| Over de Bodensee |
| Over de Resia... |
| Dolomieten bij Cortina |
| Po-Adige-Brenta-delta |
| Monding van de Brenta |
| Chioggia |
| Lago Idro |
| Bij Rudi, waar ik vele keren eerder was..... |
| De Brenner wordt verbreed... |
| Europabrug van onder gezien, Brennero |
| Nabij Bitche |
Wat ik zoal onderweg meemaak en waar ik aan denk
Over enkele uren, bij het ondergaan van de zon, begint de Yom Kippoer, ofwel De Grote Verzoendag in het inmiddels nieuwe jaar 5787.
Een stukje
door de Elzas, Frans, wat ooit Duits was en varen over de Bodensee. Daarna via Oostenrijk naar Süd-Tirol, ooit
Oostenrijk geweest en door een Duitse snorremans aan Italië geschonken.
Gedwaald
door de delta van de Brenta, Adige en de Po, onder meer het schiereiland
Albarella, privébezit van één of andere staalgigant, bezocht.
Het stadje Chioggia, een miniatuur van Venetië, alsmede Venetië zelf bezocht
terwijl mijn fietskilometer de 30.000 getrapte kilometers passeerde….
| 30.000, driekwart de wereld rond....als ze rond is dan... |
Teruggekeerd,
langs het Gardemeer en Lago Idro waar een voortreffelijk comestibleszaak zit,
Da Paolo met, onder meer, Gems- en Ree-hammetjes.
Nog een nacht,
één nacht, geslapen in het dorpje waar Ефим Боголюбов, Efim, begraven ligt,
Efim Bogoljubov, overleden juist één maand nadat ik ter wereld kwam.
En tussen
stijgende benzineprijzen toch uiteindelijk weet thuis gekomen, ruim 3000
kilometers rijker.
Bijzondere tijden, wat staat ons de komende tijd te wachten?
Aldus schreef ome Willem.
| Vanaf Chioggia met de boot naar Pellestrina |
| Achter ons het stadje Chioggia, een soort mini-Venetië |
| Een eilandje in de lagune |
| Oversteek eilanden Pellestrina - Lido |
| Verder noordwaarts, ca 14 km over Lido, en dan met de watertaxi maar de eeuwenoude stad. De fiets parkeerden we in het haventje van Lido.... |
| Nog steeds gondelen..... |
| Piazza San Marco |
| Muziek bij de cappuccino.... |
| Terug met de boor, en verder met de fiets.... |
| Chioggia komt in zicht..... |
Het was
voorjaar, misschien zelfs al een beetje zomer en hoe ik er aan kwam weet ik
niet meer, zo’n overdikke zaterdageditie van De Telegraaf van ruim 120 pagina’s.
Jazeker, goed geraden, in de tijd dat er nog marken, franken, peseta’s drachme’s
en lires in de Europese omloop waren; in de voorsmartfoonse tijd en ik zal hem
gekocht hebben voor een prijs van tussen de 4.000 en 5.000 lires in de tijd dat
er voor 1.000 van deze lires één gulden zestig moest worden neergeteld.
Reeds was ik
uit de watertaxi vanuit Punte Sabbioni gestapt en wandelde door de stad waar in
1883 Richard Wagner overleed naar het plein, het enige plein van de stad; het Piazza
San Marco met een enorm terras vol met witbeklede tafeltjes waarop, op dat
moment, werkelijk niemand aanwezig was, liep naar het midden en nam er plaats
om in het morgenuur -het was omstreeks negen uur- de door mij meegetorste krant
te gaan lezen en vanuit een ooghoek zag ik reeds een in smetteloos wit kostuum
een ober aansnellen; ik bestelde een cola en stelde mij voor dat hier
regelmatig Cosima te vinden moest zijn geweest die hier thee of een koffie had
gedronken; eerst met, later zonder Richard.
Het duurde
niet lang of de ober keerde, nadat hij na mijn bestelling wegliep, terug met op
zijn opgeheven rechterhand een dienblad met daarop een vuurrood blikje Coca-cola,
zonder glas of rietje, zette het op het witgedekte tafeltje neer en
presenteerde de rekening, tienduizend lires, omgerekend 16 guldens en deze, wederom
omgerekend, een goede 8 euro: 1991, het bonnetje heb ik niet meer….
Uit één van
de vele koffiehuizen klonken semi-klassieke klanken voortgebracht door een
klein orkestje van een man of zes, ervoor een terrasje met tafels voorzien van crèmekleurige
lakentjes en we besloten er een kopje cappuccino te drinken.
Na enkele minuten bracht cameriere Erik gekleed in een kostuum van dezelfde kleur als de tafelkleedjes de twee bestelde drankjes, vergezeld met een bonnetje, zijnde het afrekenbedrag.
32 euro,
totaal, het zou destijds 40.000 lires geweest zijn en we kwamen tot de
conclusie dat er tussen 1991 en 2026 een verdubbeling van de consumptieprijs
had plaatsgevonden
Tijdens het
nuttigen van de cappuccino en luisteren naar de muziek stelden we diverse van
de ons bekende mensen op de hoogte van de cappuccinoprijs op het onderhavige
plein; één van onze dochters reageerde met de vraag of er soms gouden suiker
bij zat. Hoewel de kleur van de rietsuiker goud was, moesten we haar
teleurstellen en we gaven als antwoord dat er zelfs geen zilver lepeltje bij
zat; wél 2.91 belasting.
En dat de
kelner Erik was wisten we omdat dat op het bonnetje stond. Dát weer wel.
Aldus schreef
ome Willem
Alarm overal. De waterstand van de Rijn… Nog nooit zo laag gestaan.
Nog nooit? Dat is
maar de vraag…. Ook in 1955 was de Rijn nauwelijks nog bevaarbaar https://youtu.be/BRa3W_Hhhes?si=QbU5BmBMikDJibFz
en in 1949 was het welhaast nog erger.
In het najaar van 1949 stroomde er bij Lobith nog maar 620 kubieke
meter water per seconde langs, een historisch laagterecord.
Enkele schepen lagen al vast op de stenen bedding.
Overigens was de impact natuurlijk veel minder als in onze
tijd; economisch gezien was het vervoer per schip destijds een fractie van en
in 2026. En de lage waterstanden waren ook van later datum; oktober november…
Desalniettemin: Wie zorgt er voor de droogte danwel voor de
regen?
Ja, Wie? Maar juist
die vraag wordt niet meer gesteld. Alles, maar dan ook alles moet maakbaar
zijn, maakbaar en geregeld door ons, wij, mensen.
De hooghartige mens die maar aan klimaatknoppen wenst de
draaien, zelfs als de rijn zich haar water onthoudt. De dwaze mensen die in
staat zijn miljarden uit te geven voor onmeetbare en onzichtbare klimaatdoelen,
bedacht door computers en in modellen aangereikt waarop controle onhaalbaar, ja
zelfs onwenselijk is.
Geld wordt verslonden voor hetgeen geen brood is.
Donkere wolken pakken zich samen, maar drijven regenloos
over. Een steeds drogere Rijn en augustus is nog geen tien dagen oud.
En ondanks dat; de weiden zijn groen, de flora wentelt zich
in weelde en paarse, gele en witte bloemen sieren de tuinen. De kersenoogst is
voorbij en elders zijn er nog volop verse aardbeien.
Niettegenstaande de lager Rijn.
Aldus schreef ome Willem.
Inmiddels is de tijd in de meimaand aangekomen, de meimaand van 2026….
Ligt het aan mij?
Alles lijkt te verstommen; er lijkt een onzichtbare duistere deken op de
wijde omgeving te liggen; ben ik dan de enige die het ziet?
Een tijd lang straffe noorderwind; ongewoon, maar ’t lijkt jaarlijks
terug te keren terwijl mijn medemens hopeloos in de war door de straten doolt.
Ze weten het zelf niet.
Alleen de vogels; de duiven koeren, de mezen zingen er op
los. En alleen aan de vogels is nog te
horen hoe het nu toen was. Of beter, hoe
het toen, ver van het laatste nu, ooit is geweest.
Een siddering gaat door mij heen als ik in de nabije
omgeving fiets. Wat toch, ja wát is er dan anders terwijl alles hetzelfde
is. Is het schijn? Ik mijmer verder;
mijn laatste reis met de grote Daf ligt geen maanden, maar reeds jaren achter me. Misschien daarom. Herinneringen geven voeding aan de
mijmeringen. Kijk! Daar! Een paar, drie, wegreuzen verschijnen
op de linker weghelft en komen op mij af. Twee oude namen, één onbekende. Wellicht is dat het wel.
Maar toch. De tijd laat zich niet vangen; een ferme
kanteling heeft plaats gevonden en er breken andere, vreemde, ja, misschien
zelfs monsterlijke, tijden aan.
Twee werelden lijken steeds verder uiteen te gaan. De
mijmering blijft.
| Eerst de bloesem, nog voor de bomen groenen |
| De beverboom... Magnolia |
| Dan, als snel, paardenbloemen, velden vol! |
| ...het eerste vee buiten.... |
| ...al snel worden de paardenbloemen pluizenbolletjes... |
| ...en onderweg zag ik een schitterend gehoord schaap... |
| ..langs stille wateren.... |
| ...dan... Nieuw geel, boterbloemen... |