Hoeveel mensen hebben mijn site bekeken?

woensdag 23 maart 2011

De transportcommissie.

Van links naar rechts: Hella Ranner, Peter van Dalen en Zoltan Kazatsay met naast hem vermoedelijk zijn secretaris. De grote overhandigde wekker is duidelijk te zien.
---

Fort Europa.

Gisteren was een eigenaardige dag voor mij, want ik deed mijn intrede in Fort Europa, de zetel van het Europese Parlement te Brussel en dat niet zomaar als bezoeker. Nee! Om negen uur vertrok ik vanuit mijn woonstede en haalde nog twee transportgeïnteresseerde mensen op, één heer uit Rotterdam en één dame uit Zegge waarna we vertrokken en doorreden naar Brussel. 

Na het voertuig ergens te hebben achtergelaten, te voet gegaan naar het enorme, vooral glazen, bastion en ons daar aangemeld om de conferentie "Conference_Social Rules in Road Transport" bij te wonen en we hadden ons al een week geleden aangemeld. 

Bij aankomst wist echter niemand van onze komst af, we werden van het kastje naar de muur gestuurd zodat we, na een uur tussen de diverse entrees te hebben rondgezwalkt, maar de conferentieleidster, mevrouw Hella Ranner, opbelden die uitkomst bood waarna uiteindelijk de juiste entree en de juiste zaal werd gevonden, maar deze eerste, primaire, ervaring met Fort Europa heeft mij wel het onbestemde gevoel gegeven dat er organisatorisch héél wat te verbeteren valt. Als zelfs zoiets eenvoudigs als een komst van aangekondigde personen niet goed geregeld kan worden, kun je inderdaad vraagtekens zetten bij het vermogen tot organiseren van de organisatie. 

De conferentie ging, zoals de titel reeds aangeeft, over sociale regels in het wegtransport waaraan natuurlijk de rijtijden aan gekoppeld zijn.  In deze vier uur durende bijeenkomst is uiteraard veel besproken, zoveel, dat dit niet in dit bericht past, maar één aspect wil ik u niet onthouden en geeft aan dat alles gebaat is bij goede en heldere regelgeving. Op zeker moment was ene professor Thierry Granturco aan het woord en die zette uiteen dat voor controle en uitlezen van de zogenoemde digitach elke lidstaat drie of vier verschillende soorten software hanteert en dat daarnaast er zeer veel verschillende software door ondernemers gebruikt worden voor het uitlezen en interpreteren van de zogenoemde digitach en dat dit heeft geleid tot meer dan 20.000(!!) vragen over de interpretatie hiervan waarvan 50% vragen waren van de controlerende instanties en meer dan dertig procent vragen waren van overheidsinstanties!  Dus niet alleen in het organiseren van het ontvangen van aangekondigde bezoekers, ook in het construeren van duidelijke en heldere wetgeving lijkt het Verenigd Europa te falen en dat is toch zeer verontrustend. 

Dat bleek ook wel uit het relaas van de Nederlandse spreker Marius van der Valk, zelf ook chauffeur, die aan de Europese Directeur Generaal voor Transport, de Hongaar Zoltan Kazatsay, demonstratief een luid tikkende wekker overhandigde. Zelf droeg ik bij door op te merken dat, wil men in Europa de democratie waarborgen, er naast regelgeving en wetgeving, ook een fatsoenlijk, eenvoudig toegankelijk, rechtssysteem dient te bestaan, iets, dat thans schittert door afwezigheid. 

Na afloop natuurlijk een hapje en een drankje, waarna we het voertuig opzochten die ons terugvoerde naar Nederland.  Enigszins voldaan reden we naar huis, het is immers gelukt, al onze grieven neer te leggen en voor te dragen in het Europese Parlement, want binnen afzienbare tijd verschijnt er een zogenoemd witboek waarin er enige aanpassing van de richtlijnen zullen worden opgenomen. 

En nu maar afwachten of die ook met meerderheid van stemmen wordt aangenomen. 

Alzo mijn wedervaren in Fort Europa, de zetel van het Rijk van IJzer een Leem.  

Een dubbel gevoel maakt zich van mij meester. 

Aldus schreef ome Willem. 
---

dinsdag 22 maart 2011

Op het symposium.

Van links naar rechts, P. Meeuwisse, Willem en R. Driessen.
---

Brussel.

Het Europarlement.
---

de sterren.

Het is nacht en ik staar naar buiten. De lucht is matig helder, de maan is inmiddels op, want ze was laat vannacht. Waar had ze toch al die tijd uitgehangen??

Als ik goed kijk ontwaar ik ook planeet Saturnus in haars bijzijn en alleen de de ster Spica van het sterrenbeeld Vigro (maagd) staat tussen hen beide in.

Even meer naar het midden kan ik enkele sterren van de boogschutter en Hercules en daar vlak bij, duidelijk, de Vega, één van de helderste sterren in het sterrenbeeld de Lier, zien.

Meer naar het noorden toe zie ik nagenoeg niets, vermoedelijk door nevel of wolken, maar door de lichtvervuiling weet ik niet precies waarom.

Het is trouwens ook koud, deze nacht, de nacht dat ik de slaap maar moeilijk kan vatten. Zouden het onbewuste spanningen zijn omdat ik straks een symposium van het Europese parlement bijwoon in Brussel? Of zijn het onbewuste andere zaken die mij, zonder dat ik het weet, prangen? De regelmatige afgrond die ik in mijn gedachten zie, die afgrond die terugkijkt? Ik weet het niet.

Het is verder ook windstil en nergens hoor ik enig geluid. Op de autoruiten vormt zich een flinterdun ijslaagje, het vriest enigszins en een licht huivering gaat door mij heen.

Als ik weer naar boven kijk, lijk ik te beseffen wat tijdloos is. De sterren, die hun vaste loop en baan hebben, doen dat al jaren, eeuwen en je kunt je nauwelijks voorstellen dat ze er niet waren.

Egyptenaren, grieken en chinezen uit de oudheid keken naar dezelfde sterren als ik nu en al die tijd is er maar weinig veranderd. Wat voor direct nut hebben ze eigenlijk, dan dat ze van tijd tot tijd door zeevarenden als navigatie werden gebruikt. Welk nut heeft toch die maan, die, als ze niet "op" is, niet te zien is en als het bewolkt is dan heb je aan beide, sterren en maan, niets.

Overdag staan er ook sterren, maar dan zien we ze vanwege het daglicht niet. Het blijft mij bezighouden: waarom is iets er als je het niet ziet, er niets aan hebt.

Ik denk verder en concludeer dat het voor veel meer dingen geldt. Welk nut en doel hebben streken en plaatsen op deze aarde waar nog nooit iemand kwam en nooit door een mensenoog is waargenomen. Er is een eigenaardige tendens gaande om stukken land terug te geven aan, zoals dat dan heet, moeder natuur en als dat dan heeft plaatsgevonden, worden de mens niet of nauwelijks meer toegelaten, maar wat is dan de zin er van?

Of verzand ik in mijn denken nu te veel in de moraal van de nuttigheid, in die moraal waarin nuttig, goed en dom tot elkaar naderen, want dom is te menen dat alleen nuttig goed is.

De sterren boezemen mij vrees in, vrees overigens zonder angst en ik kijk er met ontzag naar en wellicht is het wijs om je met ontzag over te geven aan Diegene die ze daar, zonder enige nut of noodzaak, met gezag heeft "geplant" en misschien....

Misschien kijk ik daarom wel zo graag naar de sterren omdat ik vermoed dat die geen mening over mij hebben.

Aldus schreef ome Willem.


---

vrijdag 18 maart 2011

Het Amstelstation.

De werkweek verdwijnt achter mij en de duisternis valt weer in, maar hemellichamen zijn er niet te zien. Jammer, want Jupiter zou nu goed zichtbaar moeten zijn, schat ik.

Gisteren een aardige dag geweest, gelost in Barneveld en daarna mijn oplegger naar de garage in Amsterdam gebracht waarna ik nog wat kluswerk deed en tot slot via Nijkerk naar huis ging.

Zo ook vandaag, laden in Coevorden en terug naar Amsterdam, nog wat klusjes en toen was de week om. Inmiddels rijd ik met de trein Amsterdam uit, passeer Oosterburg, Wittenburg, waar ik ooit nog eens bij de firma Helsloot heb gereden, en Kattenburg waar nog steeds de opvolger van het oude werkspoor, nu Stork, is gevestigd.
Daarna rijden we de Czaar Peterstraat over en al snel trein ik tussen de Tugelaweg en de Populierenweg naar het Amstelstation toe. Het is dit station waar ik vanaf 1960 tot en met 1963 bijna dagelijks door de imposante hal liep, vaak twee keer per dag, van school naar huis en omgekeerd, ook in de wintermaanden op zaterdag want we hadden nog op zaterdagmorgen school.

Regelmatig liep ik rond de aldaar aanwezige ovaalvormige kiosk, voor de helft een boeken- en krantenwinkeltje waar ik me nog de geëtaleerde Suske en Wiske's, nog met blauwe voorkant, herinner.

De andere zijde was een piepklein "snack"-winkeltje hoewel het woord "snack" ten dien dage nog niet bestond en naast allerlei snoep en koek kon je daar ook voor 25 cent een kroket kopen.
Vaak heb ik mij er aan verlekkerd, maar kopen kon ik ze zelden, want 25 cent had ik bijna nooit op zak.

Inmiddels is de trein industrieterrein Overamstel gepasseerd en op dit terrein verscheen als Canadese na-oorlogse "ontwikkelings"-hulp de eerste kauwgomballenfabriek van Maple Leaf, waar ik ooit nog even via een uitzendbureau aan de slag ben geweest, op het toen volledig braakliggende terrein en thans is het helemaal vol gebouwd.

Al schrijvend naderen we Utrecht en noodgedwongen moet ik er nu mee stoppen.

Ik ga kijken of ik de aansluiting naar Maarn nog haal.

Aldus schreef ome Willem.



---

woensdag 16 maart 2011

Op weg.

Tussen Nogent en Dreux.
---

In de knaagschuur.

Waar de meesten naar onder het eten naar voetbal kijken.
---

De zandheks.

Je ziet ze eigenlijk overal, tegenwoordig, maar niet vanmorgen in de routier waar ik naast een petit café heel dogmatisch en héél Frans de keus had tussen een croissant en een pain chocolat en ik koos voor het laatste.

Nog in het donker passeerde ik Le Mans en sloeg de oude weg op naar Chartres en kwam zodoende door La Ferte Bernard en Nogent le Routreau, maar sloeg daarna af richting Dreux.

De tankstations liggen er tegenwoordig ook vol mee met die dingen terwijl ook supermarkten er in handelen. De ramen van horeca instellingen staan er doorgaans mee volgeschreven, ook hier op de weg tussen Dreux en Evreux, waarna ik dit keer via Rouan en Abbeville huiswaarts keerde.

Ditmaal ook verder, Hesdin, Saint Pol sur Ternoise en zo, hup, via Lens naar Lille.

In Duitsland trouwens heten het zandgrappen en er zijn ook hele ketens die dagelijks duizenden heksen omzetten, maar dat terzijde, nu ging ik verder, naar Gent, maar de drukte was dermate dat ik besloot om over Zelzate verder te gaan. Er volgde nog Goes en omdat de Flake-tunnel was afgesloten verder via de Zeelandbrug en zo naar huis.

Onderweg betrapte ik mij er op dat ik, geheel tegen mijn gewoonte, er ook ééntje kocht, zo'n zandheks, met kaas dit keer en een kop koffie er bij.

Na het eten van betreffende sandwich veegde ik met het bijgeleverde servetje mijn snor af en reed weer verder.


Aldus scheef ome Willem.
---

N 28, D 928.

Nog maar 15 jaar geleden was dit de hoofdweg naar Rouan. Nu rijdt er nagenoeg niemand meer, op ome Willem na dan.

---

Vendée.

Op weg naar La Flèche.

---

Brug.

Stijlvolle hangbrug over de Loire.

---

Le Loire.

Bij Rosieres

---

Dorpje

Pittoresk dorpje bij Cholet.
---

Nantes.

Brug over de Loire.


---

dinsdag 15 maart 2011

De droefenis.

Een droeve dag vandaag, maar dat is de vijftiende maart al jaren, een datum die in mijn geheugen staat gegrift.

De dag zag er overigens niet bepaald droevig uit, integendeel, alles en overal onthullen zich gestaag de lentekleuren, gele brem, rose en witte japanse kers, hier en daar reeds vers groen blad en zowaar, ten zuiden van de Loire, bloeiende mimosa en al die kleuren, het nieuwe leven, geven troost en hoop.

Vanaf Evreux reisde ik via Nonancourt naar Verneuil waarna ik afzakte naar Montagne au Perche en vanaf ongeveer daar week het wolkendek en maakte plaats voor zonneschijn.

Na Bellême reed ik via Belletable naar Le Mans, kwam langs het race- circuit en volgde de oude weg naar La Flèche tot aan Baugé vanwaar ik, achteraf, een landweg op schoot naar Beaufort en vandaar voerde de weg verder, de prachtige Loirebrug bij Gennes over en niet lang daarna kwam ik aan in Cholet, nog geen twintig jaar geleden nog een klein stadje waar je dwars door kwam, thans ontwikkeld met er omheen een rondweg én een autoroute.

Na een goed half uur kwam ik aan in Montaigu, de plaats waar ik de complete lading achterliet en nog voor half vier had ik de retourlading vanuit de Nantese haven er al weer inzitten.

Eindelijk weer eens in Nantes, de stad waar ik in 1973 een tijd lang twee keer in de week kwam, de stad waar de schrijver van 20.000 mijlen onder zee en Michaël Strogoff, koerier van de czaar en andere boeken werd geboren en iedereen weet natuurlijk dan dat met de schrijver de ongeëvenaarde Jules Verne bedoelt wordt.

Al 21 jaar herdenk ik deze dag, want het is alweer 22 jaar geleden en soms eet ik die dag niet eens. Vandaag zou dat niet helemaal gaan lukken, want een jonge collega kruiste mijn pad en we spraken ergens af om de avond door te brengen en dat was natuurlijk weer bij een routier, een Franse knaagschuur.

Zo reed ik eerst terug, via Ancenis richting Angers, een klein stukje snelweg en al spoedig was ik weergekeerd op de weg Baugè - La Fléche en toen ik die twee plaatsen achter mij had gelaten kwam ik de betreffende collega tegen bij een knusse knaagschuur. Onder het eten zaten wij met de rug naar de kwelbuis en hadden zo uitzicht op de kijkende gezichten van de Franse eters die tegelijkertijd etend één of andere vage voetbalwedstrijd aan het volgen waren wat weer voor ons een koddig gezicht was.

Daarna nog wat bar gehangen, hij aan de kir, ik aan het prikwater en ik heb hem, op dat moment, maar niet vermoeid wat mij vandaag tot innerlijke droefenis stemde.

Het gebeurde, 22 jaar geleden bij de slager in Weesp, plotseling. Daar, op 15 maart, overleed mijn moeder.

Aldus schreef ome Willem.

---

maandag 14 maart 2011

De haar.

Voor een keertje wat later op, vandaag, want Almere is niet zo ver.
Na Almere op weg naar Apeldoorn en aldaar geladen voor een klant op de grens van de Vendée en Bretange, dat was zo ongeveer het program deze dag, dus niet al te spectaculair hoewel het volgens mij voor het eerst is dat ik, sinds ik het log schrijf, deze hoek in ga dus wat dat betreft wel weer nieuw.

Vanaf het laadadres eerst een poos autosnelweg, dus afzien, tot aan Atrecht, het tegenwoordige Arras en daar er af en dit is eigenlijk de oude oorspronkelijke hoofdweg naar Rouan en Le Havre en vooral het eerste deel, tot Amiens, wordt nog veel gereden.

Na Amiens werd het rustiger en de avondschemer zette zich langzaam in. Zo reed ik door dorpjes als Poix de Picardie, een dorpje waar je vroeger naar Rouan ook doorkwam, een dorpje met aan weerskanten een tamelijk steile helling en het is eigenlijk onbegrijpelijk dat daar in het verleden nooit eens een ongeluk heeft plaatsgevonden. Vanaf Poix van de oude route afgegaan en via Granvillers, Marseille en Gouray naar Les Andelys gesjokt, allemaal dorpjes waar de brasserie en bar/café/tabak steeds meer vervangen worden door kebab- en Pizza-tenten en zo is dat in heel Frankrijk, terwijl er ondertussen in de laatste twintig jaar een akelig dicht MCD-net over het land werd geweven.

Tussen Gournay en Les Andelys kwam ik niet één voertuig tegen en inmiddels keerde de door het daglicht verbleekte sterrenhemel weer, eerst, zo vermoed ik, in het westen de Sirius, daarna meerdere en even meende ik boven mij iets naar het zuiden toe de leeuw te zien, maar zeker was ik er niet van.

Inmiddels sta ik stil en heb zicht op het noorden, linksboven van mij vermoed ik Jupiter en voor mij denk ik twee van de drie sterren te zien die tezamen de Haar van Berenice vormen, Berenice, de vrouw van, als ik het wel heb, de Egyptische farao Ptolemaeus, de tweede of derde.

Bij het kijken naar donkere hemelkoepel op deze eenzame verlaten plaats kijk ik weer even in de diepte van de grondeloze afgrond. Genoeg er over, ik houd het voor me, want 't heelal is diep, dieper dan de dag zich dacht, zoals de haar van Berenice.

Aldus schreef ome Willem.
---

Picardië.

Op weg naar de Vendée.
---

zaterdag 12 maart 2011

Rijn met aak.

Tussen Neuf-Brisach en Rheinau.
---

11 en 12 maart 2011.

Het is weer mooi weer vandaag, net als gisteren, overigens een dag die, gisteren, met een probleem begon, te weten, weer eens een fout adres. Bijtijds op, eerst op een adresje lege paletten gehaald en toen naar het laadadres dat echter niet in de opgegeven straat zat, overal gevraagd, drie keer ergens naar toe gereden om tot slot maar eens de opdrachtgever gaan bellen om te vragen of hij wellicht zich niet had vergist.

Dat bleek, want het opgegeven adres was op zich geheel onjuist, de prefferstrasse 250 die echter niet meer dan 20 nummers had en ook nog eens in een woonwijk lag, ook niet de pfefferring, want dát bleek een oud adres waar ze al drie jaar niet meer zaten, maar elders, in een ander dorpje, onder aan andere naam.

Zoiets betekend dan, dat je daar eerst een uur aan het ronddolen bent en dan daarna, als je naar huis rijdt, een uur te kort komt om dan nog thuis te komen. Als men zich dan nu eens zou gaan realiseren (.....).

Maar goed, daar houdt men al die jaren dat ik onderweg ben eigenlijk nooit rekening mee en nadat de lading er in zat, ijlings naar huis gespoed, bij Neuenburg de brug over, langs de Rijn naar Rheinau, Haguenau, Trier, Bittburg enz. enz. en uiteindelijk thuis gekomen. Vanmorgen bij het ontwaken was het al licht aan het worden en alleen de Sirius en de poolster waren nog te zien, de vertoefomgeving buiten wordt met de dag aangenamer, maar desalniettemin, de diepte, de onmacht er iets tegen te doen.

Ze is dapper, evenwichtig, maar toch, het blijft mij aangrijpen, te meer daar het zo dichtbij is en dat zal de komende weken ook wel zo blijven terwijl ik er alleen omfloers over kan schrijven.

Als je ouder wordt, kom je er steeds meer achter dat de reden, dat je van iemand houdt, kán houden, is gelegen in het bewuste danwel onbewuste feit, weten, dat er een tijd aanbreekt van loslaten, sterven.

Het lijken, nee, zijn elkaars tegenpolen, dood en liefde en dat wisten ze al héél lang geleden, want duizenden jaren geleden werd in het Lied der Liederen van de Tenach opgetekend: Liefde is net zo sterk als de dood.

Aldus schreef ome Willem.
---

donderdag 10 maart 2011

De diepte.

De wolken aan de horizon ontnemen bij het gezicht op het zevengesternte, maar boven mij ontwaar ik er veel, erg veel, ontelbaar veel.

Ouderwets weer lekker vroeg vertrokken en het wordt dan al snel licht nu, Saarbrücken, bij Hornbach weer even Frankrijk in, en, ach, ik beschreef de route al meerdere keren, Haguenau, Offenburg, Rottweil en naar de douane in Konstanz-Kreuzlingen, lossen Romanshorn en Lachen en inmiddels weer terug in Basel.

Onderweg nog steeds kale bomen, maar hier en daar wel een eerste lentekleurtje, maar ik kon er vandaag niet echt van genieten, want ik kwam langs een diepe, diepe afgrond, keek er in, maar.. zag geen bodem en de afgrond komt steeds weer terug.

Al lagen er in het Zwarte Woud zo hier en daar nog wat sneeuwresten, tikte de temperatuur vandaag even de 15 graden aan en werd ik door de douane vrij snel geholpen, mijn aandacht werd steeds weer getrokken door pijlloze diepten en ik moet oppassen niet in een depressie terecht te komen.

Het waait zachtjes, de wind komt uit het westen en voert ander, aangenamer, weer mee. Tussen mij en de Rijn zit een paar honderd meter grasland en ik loop er op. Vanhier zie ik mijn truck, boven mij de twinkelingen en daartussen steeds weer die pijlloze diepte, die grondeloze pijn.

In de verte hoor ik snelweggeluiden, verder hoor ik hier alleen geluiden van de stilte, maar die diepte, die diepte die maar geen antwoord geeft, de waaroms en de waatoe's spelen door mijn hoofd, maar kunnen de diepten niet vullen.
In de avondschemer, bij de Züricherzee, had ik nog zicht op witbesneeuwde Alpen en tussen Alpen onderling zijn talloze ravijnen, maar niet één is er zo diep als de diepte waar ik in kijk.

Meewarig kijk ik naar de sterren, maar ik weet, ook die hebben geen antwoord, hooguit Diegene die ze in zijn hand houdt, maar die zwijgt. Met horoscopen heb ik niets al kijk en luister ik graag op eenzame momenten naar een nachtelijke koepel. Ze lijken me een weinig troost te geven, maar een aan wanhoop grenzende bitterheid blijft.

Hier, vlak bij de stad waar Nietzsche op de universiteit doceerde en zijn boeken "voorbij goed en kwaad" en "de vrolijke vrolijke wetenschap" schreef, blijf ik alleen met mijn gedachten, mijn worstelingen.

Ze zijn te dichtbij om er over te schrijven, te teer om te melden, maar het houd mij bezig, intensief bezig, al een paar dagen.

Juist op het moment dat de bloemknoppen de embryonale status gaan verlaten en spoedig haar cellen gaan strekken, de vogels zich weer gaan nestelen, bomen ontluiken en het nieuwe begin al reeds daar is, wordt je ruw stil gezet, kom je aan bij een ondoorwaadbare plaats, wordt, als het ware, een vreselijk oordeel uitgesproken.

Aldus schreef ome Willem.


---

Zürichersee.

En als je goed kijkt, zie je twee veerboten elkaar passeren.
---

Bodensee.

Ziehier een wilg, treurwilg, met het eerste ontspruitende groen.
---

woensdag 9 maart 2011

De eerste.

Vandaag zag ik ze voor het eerst dit jaar!

Wie denkt, dat na zo'n reisje naar de voormalige DDR het er deze week op zit, denkt dat maar, maar juist is het niet.

Eerst even naar Flipjestad Tiel geweest, deze morgen, waar de vracht uit Halberstadt er uit ging, toen naar Amsterdam waar de kar weer aardig vol werd, even langs de DAF-garage en daarna nog eens bij-laden in Moerdijk en daarna er weer "uit", zoals dat heet.

Onder invloed van westerwind, waardoor de temperatuur opliep, via Tilburg naar Maastricht en via Verviers en Diekirch naar Trier. Tot zover vandaag. Maar het was, vooral tussen Maastricht en Liège, langs de Maas, waar ik de eerste, de allereerste geelbloeiende Forsythia zag en terwijl ik de rivier over keek ontwaarde ik aan gene zijde reeds de eerste Salix Alba Tristis, de eerste treurwilgen waar reeds een zweem van licht voorjaarsgroen af kwam. Het nieuwe, herniewde leven neemt langzaam maar zeker een aanvang, de flora ontluikt en het zal nu hard gaan.

Reed ik in het donker tussen Bollendorf en Echternach over een lange laan met kale bomen, dra zullen ook deze bomen zich versieren met lenteblad. Het jaarlijks wederkerend bladfestijn, verheugend verrukkelijk jong groen, elk jaar op nieuw! Het houdt een belofte in!

Aldus schreef ome Willem.
---

Watertoren.

De oude watertoren van Halberstadt.

---

Brug.

Ook Duitsland kent zijn mooie, oude, spoorbruggen.
---

Keien.

Natuurlijk was de vorige foto een leuke DDR-molen, hier alsnog de kinderhoofdjes.

---

Keien.

DDR-stijlse weg.
---

Berken.

Langs de wegzomen in Weserbergland.
---

dinsdag 8 maart 2011

Dinsdag, 8 maart 2011 (n.c.).

Oh, wat was het koud vanmorgen, en nog steeds de sterren. Vermoedelijk was het ook nieuwe maan want hoe ik ook speurde, ik kon er geen vinden en daarom waren er ook meer sterren te zien dan met maan, sterren, hemellichamen waar eeuwen her de oude Abraham, de eerste van alle joden en arabieren, naar keek en al kijkend naar die sterren een woord van de Eeuwige meekreeg dat zijn nakomelingen net zoveel zouden zijn als het getal der sterren, sterren die de weg wijzen, aan wijzen uit het oosten en aan zeevarenden die vooral vroeger op de sterren voeren.

Sterren, waarvan Beethoven in het vierde deel van zijn negende symfonie opmerkt dat "...hinter dem Sternenzelt, muss ein liebe Vater Wohnen" en al kijkend naar de imposante lichtkoepel kun je eigenlijk niet tot een andere conclusie komen, want zoiets vanzelf, bij louter toeval, ontstaan?

Trouwens, nu ik het net toch even over wijzen had: ik snap niet dat men hier zo afgeeft op "ossies", immers, ook hier komen de wijzen uit het oosten. Kant uit Köningsbergen, Nietszche uit Naumburg, Freud uit Freiberg en zelfs Goethe woonde lange tijd in Weimar dus die aversie tegen alles wat uit de voormalige DDR komt begrijp ik dan ook niet helemaal. Genoeg erover, laten we overgaan tot de orde van de dag, de ijzige koude dag, eerst op weg naar Stendal, lossen, en toen weerom gekeerd en geladen in Halberstadt waarna ik via Goslar, Lamspringe, Alsfeld en de stad van de rattenvanger, Hameln, huiswaarts keerde en wederom het Weserbergland doorkruisde. Daarna de vierbaansweg op, Osnabrück Hengelo en om acht uur thuis. Al bemerkte ik dat hier de kou over was. Het werd tijd, laat het voorjaar nu maar komen.

Aldus schreef ome Willem.
---

Patrouilleweg.

Maar even verderop vind ik nog deze aanwijzing.
---

DDR-grens.

Bij de grasrand was ooit de grens. Er is niets meer van te zien.

---

De sterrenpracht.

De duisternis overheerst de parkeerplaats en de winter lijkt lang te duren, want het vriest weer onder een rijkgevulde sterrenhemel.

Vandaag had ik overigens enig geluk, want nadat ik vanmorgen vroeg vertrok en eerst een klant in Dortmund afleverde om er daarna nog eentje in Lemgo af te gooien en ik over het prachtige Weserland met zijn glooiende heuvels over mooi aangelegde binnenwegen via Steinhein en Holsminden naar Einbeck reed, daar ook nog een grote klant afleverde, kwam ik om half drie aan in Langelsheim waar men normaliter tot twee uur lost, maar door wat inventief toneelspel mijnerzijds gelukte het mij om er toch nog te lossen hetgeen betekende dat ik verder kon en de voormalige DDR tussen Vienenburg en Lüttgenrode binnenreed.
Van het oude gordijn is nauwelijks iets te zien, maar toch ontwaarde ik nog een oude tankbaan aan de oostzijde van de oude grens.

Al slingeren kwam ik met uitermate zonnig, edoch fris, weer, door allerlei schilderachtige dorpjes met fraaie kerkjes en pittoreske huisjes, een ware idylle voor de reiziger, zoals Osterwieck, Hessen, Pabstorf en Seehausen om de handrem er op te zetten nabij Uhrsleben.

Vol verwondering staar ik naar de wolkenloze hemel met zijn ontelbare sterren en als ik het wel heb ontwaar ik aan weerskanten van de Taurus links de hyaden en rechts de Pleiaden die nog net boven de horizon uitsteken terwijl boven mij de sterren van de draak zich twinkelend en bijna hoorbaar tussen de Orion en de Grote Beer slingeren.

Er zijn mensen, geleerden zelfs, die durven te beweren dat ze onmetelijk, bijna oneindig, ver weg staan, maar als ik ze zo vol ontzag bewonder, geloof in daar nu helemaal niks van! Sterren, echt, ze zijn dichterbij dan u denkt en als je goed luistert kun je ze zelfs zachtjes horen. Horen twinkelen.

Aldus schreef ome Willem.


---

zaterdag 5 maart 2011

Rotterdam.

Gisteren was het weer zo'n dagje dat weer niet voor de wind ging. Eerst was vroeg ik de morgen bij Utrecht een afslag afgesloten waardoor ik een end moest omrijden, daarna kwam in in Amsterdam, pikte een geladen oplegger aan waarvan de deuren niet bleken dicht te kunnen en ik daarvoor maar een spanband ging gebruiken en bij de eerste klant bleek ook nog eens de lading ernstig door elkaar gehusseld in de oplegger te zitten.

Door dit alles werd het aan de late kant, kwam ik via een klantje Tilburg net in de pauze te Numansdorp aan. Daarna Rotterdam en men was vandaag zo bereidwillig om de Amsterdamse oplegger te laden. In de Waalhaven, op de Vondelingenplaat en bij Neele die in het oude pand van de ooit vermaarde havenfirma Vitesse zit.

En daarna weer naar Amsterdam en vervolgens naar huis. Tam allemaal dus, maar dat mag ook wel eens.


Aldus schreef ome Willem.
---

Göteborg.

Deze stad werd trouwens deels door Nederlanders ontwikkeld. Er is zelfs een tijd geweest dat het Nederlands hier als officiële taal naast het Zweeds werd erkent.



donderdag 3 maart 2011

Donderdag, 3 maart 2011.

Vannacht werd ik wakker van een schurend en krakend geluid en ik dacht dat het schip ten onder zou gaan. Gelukkig had ik gisteravond nog aandachtig de reddingssloepen geinspecteerd: mij kon niets overkomen.

Ik keek, rond drie uur, door de patrijspoort naar buiten, de Oostzee op, en zag tot mijn verbazing de oorzaak van de vreemde geluiden, want we voeren dwars door een immens ijsschotsenveld. Toen ik zo naar dit schouwspel aan het staren was, doemde er schuin boven mij lichten op en niet veel later begreep ik dat we onder de brug over de Grote Belt voeren, de brug die ik afgelopen dinsdag nog over reed.

Na een half uur ging ik weer liggen en sliep en reisde verder.

Om zeven uur meldde ik me voor het vorstelijke scheepsontbijt en rond negen uur staken we in de Kielse haven aan wal waarna ik via Hamburg, over de B-75 en later over de B-213 terug reed en, heel ouderwets, bij Denekamp Nederland weer binnen reed.

De Zweedse rit was hiermee, een dag vroeger dan gepland, ten einde.

Morgen zien we wel weer.

Aldus schreef een vermoeide ome Willem.
---

woensdag 2 maart 2011

Gezicht op Göteborg.

Vanaf de boot.

---

Tussen de eilanden.

De hele nacht zal ik wel doorreizen, het kan niet anders. Toen ik vanmorgen rond de klok van zeven vertrok was het ruim onder de tien graden; ik was weer terug in de winter, compleet met sneeuw en ijs. Het verwonderde mij trouwens dat het al zo vroeg licht was en al snel was ik in kongsor, waar ik links af sloeg naar Eskilstuna, een Finse enclave in Zweden, een stad met hoofzakelijk Finse inwoners en er is zelfs een finstalige krant.

Eskilstuna was trouwens ook het eindpunt deze week en hier koppelde ik de oplegger af, deed de spatborden over de wielen en reed terug, maar nu even anders, na Kungsor richting Orebro.

Het weer klaarde op, een scherpe zon zorgde voor winterzonnekilte en de temperatuur liep langzaam op. In Orebro deed ik de laatste Zweedse inkopen waarna ik de reis door de eeuwig zingende bossen voortzette, de prachtige bossen die verschrikkelijk ontsierd worden door de veelvuldig plotseling opdoemende hoge palen met een grote M er op, u weet wel, van die Amerikaanse keten van die restaurants zonder koks.

Zo reed ik tussen de meren Vannern en Vattern, de één nog groter dan de ander, beide nog in bevroren toestand. In Kinnekulle pauzeerde ik een half uurtje, nam foto's van een paar prachtige wegreuzen en koetelde verder.

Na Skala werd de sneeuw beduidend minder om tussen Mariestad en Laxa helemaal te verdwijnen. En zo kwam ik aan in Gotenburg, in de haven, waar ik aanmonsterde op de boot, de boot naar de Duitse haven Kiel waar ik dan morgen aankom. Zo vaar ik dan deze nacht door tussen Sjaelland en Langeland, slapend in een pasagiershut met een patrijspoort waaruit ik zicht heb op de kille, koude Oostzee.

Al ze maar vannacht geen motorpech krijgen.

Aldus schreef ome Willem.
---

Volvo.

En nog wel een hele echte!
---

Entree in Zweden.

Vanaf de brug bij Malmo.

---

Scania.

Een echte Vabis!

---

Wegreus.

25 meter, 60.000 kilogram.
---

IJs.

Overal ijs, hele pegels!
---

IJs

Dit meer moet nog ontdooien voor de zomer...

---

Wegreuzen.

Enorme bom op de weg.

---

dinsdag 1 maart 2011

De herhaling.

Als er al zoiets als een voorjaarsbode was, waren het wel de zichtbaar afkalvende sneeuwvlakten op het eiland Fyn, (in het Nederlands beter bekend als Funen), maar dat was ook wel het enige. Na een voortreffelijke nachtrust met het krieken verder gereisd, langs Odense en na een sanitaire stop met koffie in Tietgenbyen al snel met de enorme imponerende brug, waarvan de reuzenpijlers hoog in de mist verdwenen, de Storebaelt over, maar dan moeten wel de a en e aan elkaar geschreven worden en zo kwam ik aan op het eiland Sjaelland, bij ons bekend als Seeland en na een uurtje sloeg ik bij Ringsted af richting Roskilde, de oude hoofdstad van Denenmarken en vandaar door naar Kopenhagen.

In tegenstelling tot Fyn lag er hier nauwelijks tot geen sneeuw meer, maar wel las alles onder een grijs wolkendek en dat bleef de hele dag zo. Na enige tijd reed ik de weg tussen Tarnby naar Malmo, eerst een lange tunnel in en dan wederom een imposante brug, op, nu onder en over de Oresund en zo kwam ik nog in de morgen na ruim dertig jaar weer eens aan in het land van Pipi en Scania, Saab en Volvo, rendier en eland. Een uur lang volgde ik de weg langs de kust naar het noorden en ook hier nauwelijks sneeuw, maar grijsgroene grasakkers waar je permavorst zou vermoeden.

Terwijl ik naar de klanken luisterde van de dramatische opera Don Giovanni van Mozart, passend bij het sombergrijze weer, bij Helsingborg rechts af de E 4 op en die route volgde ik enkele uren. Vanaf Orkeljunge reed ik door louter bossen, zeg maar gerust, door een eindeloos woud, maar wel met allemaal verschillende bomen.
Niet één boom is gelijk aan de andere.

Op de weg reden enorme hoge en lange vrachtwagens, wel vijftig procent van het transport leek wel door deze wegreuzen gedaan te worden, sommige wel met acht assen! En daar zijn onze Nederlandse LZV nog maar ukkies bij.

Zo passeerde ik Ljungby, Varnamo, Jonkoping en Husqvarna en keek uit over het enorme bevroren meer, de Vattern.

In dat meer ligt een eiland en toen ik in de buurt van Granna vanaf een hoogte er op neer keek, zag ik over de ijsvlakte een auto over het ijs naar het eiland rijden en de contouren van een tijdelijke weg waren duidelijk te zien.

Vanaf hier nam ook de aanwezigheid van sneeuw langs de weg en tussen de bomen toe, en nog wel in ras tempo. Deskundigen hebben mij wel eens verteld dat geen enkel sneeuwkristal gelijk is aan de ander: de natuur zit zo in elkaar dat niets in kopie aanwezig is.

Verder ging het, Mjolby, Linkoping en Norrkoping alwaar ik de richting van Uppsala op ging en bij het invallen van het duister heb ik in Katrineholm de handrem er maar weer eens opgetrokken op een parkeerplek met rondom manshoge sneeuwbergen.
Van alle mensen, mensen die nu leven, mensen die in alle eeuwen geleefd hebben en mensen die nog geboren worden en dus nog gaan leven is er niet één gelijk aan de ander, zoals niet één boomblad gelijk is aan een ander boomblad.

Alles in de natuur is uniek, in tegenstelling tot het wezen der techniek, de moderne techniek wel te verstaan, dat gebaseerd is op de herhaling, op herhaling van steeds hetzelfde, van de zuigeslag van de motor tot het vervaardigen van duizenden identieke wijnglazen aan toe.

En die gedachte, zo rijdend tussen de bossen, hield mij bezig en fascineert mij bij herhaling.

Aldus schreef ome Willem.
---

Brug.

Brug over de Store Belt, 19 kilometer lang.
---

maandag 28 februari 2011

Jutland.

Over de toendra,s.

---

Noord-Oost-zeekanaal.

Met een rits containerschepen.
---

Hamburg.

De enorme containerhaven.
---

Terug.

Natuurlijk, in deze tijd vertrek ik eigenlijk altijd als het nog donker is en nog voor er sprake was van file reed ik weg uit Amsterdam, nu richting Zwolle waar het langzaam begon te krieken.

Onder begeleiding van natte sneeuw afgewisseld met wat slagregen reed ik Emmen voorbij waarna weliswaar de neerslag ophield, maar er wel wat hinder kwam van grauwe mist ofschoon ze niet al te dik werd.

In het verleden kwam ik hier veel, erg veel, over de B 213, via Haselüne en Cloppenburg en dan verder, de veel te drukke snelweg naar Bremen op die ze thans aan het verzesbanen zijn en dat werd eigenlijk wel tijd ook.
Rond de middag keek ik uit over een besneeuwd Hamburg, reed door de vier kilometer lange Elbe-tunnel waarna ik de weg naar Itzehoe nam. Inmiddels was er van liggende sneeuw niet veel meer te bekennen, dan dat alleen de slootkanten nog wat voorzien waren van hardnekkige sneeuwranden die als een soort tandplak nog aanwezig waren.

Het wolkendek was niet al te dik, neerslag bleef uit en soms ontwaarde ik een rond lichtbol achter de grijze sluier. Even voor Heide passeerde ik het Noord-oostzee-kanaal, een kanaal dat van Kiel naar de Noordzee werd gegraven en waar tegenwoordig de containerschepen zo ongeveer in file varen.

Na Heide volgde nog Husem en niet lang daarna reed ik langs Tonder, maar dan met een streepje (/) door de o het land van Smorrebrod en Kierkengaard, van Andersen en Legoland binnen. De temperatuur zakte net even onder de nul, ik doorkruiste het eenzame Jutland en vanaf Toftlund, waar ik een kleine pauze hield, werd alles weer helemaal wit. Dat bleef zo de rest van de dag, toen ik langs Kolding kwam en bij Fredericia de hoge grote brug over de Kleine Belt passeerde. Jaren geleden moest je bij Fredericia nog met de boot naar Fyn, maar daar ben nooit mee meegeweest. Dat weet ik alleen van de verhalen van weleer.

Van ontluikend voorjaar heb ik vandaag niets meer gezien, geen blauw krokusje, geen sneeuwklokje, geen knopgroene wilgen, niets, en het heeft er veel van weg dat ik weer terug gereden ben, terug gegaan naar een koude winter.

Aldus schreef ome Willem.

---

zondag 27 februari 2011

Hoe star kan men wezen.

Bij een distributiecentrum gaat het niet altijd van een leien dakje.




zaterdag 26 februari 2011

Het drama.

Vrijdagmorgen teruggekeerd naar het losadres, het toonbeeld van starheid en toen werd er gelost, tien, vijftien minuten. Daarna nog wat teruggeladen met bestemming Amsterdam. In Amsterdam, bij onze eigen firma, vond de afgelopen week een drama plaats, want een loods, waar ik afgelopen maandag nog een opleggerchassis had neergezet, brandde een dag later volledig uit. De Venlose lading was bestemd voor de neven gelegen loods waardoor ik in de middag het resultaat van het inferno waarnam. Een enorme hoeveelheid verwrongen geblakerd staal en het zal wel enige tijd vergen voordat de bende is opgeruimd.
Daarna was de vrijdag weer om en ook de werkweek ten einde. Enkele foto's van het dinsdagdrama ontsieren het blog, maar ook dit is inherent aan het leven van de vrachtrijder.

Aldus schreef ome Willem.
---

Verwrongen staal.

Als je niet beter wist zou je denken dat dit moderne kunst was.

---

De verwoesting.

Resultaat van een ramp

---

donderdag 24 februari 2011

Mañana.

Mañana!

De loods was ongeveer tweehonderd meter lang, 32 doks, plek voor, naar ruwe schatting, 12.000 vrachtwagenladingen.

We verlieten nog voor vieren de parkeerplaats van de routier, net even onder Arpajon en stiefelden rond vijf uur door een rustig Parijs.

Fedor was te slaperig om met zijn onderzoekende blik rond te gaan, want gedurig knikkebolde hij met de bochten heen en weer, maar daar kwam na Soissons, waar we aan het begin van de stad een stop maakten voor sanitair en koffie bij een kroeg waar ze ook nog bovengemiddelde kwaliteitscroissants serveerden, verandering in.

De versnaperingen en het ontwakende daglicht deden hem goed en zo kom hij zich verder concentreren. Via Laon kwamen we in Vervins alwaar we via Mommenies in Chimay, bekend van het bier, aankwamen.

Jolande Sap van Groen Links, schaker Paul van der Sterren en Geertje W komen er vandaan, uit Venlo, en dáár staat die loods!

Mañana!

Via Couvin reden we naar Phillipeville, vandaar bij Dinant met een torenhoge brug over de Maas en daarna via Cinay, Havelange en Nandrin naar Liege, een route met gegarandeerd avond- noch ochtendfile.

Laat Paul nu maar schaken, dat is belangrijk genoeg, maar laten Jolande en Geert hier eens ingrijpen! Dat is nuttiger dan zeuren over die schattige charmante hoofddoekjes die mij doen denken aan de zestiger jaren van de vorige eeuw toen ook mijn moeder, evenals zoveel andere vrouwen van toen, over het haar het zogeheten floddertje droegen.

Na Luik natuurlijk weer het gezellige Nederland binnengereden en nog voor twee uur stond ik met de handel voor de deuren van de klant, de lange, lange loods, maar daar bleek geen plaats te zijn voor mijn lading.

Mañana!

Ja, morgen wel! Hoe verzinnen ze het! De lading zou een dag te vroeg zijn en voor morgen zijn bestemd en toen ik de toedracht waarom we niet konden lossen tegen Fedor had verteld, kregen we allebei de slappe lach.

Waren we in Nederland of in Absurdistan aangeland?

Van arren moede heb ik Fedor maar naar de trein gebracht, want dit euvel valt natuurlijk niet te onderzoeken. Terwijl het "transport" altijd zo flexibel mogelijk moet zijn, blijken vele grote distri-centra, in tegenstelling tot de transport. De starheid hoog in het vaandel te dragen, zulks tot een groot ongenoegen van, met name, de chauffeur.

Om acht uur gaan we lossen, dan kunnen die 20 palletjes er uit en lijkt er ineens ruimte te zijn.

Vier uur op, twee uur voor de deur.

Wilders! Jolande! Doe ook wat nuttigs en grijp hier eens in!

Mañana

Dokter, ik voel me niet goed!

Aldus schreef ome Willem.
---

Geen plaats.

In deze 200 meters lange loods was vandaag geen plaats voor mijn 20 paletten...

---

woensdag 23 februari 2011

Voortgaand onderzoek.

Vier uur was het vanmorgen, toen de wekker ging, en we vertrokken onder begeleiding van een halve maan de nacht in, over de stille weg door de eindeloze akkerlanden richting Parijs.

Parijs was dit keer een "eitje"; geen file, geen drukte, maar ja, het was ook nog voor vijven en rond de klok van zes uur stopten we net even voor Rambouillet om een petit café te nuttigen waarna we verder koetelden.

De eerste klant, te Epernon, liet ons om acht uur binnen, de tweede te Meung sur Loire om elf uur en tot slot konden we om één uur zowel lossen als laden in dezelfde straat in een plaatsje bezijden Tours en daarna, als toetje, naar een leuk laadadresje in Fougeres sur Bievre waar we een partij goederen moesten ruilen.

Al deze zaken werden uiteraard aandachtig bekeken door het onderzoekend oog van mijn metgezel die regelmatig aantekeningen aan het maken was.

Na dat laatste adres de terugweg aanvaard, en na de opgereden rijtijd stonden we stil op de N 20 tussen Orleans en Etampes waar we in een uitstekende knaagschuur diverse lekkernijen hebben tot ons hebben genomen terwijl we met nog een paar andere landgenoten aan tafel zaten en natuurlijk was dat koren op de molen van Fedor die de overige Nederlanders, behorende bij de cultuurgroep vrachtrijder, aandachtig en diepgaand bestudeerde.

In het voertuig maakte hij nog zijn laatste aantekeningen en daarna las hij nog een stukje inb het door mij uitgeleende boek Hooligans van Jan Hendrik van den Berg en ondertussen lees ik nog een paar hoofdstukken van Safranski en onder het lezen ontspon zich soms een korte discussie waarbij ik mij als een ondervragende docent opstelde.

Met die afstudeerscriptie van Fedor zit dat vast wel goed, denk ik.

Aldus schreef ome Willem.
---

Montrichard.

Brug over de Cher.

---

DAF.

In prison.

---

Molens.

Bij Stompetoren.

---

dinsdag 22 februari 2011

Fedor.

Neemt u mij niet kwalijk. Ja ja, ik weet het, op reis gegaan en gisteren niets geschreven, maar dat had zo zijn oorzaak.

Gisteren heb ik een ontdekking gedaan en dat kwam door Fedor. Fedor is deze week met mij mee en is volkennoom. Of volkenloog, ik weet het eigenlijk niet precies. En sinds gisteren ben ik er achter gekomen dat ik er bij hoor.

Gisteren, de dag dat ik na lange tijd weer eens door Stompetoren kwam omdat ik met een binnenlands autootje een binnenlands ritje deed. Amsterdam, Hoorn, Alkmaar en terug naar Amsterdam. Mijn eigen DAFje was even een dagje in onderhoud. Zodoende.

Vrachtrijders zijn een eigen groep in de samenleving, een eigen volk, een zelfstandig, wellicht autonoom ras, tenminste, dat wordt mij vertelt door Fedor en die kan het, als volkennoom, dit weten. Dat onderzoekt hij nu en heeft mij deze week tot voorwerp van zijn onderzoek uitgekozen.

Dus, deze week heb ik mij onderworpen aan dit onderzoek waar te zijner tijd wel een boek over zal verschijnen met de resultaten van dat onderzoek, het onderzoek naar de zelfstandige antropologische groep dat schuil gaat onder de naam vrachtrijder.

Vandaag ging hij mee: Apeldoorn, Liege, Namur, Avesnes sur Hulpe, Laon en tot slot ging hij met mij. Mee de routier binnen om te aanschouwen hoe ik, als vrachtrijder, de maaltijd nuttigde.

En nu gaan we slapen en ook dat gaat hij nu onderzoeken hoe dat is, slapen in het Dafje.

Als hij aan slapen toekomt, want hij weet natuurlijk nog niet dat ik snurk als een bejaarde grizzly.

Aldus schreef ome Willem.
---

zondag 20 februari 2011

Op weg.

Naar huis, altijd rustige wegen.

---

Plombieres les Bains.

Van bovenaf gezien.

---

Marseillaise

De dagen verglijden.
Ja, de laatste reis zit er weer op en ik was vrijdagavond alweer lekker thuis, nadat ik 's-morgens vóór zevenen vertrok en al snel door Lons le Saunier kwam, een klein stadje, vermaard om zijn La vache qui rire kaas, de zogenoemde lachende koe kaas, een overheerlijke smeerkaas. Maar ook de stad waar Claude de Lisle in de achttiende eeuw werd geboren en die is weer bekend om zijn strijdlied, de Marseillaisse dat hij in de nacht van 25 op 26 april 1792 schreef voor de oprukkende rijnlegers , een tamelijk krijgshaftig lied en nadat Hector Berlioz het hernieuwd op muziek had gezet werd dit het volkslied van Frankrijk.

Na Lons volgden al snel Vesoul waarna ik via Plombieres les Bains, een eeuwenoud kuuroord, vermoedelijk wel 2.000 jaar oud, naar Epinal wilde rijden, maar net toen ik het stadje wilde uitrijden, bleek de weg afgesloten, dus ben ik via allerlei vooral toch mooie en smalle bosweggetjes gereden en nét voor Epinal weer de juiste weg opgekomen, een kleine vertraging van misschien toch wel snel een half uurtje.

En dat half uurtje zul je nu net nodig hebben om nog thuis te komen, maar ja, zo is ons leven nu eenmaal.
De rest moge inmiddels bekend worden veronderstelt.  via Luxemburg, Weiswampach en Maastricht. En laat op de avond weer thuis.

Op ons volkslied, het Wilhelmus, moge dan regelmatig onder kritiek staan, maar indien je het Franse volkslied eens nader beschouwd, is dat een veel ordinairder, en zeker een minder verheven lied, berustend op wraak en ressentiment. Geen wonder dat die Fransen, met dat fanatieke volkslied, zo chauvinistisch, maar vooral een natuurlijke achterdocht tegen alles wat niet Frans is, bezitten.
Dan komen we met het Wilhelmus echt aardig goed weg!


Voor de volledigheid en ter overdenking, laat ik hieronder de tekst volgen.  De lezer oordele zelf.

Allons enfants de la Patrie,l
e jour de gloire est arrivé!
Contre nous de la tyrannie
L'étendard sanglant est levé.
L'étendard sanglant est levé:
Entendez-vous dans les campagnes
Mugir ces féroces soldats?
Ils viennent jusque dans vos bras
Égorger vos fils, vos compagnes!
Aux armes, citoyens,
Formez vos bataillons.

Marchons! Marchons! (Refrein)

Qu'un sang impur
Abreuve nos sillons.

 De opvolgende Franse coupletten laat ik even voor wat ze zijn. Hieronder de vertaling van het hele volkslied. 

Komt, kinderen des vaderlands,
de dag der overwinning is aangebroken!
Tegen ons is
het bloedige vaandel van de tirannie gehesen
Het bloedige vaandel is gehesen.
Hoort ge in de velden
het loeien van die vreselijke soldaten?
Zij naderen tot in uw armen
om uw zonen en echtgenoten te kelen
Te wapen, burgers!
Vormt uw bataljonnen!
Laten we marcheren, marcheren,
Zodat het onreine bloed
onze goten doordrenkt
Wat wil deze horde slaven, bestaande uit
verraders en samenzwerende koningen?
Voor wie zijn deze walgelijke ketenen,
deze ijzers die lang
geleden zijn gemaakt?
Fransen, voor ons, ah! Wat een belediging!
Welke middelen moet men uitoefenen
Wij zijn het die men durft te overwegen
om tot de oude slavernij terug te brengen
Refrein
Wat! Deze buitenlandse groepen
zouden de dienst gaan uitmaken in ons land.
Wat! Deze huurtroepen zouden onze krijgshaftige zonen teneerslaan.
Grote God, door geketende handen zouden wij ons onder het juk schikken.
Verdorven despoten zouden de meesters van ons lot worden. Refrein Beeft, tirannen en verraders,de schande van alle partijen!Beeft, uw vadermoordelijke projecten zullen uiteindelijk hun prijs ontvangen. Alles, wat tegen u vecht, zijn soldaten. Als ze vallen, onze jonge helden, brengt de aarde nieuwen voort, allen bereid om tegen u te vechten. Refrein Fransen, grootmoedige strijders,draagt of weerhoudt uw slagen. Spaar deze trieste slachtoffers die zich met tegenzin tegen ons wapenen. Maar deze bloedige despoten, maar deze medeplichtigen uit Bouillé...
Al deze tijgers die zonder medelijden de borst van hun moeder hebben verscheurd.
De heilige liefde voor het vaderland leidt, ondersteunt onze dappere wrekers. Vrijheid, geliefde vrijheid,vecht met je beschermers! Moge de overwinning onder onze vlag naar je toesnellen naar je krachtige klanken, zodat je ten onder gaande vijanden jouw triomf en onze glorie zullen zien! We zullen het strijdperk betreden wanneer onze ouders er niet meer zullen zijn. Wij zullen er hun stof vinden en het spoor van hun deugden.
Veel minder jaloers (zijn wij) om hen te overleven dan om hun doodskist te delen. Met verheven trots zullen we hen wreken of hen volgen

Aldus schreef ome Willem, ditmaal met de vertaler (onbekend) en De Lisle.
---

zaterdag 19 februari 2011

Door de bergen.

Zo reed ik deze week omhoog, van Perpignan naar Font Romeu, hoog in de Pyreneeën, en ik had een CD van Mozart op staan.




Steeds hoger ging ik, en het wordt ook steeds mooier.



En na het lossen ging ik een tijdje later naar beneden. Nu dus vanaf boven de haarspeldbochten door.

Langs de Rhône.



Een week geleden. Het waait langs de Rhône, en niet zo'n beetje ook.

donderdag 17 februari 2011

Ardeche.

De Ardeche heeft ook zijn vlakten.

---

Bij de klant.

Sommige zitten erg afgelegen.

---

Waarnemen.

Buiten is een Franse chauffeur zijn oplegger aan het aankoppelen en terwijl de motor van zijn truck nog loopt overschreeuwt hij dat geluid en is zo in gesprek met een collega die, zo zie en hoor ik, met de slinger de poten van de trailer omhoog aan het draaien is.

Het liep allemaal niet erg slecht vandaag, hoewel ik bij het eerste laadadres, te Lunel, ruim twee uur in de wacht heb gestaan bij een distributie centrum waar bovendien nog de Franse "IVW" controle ging houden op de rij-tijden en ik was zelfs het eerste voor controle aan de beurt.

Nadat ik alle benodigde papieren en schijven afgaf ben ik het voertuig gaan laden en toen ik daarmee klaar was, was hij ook klaar met alles nakijken. Zonder moeilijkheden kreeg ik de bubs terug want ik had volgens hem de laatste 29 dagen geen overtreding begaan. Wat kunnen mensen zich toch vergissen.

De chauffeur sluit de luchtslangen aan en vertrekt de duistere nacht in en is al snel uit beeld.
Als ik de ogen dicht knijp, hier, in mijn cabine, zie ik die Fransman met zijn truck en oplegger opnieuw voor me. Zijn kale hoofd, de witte oplegger en ook het geluid van de motor.
Ik kan, wat ik zo net zag en hoorde, morgen, of zelfs volgende week, opnieuw zien en horen, soms of het zojuist gebeurt is.

Na de controle naar een volgende ophaler heengesneld, een dertig kilometer ten oosten van Aix en Provence, in Pourieres, net gelegen in departement Var. Toen ook die er net na de middag in zat, restte mij nog één adres, in de Ardeche, in Ruoms en het zou kantje boord zijn die nog te kunnen halen. Haalde ik die wel, dan kan ik morgenavond thuis zijn, haalde ik die niet, dan zou het morgen laden worden en zaterdag thuis komen.

Om vijf uur kwam ik aan in Ruoms, net op tijd, en nadat ik ook daar klaar was, kon ik nog een paar uur kachelen, naar het noorden noordwaarts en kon nog komen bij een oude vertrouwde routier vlak voor het dorpje Pont d' Ain.

Toch is de Fransman en de truck hier niet meer aanwezig. Een moment geleden, buiten, was de chauffeur, zijn schreeuwende stem en de truck met oplegger, aanwezig. Toen nam ik dit alles waar.

Nu, hier in mijn cabine, is dat anders. Hoeveel ik ook zie en hoor, ik zie en hoor helemaal niet, ik stel me dat kale hoofd, die witte oplegger en die ronkende motor voor, en dat is niet hetzelfde.

Wat is toch dat verschil, enerzijds het waarnemen als zodanig, en anderzijds, het herhalen van het horen en zien, op eigen gezag, later?

Wie ziet en hoort, weet dat hij ziet en hoort

Wie zich iets voorstelt, weet dat hij niet ziet en niet hoort.

Merkwaardiger is het, als je bedenkt dat voorstellingen buiten alle dimensies vallen terwijl, ten opzichte van de vaste en "onvrije" waarneming, de voorstelling vrij is. Stel de oplegger, die ik net zag, opnieuw voor. Groen? Geel? Geen bezwaar. De man met een bos haar of een pet op, geen probleem.

Zo vergezeld ons het verleden. De eerste fiets, de buurt waar we woonden, de eerste autopech, het rumoer in de klas. Alles is daar, precies zoals het toen was, precies zoals ik denk dat het toen was.

Wie waarneemt ziet en hoort één vast gegeven, maar wie zich iets voorstelt, heeft vele varianten tot zijn beschikking.

De voorstelling is vrij en glijdt, beweegt over de omgeving. De waarneming echter heeft de omgeving.

Door alle voorstelling heen zie ik buiten een vrachtwagen aankomen.

Aldus schreef ome Willem.
---

woensdag 16 februari 2011

Llivia.

Rond het middaguur was ik in dát gedeelte van Spanje wat geheel door Frankrijk en thans door prachtige wit besneeuwde bergen ingesloten is, de Spaanse enclave Llivia. Rond 1600 werd met het verdrag van de Pyreneeën tussen Frankrijk en Spanje de definitieve grens tussen beide landen vastgelegd, maar er was een klein probleem.

En dat was Llivia, want dit had ooit eens door een Spaanse koning stadsrechten verkregen en daarom, hoewel de logica van dit daarom mij ontgaat, moest dit bij Spanje blijven en zo is deze enclave ontstaan, vermoedelijk de kleinste "stad" ter wereld, want het heeft om en nabij de 1500 inwoners.

Tussen de enclave en het moederland ligt een nauwelijks kilometer brede Franse strook land en de verbindingsweg is nog een lange tijd toneel geweest van een waar verkeersbordenoorlog omdat de Franse bevolking steeds de stopborden voor de kruising van die Spaanse verbinding vernielden.

Inmiddels is dat opgelost doordat er een brug over de weg werd aangelegd, de borden overbodig werden en zo werd ook deze oorlog passé.

Maar nu even: hoe kwam ik hier verzeild? Diverse keren ben ik hier voorbij gekomen, komende uit Barcelona en dan via Berga en Puicgerda naar Toulouse, Carcasonne of Perpignan. Een jaar terug ben ik over deze bergweg nog uitgeweken doordat de autoweg Barcelona-perpignan afgesloten was door sneeuwval en een oud bericht beschrijft dit nog.

Maar vandaag, nadat ik een klant in Poussan had gelost, had ik er nog een grote kist in voor Font Romeu-Odeillo-Via en het adres waar die kist heen moest was nu net precies op een slingerweg die uiteindelijk uitkwam in de enclave Llivia.

En nadat ik had vastgesteld dat in de stad Llivia eigenlijk niets was te beleven, ben ik na het eten van een Spaanse tortilla spoorslags weer vertrokken, naar Perpignan en over Port Leucate naar het noorden gereden. Van de storm die hier twee weken geleden nog woedde was niet veel meer te bespeuren, alsof de storm veroorzakende demonen zich hebben teruggetrokken tussen de rotsspleten in de bergen.

Integendeel: tijdens de reis zag ik vele kale bomen in volle zon staan. waarvan de knoppen op knappen stonden. Ook prachtige vol in bloei staande mimosa benevens wijd verbeide bloeiende vaak witte en soms rose prunusbomen.

Alleen de wijnstokken, die altijd wat later zijn, stonden er nog kaal bij en doen zich vermoedelijk te goed aan het gisteren gevallen regenwater.

Het hele avontuur met die kist naar Font Romeu had nogal wat tijd gekost maar gelukkig kon ik nog net voor sluitingstijd een adresje oppikken in de buurt van Clermont l'Herault en vandaar binnen de wettelijke grenzen het spul in Montpellier neergezet.

Hier, in deze stad, zie ik de dag, zie ik, als ik de ogen toe doe, de hoge, witte bergen, de vlakten met smeltend sneeuw, de kronkelweg door de bergen, de zon, bomen en bloemen en ik zie de uitgestrekte wijngaarden. Wijnstokken die jaarlijks, zoals ooit te Kana, zorgen dat water uiteindelijk wijn gaat worden.

Aldus schreef ome Willem.


---

Uitzicht.

Over het dal van Llivia.

---

Voorjaar!

Bloeiende prunussen.
---

Spoorbrug.

In de Pyreneeën.

---

Etang de salses.

Tussen Narbonne en Perpignan, bij Port Leucate.

---

dinsdag 15 februari 2011

Op de weg naar Nimes.

Met de zon als lente-bode

---

Schoonheid.

Alles wat wij doel noemen, is middel want er is eigenlijk in deze wereld geen doel, zoals geld een middel is om te kopen en macht een middel om te heersen en mijn DAFje een middel is om ergens te komen om goederen te brengen die men weer als middel nodig heeft.

Vesoul, daar reed je vroeger dwars doorheen, maar in 1993 kwam er een korte rokade en deze morgen reed ik daar weer eens overheen, op naar Bescancon, een middelgrote stad aan de rivier de Doubs, waar ik rond zes uur, onder de klanken van het tweede vioolconcert van Bach, langs kachelde en de weg vervolgde, ouderwets, dacht ik, totdat ik twintig kilometer vóór Lons le Saunier een nieuw rond, wit bord zag met daarop een zwarte vrachtwagen en er omheen een rode rand. Dus alweer een stuk weg voor vrachtwagens afgesloten, een ware epidemie hier in Frankrijk dat het werk er niet leuker op maakt.

Na het negeren van dit bord weer verder en het bleek dat ik niet de enige was die zich niets van dat verbodsbord had aangetrokken want ik kwam net zoveel vrachtverkeer tegen als anders.

Rond de middag dronk ik een kopje koffie op mijn vaste noga-adres te Montelimar waarna ik over de oude N 7 mijn weg vervolgde, langs lege en ontruimde "routiers", onbewoonde oude hotels en verlaten tankstations en allen van een zodanige lelijkheid dat er iets van schoonheid uit ging en ik bedacht mij dat alleen schoonheid geen middel is tot iets anders

Zij is goed in zichzelf zonder dat wij dit in haar aantreffen. Zij geeft zichzelf, en niets anders.

Die schoonheid nam ik waar toen ik tussen alle bladerloze loofbomen en in winterrust verkerende flora opeens de smetteloze bloemen zag van een uitgekomen witte prunus en de hier en daar reeds in bloei staande mimosa en omdat schoonheid, deze schoonheid, belangeloos is, is zijn het enige doelmatigheidsbeginsel omdat schoonheid nu eenmaal geen middel kan zijn. Zij kan alleen glans geven aan de middelen zonder een middel te zijn.
Ondertussen sta ik stil en kijk uit over een wijngaard waarop regen neerdaalt terwijl het reeds lang donker is. Regenwater wat via beekjes in de rivier komt en terug kabbelt naar zee, of de grond ik sijpelt en door de planten wordt opgenomen.

Achter de wijngaarden zie ik de met twinkellichtjes versierde berg van Sete liggen. Hier, in de Langedoc, met de eerste lenteboden, voorjaars-sfeer en -warmte. Sublime schoonheid dat wat belooft.

Aldus schreef ome Willem.



---

maandag 14 februari 2011

Off-day.

Een ware off-day vandaag en waarom weet ik eigenlijk niet.

Al, zoals altijd, vroeg weg, en alles maar zonder al te veel nadenken op routine gedaan. Je komt op de club en hebt eigenlijk geen zin om te spelen, maar ja, je bent er nu eenmaal dus schud je de tegenstander de hand, wenst hem prettige partij en je doet de eerste zetten van een opening die je goed kent en hoopt er maar het beste van.

Zo ook op deze wijze vandaag, eerst naar Emst wat laden, waar bleek dat ik nog wat ruimte over zou houden en toen via Scherpenzeel om wat bij te laden en waar ik zo ongeveer net vandaan kwam, verder, naar Maastricht.

En vergelijken we dat met een partijtje schaak dan valt op dat al heel gauw een onbekende variant op het bord kwam.

Eigenlijk zou ik na Maastricht mijn weg vervolgen over Bouillon omdat ik dan geen last zou hebben van een avondspits, maar omdat ik vergat te tanken bij de laatst mogelijke Nederlandse pomp, wijzigde ik de route en reed via Noord Luxemburg, waar de diesel goedkoper is, via Thionville naar Nancy waar ik een geringe last van avondspits ervaarde.

Even voor Vesoul vond ik een rustige stek en daar eindigde vandaag deze off-day in het donker. Een dag vol grijsheid, regen en somberheid, maar ook dat heeft zijn bekoring, de bekoring van zo'n off-day.

Vrolijkheid en somberheid zijn beide even kostbaar en je moet proberen het één én het ander gelijkelijk zo zuiver mogelijk tot je te nemen zonder ze te mengen, want door vrolijkheid dringt de schoonheid van de wereld onze ziel binnen en door somberheid komt zij in ons lichaam, juist omdat schoonheid geen middel is tot iets anders.

Aldus schreef ome Willem.
---

zaterdag 12 februari 2011

Egypte.

De week is bijna ten einde, de "shabath" al weer om. Mij bezig gehouden met beslommeringen, met beslommeringen van diverse aard. Buiten, na mooi, zonnig weer, meestal fikse regen en daar houd ik wel van, want wanneer het regent, sneeuwt het in ieder geval niet. Al een tijdje komt er via de media veel rumoer over Egypte binnen, gevolg door gejuicht en vreugde dat ene Moe, Moe Barak zijn stutten heeft getrokken.

Maar wordt het allemaal wel zo leuk? Ook Nederlanders dansten en hosten ooit om een vrijheidsboom op de Dam, maar daarna volgde een naargeestige en bittere tijd.

We zullen zien en wachten maar af, maar afgaande op de woorden, bijna 3.000 jaar geleden geschreven in de eeuwenoude Tenach, en wel dat gedeelte uit de Neviiem Acharoniem Iasaia waar de ziener schrijft: "Want Ik zal de Egyptenaren tegen de Egyptenaren verwarren, dat zij zullen strijden een ieder tegen zijn broeder, en een ieder tegen zijn naaste, stad tegen stad, koninkrijk tegen koninkrijk. En de geest der Egyptenaren zal uitgeledigd worden in het binnenste van hen, en hun raad zal Ik verslinden; dan zullen zij hun afgoden vragen, en den bezweerders, en den waarzeggers, en den duivelskunstenaars. En Ik zal de Egyptenaars besluiten in de hand van harde heren, en een strenge koning zal over hen heersen, spreekt de Heere HEERE der heirscharen, heb ik maar weinig fedussie in het lot van dit toch al zo getergde volk.

Of zou die tijd nu net weer voorbij zijn en was Moe die bovengenoemde strenge koning? Dan hebben ze dat nu achter de rug en breekt er juist een nieuwe tijd aan voor dit volk.

Wie het weet mag het schrijven.

Aldus schreef ome Willem.


---