Hoeveel mensen hebben mijn site bekeken?

donderdag 12 maart 2015

Het brandalarm.

Voort sleept zich 't leven, en 't merkwaardige is dat het zich louter kan voortslepen bij gratie van de dood; ik dacht daar vandaag aan, dat we leven en doorleven door ander leven van het leven te beroven.

Rond half zeven was ik op; aanvangende dageraad en om mij heen verkwikkend vogelgekwetter; nog voor half acht vertrok ik weer uit het ietwat desolate Halle an der Saale, de Saale, een nauwelijks zichtbaar stromend riviertje, hier, in het centrale oostelijke Duitsland waar destijds de toenmalige West-Duitse regering nogal wat poen voor over heeft gehad. Het is één van de vele feiten die er op duiden dat om duistere redenen "men" niet wil dat verdiend geld terugvloeit naar diegenen die er voor hebben gewerkt en wie die "men" uiteindelijk is, is al even duister; ja, 't is de duistere.

Feit is dat reeds het omwisselen van oostmarken in westmarken destijd miljarden gekost heeft en dat vervolgens nog meer miljarden euro's ter verbetering en vernieuwing van huizen, wegen, fabrieken, ja, in van alles en nog wat is gepompt, hier, in dit deel van Duitsland waar nog enkele jaren ná 1990 duizenden Russische soldaten toefden.

Vanaf Halle was 't toch nog twee uur rijden tot aan de volgende cliënt, een kilometer buiten de oude DDR, in Bayern, niet ver van de Tsjechische grens, aan het begin van het Figtelgebergte, twee weken terug nog met sneeuw bedekt en waar alleen de randen aan de akkers en op schaduwrijke plekken het wit nog niet was weggesmolten.

Bij het eten van vlees kunnen we er nog iets bij voorstellen; eigenlijk: daar is 't duidelijk, maar ook ons brood, ons dagelijks brood. 'T klinkt wellicht wat overdreven, maar ook dat leven, het plantaardige leven, moet eerst worden vernietigd wil men overleven; we houden ons leven overeind door een voortdurend doden; zelfs bij het eten van eieren wordt het leven reeds in de kiem gesmoord en misschien zijn slechts melk, boter en kaas de enige etenswaren die wij tot ons nemen zonder te doden.

Wat ik niet wist, werd mij gisteren door een lezer onder de aandacht gebracht; om die Russen uit dat deel van Duitsland waar ik juist was uitgereden te vervangen door militairen van de NAVO heeft het "West"-Duitsland maar liefst, omgerekend, 15.000.000.000 miljard Euro betaald en bij de onderhandelingen waar dit werd afgesproken zat als één van de vertegenwoordigers van de Russen ene meneer Putin. Duidelijk was toen, omwille van die enorme smak met poen, de Russen vervolgens oogluikend zouden toelaten dat de NAVO zich zou uitbreiden tot de landen die destijds het Warchaupact vormden, sterker nog; zelfs die grens nog overgingen en zich settelden in de Baltische staten; overigens, vooral dit laatste, tegen de afspraken in.

Daar, net bezijden Hof, was mijn laatste losadres en het teruglaadadres bevond zich nog wat verder naar 't zuiden en om daar te komen snorde ik door het uitstekende neusje van Tsjechië, langs Františkovy Lázně, het voormalige Fransenbad, en dan dwars door 't leuke stadje Cheb richting Waldsassen en daarna even een stuk verder, tot aan Schwandorf waar ik vijfentwintig paletten drukwerk voor Nederland de kar in kreeg. U fronst de wenkbrauwen? Ik ook! Alsof er in Nederland geen drukkerij') is!

En ja. Toen "Europe", kennelijk wat aangemoedigd door de Amerikanen van overzee zich gingen bemoeien met de Oekraïne werd het de voormalige onderhandelaar wel al te driest; begrijpelijk als je de gevoeligheid van de Russen op dat gebied in acht neemt. En het antwoord op de vraag naar het waarom van Europa om de Oekraïne trachten in te lijven ligt voor de hand: nog meer laag betaalde arbeiders aanboren; want al die vele miljarden die het hele leger van arbeiders bij elkaar hebben gesprokkeld mogen natuurlijk niet naar diezelfde arbeiders terugvloeien: geld is immers opgeslagen arbeid, maar de bank die dat beheert, beheert dat uiterst gierig en slecht.

De zon. Een heerlijke zon was gaan schijnen, de zon die mede-oorzaak is dat al het te doden en te eten leven binnen afzienbare tijd ontspruit op de wijdse velden en terwijl ik door de bossen naar Amberg kachelde keek ik keer op keer naar hoog overvliegende prooizoekende buizerds; 't is in de natuur werkelijkheid geworden; leven ten koste van ander leven.

En het komt allemaal samen; ik dacht er aan tijdens de weg terug, over de zogenoemde "3", de weg Nürnberg Köln, een route waar ik, vooral vroeger, vele keren overkwam; zo ongeveer elke afslag uit het hoofd en in de juiste volgorde weet op te noemen; ik luisterde naar de Tweede van Gustaaf Mahler die voor 't eerst in 1894 in Berlijn te horen is geweest; de symfonie voorbij leven en dood; waar hij de muziek laat eindigen met de trompetten, met het lied vol droefenis met de woorden:

O Röschen rot!

Der Mensch liegt in größter Not!

Der Mensch liegt in größter Pein!

Je lieber möcht ich im Himmel sein!

Da kam ich auf einen breiten Weg;

Da kam ein Engelein und wollt mich abweisen.

Ach nein!

Ich ließ mich nicht abweisen!

Ich bin von Gott und will wieder zu Gott!

Der liebe Gott wird mir ein Lichtchen geben,

Wird leuchten mir bis in das ewig selig Leben!


Dan volgt de piccolo, hoge fluittonen, de vogel, het geluid, de zang van de laatste vogel, en als ook dat geluid stopt, eindigt in 1895 de symfonie; grote stilte volgt: van Totenfeier tot Uhrlicht; Mahler was zijn tijd ver vooruit; de klanken komen uit een tijd als Nietszche zich reeds in de krankzinnigheid gestort had. Een jaar later werd het muziekstuk verlengt met een extra deel: de aufstehung.

'T maakt het plaatje compleet: een wegstervende, laatste vogel; het westen met zijn door Mammon gedreven ontvlammende en arrogante expansiedriften, de apocalyps, de aanstaande wereldbrand, hemelwezens die rondgaan met fiolen vol grim, gram en ontsteltenis: 't wordt een dodenrit! Dan volgt het laatste deel, een jaar later, eveneens in Berlijn opgevoerd en waar Mahler een gedicht van Friedrich Klopstock in verwerkte;

Aufersteh'n, ja aufersteh'n
wirst du, mein Staub, nach kurzer Ruh

Unsterblich Leben wird der dich rief dir geben

Wieder aufzublüh'n wirst du gesät

Der Herr der Ernte geht und sammelt Garben uns ein die starben

O glaube, mein Herz, o glaube!

Es geht dir nichts verloren!

Dein ist, was du gesehnt, dein was du geliebt, was du gestritten

O glaube!

Du wardst nicht umsonst geboren

Hast nicht umsonst gelebt, gelitten

Was entstanden ist, das muß vergehen

Was vergangen ist, auferstehen

Hör auf zu beben!

Bereite dich zu leben!

O Schmerz, du Alldurchdringer!

Dir bin ich entrungen

O Tod, du Allbezwinger!

Nun bist du bezwungen

Mit Flügeln, die ich mir errungen in heissem Liebesstreben werde ich entschweben zum Licht zu dem kein Aug' gedrungen

Mit Flügeln die ich mir errungen werde ich entschweben.

Sterben werd' ich um zu leben!

Aufersteh'n, ja aufersteh'n wirst du, mein Herz in einem Nu!

Was du geschlagen, zu Gott wird es dich tragen!

Duizel bevangt mij, hoor reeds het laatste vogelgeluid; de vooravond van de grote brand; nog is 't geen vier april: wie heeft het nog in de hand?

Aldus schreef ome Willem.

') Wat dat betreft: in Nederland worden folders in 't Frans gedrukt voor Frankrijk; in Frankrijk haalde ik ooit een lading drukwerk op voor Italië. Verbazen doe ik me nergens meer over.


Verzonden door ome Willem