Italië, divers...
Lang geleden, wat heet lang geleden hier, pakweg dertig jaar terug, ik herinner mij een douanestaking: de vrachtwagens stonden tientallen kilometers lang op de strada statele, de doorgaande weg vanaf de Mont Blanctunnel, tijdens het voor-autosnelwegse tijdperk, chaos toen.
Omdat de decarant er nog niet was had ik nog even de tijd, wat rondgekeken in de omgeving, maar rond negenen was het zover, met een nieuw document naar boven, richting Zwitserland, want daar is het document voor, een route die men vroeger zelden reed, vooral vanwege de Zwitserse gewichtsbeperkingen, toen.
En weer sloeg ik de ogen op naar de hoge bergen, het werd, zo vlak voor het einde van deze week, weer zo'n mijmerdag, ik stelde mij de tijd voor dat ze er niet waren, toen ooit niets iets was.
Toen niets iets was, was er reeds mijn vriend, ja, ik heb oude vrienden, maar dit is de oudste, hij was er nog voor het iets, voor de oerknal, zo u wilt, al geloof in niet in oerknallen, maar voor alles vertoefde hij.
Zo reed ik naar boven, het niets werd iets, en wat allemaal, de variatie, geen berg, bloem, steen, wolk of waterval gelijk, hij was er bij toen vanuit het niets het iets, en met het iets alles werd, mijn trouwe vrind, trouwer dan ik ooit kan wezen, hij geeft mij zicht en inzicht, ook vandaag weer.
Zwitserland weer door, op weg naar frankrijk, ik zie en aanschouw, de huizen, de gewoel, het leven, de auto's met de wegen, de scheppingsdrang van mensen, vrijwel tot alles in staat, hoe wonderschoon soms, de kunst, de cultuur.
Wijsheid, mijn metgezel, is vriendelijk en opgetogen, veel leerde ik van hem, hoorde naar zijn stem en zoekt altijd het goede voor mij.
Is het niet mijn vriend Wjjsheid waarmee en waardoor alles is zoals het is, ook de bergen van de jura waar ik overtrok, de Comté, Lotharingen? In de avond kwam ik aan in Luxemburg, vandaag is het de laatste dag voor een drieweekse vakantie, mooie tijd om relaties de verdiepen, ook die met mijn vriend, mijn vriend Wijsheid.
Mijn vriend roept mij, fluistert, en waarschuwt mij, vooral tegen die ander die steeds poogt mijn vriend te wezen; Dwaasheid is zijn naam, ik leen en leende mijn oor al te veel naar hem, de onvriend waardoor er heel wat gaat in deze wereld zoals het niet zou moeten; ik probeer hem weg de duwen, af te schudden, maar telkens dringt hij zich weer op.
Nee, ik moet hem niet, ik ga hem uit de weg en mijn vriend Wijheid vraag ik daarom om raad, een vriend die wel roept, maar zich niet, zoals Dwaas, aan mij opdringt.
Vriend Wijheid, die de nacht gaf waarin ik sliep vannacht, de regen voor de akkers, kom, we gaan weer samen op weg.
Aldus schreef ome Willem.
---
De eerste klant vandaag, Osnago, onder de rook van Milaan, ik was er zo van af en toen de mierenhoop in, de Milanese ochtendspits, dat duurde een uur en daarna even stevig door. Hoog in de lucht grijze sluiers, bedompt weer, zoals zo vaak hier, de zon kwam er nauwelijks door. Rond de middag lossen in Piobesi Torinese, onder de rook van Turijn, en ook daar was ik relatief snel de lading kwijt.
Welke rivier het was, ach, ik weet het niet, had er geen idee van. Opeens ontwaarde ik boten, roeiboten, en ik elke sloep zat iemand, ik meende zelfs enigen te herkennen en terwijl ik nauwkeuriger probeerde te kijken hoorde ik een stem vanuit het water, ik schrok, beefde van schrik, de stem, de stem uit het niets dan water.
Terugladen bij hetzelfde adres als een week terug, weer, eerst door typerende Italiaanse dorpen, Villa-Stallone, Canale, Monté, Isola 'd Asti en nog veel meer, door fraaie akkers door, op zeker moment werd het heuvelachtiger en meteen bevond ik mij weer in de prachtige wijnstreek, kasteeltjes, briljante vila's.
Merkel, D'Hollande, Berlusconi, de stem maakte mij de namen bekend van die, die elk in een sloep gezeren was, ik herkende ze ook en toen ik weer beter keek zag ik op elke roeiboot het euro-teken en allen, allen zaten met de rug naar stroomafwaards, ze schreeuwden, schreeuwden naar elkaar, ik herkende de kraakstem van Angela "roeien, kom, roeien, harder, we roeien ons op weg naar het Eutopia!" Ik knipperde met de ogen.
De handel zat er met een uurtje in, en toen op weg, over de superstrada naar Vercelli, het was heet en de sluierwolken van hedenmorgen hadden zich inmiddels aaneengesloten, er onstond een kortstondig tempeest, een klein beetje regen, op weg naar Aosta.
Ze roeiden, allen, alsof alles er vanaf hing, en ze meenden dat ze vooruit gingen, bij elke slag die ze met de roeiriemen maakten scheen de boot stoomopwaarts te varen, en ten opzichte van de waterspiegel leek het ook zo. Leek ja.
Nadat ik in Aosta was aangekomen de fiets uit het laadruim, ik snorde het dorp in, trachtte wat te herkennen want een slordige 25 jaar geleden wandelde ik hier twee dagen rond, ooit, tijdens twee sneeuwdagen in de winter, ik zocht, maar vond niets wat mijn herinnering deed ontwaken.
"De Euro moet gered", riep Rutte, en "lang leve de euro" riep de Spaanse president en ook alle andere leiders roeiden en roeiden, "we redden het, we gaan vooruit" schalmde weer een ander, het was een heel gekrakeel op het water.
Maar. Toen ik naar de oevers keek en de boten zag, schrok ik hevig, want ondanks hun inspanningen bleek alles nutteloos, de rivier stroomde te snel, ze dreven, in tegenstelling tot wat ze meenden, stroomafwaarts en weer riep de onheilspellende stem, de geheimzinnige: "Het heeft geen zin, vertel ze het niet. Aan steekhoudende argumenten hebben ze geen boodschap. Ze zullen je niet geloven!" en inderdaad, ik schreeuwde over het water dat hun roeien een illusie was, en ook waaróm, maar ze lachten mij meewarig aan.
Onderweg snoof ik de heerlijkste geuren op, en op de terugweg werd het zelfs lekker fris. Ietwat vermoeid dook ik, niet veel later, mijn etui in, al snel sliep ik.
Een donderend geluid vulde mijn oren, de rivier, de brede rivier naderde een enorme waterwal, het water stortte wel honderd meter naar beneden, en alle politici zaten er met de rug naar toe, al roeiend hun ondergang tegemoet, dra is het zover!
Opeens begreep ik, het visioen, de mythe van de vooruitgang waarin politici ons willen doen laten geloven, de kanteling die niemand waarnam, het aanstaande drama: ironisch genoeg gaat Mammon ons de das om doen.
Met een schok werd ik wakker, wilde recht op gaan zitten, maar stootte mijn bol tegen het bovenbed, ik wreef door mijn haren, schudde bedwelmd mijn hoofd, het nachtgezicht speelde mij parten, ik dacht na, nam mij voor er over te zwijgen. Zinloos, er zal toch niemand zijn die mij gelooft.
Aldus schreef ome Willem.
---
Alleen de pijlers van de Vittorio Emanuel-brug over de Adda bleven origineel, ze stammen uit de vierde eeuw, de brugboog zelf is nauwelijks honderd jaar, zo lees ik op een info-bordje, de brug in Olginate waar in naartoe fietste omdat aan de muur van het restaurant waar ik halt hield een oude pentekening hing van de brug die mijn nieuwsgierigheid wekte: hoe zag het er nu uit?
Onvermoeibaar rommelde het diertje door, arglistig de argeloze insecten plots beet te nemen, een groot weiland lag voor hem, voor hem een tafel vol met lekkers, hij glunderde er van.
Precies na zeven dagen bevond ik mij vandaag wederom op de top van de Julier, nu heerlijk warm weer, zelfs op de top werd de 25 graden aangeraakt, in een pauze genoot ik een half uurtje van de zonnewarmte en onderwijl sloeg ik mijn ogen op naar de prachtige bergen, nog vol sneeuwresten.
Volgens Douwe Draaisma is het niet mogelijk achteruit te denken, het bijzondere is dat elk voorval dat in het geheugen ligt opgeslagen altijd in de juiste volgorde is gerangschikt: geen enkele herinnering denkt men achteruit. Nooit.
Na het weiland, waar diverse regenwormen werden buitgemaakt, door het hoge gras het talud op. Aan de horizon het eerste lichtschijnsel, een zachte morgenbries woei door de groene Rijnvallei.
Tevoren, vanaf de enige Zwitserse klant in Regensdorf, langs diverse meren: Zürichersee, Walensee en bij Chur over Parpan en Lenzerheide, waar zich de langste rodelbaan van Europa bevindt, naar de opgang van de Julier, zinderend mooi weer, de velden, vol met, vooral, gele bloemen, daartussen paars, en overal beken, watervallen groot en klein, in Bivio de inwendige mens versterkt.
Boven aan het talud een gazen hek, maar dat hield hem niet tegen, al zoekend volgde hij het hekwek, zo lang mogelijk, totdat hij er door kon, een, naar later bleek, fatale vergissing, maar de teerling werd geworpen.
Natuurlijk, de volgorde van de voorvallen kunnen verwisseld worden, iets, dat eerder gebeurde, kan in het geheugen in een later, foutief, tijdstip worden geplaatst, maar het voorval op zich is altijd vanaf begin tot eind: niemand denkt, tenzij geforceerd, in achteruit rijdende voertuigen, op de manier zoals een film achterstevoren wordt vertoond. Zelfs zo'n achteruit geprojecteerde film zit in het geheugen in juiste volgorde opgeslagen, dus als achteruit draaiende film.
Chagrijnig waren ze vanmorgen bij de declarant, knorrig zelfs, ik leverde de papieren in en fietste er van door, door naar een vroege bakker die heerlijke koffie had en toen de knorrepotten wat ochtendhumeur hadden ingeleverd keerde ik weer, de papieren waren inmiddels gereed en zo snorde ik rond negenen Zwitserland binnen.
Moe als hij was werd hij wat onoplettend, hij zoch een rustplek, zag iets wat hij voor een zwarte akker aanzag, "slenterde" daar, met een volle buik regenwormen en insecten, naar toe, maar toen, plotseling, fel licht, enorme herrie, en voordat hij ook maar iets in de gaten had.....
Het was al geruime tijd licht, ik was al een tijd in een wakkerroes, even na zessen vertrok ik naar de grens, een klein half uurtje nog. Onderweg zag ik aan de rand van de weg een klein puntig bolletje liggen met een klein, dun en langwerpig spoortje vocht, ik ontweek, uit respect, niet zozeer uit vrees voor een lekke band, een egeltje, net tevoren dood gereden.
Aldus schreef ome Willem.
---
Voor de derde keer op rij een rondje Italië, maar saai? Nee hoor! Zeker niet als je de variatie in het oog houdt, zoals vandaag, nu eens over Maastricht en Verviers, de weg op naar Prüm en via de bierstad Bittburg naar Trier, zo kom je er ook.
Men buigt zich het hoofd, de politici, de Nederlandse burger, want hoe toch de crisis, de economische crisis de baas worden? Maar het antwoord is eigenlijk uitermate eenvoudig, al moet het wel gezien worden, worden willen gezien, maar ja, dat willen, dat wil men niet, dat wil men, om onbegrijpelijke redenen, niet.
Via Saarbrücken, Zweibrücken, Bitche en Hagenau kwam ik aan bij de eerste klant vandaag, net even over de Rijn, in Lichtenau en toen die er uit was reed ik naar Strasbourg, aan de noordkant, want daar had ik ook nog een afleveradresje, maar die bleken de deuren al toe te hebben.
Het betrof negen paletten enveloppen, en net op het moment dat ik besloot de floppen één voor één in de bus te doen, kwam er iemand van het bedrijf opdagen die mij vertelde dat na 13.00 uur de zaak gesloten was, maar uit voorzorg pakte hij de handel toch maar aan.
Het is immers totaal improductief wat ze doen, de voetballers, de hoogspringers, de zwemmers, de hardfietsers, maar voor die non-productiviteit strijkt men soms meer dan een vermogen op.
Na die laatste klant vandaag vertrok ik richting grens, het was bloedwarm, hoog ik de lucht ontstonden schijnbaar vanuit het niets diepgrijze wolken, boven de Elzas bliksemstralen, ik reed vanaf Mackolsheim langs de rijn, tot vlak voor Mühlheim waar ik de Rijn overstak. Niet lang daarna bereikte ik Bad Säckingen, het einddoel vandaag.
In de avonduren fietste ik bij 30 graden een 15 kilometer, bewegen is immers gezond, nietwaar?
En nu net hier zit het onderscheid: Bewegen, sporten, zolang het op amateurniveau blijft, maar om nu miljoenen te stoppen in iets wat niets oplevert is economisch onverantwoord en juist daarom ben ik er niet rouwig om dat die te duur betaalde Nederlandse jochies nu reeds thuis zijn. Dat scheelt misschien een beetje.
Indien alle betaalde sport morgen zou ophouden te bestaan, die voetballers gewoon is aan het werk gaan (het zijn nu, min of meer, veredelde steuntrekkers) en ook alle andere beroeps"sporters" afzien van inkomen uit sport, komt er zoveel poen vrij dat de crisis meteen verleden tijd is.
Maar ja. Dat moet je dan wel zien, willen zien.
Maar "we" willen, dwazen dat we zijn, niet.
Aldus schreef ome Willem.
---
Naast twee en drie-zetten kent het schaakspel ook vier, vijf en nog meer zetten, zogenoemde meerzetten en om die op te lossen is vaak diep inzicht vereist.
Vandaag, vanaf de Jura weer eens een kostelijk uitzicht op de besneeuwde koppen, de paradijsherinnering speelde weer op, een vergezicht om ademloos naar te blijven kijken.
Kijken ja, en zien, dat zijn woorden, en woorden zijn er nodig om zien en kijken zichtbaar te maken.
Zo langzamerhand gaat de lente in zomer over, prachtige flora, wegwiekende vogels, vrediggrazend vee dat soms opkeek als ik langssnorde en even voor Beaume les Dames reed ik langs een verzadigde Doubs die buiten de oevers trad.
Een eeuwenoud boek beschreef het reeds, de Thora, woorden als licht vóór ons, Uw woord staat er zelfs, eeuwigheidswoorden dus, die mij het zicht gaven op het altoosdurend Alpenmassief, op de rivieren, op het landschap van de Comté: zien en kijken blijkt zonder woorden onmogelijk.
In de middag schonk ik aandacht aan het Stabat Mater van Rossini, een zwaar, indrukwekkend muziekstuk, op delen kreeg ik geen vat, het gezicht werd mij ontnomen.
Slechts enkelen bevoorrechten krijgen het gezicht, zeker tijdens en onder de partij zelf, zie dan maar eens een mat in vier of vijf NIET over het hoofd en als je het ziet, stokken je eigen woorden, je ziet, ademloos.
De stad Nancy, dat werd mijn eindpunt, althans, vandaag, de lezer leest, woorden, en het fascinerende van woorden is, dat ze onzichtbaar zijn en hetgeen men leest zijn slechts de afschaduwen van het eigenlijke woord, zoals het notenschift op de toonbalk wel de muziek uitdrukt, maar niet de muziek zelf is.
Met de woorden is geschilderd, de wedstrijd, de bergen, alles in de notendop van de avond.
Woorden, het brengt de mens op weg, al het andere in de natuur zwijgt, althans heeft geen woorden meer nodig, het veronderstelt dat het, de natuur, er al is, de bergen er al zijn.
De natuur, de bergen, ze is wat ze is, ze zijn wat ze zijn, wat ze zijn moeten, en daarnaast de mens, met woord en Woord. De mens moet nog worden wat ze is.
Het onzichtbare als lamp.
Aldus schreef ome Willem.
---
Zoals met zoveel steden kent men tegenwoordig doorgaans alleen de stad vanaf een verkeersbord, er werkelijk "in" zijn komt niet vaak voor en is, met een grote truck, in de meeste steden onmogelijk niet toegestaan ook.
In haar hoedanigheid heeft ze nog enkele jaren in opdracht van halfbroer Philips de Tweede over de Nederlanden de scepter gezwaait, zo rond het begin van de tachtigjarige oorlog.
Veel van mijn collega's zijn honderden keren langs Keulen, Milaan en München gereden zonder ooit iets van de stad zelf te zien, trouwens, er is doorgaans ook weinig interesse.
In Italië zijn er heel wat middelgrote steden die ik nooit van binnen zag terwijl ik er vele keren langs zoefde, maar vandaag werd het er eentje minder: ik bezocht voor het eerst de eeuwenoude stad.
Maar eerst de handel gelost, de eerste vlak voor Brescia, de tweede op de weg naar La Spezia, net voor de Ligurische Alpen, maar toen dat er uit was reed ik er naar toe, parkeerde de wegreus aan de rand, sprong op de fiets en pendelde de Via Emilia af, een oude rechte weg die van Piacenza naar Cesena loopt, misschien nog wel verder, en daarbij door elke stad die op die route ligt loopt.
Als tienjarige kwam ze voor het eerst in Italië, maar waar, weet niemand, en later, na haar Nederlandse avontuur, keerde ze weer, maar of ze nu net hier is geweest, lijkt vooralsnog volstrekt onduidelijk. Wat wel duidelijk is dat ze getrouwd is geweest met de kleinzoon van Paus Paules de, ik geloof, derde, jawel, u leest het goed, de kleinzoon van.
Het weer was goed, een stevige zon, en na een goed kwartier fietste ik door het centrum van de stad waar de grote Arthuro Toscanini werd geboren, die is hier dus in ieder geval geweest, en Verdi, Giuseppe Verdi, al werd die op kanonschotsafstand van deze stad geboren, maar Margreet, hier geweest?
De stad is trouwens nog om andere redenen wereldberoemd, en wel om zijn hammen en bijzondere kaas en de nauwkeurige lezer heeft natuurlijk allang in de smiezen dat Parma de stad was waar ik vandaag, voor het eerst, rondfietste. Parmenzaanse kaas blijkt al eeuwen oud te zijn, een geschiedschrijver en dichter uit de twaalfde eeuw noemt het al in zijn decanonen, dus zal reeds ver voor die tijd de kaas er al geweest zijn.
Na een anderhalf uur hield ik het voor gezien, ik had even de sfeer gesnoven, het centrum doorkruist en wat oudheden aanschouwt, ik keerde terug naar het Dafje, onderwijl kwam vanuit de zuidelijke bergen een smalle strook onheilspellende donderwolken aan en toen ik de weg vervolgde, via de "ss-9" richting Alessandria zag ik in de verte diverse venijnige bliksemflitsen.
Voor vieren nog reed ik om Alessandria heen, ook zo'n stad waar ik nimmer "echt" kwam en ging op weg naar Nizza dat midden tussen de wijnheuvels ligt, en vandaar naar Canelli, ook zo'n prachtig mooi dorpje gelegen in het Ligurische voorgebergte, een ongeëvenaard groen gebied, en zeker deze tijd, groen, groen en nog eens, weelderig groen.
Zowaar, ze hadden er zin in, want hoewel ik voor morgen was besteld, kreeg ik de lading meteen al mee en na een uurtje vertrok ik richting Nederland, noordwaarts naar het noorden.
Vanaf Alessandrie is het dan genieten, genieten van de vergezichten, want voor mij zag ik de Alpen, maar dit keer was het wel heel bijzonder.
Zelf kwam ik vanaf wolkenloze streek, de zon zwiepte behoorlijk met de stralen, de zon, nu links van mij, beginnend aan haar daling, het was tenslotte na zessen.
Voor mij, vanachter de Alpen, enkele enorme wolkenlegers, indrukwekkend, een apokalyps gelijk, bovenaardse machten streden met elkaar, daar hoog in de lucht en een deel van hen hing al boven de noordelijke Po-vlakte, hier en daar gaten in het dek waardoor er links van mij enkele stralenbundels waren te zien, ze hadden iets heiligs, het was magnifiek; aan de bomen zag ik dat het behoorlijk aan het waaien was.
Een van de wolkenformaties, grimmig en ongezellig, leek op een enorme boze geest, zwartgallig en dreigend spreidde ze zich uit over de groene vlakte.
Het bord Arona kwam voorbij, ik snorde de eerste bergen in, door de lange tunnels langs het prachtige Lago Maggiore, tot aan Verbania, aldaar hield ik er mee op, het was weer mooi geweest.
Het komt natuurlijk wel meer voor, mensen die een stad als achternaam hebben, maar daar vervolgens, in die stad van hun naam, nooit zijn geweest, niet eens het plan hebben.
En wellicht is dat wel de oorzaak, hoewel ze het niet alleen als achternaam droeg, maar ook als titel, als hertogin, Margaretha van Parma, genoemd naar de stad waar ze, vooralsnog en voor zover ik weet, nimmer kwam.
Aldus schreef ome Willem.
---
Vaak verbleef hij rond het Comomeer, daar waande hij zich veilig, daar zat je immers vlak bij het neutrale Zwitserland, voor als er onverhoopt iets mis ging en sommigen noemden het slim, anderen weer laf.
Bij de eerste klant verlieten twee kleine graafmachines de truck, graafmachines die als kleine dinosaurissen achterop in de oplegger stonden en grommend het voertuig verlieten, maar daarna op weg, door de regen, op weg richting Zürich.
Toen hij eind negentiende eeuw werd geboren, noemde zijn vader hem bewust naar de Mexicaanse vrijheidsstrijder, de strijder die de euvele moed had keizer Maximilliaan de tweede of derde, ik weet het niet precies meer, zonder pardon te fusilleren: het zegt wel iets over het milieu waarin hij vervolgens opgroeide.
Zürich voorbij, langs het gelijknamige meer, en steeds maar die regen, stortregen soms, de weg leek soms een onstuimige beek, bij Lachen had ik mijn laatste Zwitserse cliënt en nog voor tienen zag ik in mijn natte spiegels de klant uit het zicht verdwijnen; ik ging op weg naar Chur.
Het grote verschil tussen de twee wetenschappen, wetenschap en geschiedenis, is, dat geschiedenis het niet herhaalbare bestudeert terwijl wetenschap datgenen bestudeert wat herhaalbaar is, een cruciale vaststelling.
De temperatuur zakte, zakte maar, eerst onder de tien, maar langzaam en zeker ging het naar de acht, zeven, zes, en maar regenen, na Chur, bij Thusis, sloeg ik af, op het informatiebord stond dat de pas open was, maar ik vreesde het ergste.
In Italië zelf geniet hij tot op de dag van vandaag nog een zekere populariteit, juist of onjuist, aanvankelijk deed hij, zo gaat het verhaal, veel goeds voor het land, het land wat na de eerste wereldoorlog in onbeschrijflijke armoede was terecht gekomen, een land waar gebrek was aan alles, waar mensen in kartonnen dozen woonden.
Het is altijd een grote vergissing dat uitmond in drogredenen indien met de geschiedenis wetenschappelijk, ja, op een wetenschappelijke manier, tracht te verklaren en dat geldt zeker voor de geschiedenis van Italië, met name van die van de laatste honder jaar.
Nog ver onder de boomgrens wisselde de regen zich in voor sneeuw, sneeuwval in Juni, en ondanks dat ik voor nogal wat hete vuren stond (al is hete vuren hier niet erg op z'n plaats) begonnen bij mij wel de twijfels over deze reis te rijzen want ik moest nog een heel eind klimmen.
Nee, groot was hij niet, integendeel, en op foto's uit die tijd heeft men het trachten te camoufleren en daarnaast kan hem ook niet direct antisemitisme verweten worden, ook hier, integendeel, want toen Albanië en een deel van Griekenland door Italië werd bezet, vluchtten veel Joden juist naar die gebieden die "Italiaans" waren en waanden zich relatief veilig; De Minister van Financiën was tot circa 1943 één van het Oude Volk.
De parkeerplaats bij Bivio durfde ik al niet meer op, toen begon de eigenlijke klim, de klim boven de boomgrens, alleen een zwart pad slingerde zich door een witte wereld, de schittering van al dat wit deed pijn aan de ogen, inmiddels bleef het maar sneeuwen, flink sneeuwen, ik bromde de berg op, na elke bocht die ik overwon riep ik stilletjes hoera, op het laatst werd ook de weg slecht terwijl ik in alle eenzaamheid voortworstelde, verstandsverbijstering dreigde, bij het bordje 2280 meter kon ik een glimlach niet onderdrukken, in nimmerweer daalde ik af en na enkele kilometers kwam ik stilstaande tegenliggers tegen die de moed hadden opgegeven en die mij vanuit hun zijruit met ongelofelijke ogen nastaarden.
Ook beneden, in Sils, in Majola, lag er sneeuw, was het wel juni? Verder, de pas af, naar beneden, en steeds weer die gutsende bergen, de aanzwellende beken, rivieren in crescendo, pas na de grens, bij Chiavenna, hield de neerslag op, ik was weer in het land met rijke historie en reed langs het dieppe Como-meer, ongeveer halverwege, nog voordat het meer zich "splitst", had ik zicht op het huis waar Benito zich vaak verschool, zoals tijdens de geruchtmakende Mars naar Rome die uiteindelijk heeft geleid dat hij de "macht" ontving van de toenmalige Koning Emanuel de zoveelste.
Rond 1943, of eigenlijk eerder al, had hij er al helemaal geen zin meer in, zijn politieke interesse was tot het nulpunt gedaald, verdween zelfs van het -politieke- toneel, maar onder druk van Nazi-Duitsland stortte hij zich weer op de macht, nam het roer weer, een groot deel droeg hem op handen, ook zijn "maitresse". Clare Pettaci die hem tot op het laatst heeft geadoreerd. Helaas, wellicht uit fatalisme, verloor hij zichzelf, vaardigde rassenwetten uit en de Joden die zich zo veilig waanden... ach, de lezer begrijpt. Uiteindelijk werd ook de Minister van Financiên met vele van zijn volksgenoten op gruwelijke wijze nabij Rome systematisch vermoord.
Op de weg naar Bergamo, binnen negen (rij)uur, ik bleef er staan, er stonden meerdere vrachtwagens, een ristorante, de wereld zit toch vol met merkwaardige tegenstellingen.
Aan het eind van de oorlog, april 1945, werden Mussolini en Clara gefusilleerd en daarna is er met hun lichamen onsmakelijk gesold, maar wie was die man toch, Benito, hoe toch te "taxeren", hij, die de geschiedenis inging als enerzijds de held van dit land, anderzijds als nare, foute fascist.
Ziehier: nu heeft de wetenschap geen oplossing meer, Mussolini was slechts éénmalig, zo ook zijn leven. Niemand kan dat overdoen terwijl de wetenschap zonder antwoord achterblijft.
Boven in de bergen, smeltende sneeuw, ze verdwijnt langzaam in het water, zakt af, het Lago di Como in dat later, onderweg, de Adda vormt, de rivier, ze stroomt en stroomt, verdwijnt in de Po, het water, kabbelend, oostwaarts, totdat ze in de delta bij Chioggia en Porto Viro verdwijnt in de eeuwigzingende zee.
Je kunt er niet omheen, om de geschiedenis, Benito en Italië, voor altijd met elkaar verbonden, of je het nu leuk vind of niet.
Aldus schreef ome Willem.
---
Het begin van deze week is vrijwel een kopie van de vorige reis, het geeft wat tijd om wat weg ter mijmeren, vanmorgen vroeg weg, dezelfde route, met dat verschil, dat er bij Ludwigshafen een vervelende file stond en ik vertraging op liep.
Maar de tijd veranderde, de mens ging op zoek, op zoek naar de oorzaken, de tijd van wetenschap en techniek deed zijn intrede, nagenoeg alles werd verdingt, misschien wel alles, en vervolgens moest alles worden verklaart en opgehelderd.
En tijdens de file kwam verbazing bij mij boven, ik begreep het even niet meer en terwijl ik bij Mutterstadt af sloeg om later via de Franse kant van de Rijn naar Bazel te rijden, (de variatie van deze reis) zocht ik naar een antwoord, een antwoord op hetgeen waarover ik mij verbaasde.
Zeker en vooral, vanaf de eeuw der verlichting, kwam de mens in de greep van een niet te lessen bewijslust: van alles en nogwat moest worden bewezen en liefst nog verbonden met het woordje precies, zoals: ze kunnen nu precies zien dat.... enz enz.; het bewijs al ultieme waarheid, Waarheid wellicht!
Door de vertraging werd het te laat voor Waldshut, dus probeerde ik een wat moeilijk alternatief: Weil am Rhein, maar daar stond nog een flinke rij vrachtverkeer te wachten, dus toen probeerde ik het via Rheinfelden en deze keer had ik wat meer geluk. Na een half uurtje stond ik op het douaneterrein om de papierwinkel te regelen.
Het is er overigens niet mooier of leuker op geworden door al dat gebewijs, want zo werd langzaam maar zeker uit alles het geheim ontfutseld, ontrukt, waardoor het mysterie en de mystiek verdween, alles werd ontgoddelijkt en daardoor verdween de verwondering.
Maar vandaag drong de vraag bij mij op of al die lust tot bewijs niet een nevenvorm van weleer is, of het geloof van toen en het geloof in bewijs, het geloof van nu, niet evident is, het antwoord vond ik in tijdens de file.
Vrijwel iedereen snort er mee in het rond, slechts een enkeling vindt het niet nodig en wordt als zonderling afgedaan, maar het zal niet lang meer duren of er zullen straten verschijnen met de naam Rue de Saint-Tomtom of Sint-Tomtomstraat, want aan de moderne navigatie worden welhaast magische krachten toegekend, want, zo roept men, je kunt "alles precies zien, precies!"
Die verlichting, het blijkt verlichting van een lucifer te zijn, de bewijslust strand, want, tot mijn verbijstering, een veelgehoord argument voor het rijden met een navigatiemiddel is, dat het instrument doorgeeft als er een file staat.
Vanaf de grens reed ik nog een stukje verder, richting Bern waar morgen de eerste klant op mij wacht, maar Bern was net even te ver, zodat ik in Oberbipp de nacht door breng, ondertussen verdermijmerend.
Dat is dan toch mooi aangetoond zo, dat een filemelding van een navigatieinstrument eigenlijk een soort contreadictio in terminus is, want je mag toch aannemen dat men wat doet met die informatie, dat men via een andere weg zijn doel zoekt teneinde de file te vermijden, en dat alle navi-rijders dat doen waardoor de file oplost, ja, uiteindelijk, dat de file geen kans krijgt te ontstaan.
Maar gezien het feit dat ook deze keer alle Navi-rijders gewoon in de ellenlange file stonden, geeft ondubbelzinnig aan de ondanks alle bewijslust er niets nieuws onder de zon is, want ook bewijs, alle bewijs, is aan geloven onderhevig.
En nog wel een ijdel geloof.
Aldus schreef ome Willem.
---