Hoeveel mensen hebben mijn site bekeken?

woensdag 11 maart 2015

De gedachte

In gedachten plaats ik haar terug; alsof ze nooit weg geweest was; het is de andere wijze. De eerste manier is oorzaak-gevolg, een denken dat in onze eeuw algemeen is; oorzakelijk, alles heeft zo zijn oorzaak, zoals; het is donker, ik draai een knop om en het licht gaat aan: oorzaak-gevolg en alles, maar dan ook alles wil men op deze wijze verklaart hebben; in kaart brengen.

Maandag werd een Nederlandse rommeldag; de Italiaanse goederen uitlossen. Een deel in Panningen, het andere deel te Zaandam en daar was ik aardig wat uurtjes zoet mee. Jawel, reeds was de helft van de rijtijd opgesnoept toen ik in Amsterdam aankwam en nieuwe goederen in de oplegger deed. Nieuwe goederen voor een nieuwe reis waarmee ik dan ook laat in de middag mee begon; nadat ik eerst nog een kleine reparatie aan de oplegger en de truck zelf liet doen, maar daarna joeg ik het gevaarte over het asfalt, Utrecht en Arnhem voorbij, voort, in oostelijke richting dit keer.

Naast verklaarbaar denken in oorzaak en gevolg, van het gevolg weer oorzaak maken tot een ander gevolg, is daar nog het andere, totaal andere denken, het denken dat bij een iegelijk wat anders oproept, zoals een meer. Zodra u het woord meer leest, roept dat bij iedereen iets anders op; de één zal denken aan een prachtig bergmeer in Oostenrijk, met rondom hoge bergen en aan de oevers frisgroen gras terwijl een ander een uitgestrekt Fries meer achter de ogen heeft en weer en ander een stevige ijslaag van een bevroren meer in hartje winter en het wonderlijke is dat van geen van de lezers ook maar één voorstelling exact hetzelfde is; bij de voorstelling van een meer heeft een ieder zo zijn eigen gedachte, een denken die niet terug te voeren is op oorzaak en gevolg.

Zo ver kwam ik niet eens meer; een klein stukje Duitsland in en daarna zocht ik de rust weer op; een zekere vermoeidheid verhinderde mij verder te snorren en trouwens; de tijd was toch al bijna op. Vroeg in de morgen rolde ik verder, Dortmund voorbij, alweer dat lange, niet al te fraaie stuk naar Kassel op, Kassel, en daarachter Eschwege, dat nog een lange tijd grensplaats is geweest; op landkaarten had het deel daarachter een andere kleur en er was nu eenmaal West- en Oost-Duitsland, een gegeven waarvan mijn generatie veronderstelde dat dit nimmer zou veranderen.

Maar dit keer snorde ik toch weer, na het dorpje Witzenhausen, van de ene landkaartkleur de andere weer in, over een dal en bergrug waar voorheen geen doorkomen aan was; prikkeldraad, landmijnen, schietgrage vopo's, wachttorens, een stalen hek onder hoogspanning, kortom, een krankzinnige toestand die destijds voor semi-normaal werd aangezien en niemand bracht de illusie op dat dit ooit zou gaan veranderen; ik in ieder geval niet waardoor ik bij het overschrijden van de grens tussen Hessen en Saksen-Anhalt nog steeds het gordijn voor me zie; alweer zo'n woord dat bij een ieder weer andere gedachten oproept; het gordijn; het ijzeren, hermetisch gesloten ijzeren gordijn en ik zie ze, de bewakers, de langs de grens rollende tanks en uit het dal klimt de macabere sfeer van toen omhoog en ik denk aan het wonder dat hier geschied is: weg muur, weg grens, weg scheiding van twee totaal tegenovergestelde werelden.

'T kan dus zo veranderen, en terwijl ik in oostelijke richting verder reisde hoorde ik van het bonnetje, het aftreden en het handjeklap tussen justitie en criminelen en het daaropvolgende gebagateliseer van onze Minister-President; 't was maar 'n bonnetje en alleen het bedrag was anders, maar voor mij was 't niet te verteren, want hoe je het ook wendt of keert: een smeergeldovereenkomst van een dikke vier miljoen met een "top"-crimineel maakt, dat je zelf ook niet ontsnapt aan laakbaar gedrag en met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid durf ik de stelling wel aan dat de maandagavond afgetreden staatsecretaris, Fred T., daar ook zelf financieel van mee heeft geprofiteerd; iets in mij zegt dat de afgetreden bewindslieden zelf behoren tot een duister circuit, netjes afgedekt door hun eigen, maatschappelijke politieke positie.

Of ik te ver ga? Welaan; het gedeelte waar ik doorknorde bestaat uit een aantal lange, lange valleien van oost naar west, gescheiden door wat merkwaardig, vreemde, niet al te hoge ruggen die het midden tussen heuvels en bergen houden, en omdat ik een kleine honderd kilometer van noord naar zuid reisde, ontmoette ik diverse van deze dalen, zag ik ze keer op keer vanaf de ruggen waar ik overkwam en reed zo van Saksen-Anhalt naar Thüringen, van Bad-Langensalza naar Hörselgau waar ik rond de middag aankwam en het eerste deel van de goederen lostte.

Te ver? Vermoedelijk niet: Nederland narcostaat, en 't verbaasd me niets dat de politietop door en door gecorrumpeerd is, betrokken is bij hand- en spandiensten tussen criminelen onderling, terwijl het salaris van de echte politie op straat, de "gewone" agent, steeds meer onder druk komt te staan; kennelijk is 't daar zoals tegenwoordig overal; in de zorg, in de logistiek; overal managers die diegenen die de werkelijke arbeid verrichten trachten uit te knijpen; wat voor land is het toch waar agenten de straat op moeten, niet om de orde te handhaven, maar voor een fatsoenlijk salaris!

Dat lossen, overigens, duurde wel even, zodat ik pas laat in de middag verder ging, nu in noodoostelijke richting, langs Erfurt en Sömmerda, langs Eisleben, waar de naar Sint-Maarten genoemde Maarten Luther werd geboren en overleed: Maarten, de eerste die protesteerde tegen de toen ook al bestaande woekerpolissen die als aflaat aan de man werden gebracht, voornamelijk onder aansporing van collega-monnik Johan Tetzel; Maarten, die zoveel religieus rumoer veroorzaakte dat de invloed daarvan nog steeds te merken is in het onderscheid tussen protestanten en katholieken, als een soort West- en Oost-Duitsland, maar dan anders.

Overdrijf ik soms, indien ik schrijf dat de VVD zich heeft ontpopt als een criminele organisatie en dienaangaande bij wet verboden is? Integendeel: indien een motorbende op gelijker wijze met miljoenen zwendelt is het voor hen, en met name de leiding, bingo. Een ministerie van Justitie, dat toch een overdreven onkreukbaarheid behoort uit te stralen, maar onder VVD-gerelateerde bewindslieden belastingvrije miljoenenovereenkomsten met de onderwereld sluit, maakt van de VVD een klip en klare criminele bende waarvan de bendeleider moet worden opgepakt en vervolgd; maar ja, door wie eigenlijk!

In de avond reed ik Halle, Halle an der Saale, binnen, de stad in de vlakte, wellicht gecreëerd vlakte omdat de weinige bergen en heuvels die de omgeving sierden tijdens vooral de DDR-tijd afgegraven werden en in de particuliere kachels werden opgestookt; nog altijd, zeker bij regenweer, ruik ik de ouderwetse oostblokgeur van bruinkool, een geur die allerlei herinneringen aan oostblokse toestanden bij me wakker maakt; van gedrilde orde en een arguskijkende menigte; een tijd toen er een regime in 't zadel zat dat zich democratisch noemde en 't volk monddood knuffelde.

En inmiddels heeft "Europa" ons op gelijker wijze ingepakt en bedot men ons dusdanig dat we niet eens meer in de gaten hebben hoe monddood de democratie ons gemaakt heeft; een om de zoveel tijd stemmen als een ongeloofwaardig bewijs van 't tegendeel; alles, wat we niet willen, dienen we onverkort te slikken; van verkeersdrempel tot euro; ach, wie enigszins na wil denken herkent er alles van; maar ja. Wie, o wie denkt er eigenlijk nog na!

In de schemer fiets ik door Halle, kom langs een bureau van de Duitse Hermandad en even overweeg ik: hier politiek asiel aanvragen? Snel snel ik terug naar de groene stuurhut; asiel aanvragen in de voormalige DDR en opeens komen allerlei gedachten van weleer bij me boven, gedachten die niet te beschrijven zijn en verstoort worden door een langsrazende rode tram. Asiel aanvragen in de oude DDR: Nee!

Gekker moet het toch niet worden.

Aldus schreef ome Willem.


Verzonden door ome Willem