Het was de dag dat ik de houten oude trappen opliep van het eveneens oude pakhuis aan het einde van De Wittestraat, de nummers 184 tot 190, en samenkomend met de Jacob Catskade; over deze laatste kade moesten de grote vrachtwagens rijden om bij het pakhuis te komen.
Je kon daanar nog net draaien….
Het zal rond 1975 geweest zijn, precies weet ik het niet meer, maar bovengekomen trad ik een grote ruimte binnen wat op een kantoorruimte leek; links daarvan een glazen want met deur en daar zag ik hem voor het eerst en hij deed mij in de verte wat aan de man uit Gorki, Vladimir Lenin, denken. Of wellicht één of andere Russische schrijver.
Het was Leo, net even in de veertig die met zijn oudere broer Hans het transport- en veembedrijf, welks kantoor ik zojuist was binnengetreden, bestierden.
Na een kort gesprek kwam ik er in dienst; tot januari 1979 waarna ik voor een lange tijd mijn eigen weg ging.
Het zal rond 1993 geweest zijn toen meneer Leo -zo noemden we, ter onderscheiding van meneer Hans, hem- met pensioen ging en daarbij naar Frankrijk vertrok en onder de rook van Lyon ging wonen, samen met zijn vrouw Dondy en zoon Mark.
Kort daarna keerde ik weer. Wéér liep ik de nu nóg oudere houten trap weer op. En was aan het interieur weinig veranderd en onder de bezielende leiding van de zoon van meneer Hans begon ik er vanaf 1994 het laatste deel van mijn reizende carrière en in die tijd zocht ik onderweg één of twee keer per jaar meneer Leo, de oude baas en inmiddels ome Leo, op.
En al die jaren bleef hij het uiterlijk houden van een Russisch schrijver of groot Russisch filosoof, overigens altijd zonder baard.
De laatste keer was eind vorig jaar, oktober 2025 en ik kreeg nog wat verse walnoten uit eigen tuin mee.
De laatste paar jaar woonde hij in een klein dorpje niet ver van Nantua.
Niet lang geleden ontving ik de mare, het bericht dat ome Leo niet meer onder ons is.
Via een bekende ontving ik "zijn" kaart, zijn bericht van afscheid van dit leven.
Als een herinnering.
Als een bijna vervlogen herinnering aan de lange houten stoffige trappen van het te grote kantoor en de doordringende vriendelijke blik van meneer Leo.
Aldus schreef ome Willem
