelijk een krabbel zodat ik snel weer verder ging, naar het oosten, over Chivasso en Trino, langs de Po, naar Villanova Montferrato waar ik een eerste partij terugvracht in de kar liet zetten.

Vandaar zette ik de reis voort, eerst even een stukje terug, maar na Moreno sul Po naar links, via Montcalvo naar Asti. Onderweg genoot ik van het indrukwekkende schouwspel van de hagelwitte besneeuwde bergen die je dan ziet, links, rechts en voor je en ik bedenk mij dat de romeinen en in latere tijden weer andere mensen dit adembenemende schouwspel hebben aangezien. Mozart, Nietszche, Churchill, Clemens van Milaan en Napoleon, om maar een paar enkelingen te noemen.

Met oostelijk de zon en westelijk een nog steeds heldere maan die weigerde te verbleken reed ik verder met op de achtergrond de pastorale van Beethoven en kwam langs Asti, Alba, waar de Ferrero-fabriek staat en de eeuwenoude vestingstad Bra dat op een hoogte ligt.
Vanaf Fossano eventjes de snelweg op, maar niet lang, want ik sloeg er af bij Ceva en volgde vandaar de SS 28, over Ormea en de Collo di Nave naar Imperia. Een prachtige doortocht door de Ligurische Alpen volgde en bij het naar boven rijden lag er al behoorlijk wat sneeuw, maar hoe hoger ik kwam, hoe minder sneeuw en op de top niets meer terwijl ook de temperatuur met sprongen omhoog ging.

Naar beneden toe volgt dan een verrukkelijke slingerweg waarmee ik met het grote gevaarte tegenliggers de stuipen op het lijf joeg omdat de oplegger altijd de bochten afsnijd en het soms met millimeterwerk gepaard gaat om blikschade te voorkomen.

Even voor Imperia deed ik, bij een aangename 19 graden, nog wat laatste inkopen en toen ik om drie uur weg reed en uitrekende hoe ver het naar de volgende klant was, zette ik er eventjes goed de sokken in.

Pas reed ik hier nog in tegenovergestelde richting, trouwe lezers herinneren zich dat nog wel, de bloemensnelweg, langs San Remo, Ventimiglia en zo nog langs Monaco, Nice en Cannes en tot slot Saint Raphael waar ik afsloeg om in Roquebrune nog net op tijd aan te komen om zes pellets in ontvangst te nemen.

Toen ook dat gereed was, ging ik nog even verder. Niet veel meer, want bij Le Luc wist ik nog een goede knaagschuur en zo'n knaagschuur geeft geen enkele navi aan. Die moet je gewoon weten.

Met een collega van een Noord-Hollands bedrijf de wereldproblemen maar weer eens grondig doorgenomen, het over bazen, salarissen en plenners gehad terwijl ook even het item vervelende klanten en politiecontrole's aan bod zijn gekomen, maar toen was het weer tijd om hotel DAF weer op te zoeken.

Morgen gaan we weer vroeg op pad voor nieuwe avonturen.

Aldus schreef ome Willem.


---

Morano sul Po.

---

De maan.

Sneeuwwitte bergtoppen en daarboven een niet wijkende maan.

---

dinsdag 23 november 2010

Italië.

Met de zon op de bergen.

---

Simplon.

En daarachter de zon!

---

Foute adressen.

Op het dak van de snurkhut was het getik van de regen goed hoorbaar. Het was even over vieren, dus nog even wachten, want in Zwitserland is er tussen 22.00 uur en vijf uur een rijverbod voor vrachtverkeer, een maatregel die van mijn part in heel europa mag gelden.
Maar die regen, dat beviel me niet, zeker niet in november en met een bergrit voor de gril.

Even voor vijven taaide ik af en reed richting het Lac Leman, beter bekend als het meer van Genève en de regen ging bijna gelijk over in sneeuw.

Bij Gruyere was de weg bijna onbegaanbaar en je kon nog maar nauwelijks door de vallende sneeuw heen kijken, maar ik hield nog stand. Buiten mij was er nog niemand te zien.

Pas toen ik Bulle passeerde kwamen er een paar voertuigen bij die ook nagelbijtend in het gegeven hondeweer vooruit trachten te komen. De neerslag had zijn weerslag op de snelheid die gereden werd, soms niet sneller dan veertig. Aan het einde van deze weg, zo wist ik, komt er een bizarre afdaling loodrecht naar het meer toe en het kon dus nog leuk worden!

Maar bij het naderen van de afdaling ging de sneeuw over in regen en viel dat wel weer mee, maar dan.....

Er waren twee, slechts twee, mogelijkheden. De Grand San Bernard of de Simplon, maar dat kon ik pas zien op de borden waar open of dicht op staat en die zijn dan bij Martigny.

Langs het meer bleef het vreselijk regenen en dus vreesde ik het ergste, doch bij Martigny bleek zelfs, geheel tot mijn verbazing, de Simplon op open te staan, dus snelde ik voort in de wetenschap dat in deze tijd elk ogenblik de boel alsnog kan worden gesloten.

Bij Aigle werd het echter om half zeven licht, maar krieken, daar was het te vroeg voor. Door goed naar de bewolkte lucht te kijken zag ik de oorzaak: in mijn linkerspiegel ontwaarde ik een laaghangende volle maan die zelf door een dun laagje wolkendek als het ware tegen de onderkant de overige, zich voor mij bevindende, wolken bescheen hetgeen een spookachtig gezicht was. Links en rechts hoge bergen waarvan het grootste deel gehuld was in een witgrijze wolkenjas. Ik zocht naar sterren, want wanneer je de maan kan zien, moeten er toch ook sterren zijn, maar helaas, ondanks intensief speuren kon ik er geen ontdekken.

Inmiddels geen regen meer, ja, zelfs na Sion een droge weg en in Sierre, nadat de grote weg en de franse taal ophield, was het nog een kleine veertig kilometer door diverse dorpjes heen. Voor mij reed een zware tankwagen met benzine geladen die er voor zorgde dat het rasse tempo er helemaal uit ging, maar desalniettemin, nog in nachtelijk duister stoof ik, toen de tankwagen bij Brig af sloeg, de alpenreus op en dra zat ik reeds in en tussen de wolken.

Verder naar boven, heersden kerstkaartomstandigheden en ook kwam het krieken tot stand. Zo rond acht uur hadden het DAFje en ik de alp weer eens bedwongen en op de top zag je, als je richting Italië keek, prachtig zonlicht de witte sneeuw bestralen terwijl de lucht aan die kant vrijwel wolkenloos was.

Meteen begon ik aan de afdaling. Om mij heen was alles wit en zo hier en daar de weg ook, dus was het goed uitkijken. Bij het dorpje Simplon lag er zoveel sneeuw op de weg dat ik aardig begon te glibberen en slippen, maar de hand van de meester zorgde er voor dat rotswand werd geraakt noch in ravijn werd gestort en na de Zoll cq Dogana was ik er weer, Bella Italia.

In Verbania en in een voorjaarstemperatuurtje vulde ik mijn pauze door wat inkopen te doen en toen dat weer achter de rug was, zette ik er weer even goed de sokken in. Voor de middag had ik er in Monza nog eentje uit en als bij de tweede klant in Cologna het goede adres op de vrachtbrief had gestaan, ook de tweede, maar op kantooradressen kun je nu eenmaal weinig kwijt.

Een derde adres in Segrate volgde, maar ja, ook dat was weer een kantooradres! Zit het weer niet mee, maar kom je er toch door heen, wordt de rit bemoeilijkt en opgehouden door twee foute adressen hetgeen er op neer komt dat ruim drie uur kostbare rijtijd wordt gemorst.

Jammer, maar helaas, en maar niet verder getreurd, want evenzogoed kon ik de laatste twee nog kwijt, al was het aan gene zijde van Milaan.

En toen nog een laatste, maar dat was niet meer voor vandaag, want de volgende is voor morgen, Torino, Turijn voor de meesten. En dan, dan zal de terugreis aanvaard worden wat ook nogal wielen op het asfalt zal hebben.

Maar nu eerst even hier, op een, in tegenstelling tot de twee foute eerdere vandaag, goed adres, smullen van de spaghetti Rabbiata waar ik lekker extra veel uien, pepertjes, kaas en knoflook doorheen heb geweven. Zo krijgt ongedierte geen kans!

Aldus schreef ome Willem.


---