Nog aan de vooravond van het referendum bekeek ik de neringdoende in koshere levensmiddelen die ijverig elk schroefje uit zijn snijmachine verwijderde, goed schoonmaakte om ze er vervolgens weer in te draaien. Veertien dagen voordat de cederavond begint werd de winkel Pascha-kosher gemaakt; elke eventuele rest van gist. verwijderd zodat de etenswaren die vanaf dat moment worden aangeboden absoluut zonder gisten zijn en het eeuwenoude feest naar evenzovele eeuwenoude gebruiken, gewoonten en voorschriften gevierd kan worden; veertien dagen lang kan men dan gistvrije producten kopen die geschikt zijn om tijdens de week van het feest in huis te hebben.
Oh, ja, in die week werd er ook geschaakt. Diverse partijen zelfs vanwege een zogenaamd rapidtoernooi te Leusden waar in aan meedeed: vijf partijen op één avond waarvan ik er vier won en eentje verloor; kortom, flink oefenen met het brein wat volgens mijn oudste vriend hét middel tegen vergeetachtigheid op latere leeftheid is en hijzelf is daar tot op heden een levend bewijs van; nog steeds citeerd hij lang vervlogen gedichten en herinnert zich decenniaoude anekdoten.
Maar de week, dié week, ging voorbij en terwijl het morgenlicht langzaam naakte en de sterren deed verbleken rolde ik reeds over het vlakke asfalt; via Luik, Bitburg en Pirmasens kwam ik te Würt am Rhein aan waar ik, omdat ik er niet -vandaag- kon lossen, de fiets nam om een tijdje langs de Rijnoever te trappen.
Mooi weer; losbarstend lenteweer, ontspruitend groen en onderweg dronk ik een sprudelwasser met een schijfje citroen, gebracht door een kleine ober die een Italiaan uit Sicilië bleek te zijn; even tesamen, in slechts een paar woorden, een verre blik; alsof we de Etna hoorden rommelen. Toen fietste ik weer verder, juist op het moment dat de kerkklok ging beieren met hetzelfde geluid dat ik als kind hoorde in het kleine Friese dorpje van mijn Pake en Beppe; één enkel moment sloot ik de ogen, proefde, voelde en rook dezelfde sfeer en geuren en tegelijkertijd stelde ik mij de vraag die aansloot bij het bericht dat ik nog net op de radio kon horen voordat ik vanmorgen Nederland uitreed; "was Maarten antisemiet"?
Maarten, Maarten Luther scheef op zijn oude dag een geschrift dat als titel meekreeg "Over de Joden en hun leugens" en hoe hij ertoe kwam om een dergelijk verwerpelijk geschift te schrijven behoeft enige uitleg.
Bekend was dat in die toenmalige tijden de burger zuchtte onder een zwaar Rooms, zo u wilt; Romeins religieus juk; er werden nogal wat merkwaardige middelen aangewend die de Roomse klerus verrijkte. Tussen deze Roomse machthebbers bevonden zich ook toen minderheden, waaronder ook Joden en het was maar net waar je je als Jood bevond hoe je werd bejegend; soms gedoogd, soms minder fraai; zelden uitnodigend.
Rond die tijd kwam de monnik Maarten Luther met nieuwe religieuze inzichten met een zodanige impact dat het oude Roomse rijk op zijn grondvesten begon te schudden; hele streken, met name in Duitsland, keerden zich af van Rome en zijn paus en de lezer begrijpe dat ik slechts een zeer summiere pennenstreek neerzet hetgeen zich in die tijd heeft voorgedaan.
Luther, in al zijn weerbarstige enthousiasme, meende, nu hij de voor hem Roomse leugens had ontmaskerd en hij
en de zijnen het Roomse juk hadden afgeworpen, een bepaalde religieuze minderheid, de Joden, zich in zijn voetspoor zouden begeven. Onmiskenbaar; er zijn Joden geweest die Luther hebben na-gevolgd en voor diegenen was zijn geschrift niet bedoelt. Op zich genomen was Maarten niet eens antisemiet pur sang, maar keerde zich louter tegen hun religie. Uiteraard, zeker met de inzichten van nu, uiterst verwerpelijk en het is maar goed dat daar eens flinke afstand van wordt genomen.
Al is er echter iets heel opmerkelijks, iets, wat nog veel meer klemt, ja, kwetsend klemt.
Het mag duidelijk zijn; door zijn stellingname tegen Rome en de Roomsen had hij, naast veel medestanders, ook veel vijanden gekregen. Op de rijksdag te Worms werd hij door de (roomse)keizer vogelvrij verklaard en al zijn geschriften werden systematisch door de Roomsen verworpen.
Slechts één geschrift werd niet, nooit bestreden; nog niet door zijn grootste vijanden; door paus noch keizer; het epistel "over de Joden en hun leugens" en mij dunkt dat zijn toenmalige vijanden er daarom medeschuldig aan werden. Misschien was dat nogwel 't ergste.
De Roomse kerkklok beierde niet meer; de zon zakte gestaag en later, in de stuurhut, knabbelde ik voor 't slapen gaan nog even aan een matze uit een pakje dat ik dinsdag had meegenomen uit de winkel die zo secuur onder handen werd genomen.
Aldus schreef ome Willem.
.