Inmiddels is de tijd in de meimaand aangekomen, de meimaand van 2026….
Ligt het aan mij?
Alles lijkt te verstommen; er lijkt een onzichtbare duistere deken op de
wijde omgeving te liggen; ben ik dan de enige die het ziet?
Een tijd lang straffe noorderwind; ongewoon, maar ’t lijkt jaarlijks
terug te keren terwijl mijn medemens hopeloos in de war door de straten doolt.
Ze weten het zelf niet.
Alleen de vogels; de duiven koeren, de mezen zingen er op
los. En alleen aan de vogels is nog te
horen hoe het nu toen was. Of beter, hoe
het toen, ver van het laatste nu, ooit is geweest.
Een siddering gaat door mij heen als ik in de nabije
omgeving fiets. Wat toch, ja wát is er dan anders terwijl alles hetzelfde
is. Is het schijn? Ik mijmer verder;
mijn laatste reis met de grote Daf ligt geen maanden, maar reeds jaren achter me. Misschien daarom. Herinneringen geven voeding aan de
mijmeringen. Kijk! Daar! Een paar, drie, wegreuzen verschijnen
op de linker weghelft en komen op mij af. Twee oude namen, één onbekende. Wellicht is dat het wel.
Maar toch. De tijd laat zich niet vangen; een ferme
kanteling heeft plaats gevonden en er breken andere, vreemde, ja, misschien
zelfs monsterlijke, tijden aan.
Twee werelden lijken steeds verder uiteen te gaan. De
mijmering blijft.