Hoeveel mensen hebben mijn site bekeken?

donderdag 8 juni 2017

Nogmaals een "Tour de France"

Vanuit het Noorden, via Picardië; het eerste plaatje in normandië



en dan richting Vendée


vandaar koersen naar 't oosten 


oosten-zuidoosten


Frankrijk, groot en stil



vanaf hier, de bergen door; Ciel, tussen Caussade en Albi




Oud winkeljte met nog (ver)oude(rde) reclame



soms zijn de straten erg smal

inmiddels al weer Bedarieux uit

en nu naar de Langedoc

ten noorden en oosten van Beziers

de wijntuin

klaprozen....



door dorpjes wurmen

naar een achreraf

en dan als terreinwagen op naar een oude loods





past allemaal maar net!

en dan weer 't uitgestrekte door








weer een grondweg, maar deze is wat "gemakkelijker" 

Zonsondergang in de buurt van Beaucaite

des anderen daags....

onder het oog van de Mont Ventoux



maar hier, net ten oosten van Macon....




de avond valt nabij Saulieu

schitterende wolkenpartijen spelend met het zonnelicht





mist op de laatste dag


Montbard


dan door eindeloos koren

Chatillion-s-S.


de weg naat Vitry


Oei!



Nabij Suippes



De Rechterhand

Ruby was er ook bij, Ruby Revlin, misschien wel als één van de jongste en, vandaag, misschien wel als één van de laatst levende getuige.

De vierenzestig velden liggen alweer een aantal weken achter mij; voorbij de velden begon de avond.  De schemer van ’t leven daalt neer over alle voorgaande jaren.  Bijzonder dat de data en dagen gelijk lopen; 5 juni viel toen, net als dit jaar, op maandag en dat lijkt weer geen toevalligheid.

Natuurlijk:  de Vendée, een reis van Melle naar Beziers was zeker niet onaangenaam: zelfs is een levendsavondperiode kan nog genoten worden.  Onaangekondigd weerzien met anderen waarvan ik soms nauwelijks weet hoe lang het geleden is dat ik ze voor ’t eerst zag.

Hercules, Draak en Ossenhoeder boven aan de nachtelijke hemel terwijl aan de zuidzijde de maan met een sterrenbeeld Jupiter volgt: nog drie maanden!

Onder leiding van Uzzi Narkiss; in de morgen van de derde dag: woensdag en in de avond werd reeds na eeuwen op de ramshoorn geblazen: het geluid van de sjofar was in de verre omtrek te horen en overtrof alle de geluiden die het omliggende oorlogstuig voortbracht in hetzelfde jaar dat ze vijftig werd.

Opgeschrikt; een val: een onverwachts levenseinde, net een dag voordat de strijd, toen, begon! Het leven is omgeven met raadselachtige dood dat elk uur wenkt.  Nog in de morgen had ik kort enkele woorden met hem gewisseld.

Honderd werd ze dit jaar, Ruth en haar toenmalige echtgenoot was er ook bij; de man die eerst nog zijn oog verloor tijdens een actie in het Britse leger tegen het “foute” Franse Vichybewind; vermoedelijk zou hij, gezien zijn bijzondere strategische inzichten, een groot schaker geweest kunnen zijn.  Misschien ook niet.

Groene gaarden vol met nog te jonge druiven en in ’t noorden weer wassend koren: de eerste gemaaide velden; de geur van vers afgeschoren gras en dan, aan het einde van de week, een zoveelste veilige thuiskomst.

Gamal Abdel, Anwar en de zoon van Talal, benevens vele anderen, zijn niet meer onder ons; terwijl ik de jaren erna, nadat de anderen door de Leeuwenpoort binnen traden, op een groot deel van de Europese wegen te vinden was; lange dagen onder de zon, lange nachten, meermaals onder een uitgestrekt sterrennet.


Wie waren er nog meer bij?  De later door eigen volk zo tragisch vermoorde Yitzak, ook die; op die gedenkwaardige zevende en achtste juni, te midden van de zes dagen; toen de Rechter Hoger Hand vanachter de plaats waar ze na de misdaad van Tiberias, de rug, gehouden werd, weer opnieuw werd uitgestrekt.

Aldus schreef ome Willem



zondag 28 mei 2017

zondag 21 mei 2017

Epilogue



Bij Zwijndrecht

...op weg naar Mirecourt




zilvervelden




Sion


Garage met ooievaarsnest










Sion




Malborn, concorde



2-CV op de maan....






zondag 14 mei 2017

Voorbij de laatste steg

Torenhoog; na veld h7, het weideveld van één van de twee zwarte paarden waar regelmatig de zwarte koning een tijd lang zijn toevlucht zoekt, ligt het laatste veld, h8.  Naast veld g8, ook synoniem voor het ganzenbordveld (63!), volgt de laatste van de vier hoekvelden vanwaar men via de vier torens  alle velden, dus de gehele wereld, kan overzien en begrijpen dat de aarde allerminst een bol is zoals merkwaardig genoeg door zo vele hoogmoedige, vulgaire, dwaze en bekrompen geesten wordt beweerd; zoals men tracht zoveel lege wetenschap in de menselijk geest te pompen.

Vanaf de vier hoeken, dus ook vanaf veld h8 doorzoekt men, overziet men, en mist op zijn tijd de juiste voortzetting; wordt soms het nagestreefde doel gemist; achter de toren, achter veld h8 niets dan leegte; duisternis, en plaats voor dimensies waarvan wij geen flauw benul hebben.

Het één volgt op ’t ander; in één jaar gewaaierd over vierenzestig velden; voor de achttiende mei; in de maand van het 450-ste jaar van de onsterfelijke Monteverdi; angstvallig dicht staat de Spica bij Jupiter; laag in’t zuiden, laat in de nacht  was de samenzwering tussen Saturnus en de maan; nog enkele weken en de zon zal de kreeft raken en zijn halfjaarlijkse reis naar de steenbok weer beginnen en vanuit de toren vanaf veld h8 is ’t allemaal goed waarneembaar; inmiddels suist een komeet het luchtruim binnen en een achtergebleven herfstblad ritselt over ’t net geschoren gras.

Een onweersbui; een ferme regenvlaag; een groentekraam met aardbeien van de koude grond, fris en rood; loper, pionnen en andere stukken gorden zich aan; de strijd gaat weldra beginnen; reeds is veld h8 leeg achter gelaten en doolt de toren over de lijnen en rijen: veld h8 blijft regelmatig lang onbezet; doelbewust.

Is dit het laatste?  Droef draai ik mij om en kijk terug; even, even maar terwijl natte hemeldruppels mijn aangezicht en die van ’t bord strelen; een caleidoscoop van zwart en wit; inmiddels trachtte, honderd jaar tevoren, Philippe Pétain, muitende Franse soldaten met zachte hand in het gareel te krijgen; de Grote Oorlog zou nog ruim een jaar voortduren; hoofdschuddend staar ik over ’t bijna lege bord en zie de laatste hoek; achtergebleven en verlaten, nog steeds, veld h8. Vierenzestig velden voorbij; voor immer.

Alle raadsels ontrafeld?  Nee, onmogelijk. De uiterste duisternis rondom het bord is te afschrikwekkend en met een blijde heimwee roept een argeloze toekomst mij; naar mate je de eigen slavernij onderkent, wordt de werkelijke vrijheid afgedwongen; een bal op het Comomeer;  het inzicht van Kirilov; techniek en wetenschap, moderne wetenschap als de zang van Sirene, scheep gegaan, het land verlaten, ja, de ons achterliggende horizon vernietigd; ik wend het hoofd terug van ’t omkijken en weet dat de klippen niet ver meer zijn; niet in staat tot zelfanalyse en meegesleept door trots, wegzakkend in een grondloos moeras.

Dan, opeens, ergens vanuit een uithoek van ’t bord, hoorngeschal: Wolfgang en Ludwig, onnavolgbare triolen en strofen en het nog jonge groen wordt met een dun goudlaagje overdekt: ook de aardbeien op de groente kraam. De zon breekt door; dwars door de milde regen en er kleurt een schitterende boog van a1 tot h8; van het eerste tot het laatste hoekveld; tot voorbij de laatste steg.  Intens dankbaar en gelukkig tik ik nog wat laatste letters; de laatste letters dit jaar.

Aldus schreef ome Willem


donderdag 11 mei 2017

Het wonder

Voorovergebogen staarde hij naar de stukken; zelf had ik, nadat hij met de pion d2-d4 had geopend, gekozen voor een tegenzet van één van zijn vele eerlanggeleefde tijdgenoten: Pb8-c6 waardoor ik het andere dier braaf op g8 in de paardewei liet staan, en zet van Юхи́м Боголю́бов, Efim, Efim Bogoljoebov.

Hoewel fris, was de dag mooi geweest en een eenvoudige rekensom leerde dat het inmiddels zijn meer dan 38.800ste dag was; bijzonder, want hij kon nog vertellen over wat hij een eeuw geleden beleefde.  Hoe de stad er uit zag, de mensen en hoe een compleet andere sfeer de omgeving domineerde.

Buiten reeds uitgebloeide narcissen; een voorjaar dat tot de zomer nadert; geparkeerde bussen op de brede parkeerplaats en regelmatig strijkt een spreeuw op het tableau voor het grote venster neer waar wat voer op ligt; geïnteresseerd en vooral genietend kijkt de Professor er even naar terwijl ik mijn volgende zet overdenk.

“Je zal maar tijdgenoot van Efim zijn geweest” dacht ik tijdens het bedenken van een volgende zet; “Misschien is dit de eerste keer dat je van me gaat winnen” had de oude heer vooraf nog op gestrenge toon geopperd en inmiddels deed ik mijn best; zag wat kansen en tastte de stelling met een steeds volgende zet af.

In de morgen had ik nog wat in de buitenlucht gefietst; nog wel een jas aan want het bleek nog aardig fris.  Maar overal jong groen, fleurige kleuren en een naderende vrolijkheid vanwege aanstaand warmer weer; maar hoe lang zal het optimisme duren?  

Steeds meer kraakt het al in haar voegen: onrust wordt sterker en is voelbaar, maar menigeen ontvlucht het door ontkenning; anderen weer door zich in het edele denken te dompelen en ik staar naar het veld g8, het voorlaatste veld g8 waarop na een zet of twaalf nog steeds het koningspaard graast.

Hij had het zelf voorgesteld: “Het is alweer een lange tijd geleden dat ik een stuk heb aangeraakt; een paar maanden geleden, geloof ik”, sprak hij, “toen Jan Nagel even langs kwam” en hij kon zich na enig reconstrueren zelfs de datum nog herinneren terwijl ik die inmiddels alweer vergeten ben.

Een leuke combinatie en ik veroverde een pion; onbewogen schoof mijn oudste vriend door; zijn gezicht verraadde niet de minste emotie en ook mijn paard had veld g8, het voorlaatste veld, verlaten en mengde zich in de strijd terwijl onderwijl mijn koning op het voornoemde veld, veld g8, had plaatsgenomen: mijn koning in de paardenweide.

Stevig verdedigend, na ruim een uur had ik weliswaar nog steeds dat ene pionnetje meer, maar ervoer steeds sterker dat ik niet meer door zijn strategisch opgestelde pionnenmuur kon komen; hij had mijn aanval kundig afgeslagen en een guitige glimlach kwam er voor kenners op zijn gezicht en vanonder de oude grijze snor klonken de woorden: “Het is een wonder dat ik nog leef…”. 

Na anderhalf uur werd tot remise besloten; “Eigenlijk is dat altijd de meest eerlijke uitslag” zo sprak hij diplomatiek en pedagogisch; zag dat de professor moe was en na nog wat politieke beschouwingen vertrok ik weer met in gedachten dat dit misschien toch wel zijn laatst gespeelde partij zou kunnen zijn terwijl die wonderwoorden nog steeds door mijn hoofd resoneerden: “Het is een wonder dat ik nog leef….!”

Aldus schreef ome Willem