Hoeveel mensen hebben mijn site bekeken?

woensdag 18 maart 2015

De tulewolken

Eerst een aaneengesloten lange keten van eigenaardige bergen; een beetje gelijkend op pilonnen die bij een wegafzetting worden gebruikt, maar dan vele malen groter; een groepje van zeven, acht, tegen elkaar aan geschurkt; dat is wat men te zien krijgt als er van Riom naar het zuidwesten wordt gereisd en waar ik, nadat ik van voor Auxerre vertrok en Nevers en Moulins achter me liet, langs kwam. Geleerden, nou ja; "geleerden" noemen het oude, gestorven vulkanen: 't zal wel, 't lijkt er ook wel op, maar dan moet je toch eerst in deze enorme hoeveelheid vulkanen geloven en juist daar twijfel ik aan; niettegenstaande dat: ze zijn mooi, prachtig en voor het oog geenszins te versmaden.

Hoewel het de dag ervoor gewoon lekker en zonnig weer en ook in de morgen de lucht schoon van wolken was, had het in de nacht nog een weinig gevroren en 't was te zien aan de vaalwitte weilanden, aan hier en daar spookachtige nevel en dan, even voor Riom, naar rechts, eerst een enorme klim naar een dikke achthonderd meter hoogte, een helling waar het Dafje echt flink aan de lading moest sjorren om boven te komen.

Een bijna bizarre snelweg, nog niet zo lang geleden gereed gekomen, viaducten met lage leunigen over duizelingwekkende hoogten; halverwege verliet ik deze weg omdat vanaf Ussel een veel fraaiere weg naast de snelweg loopt en eveneens goed bereidbaar is; maar nog steeds hoog, met fascinerende vergezichten waar zelfs heel in de verte de Puy Mary, het hoogste punt in het Centraal Massief, te zien is en verder een langdurig zicht op melodisch witgeblakerde bergen, liggende ruggen als enorme beren in een snurkende winterslaap.

Zelf snorde ik tussen iets lagere bergen; grijze bomen, allen nog bladloos en boven mij arriveerden steeds meer kleine, blokkerige wolken die uiteindelijk zorgden voor een soort doorzichtige deken; duizenden kleine wolkjes en daartussendoor het hemelblauw met afwisselend schaduw en zonnestralen en toepasselijk reisde ik langs Tulle, de bakermat van de tulestof waar met name bruidskleding van wordt gemaakt, de stad ook waar ik juni 1944 een beruchte SS-commando een waar bloedbad aanrichtte; meer dan honderd mannen werden in het openbaar opgehangen, nog weer anderen werden gedeporteerd naar Dachau vanwaar slechts een handjevol terugkeerden; 't was hetzelfde commando, Dass Reich, geweest dat de afschuwelijke slachting te Oradour sur Glane aanrichtte, Tulle, waar tegenwoordig een fabriek staat dat accordeons vervaardigd; en ik, ik snorde verder, langs Brive, in zuidelijke richting en onder steeds meer tuleachtige wolken.

En zo rolde ik, nadat ik Cahors achter me had gelaten, Caussade binnen, een klein stadje en waar zich een losadres bevond; eentje dat ik ongeveer een jaar geleden ook aandeed. Grappige, enthousiaste mensen die mij met tevredenheid verwelkomden; een halve vracht lossen, met de laadklep, een goed uur werk: de goederen die ik liet zakken werden door drie man een kleine schuur ingeduwd; paletten met zakken potgrond. Alsof er in Frankrijk geen grond te vinden is.

Nadien, het was inmiddels reeds na vijfen, vond ik het wel best en zocht, even buiten Montauban, een rustig plekje voor de nacht op en fietste voor het donker worden nog even in het brave landschap rond; de vlakte van de Garonne en waar, eindelijk, wat voorjaarstekens zichtbaar werden; bloeiende witte en Japanse kers en ik rook de heerlijke droplucht van de geelgebloemde mimosa en zelfs de knoppen van de magnolia stonden op springen en ik kon weer even genieten van een langzaam wegzakkende zon achter een paar wuivende palmen terwijl het tuleachtige wolkenpatroon steeds grotere gaten vertoonde; dat beloofde wel wat voor de volgende dag.

Aldus schreef ome Willem.
Verzonden door ome Willem