Toen ik dit bord zag, ben ik maar gekeerd.
---
Met het kopen van de aflaat, een uitgevaardigd pauselijk besluit, kon je een slordige vijfhonderd jaar geleden er voor zorgen dat iemand, (een kind, een vriend, een vader of moeder) die overleden was en waarvan men, bijvoorbeeld vanwege een dubieuze levenswandel, niet zo zeker was of deze wel ten hemel was ingegaan, dat dit alsnog zou plaatsvinden. Met het opgehaalde aflaatgeld, vaak van de armste van de samenleving afgetroggeld, is onder meer de Sint Pieter in Rome gebouwd.
En zo is er tegen die nieuwe erfzonde, waar ik het gisteren over had, ook een oplossing bedacht. Ene Al Gore, nobelprijswinnaar en patroonheilige van de millieuactivisten, is aan de noordpool ijs gaan filmen dat daar iedere zomer smelt en heeft in een begeleidende tekst geschreven dat het allemaal onze schuld is: we rijden teveel auto, zetten de kachel en de airco te hoog, reizen te veel per vliegtuig, ook al is dit nog geen twee procent van het totaal van de CO-2 uitstoot. (Die vulkaan bij IJsland stoot per dag al meer uit dan de hele mensheid per jaar). Al Gore was voorheen werknemer van het beursbedrijf Goldman Sachs en deze is weer tien procent eigenaar van de Chicago Climate Exchange. Ecolo's hebben daarmee destijds een systeem opgezet om CO-2-uitstoot "terug te dringen", maar het feit is dat er een levendige handel, zeg maar gerust, een grootschalige oplichterij met emissiehandel is opgezet en het is bij de Chicago Climate Exchange waar al deze wind verhandeld wordt. De emissiehandel is uitgegroeid tot een wereldomvattende oplichting die vijf miljard euro per jaar opbrengt (cijfers Europol). Een voorbeeld: het belgische Arcelor Mittal verdiende verleden jaar één miljoen euro door de verkoop van CO-2-certificaten die het gekregen had van de britse regering, maar die zij niet meer nodig had door de verkoop van de staalfabriek bij Middlesbrough. Arcelor-Mittal kreeg de afgelopen tien jaar 450 miljoen aan goedkope leningen en het geld wat daar weer mee verdiend wordt, wordt handig geinvesteerd in.... wind, de nieuwe goudmijn van deze tijd. En zo zijn er bedrijven die met de vinger worden nagewezen en zei kunnen nu een wit zieltje kopen door.... te betalen.
Zo worden er emissierechten verkocht, gekocht en verhandeld. Ik zie ik een overeenkomst.
Vijfhonderd jaar geleden noemde Maarten Luther dit aflaathandel tegen welker oplichting hij zich ernstig heeft verzet en uiteindelijk werd hij mede door dat verzet "vogelvrij" verklaard. En als je je daarbij realiseert dat de lucht om ons heen nauwelijks nul komma nul zeven procent CO-2 bevat, een gegeven dat bij navraag nagenoeg niemand weet, kom je tot de vaststelling dat, wat ik hierboven windhandel noemde, niet eens handel is in wind, maar in (nagenoeg)niets.
Maar het is hier inmiddels licht geworden en ik ga de gordijnen maar eens open doen.
Tot later
Aldus schreef ome Willem.
---
Het begrip erfzonde, dat voor het eerst opduikt in het begin van onze jaartelling, is ontstaan uit een discussie waar toch het kwaad vandaan komt. Thora, bijbel noch koran kennen dit woord, maar het is door, naar ik meen, de kerkvader Augustinus als eerste gebruikt als tegenwicht in het kwaad doen door navolging. Er waren lieden die meenden dat iemand kwaad doet vanwege het slechte voorbeeld wat hij krijgt, maar Augustinus was van mening dat het kwaad "van meet af aan" in de mens zat en min of meer steeds door erven meekreeg. Dat hij na vele eeuwen een zeker gelijk kreeg door de huidige wetenschap mag geconcludeerd worden uit het feit dat kinderen van adoptie-ouders altijd meer op hun natuurlijke ouders -gaan- lijken dan op hun opvoeders, ook in "kwade" zaken. Maar nu is er de laatste tijd sprake van een nieuwe erfzonde want er gaat geen moment voorbij of de mediacraten zadelen de mensheid op met een nieuw schuldgevoel: mea culpa, mea maxima culpa, wij hebben louter door onze aanwezigheid op aarde schuld aan de vuile en bezoedelde lucht! Zoals ik vandaag weer enkele honderden liters diesel verstookte en daarbij ook zelf als persoon nog bijdroeg aan het CO 2-probleem door adem te halen. Want vanmorgen reed ik om zeven uur weg uit Folonica en na een half uurtje zag ik een "resto" staan, lekker rustig nog en besloot me daar maar eens flink op te frissen. Ik draaide de parkeerplaats op, reed achter het gebouw langs en toen ik mijn voertuig had stilgezet zag ik dat er inmiddels een dubbeldeksbus vol met kakelende italianen was aangekomen de de chauffeur was al bezig de lading te lossen wat dan inhoud dat er meteen een lange wachtrij voor toilet en koffie staat. Dus dat werd hem niet en ik reed maar snel verder en vond al gouw een ongeveer dito plek, maar dan zonder zo'n irritante bus. Daarna passeerde ik Livorno en Pisa en zag uit de verte het silhouet, dus de toren is nog steeds niet omgevallen, het is maar dat u het weet. Verder ging het, langs de marmergroeven van Carrara en Massa, La Spezia en dan volgt de -ook weer halverwege de jaren zestig met voornamelijk nederlands geld gebouwde- snelweg met meer dan honderd tunnels door de Ligurische alpen en deze indrukwekkende snelweg volgde ik tot Genova-Voltri en sloeg daar af naar het noorden, via een snelweg waar een complete haarspeldbocht in zit. Inmiddels bleek dat ik gelukkig niet meer alleen was en vele mede luchtbezoedelaars deden lustig met mij mee door in vierwielige karretjes rond te toeren. Bij Ovado ging ik er even af, reed de oude weg naar Allesandria en deed onderweg een paar boodschappen, ging door naar Vercelli waar ik weer de grote weg verliet en langs het eeuwenoude Novara kwam om via de oude SS 33 naar Arona te rijden terwijl ik hier en daar een stop maakte. Het laatste stuk even doorgegaan en na 4191 gereden kilometers deze week het DAFje neergezet in Dommodossola waar ik maandag een dokumentje ga maken om Zwitserland door te mogen rijden. Dus tot die tijd vervuil ik even niet meer met het voertuig de lucht: noem het, met betrekking tot de nieuwe erfzonde, goede werken. Overigens ben ik net wel een 12 kilometer wezen fietsen en daardoor stoot ik eigenlijk onnodig extra CO-2 uit. En dan al die huishoudens met een hond! Een hond heeft wel vijf keer zoveel uitstoot als een auto! Maar morgen sta ik stil, de hele dag, een merkwaardig uitvloeisel van een in omstreeks het jaar 300 door Constatijn de Grote (??) genomen antisemitische maatregel, dat "Christenen hun rustdag (feestdag) niet op dezelfde dag als het Oude Volk mochten vieren" en terwijl de joodse leefregels, wellicht beter bekend als "de tien geboden", waar zonneklaar en onomwonden gesproken wordt over een rustdag op "Sabbat", dus zaterdag, door de meerderheid van roomsen en protestanten erkend worden, blijft men het eigenwijs een dag later houden en daarom sta ik morgen dus stil.
Maar ik kan onmogelijk mijn adem inhouden.
Aldus schreef ome Willem.
---
Vandaag maakt u weer eens kennis met de idiote kanten van ons beroep, en wel op diverse punten. Vanmorgen om half acht bij het bedrijf naar binnen gereden en onthoudt u even de tijd met in uw achterhoofd dat ik vandaag weer negen uur mocht rijden binnen een werktijd van vijftien uur wat weer inhoudt dat ik uiterlijk half elf vanavond moet stoppen. Nu had ik voor de terugvracht, welke, dat was aan het eind van vorige week niet bekend, dertig lege europaletten meegenomen (zeer veel vracht staat immers op dit soort pallets) die ik dan eventueel kan ruilen. Vóór mij werd eerst nog een ander geladen en daarna, pas om tien uur, was ik aan de beurt. De "handel" die ik kreeg stond op europaletten en ik stelde voor die te ruilen. Maar volgens de klant in Nederland wilde het bedrijf waar ik nu was alles los in de auto zetten en volgens de mensen waar ik aan het laden was wilde ze op zich wel ruilen, maar van de klant in Nederland moest het los in de oplegger worden gezet. Ergo: voorin mijn oplegger staan nu twee hoge stapels met europaletten en de hele handel, die op europaletten stond, is van de paletten afgehaald en los in de oplegger gezet en als ik in Nederland ben wordt het weer op europaletten gezet. Met andere woorden: een totaal zinloze werkverschaffing, maar ja, zo lang ik niet zelf aan die dozen hoef te trekken zoeken ze het maar uit. Gevolg was echter weer wel dat ik net over twaalven klaar was met laden en toen mijn documenten ging halen en een vreselijk irritant iets is, dat de kantoorjuf pas op dat moment de vrachtbrief gaat schrijven, iets, wat ze tijdens het laden ook had kunnen doen. Maar ja, na ruim dertig jaar weet ik dat je dat er hier toch niet in kunt krijgen. Volkomen kansloos dit te veranderen, maar het geheel heeft voor mij nog een vervelend gevolg. Doordat ik vanmorgen het terrein ben op gereden en DUS om half acht begon moet ik voor half elf zoveel mogelijk rijden. En dan nog het zegeltje. Hoewel er bij het loket allerlei instructies zijn waar op staat dat we goed op de lading moeten passen (zoals niet onbeheerd voertuig achter laten, niemand iets vertellen, de route verzwijgen etc etc) kreeg ik wel achter op het voertuig een zegel (zodat de achterdeur niet open kan zonder dit zegel te verbreken) van dat bedrijf en aan het zegel kunnen dan potentiële dieven exact weten wat ik aan het vervoeren ben. U begrijpt: het zegeltje is er reeds af, al was het maar dat ik anders niet bij de door mij meegenomen fiets kan komen. Zo ziet u, ook voor een vrachtrijder is het leven een aaneenschakeling van problemen, maar niet getreurd, in de middag taaide ik af van Potenza richting Salerno en reed niet veel later door het gekkenhuis wat de naam Napoli draagt en ik kan mij niet aan de indruk onttrekken dat napolitanen de meest levensmoede mensen van Italië zijn zo scheuren ze langs, om en voor je heen. Even daarvoor passeerde ik nog de Vesuvius, een imposante berg vooral als je in je achterhoofd de geschiedenis er bij betrekt. Na Napoli over de via Casilina naar Rome gekoerst en van daaruit richting Civitavechia opgegaan en dan kom je op de via Auralia dewelke naar Livorno loopt. Reeds in het bijna-donker zag ik links van mij de berg op het schiereiland met het voorheen nederlands vorstelijk onderkomen Porte Ercole en helemaal donker was het toen ik Grosseto passeerde en niet lang daarna sloeg ik af bij Follonica, een oud vissersplaatsje waarvan ik wist dat daar een magnifiek tentje stond en die bleek er nog steeds te wezen en de parkeerplaats is aarde donker en ongelofelijk rustig terwijl tussen de schaarse wolken weer een indrukwekkend sterrenpatroon is waar te nemen met een zeer dun maanschilletje.
Het is al weer veel te laat.
Aldus schreef ome Willem ---
Nadat ik gepoedeld had in de Ionische Zee -waardoor de zeespiegel van de middellandse zee enigszins steeg- verder gereden richting de stad waar een boog ter ere van Trajanus staat, Taranto. De eerste borden gaven aan dat deze stad bijna vierhonderd kilometer verder lag en met een gangetje van zeventig (harder mag je hier niet met het Dafje) reed ik de weg af langs de golf van Taranto waarbij je allerlei leuke, zei het wat slordige dorpjes, door komt en vanaf Rossano enorme sinaasappelgaarden waarneemt. Zo reed ik dus over de SS 106, wat tegelijk ook de E 90 is, links van mij de Calabrese bergen die ik niet kon zien vanwege de nevel. Vanmorgen trouwens nam ik op sommige toppen nog sneeuw waar en zo vreemd is dat niet: het is hier tamelijk fris voor de tijd van het jaar en sommige calabrese toppen zijn over de 2000 meter!
Dus vanmiddag via Crotone, Ciro, Rossano, Trebisacce naar Novi Sire waar ik Calabrië verliet en Basilicate weer in kwam en over een enorme vlakte reed waar volgens mij menig veldslag heeft plaatsgevonden, maar die nu vol staat met olijfbomen en verder enorm veel fruitbomen, druiven, en heel veel kleurrijke struiken en bloemen, ja, alles zo weldadig, dat ik woorden te kort kom om het te beschrijvenn. 44 kilometer voor Taranto, na ruim drie uur kachelen langs de prachtige route bij de ruxefne van Metaponte links afgeslagen en koers gezet naar Potenza en ruim een uur later kwam ik daar aan. Het is trouwens verbazingwekkend hoe de italianen reeds in de jaren zestig de honderden kilometers snelweg door de bergen bouwden, welliswaar met financiele steun van wat toen nog de E E G heette, maar toch! Wat dat betreft hebben ze hier wel mazzel gehad dat ze van meet af aan hebben mee mogen doen, net als dat ik mazzel heb hier rond te mogen knorren en dat daar ook nog voor betaald wordt!
Aldus schreef ome Willem.
---
Bijna iedereen denkt dat het Reggio is, Reggio di Calabria, maar dat is niet zo want sinds 1970 is Catanzaro de hoofdstad van de regio Calabria en tevens is het de stad waar mijn laatste losadres was deze week, Catenzaro dat, zo schrijft de ene lezing, vernoemd werd naar de twee Byzantijnse generaals Zaro en Cattaro, of, zoals anderen menen, komt van het griekse Katartarioi wat, overgezet zijnde, "spinners van zijde" betekend want de stad is bekend van de zijde-industrie en van de Nobelprijswinnaar Renato Dulbecco, Catenzaro, door de Saracenen Quatansar genoemd en het waren diezelfde Saracenen die omstreeks 1050 de prachtige bergstad Lauria gesticht hebben waar ik vanmorgen langs kwam en dat nog net in Basilicata ligt. Even buiten Lauria kom je langs de ruxefnes van het in ca 1800 door de fransen verwoestte Castello di Ruggiero. Daarna reed ik Calabria binnen en 80 kilometer na Cosenza sloeg ik de richting in van Catanzaro over een weg door met olijfbomen begroeide heuvels terwijl er ook menig sinaasappelgaard er tussen te zien was.
In Catanzaro aangekomen Bleek het losadres achter een veel te smalle straat te liggen terwijl in de straat die ik door moest om het losadres te bereiken net een markt was. Onder begeleiding van politie, die ik als dank daarvoor een paar klompen gaf, werd ik naar het losadres geloodst waarvoor twee marktkramen even moesten worden afgebroken. Inmiddels kwam na de hele morgen onder een bewolkte hemel te hebben gereden de zon door, ik reed bij de klant weg en na enkele kilometers reed ik langs de kust en weer een paar kilometer verder kon ik parkeren. Kijkend over de zee kon ik Libië door de nevel niet zien, maar hier dus eindigd Europa! Ik toog naar het strand en voelde het eerste, nog frisse Middellandse zeewater dit jaar, of eigenlijk, de Ionische zee welke enigszins opgezweept door de wind onstuimig was wat mij deed denken aan de aria gezongen door Constanza in Il Sogno di scipione, een opera die de zeventienjarige(!!) Mozart, ik meen in 1771 schreef voor aartbisschop Von Schrattenbach, maar toen hij hem klaar had, overleed deze aartbisschop en toen heeft hij hem opgedragen aan aartsbisschop Hieronymus van Colleredo die later een grote vijand van hem werd. Kan er niets aan doen, het overvalt mij even, maar Mozart zeventien en dan die aartbisschop. Nee, ik weet het, je kan het niet maken, zowel Sinterklaas als Hieronymus postuum in de verdachtenbank Voor de aardigheid laat ik hieronder de tekst van de aria volgen mar daaronder een door mij vervaardige vrije vertaling. En als ik u was zou ik zeker een keer die aria beluisten. Hoe een zeventien jarig jochie zulke geniale muziek schreef!
Biancheggia in mar lo scoglio
Par che vacilli, e pare
Che lo sommerga il mare
Fatto maggior di se
Ma dura tanto orgoglio
Quel combattuto sasso
E'l mar tranquillo e basso
Poi gli lambisce il pie
De glinsterende witte schuimkoppen van de zee lijken de rotsen aan het wankelen te brengen en het heeft er veel van weg dat de zee ze overspoeld, maar zonder dat zij, de natte rotsen, groter worden staan ze vol trots en wanneer de zee is gekalmeerd ligt de zee weer aan haar voeten.
Aldus schreef ome Willem.
---
Marche, Abruzzo, Molise, Puglia, Basilicata en Campania waren de regio's waar ik vandaag door kwam toen ik vertrok uit Ancona waar ik gisteren was geëindigd en na ruim een uur Pescara passeerde en om een uur of negen bij de eerste klant in Gissi, een dorpje midden in de rimboe, aankwam, de lading achterliet en iets verder in San Salvo een tweede klant blij maakte met mijn pakjkes en tegen verwachting in nog voor twaalf uur de derde klant in Termoli, wat dan al in Abruzzo ligt, gelost op een adres in een zeer weids industrieterrein met hier en daar een fabriek terwijl de rondomliggende bergen prachtig oogstrelend groen ogen, de wolken in alle soorten en maten overdreven en soms lading lieten vallen, vergezeld van een frisse wind vanuit de zee. Vanuit Termoli over de SS 16 eerst langs zee, waar je rechts langs kilometers uitgestrekte velden met aardbeien, sla, worteltjes en vele andere mooie tuinbouwproducten komt en na een kilometer of dertig, als de weg af buigt om de garganoberketen te ontwijken en over een uitgestrekte vlakte naar het zuiden gaat, richting Bari, Bari, dat vermoedelijk zo heet omdat daar voor het eerst het element barium zou zijn ontdekt, maar wat niet vermoedelijk is, is dat in Bari de bisschop van Myra, bij ons beter bekend als Sinterklaas, zijn laatste rustplaats heeft gevonden. Ik weet niet hoe het u vergaat, maar als ik vandaag de dag aan de bisschop van Myra denk, dat hij altijd in het bijzonder zo aardig is voor kinderen en daarnaast het nieuws van de laatste tijd plaats, ik toch wel even bedenkelijk ga kijken en mijn voorhoofd frons bij de naam Sinterklaas. Genoeg hierover, we gaan verder met de dag en bij Foggia, dat zo ongeveer het centrum is van bovengemelde grote vlakte besloot ik, om de mij moverende redenen, Bari te links te laten liggen en koers te zetten naar Melfi waar weer gezellige bergen beginnen. Inmiddels was ik dan door Molise in Puglia aangekomen (Foggia ligt in Puglia) en even voor Melfi passeer je de grens naar Bassilicata. Nadat ik langs de tegen de bergen gebouwde stad Potenza kwam, reed ik even richting Salerno, maar sloeg bij Tito af naar Brienza en zo kwam ik nog net even in de regio Campania, waar ik het schitterend tussen prachtige bergen gelegen dal van de Tanagro in reed en ging verder zuidwaards, maar in Buonabitacola maar eens op de rem getrapt en het DAFje met een schouderklopje stilgezet. Bij dit soort reizen hoort, zo vind ik, Rossini, Paganini of Mozart, bij uitstek Mozart en vandaag was het Il Sogno. Jazeker, deze reis is werkelijk een "sogno".
Vanaf de zanderige parkeerplaats vol met gaten zie ik een voor mij bekend adres, al was ik hier jaren niet meer, waar iets lekkers wordt klaargemaakt. Rondom groene bergen waarvan de toppen door wolken aan het oog zijn onttrokken. Er zal wel wat regen komen, vermoed ik.
Aldus schreef ome Willem.
---
Vanmorgen vertrokken, nadat ik gisteravond nog een bezoek aan het centrum van Kufstein bracht, en de Brenner overgestoken, bij Trento de Valsugana ingereden en zo via Bassano del Grappa naar Padova gereden en daar op weg gegaan richting de SS 309 (voor niet-ingewijden: SS staat hier in Italië voor super strada) en daarbij kom je dan over Codevigo waar Gino, Minerello Gino heeft gewoond en er een tuincentrum had. Gino leerde ik kennen in 1971, toen hij mijn buurman was. Wij woonden toen in Cagnes sur Mer, vlakbij Nice en Gino sprak goed duits en van hem leerde ik Italiaans en frans. Gino was altijd samen met zijn studiegenoot Daniel die daar met vrouw en kroost nog steeds in de buurt van Nice woont, maar zoals ik terug ging naar Nederland, ging Gino terug naar Codevigo en daar begon hij een tuincentrum. In de loop der jaren ging ik daar vaak langs, bij elkaar wel een keer of tien, denk ik, en het was altijd gezellig en altijd een glaasje. Tot een paar jaar geleden. Weer kwam ik langs en zag dat alles was veranderd, het was ongeveer dezelfde tijd als nu, april. Een mevrouw kwam naar mij toe en ik vroeg naar Gino en toen deelde zij me mee dat Gino net voor de kerst dood op de tuinderij was gevonden. Sindsdien rij ik langs Codevigo met droefenis, maar ook met mijmeringen aan leuke herinneringen. Gino was een kleine, op en top italiaan, maar vandaag reed ik dus weer langs, de lucht was bewolkt en dan heb je het wel eens, alsof de herinnering dan in de lucht hangt, je de tijd even terugdenkt en het wolkenrelief een boekdeel spreekt. Vandaag zag ik dat de tuinderij er zelfs niet meer is. Alleen zijn huis staat er nog, en een paar bomen, maar ja, bomen blijven doorgaans staan terwijl mensen voorbij gaan. Zo ging ik, terwijl de kleuren door de lente hier staads groener worden en de ogen streelt, gevuld met melancholiek, weer verder, voorbij Chioggia, over de Via Tibertina naar Ravenna, daarna naar Ravenna en toen maar eens de grote weg op. Het regende soms of het jad geregend wat de bloemen, gewassen en de in bloei staande fruitbomen een bijzonder fris uiterlijk gaf. Bij Ancona ging ik de snelweg af, want daar kun je nog steeds lekker eten, en o ja: op de SS 309 werd ik in de buurt van Porto Viro aangehouden door één van de drie soorten "politie" die dit land rijk is want naast de policia zijn er nog de Carabinierie en de Guaria della Financa en door deze laatste werd ik staande gehouden. Deze vroeg om mijn ladingpieren en toen ik die overhandigde viel zijn oog op mijn klompen. Hij keek de ladingpapieren nauwelijks in, maar vroeg of ze van plastic waren terwijl zijn collega, een besnorde bromsnor, mij vroeg welke maat het was en nadat ik de vragen naar waarheid had beantwoord moest ik voor mijn voertuig gaan staan terwijl er één van de heren een foto van mij ging maken. Met flits uiteraard en wellicht dat de foto binnen afzienbare tijd ergens aan de muur van een politiebureau hangt.
Aldus schreef ome Willem.
---
Enkele decennia waren er eigenlijk maar twee wegen, twee wegen die naar Italië, zeg maar, Rome en Milaan, leidden. De één was via Parijs, Beaune, Macon en dan zo door de Mont Blanc (bij Macon hield de snelweg al op). De ander was keulen, Frankfurt, Nuernberg, Mxfcnchen en dan zo de Brenner over. De Brenner en de Mont Blanc zijn vrijwel gelijkertijd gebouwd en begin jaren zestig in gebruik genomen. De Brenner eerst alleen voor personenverkeer terwijl het vrachtverkeer nog over de "oude" Brenner moest. Zwitserland was geen optie omdat voor dat land een gewichtsbeperking tot 28 ton gold. Na verloop van tijd kwamen er steeds meer wegen bij en tegenwoordig zijn er vele wegen die naar Rome leiden. Ja, er waren destijds wel alternatieven, maar ik had de indruk dat ik daar zo ongeveer als enige gebruik van maakte. Maar vandaag reed ik eens heel dogmatisch en conservatief de aloude "drie" uit, dit in verband met een paar vaten ADR, wat staat voor gevaarlijke stoffen, waarmee er voor mij eigenlijk maar twee opties open bleven: de Simplon of de Brenner, en deze laatste niet over Bregenz, maar over het aloude kufstein. Zo reed ik vanmorgen vroeg weg, eerst nog even over de 61 naar Koblenz waardoor ik langs de Nuernbergring, de race-baan waar in de zestiger jaren Kareltje de Beauford het leven liet, kwam en reed voor Koblenz schuinweg de Rijn over naar de drie, en zo verder, Frankfurt, Ingolstadt, Mxfcnchen en toen de rijtijd vol was gestopt op de grens Kiefersfelden-Kufstein. Morgen weer verder en wellicht nieuwe avonturen.
Aldsu schreef ome Willem.
---
Sommige trucks worden wel heel fraai beschilderd!
De gebrilde barman in de vroege morgen bij Trets
En is dit niet een fraai voertuig?
Deze berg staat wel meer op de foto, maar nu weer anders, omdat het een ander jaargetijde is. Een chapagneberg bij Epernay.
Zulke mooi dorpjes rijdt je door als je de alternatieve route kiest.
En bijzonder stille wegen in Noord Frankrijk.
Terwijl in het zuiden de druiven nog niet uitkomen, maar de bloemen des te meer.
Op een fabrieksterrein zag ik een schoorsteen die, getuige de zeer volle begroeiing, al een tijdje buiten gebruik is (Dezice).
De brug over de Durance
De afloop van deze reis kunnen we vergelijken met een torenzet, T e1-e8, mat, dus mat op de achterste rij, over en uit en daarna werd er nog even nagepraat, geanalyseerd, glas wijn geheven en dan de voorbereidingen treffen voor een nieuwe partij. Als je namelijk vanaf Decize, waar ik vrijdagmorgen had geladen, een liniaal legt tot aan Breda kun je alszo in één rechte lijn, net als de toren op het schaakbord, naar boven rijden wat ik ook heb gedaan, en ook nog door het midden, vandaar dan ook de e-lijn. Ja, toen ik om zeven uur wakker werd bleek de bakker trouwens nog dicht, maar plots was daar die vuilniswagen die uit het ochtendschemer opdoemde, de parkeerplaats op reed en terwijl er één de wagen draaide en een container leegde, klopte de ander aan een houten luikje aan de zijkant van de bakkerij dat werd geopend door een meneer in witte kledij, onmiskenbaar de bakker himself, en door het luikje werden de eerste zaken die dag gedaan. Snel klom ik uit de cabine en met een pain raisin had ik het voorrecht de omzet van de bakker van Vitry sur Loire, want zo heette dit gehucht, te vergroten. Dat ik in Vitry was kwam ik achter toen ik luttele minuten daarna wegreed en voor verdere zaken vertrok naar het even verder gelegen Decize. Na de ontvangen lading dus de torenzet uitgevoerd, via La Machine, Rouy, Saint Saulge, Saint Reverien, Brinon naar Clamency. De rest is wel bekend, Auxerre, Troyes, Reims en via Brussel naar huis. En vanmorgen nog even naar Amsterdam, pakjes er uit en pakjes er in voor volgende week. Nu laat ik het even hierbij.
Aldus schreef ome Willem.
---
Een mens maakt wat mee in zijn leven, en dat bewees de dag van vandaag wel weer. Het begon heden morgen reeds bij klant één, nadat ik in het etablissement naast waar ik de nacht doorbracht een opfrissertje, koffie en croissant haalde en ontmoette zo een gebrilde dikkert van een jaar of vijftig die achter de bar stond te bedienen. Naast mij nog enkele halfversufde collega's die ook koffie lurkten terwijl de barman er lustig op losbabbelde. Het ging over voetbal, geloof ik. Na tien minuten rijden aangekomen bij de eerste afhaler en toen ik mij aldaar aangemeld had en de mensen mij verbaasd aankeken begreep ik dat er wat mis was. Het bleek dat ik een week te vroeg was, dus vertrok ik onverrichter zaken en ging naar klant twee, via Aix en Provence richting Gap, bij Perthuis er af, richting Cavaillon en dan weer rechts af naar Apt, via een prachtige bergweg en bij Apt weer links af naar Menerbes waar ik ook te vroeg was. Wel was de pallet klaar en kon hem meenemen, maar daarvoor moest ik achteruit via een grindpad naar boven toe om de pallet te laden en daar ik een lege kar had en daardoor geen druk op de achterwielen van de trekker had kwam ik niet ver. De wielen draaiden lekker door het grind in het rond zonder ook maar een millimeter achteruit te komen want de regen van de laatste tijd had de boel spekglad gemaakt. Welaan, een andere oplossing was er niet zodat we ook hier zonder succes wat hadden opgehaald. Toen naar nummer drie en dat was in Chateauneuf du Pape. Daar wist men ook al van niets, maar na diverse keren heen en weer bellen kreeg ik toch nog wat pakjes mee. Alleen jammer van al die nodeloze kilometers en uren die fnuikend kunnen zijn bij een wegcontrole omdat er niet meer rij-uren dan 90 mogen worden gereden, maar ja, het is niet anders. Goed, en daarna nog via Bagnols en Montelimar gegaan en bij Loriol de snelweg op, in Villefrance nog wat opgehaald waarna ik een pauze ging maken bij een wijnboer, de Chateau Cambon en werd daar ontvangen met kaas, ham en net gebottelde rose 2009 die ik natuurlijk even moest proeven. Niet meer dan een half glas, want we moesten nog even verder dus heb ik me meer op de kaas dan op de wijn gestort. Het was trouwens de eerste wijn deze week.
Na een uur weer gauw verder, naar Desize, waar ik morgen de rest van de lading ontvang, even voor Nevers en ik sta er niet ver meer vandaan in een klein dorpje waarvan ik de naam niet eens weet op het dorpsplein vlak voor de bakker en dat is altijd fijn als je de volgende morgen wakker wordt en opstaat.
Net voor tienen was ik hier en toen stond ik onder de straatverlichting die precies om tien uur uitging. Nu is het aardedonker. Geen sterren, geen maan, niets.
Dat wordt goed slapen vannacht.
Aldus schreef ome Willem.
---
Vanmorgen vroeg weer weggereden en in het donker even snel de buitenwijken van Clermont-Ferrand bekeken en ook nog en passant langs de oude Michelinfabriek gekomen en toen vandaar de autoroute richting Montpellier terwijl de maan niet te zien was vanwege afgelopen nacht overkomende wolkenvelden en onder het rijden op de doodstille vierbaansweg waar om vijf uur nog niemand reed de vierde symfonie van Beethoven beluisterd welk door zijn geheimzinnige meeslependheid passend is bij een maanloze, stille, door de bergen slingerende, snelweg.
Beethoven, waarvan Wladimir Iljitsch Lenin eens heeft gezegd dat je bij de muziek van Beethoven zin krijgt de mens, alle mensen, over hun bol te aaien, maar toen waren de tijden er kennelijk niet naar omdat sommige bollen toen moesten rollen.
Muziek, althans goede muziek, is voor mij haast een beeld van ons hele leven, een ontroerend-korte vreugde die uit niets ontstaat en in niets vergaat, die begint en wegsterft, niemand weet waarom: een klein prettig groen eiland met zonneschijn, zang en vrolijke klanken dat op de duistere, ondoorgrondelijke (levens)oceaan drijft. Inmiddels, toen ik de grote weg verliet, de Symfonie het vierde en laatste deel besloot en ik richting Mende reed begon het aardig te dagen en zag dat de donkere wolken voornamelijk uit het westen kwamen en ik meer en meer zuid-oostelijk ging. Vanuit Mende via Florac over de N 106 naar Ales waar je, nadat je net de Col de Montmirat (1046 mtr) over bent, verbijsterd en onder de indruk raakt van het plotseling geboden uitzicht terwijl het langzaam aan wat warmer en zonniger werd. Nadat ik de magnifieke weg, waarbij nog een leuk colletje met daar bovenop een echt routiertje waar ik even koffiedronk werd gepasseerd, tot aan Ales uitreed, koetelde ik de laatste kilometers door naar Nimes, de eindbestemming, waar ik nu een half uur langer over deed, dertig kilometer korter reed, zeventig liter meer dieselolie verbruikte, maar daarentegen een slordige 180 euro tol uitspaarde. Daar bij het losadres, waar ik mij vóór de middag aan had gemeld, werd ik na zes uur wachten om vijf uur gelost en dat gaf mij de gelegenheid intussen het boek van Safranski over Nietszche verder door te lezen en zo tot grotere kennis te komen. Ondertussen waren ook de wolken uit het westen aangekomen en tijdens het lezen begon het zachtjes te regenen en inmiddels had ik il Sogno di Scipione van Mozart op staan. Nadat ik had gelost meteen lekker in de avondfile gaan staan om Nimes uit te klomen en als een jecco naar Aix en Provence gestiefeld en na Aix, terwijl het goot van de regen en de temperatuur tot noorwegiaanse waarden daalde -zes graden- de oude N 7 op waar een paar heerlijke knaagschuren staan. Eentje koos ik er uit, bekend om z'n goede kaasplateau's, met een bar waar sjaaltjes hangen met het opschrift Forza Juve, Girondes, valencia en Olympic Marseille, naast de pinda- automaat een kooi met een paar sierlijke felgekleurde mini-papagaaien terwijl de televisie een voetbalwedstrijd vertoond. Achter de tap een mager mevrouwtje van een jaar of veertig met een rood t-shirt aan, halflang haar en een intens verlopen "gelooide" kop wat vermoedelijk komt door het vele motorrijden. Of dat zo is, weet ik niet en ik ga het ook niet vragen. Nadat ik het voorgerecht uit de saladebar heb op geschept (oeuf Mayonaise, pate, bruine bonen met mais) vraagt een meneer, een sympathieke veertiger, gekleed in een zwart t-shirt met witte strepen op de korte mouwen en een hoofd met zwarte krullen die aan de uiteinden iets beginnen te grijzen, wat ik na het voorgerecht gehad zou willen hebben; hersens, pens, paardenbiefstuk, filet van de koe of vis. Ik besluit tot een paardenbiefstuk met daarop een gebakken ei met rijst. En daarna natuurlijk de kaas.
Zo meteen weer de sompige parkeerplaats op waar mijn DAFje staat. Ben ik even blij dat ik klompen aan heb.
Aldus schreef ome Willem
---
Net is pasen voorbij, of hier heb ik er ééntje, een passiebloem, zo genoemd omdat er volgens de overlevering allerlei symbolen van het leidensverhaal in te zien zijn zoals het kruis, de doornenkroon en de ranken stellen dan de zweep voor waarmee werd geslagen. Deze symboliek kan overigens niet vóór 1550 zijn intrede hebben gedaan, daar deze plant toen vanuit Zuid-Amerika naar Europa werd verscheept en zo hier, vooral rond de Middellandse zee, terecht is gekomen. Het is desalniettemin een prachtige bloem en ook de vruchten, de passievruchten, zijn verrukkelijk.
---
Als je in het brede dal van de Loire komt en dan vanaf Nevers de rivier de Allier volgt (de Loire komt uit de Ardeche en loopt langs Saint Etienne naar Nevers en de Allier ontspringt zuidelijk van Vichy en stroomt bij Nevers in de Loire) en dan wat meer westelijk naar Clermont Ferrand reist, ontwaart men rechts, links en vooral vóór zich steeds meer bergen, want dan ga je, als je nog zuidelijker gaat, het centraal massief, de chevennes, in. Even vóór dat massief is de plek waar ik mij nu bevind, in een klein dorpje even voorbij Aquipresse en even voor Riom en morgen ga ik dan verder naar Nimes. Alweer Nimes? Jawel, alweer Nimes, maar de lezers van de vorige berichten zullen vaststellen dat ik steeds een andere route afleg om in Nimes te komen. Niet alleen de wisseling van de natuur, maar ook de wijziging van route maakt dat dit beroep een alleraardigst bezigheid blijft. Deze keer vanmorgen vroeg weggegaan, Antwerpen, Brussel, Charleroi, Reims, Vertus, Troyes, Auxerre en dan via Nevers naar hier, geheel zonder "tol" en ook morgen zal het een tolvrij traject worden door een aardige omgeving. Vanmorgen vroeg bij het vertrek weer een prachtige afnemende halve maan terwijl bij deze open en wolkenloze lucht de temperaruur in de ardennen zelfs even onder nul lag maar vanaf het ochtendgloren ging dat natuurlijk snel omhoog tot 23 graden hier in Riom en de velden met hun net boven de grond komende maisplantjes, aardappelen, haver, gerst en natuurlijk de korenvelden waren verrukkelijk om te aanschouwen met hun ogenstrelende donker- en lichtgroene kleuren terwijl talloze bomen en struiken, wit-, rose- of geelgekleurd, daarbij het geheel een fantastisch uiterlijk gaf en om de harmonie te voltooien bloeien nu ook de paardenbloemen, madeliefjes en nog meer diverse kleine en grote voorjaarsbloemen en het is een waar genot hiertussen rond te kunnen toeren met in de laatste vijftig kilometer op de achtergrond de adembenemende bergen waarop zo hier en daar nog duidelijk witte sneeuwkoppen zijn te zien.
Deze week dus vanwege pasen een erg korte week om alles te rond te breien. Volgens jaar 24 april pasen, later kan bijna niet dan alleen nog 25 april, het uiterste, maar daarvoor zult u, althans volgens mijn berekening, wel tot na 2030 moeten wachten.
Aldus schreef ome Willem.
---
De grens Abeele-Godewaersvelde
Nogmaals de pont de Normandie
Pont de Tancarville
Le Havre, zeehaven
Les Hayons
Nadat ik tussen al die zuinige zeeuwen wakker werd verder gegaan, naar Amsterdam, laden, naar Vaassen, lossen en dan weer in de buurt laden en vervolgens naar huis. Goede vrijdag vandaag, zo genoemd omdat deze dag de dood aan het kruis van Jezus van Nazareth wordt herdacht, Goede, omdat hij daarmee het kwaad door lijden en goed doen heeft overwonnen. Een merkwaardige parallel loopt er dan altijd met het Pesach, waar het Oude Volk al eeuwen en eeuwen herdenkt dat ze door de Eeuwige uit de slavernij uit Egypte werd verlost. Nog merkwaardiger wordt het als daar na die uittocht enkele eeuwen later ene Iasaia schrijft over een persoon die werd verstoten en werd veracht en vervolgens ten dode toe werd geslagen met welker woorden het Oude Volk zich in de duistere oorlogsjaren hebben vereenzelvigd, want toen werd bij hen, net als bij de gekruisigde, ook alles afgenomen en ook daar werden onschuldigen met niets de gaskamers in gedreven. De ironie van alles is nog wel dat doordat de Nazi's zo ongelofelijk veel inspanning, geld en tijd hebben besteed aan de uitroeiing van dit voorname volk hun eigen ondergang hebben bespoedigd en wellicht er helemaal aan te danken hebben.
De duistere machten en machthebbers van dat regime zijn van de aardbodem verdwenen, maar het Oude Volk herleefde in het land waar ze ooit vandaan kwamen.
Morgen is het pasen.
Steeds weer begin van een nieuw era.
Aldus schreef ome Willem.
---
Toen ik vanmorgen de gordijntjes open schoof, keek ik wel een beetje vreemd om mij heen daar alles er, letterlijk, hagelwit uit zag, de straat, het nevengelegen grasveld en de daken van de huizen. Voorzichtig reed ik de glibberige straat uit naar de doorgaande weg en reed richting Neufchatel terwijl het verschrikkelijk begon te hagelen. Daarnaast bleef het maar aardedonker en ik had toch wel op enig daglicht gerekend, maar zelfs toen ik Neufchatel voorbij was en ik in Les Hayons halt hield bij een zeer oude "Les Routiers" om mij te wassen en koffie te drinken was het na zevenen nog steeds donker terwijl regelmatig stevige hagelbuien uit de lucht vielen. Pas toen ik weer verder ging richting Le Havre zag ik een scherpe afscheiding, links voor mij helblauwe lucht en recht voor en achter mij scherp afgetekend een aardzwarte hagelwolk en zo naderde ik tegen achten mijn eerste losadres even voorbij Yvetot, net opzij van Bolbec waar de handel uit mijn oplegger, voor Afrika bestemd, werd gelost en vermoedelijk via een container verder zal worden vervoerd. Na dit adres de richting opgegaan van de Pont de Tancarville en net voor de brug afgeslagen naar de grote Atlantische Oceaan-haven Le Havre, een haven waar nog tientallen kilometers onontgonnen havengebied voorradig is en het is aan de jarenlange slechte bereikbaarheid van deze haven te danken dat zij niet veel groter is dan zij nu is. Pas halverwege de negentiger jaren is men begonnen goede (snel)wegen naar deze haven aan te leggen. Niettegenstaande dat is het geen kleine haven en de ligging is werkelijk schitterend. Nog niet zo heel lang werd nog de pont de Normandie gebouwd wat zorgt voor een geheel nieuwe "sky-line" van Le Havre. Nadat ik de tweede klant bij het juiste adres had achtergelaten rechtsomkeer gemaakt en weer terug, de oude weg naar Bolbec, Yvetot, Yerville, Totes en zo weer naar Les Hayons, waar de bovengemelde Les Routiers zich bevindt, eigenlijk niet veel meer dan een kruising van twee wegen waar vroeger verkeerslichten waren die aan een kabel hingen dewelke tussen twee palen over de weg was gespannen en deze lichten gingen vaak flink heen en weer, vooral als het hard waaide. De lichten zijn verdwenen en daarvoor in de plaats werd een rotonde aangelegd, maar de Routier is er dus nog altijd. Vervolgens sloeg ik na Neufchatel de weg naar Amiens in en passeerde Aumale en Poix de Picardië en kwam daarna aan op de rondweg van Amiens. Amiens, de stad waar de grootste gotische katedraal van Europa staat, de stad waar de natuurkundige Branly rond 1840 werd geboren, de stad ook waar de schrijver waarvan ik zowat alle boeken las, Jules Verne, lange tijd heeft gewoond en er uiteindelijk is gestorven, Amiens, wat komt van a-bient, tussen twee oevers, want het is over de Somme gebouwd, Amiens, voorheen zo mooi en indrukwekkend als je er op af reed, maar nu omringd door foei-lelijke flatgebouwen en aan de noordzijde afschuwelijke grootschalige industrieparken, en dat alles verbonden met een wederom foei-lelijke ringweg waarbij met het heeft gewaagd om de naam Jule Verne te misbruiken voor één van de viaducten die in de rocade liggen. Na Amiens vooruitgesneld naar Arras, de stad die ooit de schakel vormde tussen Frankrijk en de lage landen en nog maar weinigen weten dat deze stad de vlaamse naam Atrecht heeft gedragen en er zelfs rond 1575 een unie van Atrecht werd gesloten, maar vraag me verder niet met en voor wie, want dat is mij thans even ontschoten. Welaan, de rest was gesneden koek, de grote weg naar Lille, na de grens even een heerlijk knoflookbroodje gehaald op Marke en daarna zo kort mogelijk naar Nederland gereden en zo ben ik vanavond uitgekomen op een eiland wat eigenlijk geen eiland meer is omdat het door de loop der tijd een vaste verbinding heeft gekregen en Zuid Beveland heet, terwijl de stad waar ik mij bevind Goes is, dus daaruit volgt dat de meerderheid van de mensen om mij heen wellicht uit zuinige zeeuwen bestaat. Kom, het is weer mooi geweest. Tot later.
Aldus schreef ome Willem. ---
Een stevige hagelbui opgezweept door een westerstorm slaat de hagelstenen tegen mijn linkerzijraam terwijl de temperatuur naar de nul graden zakt en ook zie ik dat de hagel op de grond blijft liggen. Verder is het doodstil in dit oord, hier, aan het riviertje de Bresle waar ik op een verlaten plek en onder een eenzame straatlantaarn sta waardoor ik, net als Sidonia, enige overeenkomst voel tussen die straatlantaarn en mij, beiden eenzaam. Vanmorgen vertrok ik om half acht vanuit even voorbij Breda om voor de aardigheid eens te ervaren wat het is om in zo'n ochtendspits in de file mee te rijden en op die manier Amsterdam te bereiken wat een niet al te vreugdevolle ervaring was, dus daarna maar snel lading op de thuisbasis geladen en rechts omkeer gemaakt om in Moergestel nog een deellading op te halen wat allemaal redelijk voorspoedig verging en zodoende reed ik daarna heerlijk over Goirle, Poppel en Ravels over een fraaie weg naar Turnhout waar ik voor een slordige honderd kilometer de saaie snelweg nam om via Antwerpen naar Kortrijk te snorren. Deze keer is Le Havre het einddoel met een tussenstop in Bolbec, een kwartiertje er voor en om het immer voortrazende en veel te drukke snelwegverkeer te ontwijken sloeg ik bij Kortrijk naar het westen af en reed een kwartiertje later tussen Ieper en Langemark door waar al weer bijna honderd jaar geleden door de duitsers de eerste gifgasaanval werd ingezet en hier duizenden doden vielen. Het lijkt misschien lang geleden, aan de andere kant nog geen honderd jaar en er zijn nog ooggetuigen in leven. Ieper, waar ook het moderne gebouwencomplex staat in vorm van een oor waar allerlei computergerelateerde geluidsexperimenten worden uitgevoerd die dan met groot succes wereldwijd worden toegepast. Na Ieper via Poperinge de grens Abeele-Godewaersvelde Frankrijk binnen gekomen waarna je al snel in Steenvoorde komt en dan verder naar Hazebroeck en vlak voordat je de Lys over gaat passeer je nog Haverskerque, het laatste nog wat vlaams klinkende dorpje en daarna begint echt Frankrijk want hier begint de Artois en na Lillers kom je al snel in de Ternoise, en zo reed ik door Saint Pol en ging via Hesdin op weg naar Abbeville, stak daar de Somme over en hier, in dit stille dorpje, waren mijn uren op. Een groot deel van de dag geweldig genoten van de harde wind, soms vergezeld met grote overkomende en rijk gevulde regenwolken waardoor met name de treurwilgen, maar ook ander jong groen, getest werden op de houdbaarheid en zo te zien hielden de takken het jonge, door de wind geplaagde blaadjes, goed vast. Maar of het jonge blad of de jonge knoppen de hagel die nu valt zonder schade overleven is nu maar de vraag.
Graag zou ik er even op uit trekken en hier rond te kijken, maar met deze guurheid zie ik daar even van af. Trouwens: even na de middag was ik voor Turnhout al een ogenblik gestopt om wat te eten, dus neem ik nu genoegen met een paar lekkere appeltjes terwijl ook de laatste sinaasappel er aan gaat. Het is bijna bedtijd en ik trek de gordijnen dicht terwijl ik nog even een blik naar buiten werp. Het hagelt niet meer en de storm is gaan liggen. En dat laatste ga ik ook doen.
Aldus schreef ome Willem.
---
Nou, dat was mazzel hebben vanmorgen, mazzel, dat ik zo ver was doorgereden zoals ik gisteren had geschreven, want vanmorgen vroeg was er net achter mij een vreselijk ongeluk gebeurt. Een bijzonder transport geladen met tachtig (!!) ton kantelde net na Couvin en de lading viel boven op een passerende vrachtwagen met alle gevolgen van dien. Daarbij vernam ik later dat er vooralsnog geen doden bij waren gevallen maar wel dat de weg helemaal was afgesloten. Welaan, zo reed ik op mijn manier naar Parijs, reed het vliegveld Charles de Gaulle, vernoemd naar een roemruchte president van Frankrijk uit de jaren zestig die daarvoor generaal was ten tijde van de tweede wereldoorlog, aan de noordzijde voorbij en kwam zo bij mijn eerste client in Saint Witz, ging naar de tweede in het nabij gelegen Marly la Ville en vertrok vervolgens naar de derde en laatste klant en daarvoor reed ik een stukje over de autoroute en daar zag ik hem weer staan, net voorbij het vliegveld aan de linkerkant van de grote weg, de cederboom, de cederboom die ik al ken vanaf voorjaar 1969, want toen stond ik daar te liften. De cederboom waar hoogstwaarschijnlijk moleculen bevat die voorheen in mijn lichaam zaten omdat ik tijdens het wachten op een lift zo nodig moest, de cederboom, waarop de woorden van toepassing zijn: "mensen gaan voorbij, maar bomen blijven staan". Alles veranderde hier, destijds nog geen enkele waarneming van een vliegveld, er kwam af en toe een auto voorbij en de snelweg was nog helemaal niet af, maar de cederboom stond er, weliswaar een stuk kleiner, al, stond er in de jaren tachtig, negentig, vorig jaar en ook vandaag.
Eerbiedig groette ik de standvastige cederboom en bleef hem nog lang na kijken totdat hij uit mijn linkerspiegel verdween. Zo kwam ik na de middag bij de laatste klant aan, bracht er de pakjes en keerde weerom, weer terug over Soissons, de stad waar tweehonderd jaar geleden een boom stond die in de wijde omtrek bekend werd vanwege zijn hypnotische krachten en waar mensen behept met allerlei kwalen op af kwamen en door de hypnotische geneeskracht van de boom werden genezen. Na Soissons weer naar Laon, Hirson en toen weer de weg naar België waar de weg ten gevolge van het ongeval nog steeds was afgesloten. Het voorjaar is trouwens ook goed begonnen want de bermen zijn op sommige stukken bezaaid met bloemen en jong groen, vooral de Salix Alba Tristis met de nederlandse naam treurwilg staan er schitterend bij en ook de akkers strelen de ogen met hun zachte groen. Inmiddels ben ik weer terug in Nederland en heb net een klein hapje gegeten. Ik geef me nu over tot het lezen van een boek en daarna ga ik maar weer eens lekker slapen.
Aldus schreef ome Willem.
---
Grote regendruppels tikken op het cabinedak van mijn groene Daf en het is laat geworden vandaag, nadat ik vanmorgen vroeg van mijn huis naar Amsterdam reed, daar ging lossen en vervolgens, voordat ik naar hier vertrok, twee zendingen naar Almere, één naar Zeewolde en twee in Nijkerk in de kar zette en weg bracht, terugkeerde naar Amsterdam na ondermeer ook in Ankeveen nog wat te hebben opgehaald. Het was inmiddels al over zessen toen ik weer met een verse lading uit Amsterdam vertrok en daarmee richting Parijs ging, dus Antwerpen, Brussel, Charleroi, Belmont om ten slotte even voor Hirson op de frans-belgische grens vlak bij het circuit Mommignies te parkeren. Het is verder donker hier en vooral rustig. Nog twee andere trucks staan hier met slapende collega's in de kabine terwijl de plaatselijke horecameneer het ook al lang voor gezien hield. Morgen om zeven uur zal hij er naar verwachting wel zijn en dan ga ik zwarte koffie bij hem halen.
Aldus schreef ome Willem.
---
Sommige bergen worden afgegraven. Maar dit is een hoge berg ontstaan door een enorme hoeveelheid grond gekomen uit de gangen van de mijnen
De DAF met aardige achtergrond.
Typisch italiaanse gebouwen, hier in de buurt van Brescia.
Prachtig gemengde voorjaarsbloesem.
Hier kan men wellicht waarnemen dat er een storm met wolken door de smalle rotskloof bij Martigny wordt geperst.