Hoeveel mensen hebben mijn site bekeken?

zondag 10 juni 2012

Barolostreek.

De wijnvelden van de Barolo. En laden in Monforte d'Alba

Maloja.

Van onderaf gezien.

Deze week in beeld.

Julierpas

Indruk afgelopen week.

De afdaling van e Maloja. Castenedolo, waar ik even doorheen fietste. Chur, vanuit de hoogte. Comomeer. Gezicht op Moncalvo, bij Asti. Paradijselijk Sils in de Engadin. Wijn laden in de buurt van Udine.

Wellingtons Sieg op de Julierpas

Nog maar eens, het blijft immers mooi. Over de Julierpas naar de Engadin en ik luister naar Wellingtons Sieg van Beethoven

vrijdag 8 juni 2012

Het dieptemeer.

Nee, gisteren liep het niet erg lekker, zeker niet, en de oplettende (mee)lezer zal zich wel hebben afgevraagd wat ik helemaal boven Udine te zoeken had.

Het was gisteren bij het laadadres in Oppeano ook al kommer en kwel, want toen ik mij met de laadgegevens meldde, bleek de vracht op vrijdag te staan: niets bleek "klaar" te staan, zodat ik ook naar dit adres, min of meer, vergeefs had gereden, de tweede deze week.

Dat zij zo: dingen die gebeuren, een weinig frustrerend, soms is het net moderne kunst, maar goed, er stond nog een klein vrachtje gereed even boven Udine, een dikke drie uur rijden van Oppeano dat net onder Verona ligt.

Dus ik op pad, langs Venetië, de stad waar Mario Girotti het levenslicht zag, (Mario G., beter bekend als Terrence Hill) en daarna nog een flink eind karren en nog net voor de middag kwam ik aan bij het laadadres, en jawel, dit keer kréég ik werkelijk lading! Het was hetzelfde dorpje waar ik koffie dronk, u weet wel, met die merkwaardige foto aan de muur.

Inmiddels was er paniek uitgebroken, grote paniek, met name en vooral vanuit Oppeano en bang als ze waren dat de vracht niet zou worden opgehaald werd het thuisfront in Nederland letterlijk platgebeld of "de chauffeur" alstublieft nog terug wilde komen.

Zodoende vertrok ik weer, want de firma geeft service, vanuit Udine, naar Verona, weer ruim drie uur snorren en inmiddels was de paniek al zo groot dat ze zelfs genegen waren na sluitingstijd nu op mij te wachten: rond zes uur reed ik weg, eindelijk, en ook nog met de vracht.

Al dit gemier had wel weer gevolgen, gevolgen voor mij, direct, want al dat rondsnorren over de Po-vlakte heeft enorm veel rij-tijd gekost waardoor ik gisteravond niet verder kwam dan Brescia, niet ver van de plek waar ik een dag tevoren de nacht door bracht.

Maar ach, als professional werp je dat soort dingen zo ver als mogelijk van je af, begrip is immers toch ver te zoeken en een goed middel is gewoon even wat anders gaan doen. In de avonduren er met de fiets op uit, kwam door een dorpje Castenédolo en rondom de eeuwenoude karakteristieke basiliek vlogen honderden zwaluwen af en aan vanuit de kleine nissen, jagend op de miljoenen muggen: er tegenover at ik een ijsje, italiaans uiteraard.

Het weer was bewolkt, de zon trachtte zich de hele dag door het dek heen te prangen, tevergeefs, en langzaam werd het ook broeierig en ik verwachtte toch wel onweder dat echter uit bleef en zo verliep de donderdag, gelukkig met aan het slot een goede spaghetti alio olio, te laat ging ik slapen, ik kwam immers een collega tegen die ik ruim twintig jaar niet had gesproken.

Te laat, ja, want om de file te Milaan voor te zijn, vertrok ik na een zwoele, warme nacht even na vieren; Milaan liet ik voor zessen achter me en ik zette koets naar de Alpen.

Vanaf Arona niet alleen de bergen, maar ook de wolken in, na Domodóssola begon ook de regen en met hondenweer de Simplon op, de temperatuur werd gehalveerd, overal gutste het water in vallen langs de bergwanden naar beneê, soms in lange, dunne slierten, anderen weer in onstuimig brede stromen; boven de boomgrens nog grote witte sneeuwvlekken en met mist en nattigheid het dal van Wallis door.

In de middag gleden vanaf grote hoogte mijn ogen langdurig over het Lac Léman, het "Meer van Genève", ruim vijftig jaar geleden zag ik het voor het eerst, ik stelde mij, al mijmerend, een onverwachtse vraag en ik schrok van die vraag.

Is dit meer hetzelfde, hetzelfde meer als wat ik vorig jaar, tien jaar, twintig jaar, ja, vijftig jaar geleden zag?

Hetzelfde water? Of is het andere water en nochtans hetzelfde? Hoe kijken de vissen er tegen aan?

Het regende, er was geen zeilboot te zien, niets, het meer, dat aan gene zijde gevuld wordt met, elders duur verkocht, weglekkend Evianwater, lijkt uitgestorven, dood maar onder het oppervlak speelt zich in het domein van, voornamelijk, de vis, van alles af, geheimenissen, aan het oog onttrokken, lange tijd snorde ik langs het meer, maar een goed antwoord op de gestelde vraag had ik niet.

Met sober weer klom ik de Jura over, Frankrijk in en even na Pontarlier, opeens, prachtig weer, de bomen, o zo intens groen en ondanks alles reed ik weer genietend door het landschap van de Comté, grijsbruine koeien in de weiden, een enorme havik klapwiekte van dichtbij rond, na tien rij-uren was het weer welletjes, Epinal, tot daar kwam ik vandaag.
De rest morgen maar, op de doorgaans vrije zaterdag, het moet maar voor een keer. De zon staat op ondergaan en vanuit de dalende hoek beschijnt ze de verspreid liggende wolken aan de onderzijde waardoor het net lijkt of ik vanuit een enorme hoogte op een eilandenkust neer kijk.

Het IJssel-, Garda- Como- Sneeker- Balaton- of Ladogameer, is dat, altijd, hetzelfde meer, of elk ogenblik een ander meer: een antwoord graag, niet meer.

De diepte van de vraag heeft veel weg van de diepte van het meer.

Weten de vissen het misschien?

Aldus schreef ome Willem.

---

donderdag 7 juni 2012

De groet.

Rond de middag was het, in een héél klein dorpje ten noordoosten van Udine, Savortgnano de la Torre, ik zou even wat drinken, aan de gevel hing, naast de Italiaanse driekleur, een wat vreemde zwart-wit gekleurde vlag, naar later bleek een nogal foute vaandel.

Binnen was het donker, aan de muur hingen ingelijste foto's, herinneringen vanuit een ver verleden, of in ieder geval van een andere tijd, van een tijd voorbij.

Opeens stond ik stil bij één van hen, de eigenaar zag het en vertelde dat zijn vader er bij stond, als jongetje van zeven, acht, rond 1938, met anderen van zijn school, van zijn klas.

De foto intrigeerde mij, u ziet hem hier, op de achtergrond een strenge juf, een juf die nog met U wordt aangesproken, een juf, dat moet gezegd, met uitstraling. Er voor kinderen, de onschuld leest men van de gezichten, ze brengen, gehoorzaam, de Nazi-groet, niet één lacht, zoals ik al zei, men kijkt in een andere wereld, een ander, voorbij Italië.

Vergeet niet, de foto is van vóór, toen alle ellende nog moest aanvangen: niemand wist wat er zou komen, en zeker deze kinderen niet.

Wat is er van ze geworden? Van die kinderen? Hoeveel van hen zijn er gevallen voor 1945?, ik heb er maar niet naar gevraagt.

Door onze ogen is de foto wellicht angstig, walgelijk, fout, en toch, ze fascineert, ze is, zeker voor haar tijd, mooi, bijzonder mooi, shockerend mooi, duivelsmooi weliswaar.

En deze duivelse schoonheid is de bagage, de ballast, die de eigenaar, zoon van de derde van links, geërft heeft, nog steeds met zich mee torst.

Aldus schreef ome Willem.

---

Het rechtslinks.

Nee, niet alles begrijp ik, lang niet alles, was het maar waar, zeg!

Ruim voor openingstijd stond ik bij de laatste losklant in Buscate, onder de rook van Milaan, maar toen deze om 8.15 zijn deuren opende, en ik de mijne, was het er ook zo uit waarna ik vol gas vertrok naar mijn eerste ophaalklant, een adresje in Montforte d' Alba, een dorpje, prachtig gelegen op en tussen schitterende heuvels vol met wijngaarden en mooie huizen, villa's.

Van huis uit krijg je wat mee, bagage en ballast, met sommige zaken doe je je voordeel, andere gewoontes sleep je als een blok aan je been je leven lang voort terwijl niet altijd even helder is wat bagage of wat ballast is, ja, soms is het beide. Of beide niet.

Eerst langs Novara, richting Vercelli, even de snelweg op en via Casale naar Asti, de rijstvelden lagen er gretiggroen bij, hier en daar betrapte ik een muisstilstaande ooievaar tussen het rijstmoeras wat duidde op de aanwezigheid van kikkers of ander ooievaarslekkers.

Goed, oké, ik ben vermoedelijk rechts, ballast of bagage, ik weet het niet, nam het van huis mee, maar ik weet niet of ik er onder gebukt ga of het juist heerlijk vind, wél geeft mij dit rechts zijn het gevoel dat ik het niet altijd met mijzelf eens ben, voila, zo erg is dat toch ook weer niet?

Na Alba, richting Dogliana, wordt het echt schitterend, de tuinen van de huizen, de diversheid in flora, een genoegen, een lust, zeker in het voorjaar, en snor je een heuvel op mag je geheel gratis genieten van magnifieke vergezichten, kijk je over een zichtbaar oneindig wijngebied, het domein van de Barolo, Dolcetta, Nebbilo en Barbiera.

Iedereen vanaf het niveau van boerenverstand, met een IQ van vanaf honderd, ziet wat er gaande is, of je nu rechts, dwars of links bent: Europa, de Unie, gaat zijn eindcatastrofe tegemoet, de eenheidsmunt blijkt onhoudbaar, er wordt geld, onaanvaardbaar veel geld, gekieperd in het Orakel van Delphi, maar hoewel we het met bulldozers naar binnen schuiven, het orakel voorspelt het drama, de grote catastrofe, slechts een handjevol Eurologen die aan politieke zelfbevrediging doen weerspreken de duidelijke taal van het orakel; niet alleen liefde, ook haat maakt blind.

De ochtend begon zonnig, warm ook, tegen de dertig, maar hoog in de lucht betrok het, traag, héél traag en langzaam maar zeker kwam er een grijze deken over de vlakte van de Po te liggen, de vlakte die ik, nadat ik de spullen in Monforte er in had, voor een groot deel zou doorsnorren want het volgende adres was Bazzano, ergens halverwege Modena en Bologna.

Verbazingwekkend, dat vertrouwen, eigenlijk zonder meer naïef om al die terugbetaal- en ingrijpbeloften te vertrouwen, wie de cultuur van de zuidelijke landen werkelijk kent, weet wel beter en al dat vertrouwen kan rekenen op hoongelach, wellicht is dat terug te voeren op de bagage, de ballast van jaren, van eeuwen, het gaat "hier" nu eenmaal anders dan als bij "ons".

Dat bleek wel weer, toen ik, gewapend met een fax van 30 mei van de klant zelf (!!) en waarin stond te lezen dat de goederen, drie paletten, klaar stonden en afgehaald konden worden, maar vervolgens, nadat ik, na een rit van ruim vier uur, bij de klant aankwam, doodleuk werd verteld dat er niets af te halen was. Dat de goederen er -nog- niet waren.

En wat te denken van de sociale uitbuiting binnen de Unie tegen alle regelgeving in, we zién het, maar we zien het niet, u léést het nu, maar vergeet snel, verdringt het, we laten het gewoon gebeuren, slavernij langs de snelweg, in Nederland, maar ook hier in Italië, twee Roemenen op één voertuig, weken onderweg voor -te- weinig geld: geen douche, geen vers voedsel, we vinden het "normaal", om staks eenmaal, als de zelfexecutie van de Unie zich heeft voltrokken, meewarig te kwelen dat we het allemaal niet "geweten" hebben!!

Onverrichter zaken vertrok ik, op naar een volgend adres, ik had, ja heb, er nog twee, één bij Udine en één te Verona, dat wordt zaterdag thuis dus, mede doordat Oostenrijk weer eens een feestdag heeft en ik daar donderdag niet door kan.

Vanaf Bazzano nam ik de SS 12 naar Verona, dwars door het door aardbevingen getroffen gebied en plotseling zag ik ze: de huizen waar één muur was verdwenen, mijn oog viel op een nog gevulde boekenkast aan een nog staande muur, huizen met rondom gruis, afgevallen pannen, een enorme fabriek, een zijmuur verdween, pallets met vaten omgevallen, langszij werden reeds enkele enorme hijswerktuigen neergezet om de nog staande muren overeind te houden, op veel plaatsen tenten, de mensen durfden óf hun niet meer thuis te slapen of hadden die niet meer, ik was onthutst.

Ook de weg had hier en daar schade opgelopen, er waren diverse omleidingen, zoals de afgesloten Po-brug. De dorpen en stadjes leken verlaten, gelaten gezichten, spookgevoel meesterde over mij, zelfs de vogels hielden zich stil, verbijstering alom, wat een catastrofe.

Soms begeer ik links te zijn, is het rechts mij een steen des aanstoots, begrijp ik het?
Allerminst, maar waar ik nog minder van snap is dat de meeste als links bekend staande politieke partijen met betrekking tot de Euro, Europa en de Unie plotseling ultra tot zelfs extreem rechts blijken te zijn.

Hoelang, hoelang nog blijven we onverdient vertrouwen, vertrouwen in een Eurolist die ons naar de afgrond sleurt, verwoest, verwond?

Wonden helen de tijd niet. Nooit niet!

Aldus schreef ome Willem.



---

dinsdag 5 juni 2012

De boomgrens.

"Vanmorgen hebben we hier nog kettingen moeten leggen", zei de Italianen van één van de drie "bomen"-wagens, maar de zon scheen overdadig en ik verwachte zo in de middag geen noemenswaardige problemen.

In Zürich was ik voor zevenen de handel al kwijt en vertrok naar een klein dorpje met vreemde naam Elgg om aldaar een paar dozen af te leveren, bij elkaar vijftig kilo, en toen die ook de kar hadden verlaten snorde ik door een bijzonder mooi dal, een stukje onbekend Zwitserland, dat was weer genieten, boven mij cirkelden enkele enorme vogels en gezien de vleugelgrootte moesten het wel arenden zijn, via Sülgen en Armiswil kwam ik aan in Romanshorn waar ongeveer twintig ton gelost werd.

Een restant lading, drie ton, was bestemd voor Buscate, bezijden Milaan, het Dafje had er zin in, eerst langs Lichtenstein, langs Landquart, langs de kleine wijnstreek van Mariënfeld waarvan men zegt dat er héle goede wijn gemaakt wordt, bij Chur verliet in de grote weg, de bergen in, langs plaatsjes als Parpan en Lenzerheide en tijdens de afdaling naar Tiefencastel had ik weer een oogstrelende blik het Albula-dal in, dacht aan de ontzagwekkende pas die daar dwars over enorme hoogten gaat, maar waar ik met de truck niet over kan, maar wel over de Julier, bijna net zo hoog, dwars door schitterende natuur.

Links en rechts van mij geelgrijze velden, kleuren van paardenbloemen, de helft nog geel, de rest reeds pluizend, andere weiden stonden vol met Bellis Perennis, madeliefjes, rose en paarse vuurpijlen, bij Bivio, het dorpje waar de boomgrens aanvangt, werd een korte pauze ingelast, er stonden enkele vrachtwagens volgeladen met boomstammen, Italianen, en ik hield met mijn boerenkoolitaliaans een conversatie, zette een Italiaans boompje op.

Van hun kwam ik te weten dat de weg nu wel schoon was, ik zorgde er voor met mijn ligtgewicht eerder dan hun op weg te gaan, kilometers klimmen, het Dafje genoot nog meer dan ik, sneeuwresten langs de wegkant, sneeuwresten van vanmorgen, ik gierde over de top, bijna 2300 meter, reeds aangelegd door de Romeinen en links en rechts op de top staan er twee uit die tijd, Romeinse tijd, stenen zuilen.

Het is één van de mooiste passen die ik ken, een prachtige haarspeldbochtvolle klim, en daarna een fascinerend uitzicht op de besneeuwde bergen aan gene zijde van de Engadin, het dal waar ondermeer de wintersportplaats Saint-Moritz ligt, een streek waar nog een eigen taal, het Reto-Romaans, vierde taal van Zwitserland, gesproken wordt.

Een afzink van zeven kilometer, dan rechts af, langs paradijselijke meren, zeker nu, nu het nog toeristenarm is, de sneeuwreuzen spiegelden zich in het water, kéken er in, alsof ze hun toppen wilden kammen, en daarna de Malojapas, een afdaling van 1800 meter naar bescheidener hoogten, een afdaling vanaf een vrijwel loodrechte bergwand, door dertig slingerbochten overwonnen, en dan, na een half uurtje, reed ik Italië binnen. Langs het prachtige Comomeer, het meer aan wie ik van iemand uit Nederland "de groeten" moest doen en terloops, net voor Lecco, ook deed, naar Como, langs Milaan en tot slot Arluno waar ik de nacht door breng.

De grens, bij de grens, na de Maloja, bleef ik nog een klein uurtje staan, ik keek naar de gril, de hoeken stonden omhoog, de glimlach van de Daf en toen ik wilde vertrekken naar Arluno arriveerden de bomenwagens die gelijk met mij uit Bivio vertrokken maar door de zware lading er langer over hadden gedaan, zeker bij het naar "boven" gaan.

Tien, twaalf wagens telde ik daar, eigenlijk allen met boomstammen geladen, ik was de enige die geen bomen had. Overige voertuigen waren er nauwelijks, Villa de Chiavenne, wellicht de meest rustige en kalme grens tussen Zwitserland en Italië. Een echte boomgrens.

Aldus schreef ome Willem.
---

Bivio.

Via de Julier naar de Engadin.
---

Bregaglia.

Afdaling Maloja.
---

Albese con Cassano.

Italiaanse folklore.

---

Chur

---

Wängi.

Zie je? De kwaliteit van de foto's zijn opeens een stuk minder, alsof er ergens wat piksels zijn verdwenen. Niet getreurd, ik maak ook plaatjes met een gewoon toestel, maar die kunnen er alleen op als ik weer thuis ben.
---

maandag 4 juni 2012

De meertoef.

Vandaag kwam ik weer aan in het land, het land dat de Europese leugen staaft en bevestigd, het land met mooie bergen, meren, rust en gemoedelijkheid, gevrijwaard van Europese dictatuur en ik hoef natuurlijk niet uit te leggen dat dit Zwitserland is, een enclave, een voortreffelijke oase temidden van de Europese regelwoestenij.

Er wonen, schat ik, ongeveer een kwart miljoen mensen, in de stad Freiburg waar ik, vóór ik Zwitserland in reed, doorheen kwam op weg naar Titisee en ik telde, oppervlakkig en snel, rekende en kwam tot een, vooralsnog onwetenschappelijke, ontdekking.

Een grens, het land heeft nog een grens, soms vervelend, maar wel iets dat een zichzelf respecterend land markeert: een grens! Zoals het hoort! Het betekent douanehandelingen, documenten, declaranten en een soms lange, soms korte, wachttijd.

Een lange vierbaansweg voert de stad in en uit, ik telde de voertuigen en vergeleek dat met de tijd, het was buiten de spits, en globaal spotte ik 100 auto's per minuut terwijl ik zelf ook voortging. Had ik dus langs de weg gestaan en geteld, zou ik al snel tot 50 per minuut gekomen zijn.


Zo heel ver ben ik Zwitserland niet ingekomen, langs de Schlursee bereikte ik Waldshut-Tiengen, een prachtige weg door Duits hoogland, op enkele toppen lag zelfs nog een weinig sneeuw, via de brug over de Rijn het "andere" land ik met het "andere" geld, net voor Zürich kwam ik nog, vlak bij de eerste klant, morgenvroeg.

Vijftig per minuut maakt drieduizend per uur, minstens, en ik concludeer, alleen al per auto, vanuitgaande twee personen gemiddeld per voertuig, verlaten zesduizend mensen per uur de middelgrote stad en komen er zesduizend per uur binnen, per tien uur is dat 25 procent van de bevolking de stad in, en 25 procent de stad weer uit, samen de helft van de bevolking dat dagelijks een dergelijke stad in en uit reist, en dan alleen over die ene weg die ik reed!

Terugkijkend verliep de reis voorspoedig, vanmorgen vroeg weg, deze keer lange tijd snelweg, behoudens een stuk tussen Ludwigshafen en Karlsruhe, en natuurlijk vanaf Freiburg, de stad waar ik een in- en uitreistelling hield.

Aan gene zijde der stad nam ik hetzelfde waar, zei het iets minder per minuut, maar daarnaast zijn er nog veel meer wegen waarmee je de stad kunt verlaten en binnenkomen, en daarnaast natuurlijk ook per trein, het stelt mij voor een vooralsnog onoplosbaar raadsel.

Dat laatste stuk weg door het Zwarte Woud, paarse bloemen die als lantaarns de wegzoom sieren, is het Akelei? Ik weet het niet, maar wel dat ze mooi zijn, en natuurlijk weer divers soort groen, boven in de lucht was het onstuimig, het weer wist niet welke kant het op wilde.

Als aan de éne kant van de stad vijftig procent in- en uitsnort en aan gene zijde ook, benevens nog eenzelfde hoeveelheid via de andere wegen, dan reizen er per tien uur een veelvoud van reizigers heen en weer dan dat er bewoners zijn.

Hier, in het land dat bewezen heeft het zonder de Unie ruimschoots te kunnen redden, dat het aantoonbaar béter doet dan alle lidstaten bij elkaar, denk ik na over het door mij geconstateerde fenomeen.

Zijn er dan meer mensen in zo'n stad dan er toeven?
Het hoe toeft het meer dan zonder er te zijn?
Ik begrijp het niet. Echt niet.

Aldus schreef ome Willem.
---

Schluchsee.

In 't Zwarte Woud.
---

Schluchsee.

In 't Zwarte Woud.
---

zondag 3 juni 2012

Vrijdag, weer terug Spanje door, een nog een kiekje van zaterdag.

Meer bij Zamora.
Spaanse "woestijn"
Tussen Zamora en Soria.
Het "Zonneroosje"
Langa de Duero.
Villaciervos
Ágreda
Aldealpozo
Pyreneeën
Benabarre.

Donderdag, Portugal.

Amarante, met bloeiende bergen.
Ochtendgloren in Portugese bergen, richting Vila Real.
Dwars door Porto
Vila Nova, kijkend richting zee.
Vila Nova de Gaia
Vila Nova de Gaia
Vila Nova de Gaia
Vila Nova de Gaia
Vila Flor
Vila Real.

Woensdag, door Spanje.

Aankomst van Pelgrims, onderweg naar Santiago
Alesanco
Belorado
Eindeloos Spanje.
Los Pintanos
Klaproosvelden, Magaz de Pisuerga
Een oude silo, ergens onderweg.
onderweg, bij Villalón de Campos
Pelgrims en chauffeursrustplek.