Hoeveel mensen hebben mijn site bekeken?

maandag 6 december 2010

Spanje.

Spaans dorpje vlak bij Pamplona.

---

Irun.

In deze zaak zijn de hammetjes nog niet op!

---

Frankrijk

Dorpje vlak voor angoleme.

---

De arme euro.

Twee smalle karrensporen waren er nog over toen ik afgelopen vrijdag in alle vroegte het routjeetje Les Plantanes verliet. De biertapper van de avond daarvoor stond daar om even over vieren alweer koffie te tappen, maar na de koffie dus dolen door de sneeuw.

Met geringe snelheid reed ik door Vendome en een tijd later kwam ik langs Chateaudun terwijl heel langzaam ander verkeer het ging proberen. Voor zevenen, met nog steeds slechte weg en aardedonker, passeerde ik Chartres. De weg werd langzaam beter berijdbaar en op de weg via Rambouillet naar Parijs was niet veel meer aan de hand. Het sneeuwde niet meer, doch andersoortig ongemak veroorzaakte nu vertraging, het veel te veel voertuigen dat nu de weg betrad.

Vanaf Louveciennes gaat er een grote brede weg dalend naar Parijs en vlak voor de Seine is er nog een tunnel met aan het einde, in een bocht, een afslag terwijl je daar direct een mooi gezicht krijgt op de Eifeltoren. Jaren geleden was ik hier nog getuige van een dodelijk ongeluk toen laat op de avond iemand niet ver voor mij met hoge snelheid door de tunnel raasde en aan het einde daarvan tussen de afslag en de doorgaande weg in de bocht tegen de vangrail smakte en daarbij het leven liet.

Altijd als ik daar langs kom word ik daar weer aan herinnerd. Ook deze keer weer.

Parijs kwam ik door zonder noemenswaardig oponthoud en aangezien men mijn vracht nog gaarne voor het weekeinde wenste te hebben, ging ik er eens extra voor zitten. Door de koude, mistige vlakte, langs Senlis, Roye, Peronne en na een paar uur reed ik boven Lille alweer België binnen. Inmiddels kon ik de nederlandse radio weer ontvangen en hoorde dat er weer, om te pogen de "euro" te redden, met miljarden werd geschoven. In Ierland wordt ruim 80.000.000.000 gepompt, dat is meer dan 16.000 euro per inwoner!!!
En zo zal straks met bulldozers miljarden geschoven moeten worden naar Spanje, Portugal, Italië en anderen, en die poen is er eenvoudigweg niet en daar geld opgeslagen arbeid is, gaat deze verkwisting uiteindelijk over arbeidersruggen heen hetgeen een ware schande is.

Met enige weemoed dacht ik aan de oude gulden terug en inmiddels kan ik mij niet aan de indruk onttrekken dat we met die met te veel tamtam en de door onze strot geduwde "euro" aardig in het "(eur)O"tje zijn genomen en dat dit avontuur geen lang leven meer beschoren lijkt.

Een kleine 500 jaar geleden, midden in de tachtigjarige oorlog, is er ook een periode geweest dat Nederland systematisch werd uitgemolken, toen niet door de Euro, maar door de spanjolen, en naar aanleiding daarvan schreef iemand een inspirerend gedicht in het jiddisch, welk ik thans aan u door wil geven terwijl ik spanjaard vervangen heb door euro.

Nichts tut mich arbermen
In mein groser not,
Den das ich sich vararmen
Des koenings land so gut;

Das nun di Euro's krenken
O Niderland so sut,
Wen ich daran gedenken,
Mein edel herz das blut!

En, overgezet in het nederlands, luidt dat als:

Niets doet mij meer erbarmen,
In mijnen wederspoed,
Dan dat men ziet verarmen,
Des konings landen goed
Dat u de euro's krenken,
O edel Neerland zoet,
Als ik dááraan gedenke,
Mijn edel hart, dat bloed.

En met deze dichtregels in het hoofd kwam ik aan op het losadres in Heinenoord. Daarna kwam het weekeinde, dat nu alweer voorbij is.

Aldus schreef ome Willem.


---

donderdag 2 december 2010

Niet één.

Eentje van zes kilometer en later nog eentje van ruim acht kilometer en ik zag er niet eentje tussen staan.

Niet één!!

De sneeuw valt flink hier rondom Les Platanes, op de weg Chartes - Tours, een weg die ik vele keren reed, en ook ooit eens met vrienden en met twee voertuigen, waarvan één Opeltje, die van mij, kenteken EE 61 41 en het zal rond 1970 geweest zijn.

De meeste "routiers" vallen tegenwoordig vaak tegen, maar hier, even voor Vendome, is het werkelijk niet te versmaden. De soep, het voorgerecht (Oeuf-mayonaise), hoofdgerecht, de kaas, alles tres bien.

Maar ook hier niet één meer.

Het was nog donker toen ik het gevaarte op stoom bracht en richting Donostia, en voor diegenen die het Euskardisch niet machtig zijn, San Sebastian, ging. Het water kwam met grote hoeveelheden uit de lucht vallen en dat maakte van de slingerende bergrit met aan weerszijden besneeuwde toppen en bergwanden een verheffend avontuur en alszo kwam ik voor de middag Frankrijk weer binnen.

Nog voor Biaritz kwam ik de eerste tegen, en toen ik via Dax, Mont de Marsan, Langon, Libourne en Chalais weer de N 10 op schoot, zag ik de tweede file en ondanks intensief speuren kon ik niet één nederlandse wagen meer tussen de lange vrachtwagencolonne ontdekken.

Voorheen, toen de weg Poitiers - Bordeaux er ongeveer net zo uit zag als nu de weg Angoleme - Libourne, kwam je zo af en toe een truck tegen en drie op de vier waren dan landgenoten, de overigen fransen, altijd met een Berliet of Saviem. Maar nu, nu was ik als enige nog over en wie had dat destijds kunnen voorspellen.

Vanaf Langon tot Libourne kom je door een streek heen waar erg veel Merlot wordt verbouwd en men maakt daar dan een wijn van die niet lekker is. Gelukkig wordt de meeste rommel verscheept naar landen als Engeland en Amerika en mensen die op de hoogte zijn van het culinaire niveau in beide landen begrijpen dan meteen waarom. Ze drinken in die contreien zelfs zoiets als champagne, ook zoiets duurs, ongezelligs en onsmakelijk spul en waarlijk, ik heb nimmer ooit één goede fles Bordeaux kunnen vinden.

Niet één!!

Vandaar dat ik met gezwinde spoed door deze streek snelde, de Garonne over, de Dordonge over. Nee, in deze streek heb ik geen vrienden en ken ik geen enkele goede wijnboer.

Niet één!!

Vanaf Poitiers begon het akelig te sneeuwen, maar de weg bleef schoon en na Tours sloeg ik de snelweg af en vervolgde de N 10 richting Chartres. Na een half uur reed ik de besneeuwde parkeerplaats op en zette de boel stil waarna ik hier naar binnen ging. Leuke oude gezellige tent met alleen franse collega's aan de tafels. Sommige landgenoten kennen het hier wel, maar vandaag niet. Buiten mij geen hollander.

Niet één!

Aldus schreef ome Willem.
---

Embalsa de Yesa.

Tussen Jaca en Irunea (Pamplona).
---

Erandio

De oude, beschutte haven van Bilbao.

---

De Dordonge.

Bij St-Jean de Blaignac.

---

De ontsnapping.

Of het zomer of winter was is bij mij niet bekend, wel even na 1880 dat hij hier voor het laatst voet aan wal, en vooral, voet van wal heeft gezet om daarna nimmermeer weer te keren, vrouw en pas geboren zoon achterlatend.

Een vriendelijke man pakte vanmorgen vroeg, nog in het donker, de spullen aan, nog geen vijf minuten werk, en daarna snelde ik weer weg, op naar het volgende en laatste adres. In Oloron hield ik even halt om mij van het weer op de hoogte te stellen en ik kreeg al snel te horen dat er in heel veel departementen code rood gold, hetgeen wil zeggen dat vanwege weersomstandigheden in betrokken departement tot nader order niet meer met de vrachtauto mag worden gereden en dit gold ook de Landes en Pyrenees-Atlantiqiue, zeg maar de twee provincies aan de kust onder Bordeaux, en in het laatste departement bevond ik mij.

Maar waar ik was, scheen al bijna de zon, dus deed ik een ontsnappingspoging en stuurde het gevaarte recht naar beneden, de bergen in, de N 134 af, Bedous, Etsaut en als laatste dorp Urdos waarna ik door de Somporttunnel de wijk nam naar Spanje, Aragon. Ik was ontsnapt.
Na een moeizame tocht, moeizaam, want ik was zeer zwaar geladen en het weer was erbarmelijk, kwam ik een paar uur later, via Jaca (spreek uit: Kakka), aan in Irunea, beter bekend onder de spaanse naam Pamplona en vandaar naar Gasteiz, ook weer beter bekend als Vitoria en beide steden liggen aan de pelgrimsroute naar Santiago de Compastella en ooit, in 1975, had ik deze route, Vitoria-Jaca, met mijn ega in nevengestelde richting liftend afgelegd, maar er was eigenlijk niets wat ik herkende dan alleen dat het een bijzonder mooi en indrukwekkend berglandschap betrof.

Vervolgens schoot ik omhoog, naar de kust, nog boven Bilbao en in de middag leverde ik de zware lading af. Weliswaar had ik een veertig kilometer om gereden, maar ik kon tenminste wel blijven kachelen.

Daarna snel naar het teruglaadadres, niet ver er vandaan, te Erandio hetgeen eigenlijk de haven van Bilbao is. Beschut tussen de bergen kan hier veilig in en uit worden gevaren en aan deze havenkade werd de kar weer volgestouwd met handel voor Nederland.

Mijn blik ging over het water en in gedachten ging ik terug, honderd dertig jaar terug, want Bilbao, dus hier, was de laatste haven die mijn overgrootvader, die, kennelijk net als ik, van avontuur en reizen hield, aandeed. Nadat het schip waarop hij voer dit zeegat uit was, is het schip een paar dagen later in de Golf van Biskaje (Vizkaia) met man en muis vergaan, zo vertelde mijn grootvader ooit.

Na het laden in het donker de weg gezocht naar Donostia, ook beter bekend als San Sebastian en vanaf een zeer grote hoogte kreeg ik nog eenmaal een fascinerend panorama van de stad te zien. Niet lang daarna, om een uur of negen, de zaak maar aan de kant gezet. Morgen de terugreis aanvaarden en met een beetje mazzel vrijdag nog de handel er uit. Maar dan moet wel het weer een beetje meezitten.

Aldus schreef ome Willem.
---

dinsdag 30 november 2010

Het drieluik.

Wolken.
Grijze wolken in het donker, geen ster te zien. Mist, in Vierzon en tot voorbij Chateauroux. Wolken vol neerdalende sneeuw na Limoges, vooral in Saint-Yrieix la Perche waar ik bijna niet meer vooruit kwam, maar omdat ik wist hoe de hazen liepen, rechts afgeslagen en via Excideuil naar Perigueux gereisd. Wolkenloos vanaf Bergerac tot aan Aire sur 'l Adour, maar daarna weer wat grijs, zonder regen of andere neerslag. Vandaar, doordat de wolken hoog in de lucht hingen, duidelijk zicht op de besneeuwde toppen van de honderd kilometer verderop gelegen Pyreneeën.

Lucht.
Zeer koud vanmorgen, bibberweer, min negen, dus snel weg, kachel aan. De koude lucht bleef tot Limoges, maar daarna steeg de temperatuur tot rond de nul, dus vandaar de neerslag. Op een goede weerkaart gisteravond de weerstellingen goed bestudeerd en ik zag toen dat het brede neerslagfront tussen Clermont Ferrand en Bordeaux een zwakke plek kende. Vandaar dat ik strategisch de doortocht precies op de plek nam waar hij het smalst leek. De lucht bevat, na sneeuw, dan al snel regen.
Na de frontdoorbraak, na Bergerac en voor de aardbeienstad Marmande, hogere luchttemperatuur, tot over de 12 graden. Door de wolkenloze lucht zonnebrillenweer en zo reed ik later door de eeuwige bossen van La Landes: Casteljaloux, lubbon, Estigarde, Mont de Marsan, een gebied met lange, rechte, stille wegen, zo groot als wel half Nederland en dat als een frans verticale houtopslagplaats geldt.

Wind.
Tijdens de donkere ochtenduren weinig tot geen wind, maar tussen Ennordres en Presly, ja, eigenlijk tot Vierzon, had de wind de sneeuw van de bomen geschud waardoor de rijweg glad werd. Later, na Chateauroux, bij Argenton, zag ik dat een harde wind hoog in de lucht wolken van oost naar west voortdreef. En na Bergerac blies de wind de wolken richting het westen, waar zo in de buurt van Libourne en Bordeaux het wel eens aardig onpluis zou kunnen wezen. Door deze windenaktie werd de lucht van wolken schoongeblazen en aldus reed ik, zoals ik reeds meldde, in vriendelijk weer. Tot aan Pau, nog steeds met zicht op de bergen, en bij invallende duisternis nog even verder, tot bijna aan de voet van de col de Pourtalet, de col die ik als laatste grote col jaren terug met de fiets bedwong. Arudy, tot daar vandaag.

De Onveranderlijke mag dan wolken, lucht en wind, spoor, loop en baan wijzen, aan mij was vandaag de eer om met de hand van de meester tussen de (sneeuw)fronten door te navigeren. En dáár heb je nou net vooralsnog geen "navi's" voor.

Aldus schreef ome Willem.
---

La Landes.

Kilometerslange, stille wegen rondom Mont de Marsan.
---

maandag 29 november 2010

Het koude zuiden.

Vooral het koude weer dat ik op geen enkele wijze weet te waarderen, dat zou ik achter mij laten. Dacht ik. Nadat ik vanmorgen het DAFje voorzien had van vier nieuwe sloffen en ik alle spullen, noodzakelijk voor een enigszins rendabele reis, er weer in had, vertrok ik spoorslags, via Almere om ook daar nog wat op te halen en de rentabiliteit te verhogen, maar dan, vrijwel recht naar het zuiden.

Een grauwe grijze lucht om mij heen deed mij vermoeden dat het zo hier en daar niet pluis was, wat juist was, want in de Ardennen waren enorme problemen, zo vernam ik op de radio. Dus dáár maar even niet heen. zodoende hield ik het op een wat westelijk route, dus Gent, Lille en Parijs, een keuze die juist was, want van sneeuw was niets te bespeuren.

Wel bleek ik op tijd te zijn vertrokken, want het nimmermeer sloeg dra toe in de lage landen, zo vernam ik op de radio en van het thuisfront.

Maar om nu te zeggen dat ik er, wat temperatuur en omgeving, er op ben vooruit gedaan? Niet bepaald. Hoewel het in Parijs al hoopvol boven nul was, daalde de temperatuur bij het voortgaan naar het zuiden met rasse schreden en toen ik halt hield, even voorbij Montargis, was het alweer minus 9 terwijl om mij heen alles is bedekt met een dik pak sneeuw.

Morgen nog maar verder proberen, maar vooralsnog had ik, wat klimaat betreft, net zo goed thuis kunnen blijven.
Aldus schreef ome Willem.
---

vrijdag 26 november 2010

De oogst.

De oogst van suikerbieten gaat wel gewoon door!!

---

Mist en een weinig sneeuw.

De weg van vandaag. Het viel allemaal wel mee.

---

Col de la Croix Haute.

In lichte wintertooi.

---

De hindernis.

Toen ik om even voor vieren de gordijnen open deed keek ik een witte wereld in. De regen was in de loop van de nacht overgegaan in sneeuw en dat zou nog wat kunnen worden vandaag, een dag met hindernissen misschien.

Even later reed ik een stuk snelweg en die was prima. Rondom mij louter witte akkers, witte bomen en een witte vluchtstrook en boven mij een donkere, sterloze lucht.

Vanaf Dijon de oude N-weg op en dat was wel even schrikken want ik had slechts twee karrensporen tot mijn beschikking, maar dat was tenminste wat. Daarom ging ik bij Til-Chatel maar weer even de schone snelweg op en dacht na over welke route ik zou gaan volgen. En soms is goede raad duurder dan je denkt.

Rechtsom, over Nancy, was geen optie omdat juist aan die kant de sneeuw vaak het ergst is en buiten dat: ik zou ook nog juist om spitstijd richting Luxemburg rijden en aangezien er elke dag een hele drom fransen voor hun werk dit dwergstaatje binnen snelen viel dit, vermeerderd met de sneeuwdreiging, al snel af.

Via Bar sur Aube, zoals vorige week, ook, omdat het daar wel erg stil is en dat bij besneeuwd wegdek problemen kan opleveren, dus koos ik voor de route over Chaumont-Saint Dizier.

In Chaumont stopte ik bij Relais de la Viaduct, een routier net naast het prachtige spoorviaduct van deze stad, om er van te nuttigen, de kraan, koffie en een croisantje. Nog voor zevenen snorde ik verder, langs de Marne en langzaam begon het te krieken.

De sneeuw werd al maar minder en minder. Na Chalons was er helemaal niets meer van dit witte spul te zien en zo reed ik tussen voornamelijk groene grasakkers door naar Sedan waar zelfs de zon door kwam!

Ook de Ardennen waren een eenvoudig te nemen hindernis, al kwam ik wat natte sneeuw tegen bij Marche, maar van Hotton tot Nandrin was er totaal niets aan de hand en na een rondje boodschappen bij de Colruyt daalde ik af naar Liege.

En aldus reed ik aan het begin van de middag Nederland binnen waar mij nog slechts één hindernis te wachten stond en om die te overwinnen had ik een overtreding nodig.

Want om tien minuten over drie, tussen Nijmegen en Arnhem, waren mijn rij-uren op en in dit geval zou ik in de buurt van Wijchen 45 (!!) uur (weekend)-rust moeten houden, op een half uur van mijn woonplaats.

Vreemde wet, die rijtijdenwet, maar wellicht dat de lezer aan de hand van dit geval zal begrijpen dat een dergelijke absurde regelgeving die niets met de praktijk te maken heeft in de hand werkt dat er dan naar creatieve oplossingen wordt gezocht.

En die heb ik dan ook gevonden.

Aldus schreef ome Willem.
---

donderdag 25 november 2010

Brug.

Dit soort (spoor) bruggen vindt je heel erg veel in Frankrijk.
---

De otmoeting.

Het is al heel wat jaren geleden dat ik hier met hem gegeten heb, hier in Beaune, bij een voortreffelijk restaurant met een evenzo voortreffelijke fles Pinot Noir van Philippe Pacalet er bij. Zo lang geleden dat de franken nog in trek waren en nog geen sprake was van euro. Nee, ik sta weliswaar in Beaune, maar niet bij bovengememoreerd etablissement en na een laatste klant hier even verderop, in echevronne, te hebben opgehaald waren precies de uren op.

Zodoende.

Vanmorgen vroeg toen ik vertrok keek ik beducht naar de donkere lucht en zag rechts van mij sterren, maar links alleen een donkere lucht wat wel eens kon betekenen dat ik in die richting in zwaar weer terecht zou kunnen komen.
Achteraf had mijzelf onnodig ongerust gemaakt, want de hele route, van Saint Maximin tot voorbij Grenoble was van zon overgoten. Via Manosque en Sisteron kwam ik zelfs nog net voor de middag aan bij een ophaaladresje vlak bij Chambery. Dat wil zeggen: over de Col de Croix Haute en col de Fau, en ook een stukje over de Route de Napoleon. Deze weg, de weg Grasse-Grenoble, die omstreeks 1932 voor gemotoriseerd gereed kwam, kreeg de naam omdat dit de weg was die Napoleon nam naar Parijs toen hij was ontsnapt van het eiland Elba.

Overigens zag ik aan mijn rechter hand wel zeker niet al te rooskleurig weer huizen, maar aan de linkerkant was het kraakhelder, dusdanig, dat wederom de maan niet van wijken wist dus leek het er erg op dat ik juist aan de goede kant van de neerslaggrens vertoefde.
Mijn gedachten gingen terug, naar 1971, toen ik hier kachelde in mijn DKW, driecilinder en tweetaktmotortje, stuurversnelling, ook rond deze tijd, op weg naar het zuiden waar ik een baantje vond bij een plantenkweker. Toen, ja toen was het hier helemaal uitgestorven en de wegen in de dorpjes nog niet verlelijkt met rode verf en verkeershindernissen.


Maar ook vandaag kwam ik nog weinig tegen en ik genoot intens van de omgeving, de sneeuw op de bergen, van bomen vol dorre bladeren, de weiden met schapen en van de bergen zelf die hier al eeuwen en eeuwen bedaard en al die tijd er vrijwel onveranderlijk zo bijliggen, rustend op hun voet.


Antwerpen, dat was de laatste keer dat ik oog in oog met hem stond, maar dat is ook al weer een aantal jaren geleden en dat was het moment dat hij naar Frankrijk vertrok, voorgoed.


Na Chambery wachtte mij overigens wel slecht weer. Terwijl het tussen de Alpen voortdurend min vier, min vijf was, was het in Chambery bijzonder aangenaam, wel een graadje of tien, maar vanaf daar naar Lyon, en later, naar het noorden, Macon en Chalons, werd het steeds koeler terwijl een enorme hoeveelheid neerslag neerkletterde. Gelukkig regen, en geen sneeuw, dus er viel aardig mee te leven. Of te rijden, dat klinkt in dit geval toepasselijker en toen ik even het voertuig verliet om hem wat knalsap te voeren, bleek het snijdend koud te zijn.

En zo, zo ongeveer, belandde ik in Beaune.

Om een uur of zes vanmorgen had ik gisteren met hem afgesproken, bij de bakker van Rians, nevens de rotonde, de moderne versie van de bakker op de hoek, waar je trouwens behalve brood,  ook terecht kon voor koffie of warme chocolademelk.

En om even over zessen, toen ik halverwege de Nice-Matin was, kwam hij binnen, gekleed met een rode gebreide muts, groene legerjas en rubberen laarzen en hij vertelde me dattie de hond al had uitgelaten.

Na zoveel jaren leek hij wat ouder, maar dat zal hij van mij ook wel gevonden hebben en samen vertelden we honderd uit in de korte tijd die we hadden, dronken koffie, croissantje en na afloop kocht ik nog een warm viergranenbrood voor de dag.
Na een half uur gezellig kletsen moest ik weer verder en in mijn spiegel, toen ik de rotonde alweer voorbij was, zag ik nog net hoe hij de deur van zijn CX opendeed, de CX waar hij apetrots op bleek te zijn.

En hier, in Beaune, bedenk ik mij hoeveel tijd er zal voorbij gaan voordat ik deze oude vriend, die mij heel erg veel over wijn heeft geleerd, sterker, die heel wijnminnend Nederland met goede wijn kennis heeft laten maken, wederom zal treffen.

Want ja, Rians, daar kom ik ook niet elke dag.
 
Aldus schreef ome Willem