Hoeveel mensen hebben mijn site bekeken?

donderdag 12 september 2013

De bergklank

De streek is prachtig, onbekend en lommerrijk en in dit jaargetijde volop groen; de dalen, de bossen, de soms dikke laanbomen, groen zover de ogen reiken, over de rijen heuvels die ketens vormen en mysteries bergen, geheimenissen van vele eeuwen en wat een voorrecht er zo in enkele uren doorheen te rijden, een reis waar vroeger dagen voor werd uitgetrokken.

Het is tevens de streek waar het volgend jaar honderd jaar geleden is, nog maar honderd jaar toen het hier vergeven was van kwaad, dood en bloed, dat de streek in handen viel van kwade machten die mensen wisten uit te spelen.

Het is de tweede reis deze week en ter afwisseling snorde ik via Maastricht en Luik over de oude jaren-zestig-weg, langs Nandrin naar Marche, en van daaruit naar Champlon en Saint-Hubert, door langdurige regen en zwiepende wind waar ik mijn hart aan op kon halen.

Toch, even, een kwartiertje, net na de klim vanuit Liège kwam de zon door en meteen jaagde haar stralen de temperatuur op naar de 22, om snel daarna overwonnen te worden door de voortrazende wolken waardoor het weer zakte naar de 14, 15 graden.


Zo naderde ik Bouillon en reed niet ver langs het legendarisch graf van de reus bij Ucimont, klom een laatste, pittige helling op alvorens af te dalen in Noord-Franse gewesten; La Chapelle en Sedan, de eerste namen die ik tegenkwam, en toen, toen die weg op naar Vouziers door het adembenemende landschap waarbij je niets meer behoeft te zeggen omdat de klanken van de vergezichten met zijn golvende heuvels zalvend de ziel strelen terwijl soms grillige, dan weer eeuwigwitte wolkenscharen als in de negende van Beethoven de koorzang zingen; dan maakt het niet uit of de zon schijnt of regent.

Voortdurens passeerde ik kerkhoven, sommigen, de Duitse, met zwarte kruizen, anderen weer met witte; honderden, ja duizenden jonge jongens die nauwelijk het leven proefden, nooit trouwden, nimmer oud werden, ze liggen er, bijna honderd jaar en hun bloed roept, schreeuwt schril vanuit de graven als een aanklacht tot hen, tot ons die nog leven!

Dan, later, volgden de enormgolvende vlakten, geoogste vlakten, meest aarden, geploegde aarden velden, de broodschuur van Frankrijk en ik reed maar door, vanaf Chalons stroomopwaarts langs de Marne, nog steeds door wind en regen, soms fors, en zo kwam ik aan in Joinville waar ik van de hoofdroute afweek, door het oude stadje reed op zoek naar parkeerplek.

En ergens, aan de rand van het stadje, vond ik een rustige, vredige plek waar in ongestoord kan slapen. Maar er komen uren, ja dagen, die aanstonds zijn. Tijden van grimmigheid breken aan omdat er opnieuw een plek wordt gegeven aan nieuwe, boze demonen die de vergramde mensen storten in een afschuwelijk absurd, in een bizar ventuur!

Dan zal opnieuw de Marne, die thans zo zacht van vrede ruist, haar klaagzang aanheffen en het geween der bossen afschuwelijk, niet om aan te horen, zijn terwijl de bergen rondom hun klanken staken.

Aldus schreef ome Willem.
---