Hoeveel mensen hebben mijn site bekeken?

zaterdag 21 augustus 2010

afbeeldingen deze week.

Op weg naar Appenzell, waar alles mooi diep-groen is.

Even langs de fabriek in Appenzell waar Appenzelller wordt gebrouwen



Een pittoresk sluisje in het kanaal van Bourgondië

Hangende kopjes


Afgemaaide korenvelden tussen Auxerre en Troyes.
Monument de Navarin
Een stukje Amsterdam in Rotterdam.
                                                                                                                                                                                                               
                                                                                                                                                                                                        
                                                                                                                                                                               
                                                                                                                                                                       

vrijdag 20 augustus 2010

Hangende kopjes

Door het weer hingen de kopjes er maar zielig bij. Overal waar ik deze week kwam zag ik ze als ik er langs kwam; door te kille temperatuur, te veel regen en te weinig zon; hangende kopjes.

Het zal onderhand een twintig jaar geleden zijn dat ik er tot aan de assen in was weggezakt en vandaag kwam ik er weer langs, monument de Navarin, een monument ter nagedachtenis van de "grande guerre", de eerste wereldoorlog. En dat kwam weer omdat we eerst al de hele dag en daarna de hele nacht doorjakkerden, met allebei, een collega en ik, een vracht paprika's uit Marseille. Mijn collega kreeg midden in de nacht, om een uur of drie, slaap en ik wist wel een rustig plekje om een uurtje te pitten. Ik wou eigenlijk door, maar ja, hij zag het niet meer zitten en bij dat monument was een ruime parkeerplek. Wat ik niet wist, was, dat ze de plek grondig hadden omgeploegd en voor ik het wist zat ik met het hele spul zo vast als een huis in de omgewoelde grond. Mijn collega kon nog net op tijd stoppen en het gevolg was dat hij even later zijn reis kon voortzetten en ik met de gebakken peren en de paprika's zat. De volgende ochtend moest er van 80 kilometer ver een dragline komen om mij uit m'n benarde positie te bevrijden. Toen hing ook mijn hoofdje naar beneden, net als vandaag hier in Noord Frankrijk op de velden, de kopjes van de Heliantussen.

Maar nu de zon na lange tijd weer terugkeert is er hoop voor de kopjes en ik zag al tekenen van herstel en met een dag meer zon zullen de grote gele bloemen zich weer fier en groots naar de zon toe keren. De zonnebloemvelden zullen dan weer schitteren en van hangende kopjes zal dan geen sprake meer zijn.

Schitterend was ook de door mij afgelegde route, vooral de eerste honderd kilometer langs het kanaal van Bourgondië. Zo begon ik even voor Precy sous Thil en kachelde langs Semur en Montbard alwaar het kanaal begint, een kanaal met vele sluisjes, veel natuurschoon en door bergen heen gegraven. Via Ancy le franc en Tonnerre kwam ik in Saint Florentin waar ik elf paletten plastic doosjes voor sandwichverpakking, u kent ze wel, die veel te dure driehoekige broodjes die tegenwoordig op elk tankstation liggen, ophaalde en daarna over de bekende weg, dwars door alreeds afgemaaide korenvelden, verder reed, al bracht ik een variant op het thema aan, want na Troyes en de weg op naar Chalons en Champagne, de N 77 cq de D 977 sloeg ik, omdat Chalons voor transitvrachtverkeer verboden is, bij Sommesous rechts af en reed via Dommartin en Fontaine naar Pogny en kwam zo op de N 44, volgde die noordwaards en daarna weer als eerder meegedeeld. Mazargan, Vouziers, Bouillon, Champlon, Marche en zo naar Liege.

Inmiddels werd het weer steeds beter en ook de temperatuur steeg aanmerkelijk. Dat belooft nog wat dit weekeinde! Vanaf luik reed ik trouwens nog een eind richting Hasselt en vandaar via Genk, Opglabeek, Bree en Peer reed ik bij Achel weer Nederland binnen en even voorbij Tilburg was het weer eens tijd om te stoppen. Morgen volgen nog Maasdijk en Spijkenisse waarna ik Amsterdam aan doe om vervolgens naar huis te gaan. Dan is het weer welletjes deze week.
Volgende week weer naar La Douce France en dan zullen we zien hoe de zonnebloemen zich van de hangende kopjes hebben hersteld.

Aldus schreef ome Willem.
---

donderdag 19 augustus 2010

Canal de bourgogne

Levert ook fantastische plaatjes op!

---

Koffie!

Op dit soort idyllische plekjes drink ik in de morgen mijn koffie.

---

Appenzeller taal.

Toen ik gisteren in de vroege morgen in Appenzell koffie dronk, kreeg ik daar suiker bij. Weliswaar gebruik ik nimmer suiker in de koffie, maar ditmaal bekeek ik de verpakking eens aandachtig, want de Appenzeller Kantonalbank maakt daar reclame op en doen dat door uitdrukkingen in het Appenzeller dialect, of zeg maar gerust, de Appenzeller taal, af te drukken en een paar van die zinnen geef ik thans weer.
E-n-aalti Chatz mo me nome Leene muuse en eronder de duitse vertaling: einem erfahrenen Fachmann muss man nicht belehren. (een ervaren vakman moet men niet beleren).

Seb chaascht meeni is Chemi uni schriibe.

Das kannst du wohl vergessen. (Dat kun je wel vergeten).

Noetzts nüz, so schatts nüz.
Ein Versuch würde sich lohnen, schaedlich ist's auf keinen Fall.
(Een verzoek is nooit weg, schadelijk is het in ieder geval niet) en als laatste:

Toemme as t Nacht schwaz. Geweldig dom (letterlijk: dom als de zwarte nacht).

Ergo, als u dus ooi het MCD-vrije Appenzell bezoekt, dan kunt u zich wat verstaanbaar maken. Hoogste tijd dat men eens een Kuifje in deze bijzondere taal vertaald.

Aldus schreef ome Willem.
---

woensdag 18 augustus 2010

Pontalier-Champgnole.

Doodstil vandaag.
---

De grens.

En nog wel een ouderwetse. Alsof de tijd hier even stilstond.
---

18 augustus 2010 (N.C.).

En zo werd ik vanmorgen wederom wakker op nog geen tien meter van de warme bakker die tevens in staat bleek een bakje koffie voor mij te vervaardigen waar ik gretig gebruik van maakte. Net even voor zeven uur had ik mijn Dafje tegen de laadramp aangezet en al snel had men de lading voor mij klaar terwijl om half acht de persoon binnenkwam die verantwoordelijk was voor de documenten en uiteindelijk kon ik toch nog om acht uur vertrekken wat me alles mee viel.

Maar voordat ik definitief afscheid nam van Appenzell stopte ik nog even bij een Appenzeller kaasfabriek om wat lekkers voor thuis mee te nemen, maar daarna toog ik met gezwinde spoed naar het westen: Gossau, Zürich, Aarau, Solothun, Biel, langs de Bielersee en zo op Neuchatel aan en vandaar de weg op naar het franse Pontalier en zo kwam het dat ik bij een piepklein grensje met een authentiek ouderwets frans douanehokje in het midden van de weg, La Verrieres, Frankrijk binnenreed.

Maar wie denkt dat ik mijn bestemming had bereikt, die heeft het mis, want verder ging het: Pontalier, Champagnole, Lons le Saunier, Louhans en zo naar Tournes en vandaar de oude N 6 op en even voor Macon, in Saint Martin Belle Roch, kwam ik aan bij een volgend laadadres die ik nog net voor sluitingstijd te pakken had. En omdat ik toch in de Beaujelaisstreek was meteen maar even bij een bevriende wijnboer wat overheerlijke flesjes voor thuis opgehaald waarna ik de reis voort zette. Eerst terug naar Tournes, dan Chalon sur Saone en vandaar de supergave weg naar Auxerre op waarbij je Chagny, Arnay le Duc en Saulieu passeert en bij dit laatste stadje sloeg ik rechts af de weg op naar Montbard en na enkele kilometers en na tien rij-uren er maar mee gekapt. Het mag dan augustus zijn, maar bepaald zomer is het vandaag niet geweest. Grijze wolken, zo nu en dan regen en lage temperaturen voor deze tijd van het jaar want het is de hele dag niet boven de 17 graden gekomen, ja, zelfs in de Jura gaf het kwik niet meer dan 13 aan! Welaan. Het is reeds donker en ik ga zo de gordijnen weer sluiten. Het is mooi geweest vandaag.

Aldus schreef ome Willem.
---

Kaas

Appenzeller, waar ik deze morgen nog even ging kijker.
---

dinsdag 17 augustus 2010

Huis in Appenzell

Met daarop een drieluik geschilderd. Wie ontraveld de betekenis?

---

Appenzell

Blik op het centrum.
---

"Schnitte"

Lekker, brood in witte wijn, gesmolten kaar en daarop een eitje.

---

Appenzell

Het nimmerweer had aardig doorgezet en vanmorgen kletterde de regen, met behulp van windvlagen, luidruchtig op het kabinedak. Grauwgrijze regenwolken duelleerden met elkaar om het hardst in snelheid en grimmigheid en onder zulk een onheilspellend gehemelte kloste ik van mijn voertuig naar de net om de hoek gelegen bakker waar ik om een vers klaargemaakt broodje kaas vroeg. De korte wandeling had reeds mijn overhemd en vacht doorweekt en alzo startte ik de nieuwe werkdag.

Na een paar kilometer stond ik bij klant nummer één en toen die er uit was volgde klant nummer twee, ook weer drie kilometer verder en zo reed ik, met inmiddels een al wat opgedroogd overhemd, richting Karlsruhe waarna ik de autobahn naar Stuttgart op ging, een snelweg die nog heel lang met zogenoemde Hitlerplaten moest worden bereden, maar de laatste tien jaar is men aardig bezig geweest deze uit 1938 stammende "strecke" onder handen te nemen en nu is het nagenoeg helemaal drie-baans.

Na Stuttgart een beetje zigzaggend via Reutlingen naar het zuid-oosten en nog ruim in de morgen liet ik ook daar, in Ubach, zes ton lading op een fabriek achter waarna ik via Gomaringen, Rothweil en Huffingen rond de middag bij de grens Blumberg/Bargen aankwam.

Inmiddels was het wolkendek aanmerkelijk dunner geworden en er dreigde zelfs een zonnetje door te breken, want in tegenstelling tot vele anderen ben ik nu eenmaal een liefhebber van regen en straffe wind, van grijze wolken en onstuimig weer. Heerlijk weer om bij te schaken, maar ook heerlijk om dan een boswandeling te maken en je een zekere garantie hebt er dan ook echt alleen te zijn.

Na de inklaring over de streep heen, Schaffhausen voorbij, daarna volgde nog Zürich en alzo kwam ik nog voor drie uur aan in Lachen, net even voorbij de landengte die het meer van Zürich zo mooi in tweeën deelt.

Toen ook die rommel er uit was toog ik naar het pittoreske plaatsje Appenzell waar lading voor mij zou klaar staan, maar niettegenstaande dat ik reeds in de loop van de morgen de grensovergang voor de terugweg voor die lading had doorgegeven, benevens dat ik er die middag nog wel zou laden, en ook de stellige mededeling had dat het allemaal in kannen en kruiken was, kwam ik er bij aankomst achter dat lading noch papieren gereed waren.

Hoewel het nadeel is dat ik op deze wijze dik drie uur rij-tijd "verknalde" nam ik van deze gelegenheid gebruik het stadje aan een onderzoek te onderwerpen en zowel uit eigen waarneming alsook bij navraag stel ik thans vast dat dit oord tot op heden geheel gevrijwaard is gebleven van een fastfoodketen, dus geen Quick, Burgerking, MCD of ander kokloos restaurant, dus is deze omgeving, met rondom prachtige bergen, sommige wel meer dan 2200 meter hoog, een aanrader. Maar er is meer! Appenzeller Alpenbitter, Appenzeller Bier, Appenzeller kaese!
En Appenzell heeft pas 15 jaar kiesrecht voor vrouwen. Dit gegeven met het feit dat op deze plek geen kokloze eetschuren zijn, zou dat iets met elkaar te maken hebben?

Daarnaast zijn de huizen in en om het centrum voor een groot deel prachtig beschilderd, soms met magnifike taferelen en ik zag zelfs een waar drie-luik. Helaas kon ik niet direct de betekenis ontwarren, maar dat komt nog wel.

Na een fikse dorpswandeling maar eens een toepasselijke gelegenheid opgezocht om de inwendige mens te versterken. Op het landesgemeindeplatz vond ik er een, ging naar binnen, zocht een plekje uit en na een langdurige blik op de menukaart bestelde ik een Appenzeller Kümmelsuppe mit Knoblauch en daarna een Appenzeller Kaeseschnitte met een eitje. De eetzaal is verder gezellig druk, tegenover mij twee appenzellerianen die in onverstaanbaar plat Schweitserduuts elkaar verbaal bezig houden en er zo nu en dan gemaakt bij lachen. De ene zit braaf zijn bordje leeg te eten, de ander hangt over de tafel en drinkt zijn Appenzeller biertje terwijl de serveerster, een oudere dame in een wit bloesje en die verder iets weg heeft van Angela Merkel nu de bovengemelde schnitte komt brengen, een stuk brood gewenteld in witte wijn met een dikke laag gesmolten appenzeller kaas en een eitje er over (zie foto).
En omdat ik nu net de soep op heb, ga ik even nu even, met uw welnemen, verder mijn maaltje verorberen.

Aldus schreef ome Willem.

---

maandag 16 augustus 2010

Lachen.

Vrijdag, afgelopen vrijdag, ja, dat was inderdaad een rommeldagje, hoewel: eerst reed ik naar Raamsdonksveer om aldaar het tsjechische gerstennat achter te laten en daarna reisde ik relax over Dinteloord en kwam zo langs Steenbergen en als ik daar langs rij gaan mijn gedachten altijd weer naar mijn lagere schooltijd waar Elsje bij mij in de klas zat. Elsje van Steenbergen. Nadat ik in 1963 de zesde klas verliet heb ik nimmer meer van haar vernomen. Ik weet alleen nog dat ze op de Weesperzijde, achter het Amstelstation, woonde, naast dat andere meisje uit mijn klas, Ineke Grijzenhout. Hoe zou het nu met die meisjes zijn?

Na Steenbergen kwam ik na tijden weer langs Heense Molen en via Sint Phillipsland kwam ik aan in Oude Tonge. Toen nog door naar Almere, terug naar Amsterdam alwaar ik spullen ontving voor deze week en daar ging ik vanmorgen vroeg weer mee op pad. Eerst het oude Taxandria, dat tegenwoordig Brabant heet wat weer van braeck bant, drassige strook, komt, door en vervolgens een paar klanten bij Frankfurt en omstreken en vervolgens Viernheim. Daarna even Karlsruhe
voorbij en hier, in Radstatt bleef ik staan.

Morgen om de hoek twee adresjes, dus dat komt mooi uit. De hele dag was het bewolkt en van tijd tot tijd kwam er ook wat regen uit en ook waait het zo nu en dan stevig. Het is augustus, maar het lijkt, gezien het weer, wel oktober. Onstuimig en koel. Het valt me echt op dat ik dit jaar nog geen uitgedroogde wegbermen zag wat wijst op een toch wel natte periode. Kortom, ook weer en wat rommelige, saaie dag zonder al te veel enerverends. Welaan, u heeft inmiddels bemerkt dat ik rondzwerf tussen het wijze oosten, wilde westen en diepe zuiden maar dat reizen naar het hoge noorden er niet bij zitten want dat vind ik vaak te koud.

Vorige week reisde ik, ondermeer, naar Wenen. Deze week wordt het Lachen.

Aldus schreef ome Willem.
---

zaterdag 14 augustus 2010

Dezeweek, een aanblik.

De synagoge van Plzen, in een moorse bouwstijl en gebouwd eind 1800.





Het prachtige park in Plzen

 Waar een standbeeld van Bedrich Smetana staat                    





Terwijl er ook één staat van zijn oom, de astronoom en fysicus Josef F. Smetana.





De volgende dag aan de oever van de Rijn, waar mooie kastelen te zien zijn.


terwijl de Rijn snel stroomt.

                                                               De andere dag weer in
                                                    Nederland bij de Heense
                                                                               Molen





En de wonderwaterwerken , hier bij Sint Phillipsland.

het aanblik van deze week.

Door kleine dorpjes heen. Leuk rijden!




         
                                                       De appelboompjes zijn hier goed te zien.

                   




                                                                     Zomaar onderweg.



Buitenwijk van Plzen,
zoals ik er binnen kwam.





                                                        Nepomuk, vroeg in de
                                                                              morgen.        






Bij het verlaten van de bierfabriek worden alle vrachtwagens in alle hoeken en gaten gecontroleerd of er eventueel "iets" gestolen zou kunnen zijn. Zelfs de bovenkant wordt bekeken. Een overblijfsel uit een voorbije tijd?

donderdag 12 augustus 2010

De Rijn (Der Rein).

Het zou een saai dagje worden, dacht ik, vandaag, maar het werd enerverender dan ik vermoed had, want nadat ik vanmorgen mijn weg vervolgde en ik na Schweinfurt via Karlstad door een schitterend Chablis-achtig wijngebied en Lohr naar Frankfurt stiefelde kwam ik even na Wiesbaden in Hattenheim aan. Aldaar zou ik een palletje ophalen en de klant zat achter in het dorp verscholen, maar wellicht is verscholen hier het goede woord niet want hij zat aan het einde van de woonwijk boven op een hoogte. Ik vroeg me daadwerkelijk af hoe ik met die 25 ton bier hier ooit weer wegkwam, maar de duitser waar ik dat palletje ophaalde wees me op een smal grindpad dat mij weer uitgeleide zou doen. Vanaf zijn "weingut" had ik een prachtig uitzicht over de wijnstruiken op de buiten zijn oevers getreden Rijn. Nadat ik de rit over het grindpad had overleefd en weer in de "bewoonde wereld" terug was, reed ik verder een schitterende rit langs de Rijn richting Koblenz en bij Kaub nam ik de veerpont naar de overzijde en kwam uiteindelijk bij Laudert op de "61".
En daarna was de partij zo uitgespeeld: Venlo, en toen naar huis. Morgen zal wel een rommeldagje worden, maar dat zien we dan wel weer.

Aldus schreef ome Willem.
---

De oversteek.

De Rijn met een veerpont oversteken, tussen Bingen en Koblenz.
---

Plzen.

De barthelomeuskerk, met een toren van 102 meter hoog. Enorme hoge gotische ramen.
---

Onderweg.

Door kleine dorpjes met steile hellingen.
---

Stil.

Op weg naar Pisek.
---

Verkeer.

Deze oude vorm nog regelmatig te zien in Oost- Tsjechië.
---

woensdag 11 augustus 2010

Plzen.

Na de koffie maar weer snel het DAFje de sporen gegeven, de Olrik over en al snel Pisek door waarna ik via Blatna en Nepomuk net na achten in Plzen aankwam, zelfs nog voor half negen de fabriek, de Plzensky prazdroj, dus de brouwerij, gevonden. Zulks vind ik doorgaans door te vragen en zodoende houd ik zowel mijn talenkennis alsmede sociale contacten op peil. Nee, een zogenoemde navigatie-systeem is en blijft mij volstrekt vreemd, mede daar ik meen dat een dergelijk apparaat mij onteerd.

Tegenwoordig echter kijkt men mij steeds dwazer aan als ik om de weg vraag en men mij dan wijst op mijn navigatie die ik niet heb: ik vraag gewoon de weg en het moet inmiddels wel een hele eer zijn om die aan mij te vertellen zodat men ooit kan verhalen: "Ik mocht hem de weg wijzen!"
Welaan, een dergelijk tafereel speelde zich heden in de buitenwijk van Plzen af en een oude buschauffeur tekende de weg voor mij uit. Zulke tekeningen dreigen zeldzaam te worden!

Op de brouwerij gekomen meldde ik me bij de expeditie en binnen niet al te lange termijn had ik, ondanks dat er voor mij nog drie containers geladen moesten worden, het gerstensap er in en keerde terug naar het expeditiekantoor. Maar daar aangekomen werd mij duidelijk dat er iets niet klopte met de documenten, iets met nummers of zo en het kon nog wel een paar uur gaan "duren". Welaan, ik gaf de dame van het expeditiekantoor mijn telefoonnummer en vertrok, nu met de trolleybus, (een "uitvinding" van ingenieur Skoda, jaja, dezelfde als die van de auto's) a raison het bedrag van tien kronen en stapte na vier haltes, bij een groot plein, namiesta, midden in het centrum, uit en wandelde ondermeer door een schitterend park waar ik stuitte op een standbeeld van Bedrich Smetana. Even later, een paar honderd meter verder, op eentje van Josef Smetana. Wel, de eerste mag bekend zijn, de componist van de Moldau uit Ma Vlast, maar die tweede was mij volslagen onbekend maar uit het opschrift meende ik te kunnen lezen met het standbeeld van een wijsgeer te maken te hebben. Na een tijdje lopen passeerde ik de schitterende synagoge en weer even later, op de Namieste republika, een prachtig gotisch kerkgebouw met wel enorm hoge ramen.

Nadat ik weer eens een heerlijke klobassa met horcicu had verorberd, ging mijn telefoon. De papieren waren gereed zodat ik terugkeerde naar mijn truck, de papieren ophaalde en vertrok. Op dat moment reed mijn schoondochter met haar dochter en man Plzen binnen en na wat ge-esemes vonden we elkaar niet ver van het centrum en hielden een korte familiebijeenkomst, maar na een drie kwartier vertrok ik en al gauw liet ik de bier- en autostad, de Skoda- en Urquelstad, achter mij, op weg naar Sokolov en via Cheb reed ik weer Duitsland in en passeerde de stad van de eerste popmuzikant, Wagner, Bayreuth, de stad ook waar Friedrich Nietzsche op 27 oktober 1868 voor her eerst, zo las ik gisteravond bij Safranski, een muziekuitvoering van Wagner bijwoonde: Tristan und Isolde. Welaan, daarna was het vlot gedaan, nog even Bamberg voorbij en toen stop, nog maar nauwelijks zes uur gereden vandaag, maar toch al weer half acht. Morgen nog een restandje en we zijn weer thuis en dit dagje in Plzen neemt niemand mij meer af.

Aldus schreef ome Willem.
---

Over de Olrik

Een ongeveer zestig kilometer lang meer.
---

Op de fabriek.

Twee tsjechische collega's die de nederlandse trucks bekijken.
---

dinsdag 10 augustus 2010

Van Moravië naar Bohemen

In tegenstelling tot de vorige week ben ik deze week juist erg oostelijk en dat is te merken, een uur eerder donker en een uur eerder licht, want de lezers van gisteren zullen nu toch wel begrepen hebben waarom het een weekje om te grienen zou worden. Juist ja, de trip voerde mij naar Wenen en daar valt nauwelijks iets te lachen.

Wenen, eigenlijk gewoon Wien is al ruim tweeduizend jaar oud en twee keer hebben de turken tevergeefs getracht haar te veroveren, iets dat Napoleon wel lukte. Trouwens, de stad is genoemd naar de rivier waaraan zij ligt, de Wien, die daarna uitkomt in de Donau.

Maar daar zou het vandaag niet bij blijven. Nadat ik vanmorgen wegreed uit Ansfelden bij Linz naderde ik al snel Wenen waar ik op twee adressen mijn lading bezorgde. Maar er bleven nog 13 vaatjes over voor Hodonice en zo kwam het dat ik Wenen al snel in mijn achteruitkijkspiegel zag verdwijnen, alle treurnis achter mij latende, en al spoedig zat ik op de weg naar Hollabrun en reed door een prachtig landschap met wijngaarden afgewisseld met korenvelden terwijl een gamma van kleuren de overige akkers versierden. Omdat het zo schitterend weer was besloot ik eerst nog even een poosje in de zon te zitten en al zittend vanaf een meegenomen tuinstoel aanschouwde ik het immer voortrazende verkeer. Maar na een uur had ik er wel weer genoeg van en snelde weer voort, de grens over bij Znojmo en daarna rechts naar Hodonice waar de mensen met smart op mij zaten te wachten. Nadat ik ook dat kwijt was, reed ik terug naar Znojmo en ging de weg op richting Jilhava, maar bij Moravske Budejovice verliet ik die weg en reed via Jemnice en Dacice naar Jindrichuv Hradec waar ik een zeer goede en uitgebreide kans waarnam (er zaten maar liefst drie supermarkten bij elkaar)om wat boodschappen te doen en tevens wat lege kratjes bier in te leveren.

Na ruim een uur tussen de stellingen te hebben gekuierd weer het gas er op, nu eerst naar sobeslav en toen naar Tabor waarna ik de weg naar Plzen op ging. Na een tiental kilometers splits die weg zich, rechts naar Plzen, de stad waar in naar toe wil omdat ik in de loop van de dag te horen kreeg dat daar mijn retourvracht lag, en links naar Pisek en omdat de brug in de weg naar Plzen over het meer van Orlik welks water het begin is van de Vlatva (en dat is de Moldau), verboden is voor voertuigen boven de dertien ton sloeg ik links af om via Pisek naar Plzen te snorren. Even daarvoor, nog voor de brug over de Olrik die ik hier wel over mag, passeerde ik een klein restaurant waar enige wegreuzen stonden geparkeerd en ik besloot er maar te stoppen. Immers wederom waren de uurtjes al aardig op en het was inmiddels half acht en dus etenstijd!

Binnen zaten een paar mensen en aan één tafeltje zat een oud klein dik en niet tsjechisch uitziend kereltje en ik vermoedde dat het de chauffeur wel eens kon zijn van de naast mij staande duitse LKW met bulkoplegger en toen ik hem aansprak werd mijn vermoeden bevestigd. Ik schoof aan en we raakten aan de praat, uiteraard over onze bezigheden. Inmiddels bestelde ik eten en drinken en na enige tijd, toen het al donker was, stond de kleine duitser op om naar hotel Mercedes te vertrekken. Even later volgde ik zijn voorbeeld, zei dat de naam van mijn hotel anders, DAF, is, maar rekende eerst 195 kronen met de serveerste af. Morgen nog een uurtje naar Plzen, over de weg waar volgens mij ook Kuifje en Bobby reisden toen ze een lift kregen van Bianca Castafiora hetgeen u nog na kunt lezen in het boek De Scepter van de Ottokar.

Vandaag waren de wegen, zoals eigenlijk overal in het voormalige oostblok, vrijwel altijd omzoomd door fruitbomen, soms kersen, maar het merendeel appels, sterappeltjes, die daar destijds in de communistische tijd zijn aangeplant en die door iedereen mocht worden geplukt.
Kom, ik ga mijn bijtspijkers maar eens poetsen.

Aldus schreef ome Willem.
---

Znojmo.

Grensstad.
---

maandag 9 augustus 2010

1: e5 e5, 2: Pc3

Insiders weten nu, met bovengemeld opschrift, waar ome Willem deze week nu weer heen gaat en als ik dan ook 2: ...., Pf6. 3: f4, d5. 4: fxe, Pe4. 5: d3, Dh4. 6: g3, Pxg3. 7: Pf3 Dh5. 8: Pd5 .... noteer weten echte kenners via welke route ik daar naar toe ga en daarbij nog de gegevens dat je van deze trip erg treurig kan worden, een rit om te huilen dus, is het duidelijk dat ik even na de middag langs de stad kwam die tijdens de tweede wereldoorlog volledig werd verwoest en waar aan het einde van de negentiende eeuw door de heer Roentgen zijn eigen stralen werden ontdekt.


En zo zwoegde ik voort, na vanmorgen erg vroeg te zijn opgestaan en nadat ik de lading in Herkenbosch er in had via via op de "3" beland, de weg van keulen via Frankfurt naar Neurenberg. Enige tijd geleden heb ik iets gemeld dat niet geheel juist was, namelijk dat die weg doorgaat naar München, maar als je werkelijk op de "3" blijft, ga je vandaar naar de door de Romeinse keizer Aurelius rond het jaar 80 gestichte stad Ratisbona, het huidige Regensburg en vandaar heb ik even getwijfeld om via Cham en Klatovy naar de eindbestemming te rijden, of voor deze ene keer maar de snelweg te houden en omdat ik geladen ben met ADR (gevaarlijke stoffen) ben ik toch maar bij de hoofdvariant gebleven en zo eindigde ik de dag bij de stad Linz, de stad waar Anton Bruckner werkte, maar ook de stad waar A. Hitler naar school ging en vermoedelijk in de klas zat bij de joodse filosoof Wittgenstein. Vanaf het balkon van het stadhuis proclameerde hij later na de "anschluss" het grootduitse rijk. Ook die andere Adolf, Eichman, zag het levenslicht in Linz en de oude staalfabriek heette destijds de "Hermann Goering Werke".

Maar welk een ironie, dat juist hier, op boogschutsafstand van het ouderlijke huis van Hitler en Eichmann, Simon Wiesenthal (die ook nog in de buurt, in Mauthausen, gevangen zat) zijn eerste kantoor had vanwaar hij zijn nazi-jacht begon.

Inmiddels is het duister ingevallen en zijn sterren te zien, maar de maan zal niet langskomen vannacht wat er op wijst dat het (om en nabij) nieuwe maan is. Wellicht dat ik morgen, nadat ik de droeve stad heb bezocht, weer een glimp van haar opvang. Morgen, ja morgen, kom ik eindelijk weer eens in die stad waar ik ooit regelmatig drie(!!) keer per week naar toe reed, die ik destijds net zo goed kon als Amsterdam, maar waar ik na 1976 nimmer meer terugkeerde, behoudens nog één keer, vluchtig, een paar jaren geleden. De stad van Mozart, Beethoven, Haydn, Buber, Schoenberg en Joseph Krips, maar ook van Niki Lauda, Ernst Happel en Rosemarie Albach, alias Romy Schneider.

Aldus schreef ome Willem.
---

zaterdag 7 augustus 2010

Vrijdag de zesde.

Als je veel bezigheden hebt, ga je ook een beetje achterlopen en zo ook deze laatste dagen. Gisteren wederom vroeg op, nu om in niet al te druk verkeer verzeild te raken, en zo kwam ik voor de middag in Amsterdam waar de lading er uit ging.

Nadat ik er een paar paletten voor de komende week had geladen geschiedde het dat ik eerst naar de bandenboer ging om eens alle banden te laten nakijken, vervolgens werd het DAFje eens lekker in bad gedaan en reed ik naar de firma Ranzijn waar ze erg goed zijn in opleggers repareren en aangezien ik een kleinigheid aan deszulks had was dat geen overbodige visite. Tot slot even naar de DAF-herstellingsoord en daar werd aan het voertuig een paar nieuwe (remschoenen aangebracht en het is altijd een prettig gevoel dat je weet dat als je van een stijle helling naar beneden rijdt de remmen in ieder geval in orde zijn. Zo verliep het gisteren en reed in de namiddag huiswaards met vast twee adressen voor de komende week in de kar en een derde wordt daar maandag aan toegevoegd.

Aldus schreef ome Willem.
---

Op de fabriek.

op de kruitfabriek, waar je eigenlijk geen foto's mag nemen. Voor mij rijdt een begeleidend voertuigje. En overal leidingen, dampretourleidingen en kleine gebouden.
Een blik op Segonzac. Daar, bij de kerktoren, zit Frapin.







Terwijl, als je bij Barbizieux weer de N 10 opkomt, je een grappige rotende tegenkomt.


In de Charente.

Langzaam zie je een bordeaux-depressie opkomen, die meestel begint met mooie schapenwolkjes.

Cognac Frapin.

Van de week was ik weer even in Segonzac en haalde daar (zie bericht van dinsdag)een paar uitmuntende flesjes.
Hoe het er uit ziet? Een impressie.


Julierpas.

En daarna, bovengekomen, lekker laten vallen.




De Julierpas, naar boven.

Enkele weken geleden reed ik over de Julierpas in Zwitserland en onder het genot van een instrumentale uitvoering van Don Giovanni koetelde ik naar boven.


Cognacstruiken.

Ugni-blanc, nabij Segonzac.
---

DAF-herstellingsoord.

Waar je de meest merkwaardige situaties ziet.
---

DAF-herstellingsoord.

Soms moet het DAFje naar de fysio zodat alles goed blijft functioneren.
---

vrijdag 6 augustus 2010

donderdag 5 augustus 2010

Stro.

Overal liggen ze nu. Grote rollen stro.

---

Weer terug.

Een klein maanschilletje in het zuid-westen en verder een heldere sterrenhemel duidde er vanmorgen vroeg op dat de regenwolken inmiddels waren weggedreven en zo reed ik om vijf uur via longue naar Bauge terwijl al snel in het noord-oosten de dageraad zichtbaar werd, maar pas na La Fleche, net even voor Le Mans, werd voor het eerst de zon zichtbaar. Le Mans mag je eigenlijk niet door, maar ik meende dat om half zeven oom agent nog wel op één oor lag en waagde het er op: immers omrijden scheelt 25 kilometer en inderdaad, zonder problemen begon ik na Le Mans, bekend van de zogenoemde 24-uurs autorace die al vanaf 1923 wordt gehouden, de weg te rijden naar Alencon. Bij Sees links af op Argentan aan en in Argentan heb ik in een grijs verleden vele opleggers vol ijsjes, cornetto's, voor Nederland geladen. Maar nu er gauw voorbij en al snel passeerde ik Falaise. In tussentijd ontwaarde ik toch weer wolken, maar in tegenstelling tot gisteren geen regenwolken, maar gewoon, grote dikke witte wolken die helaas de zonnewarmte temperden. Toen volgde nog Caen, een stad die meermalen verwoest werd, door de tweede wereldoorlog en ook nog eens zeshonderd jaar eerder, door Willem de Veroveraar. Na Caen de laatste 20 kilometer en toen was ik Bayeux waar ik nog een uur heb staan te wachten voordat er werd gelost. Om 12 uur vertrok ik daar, richting Lisieux en vandaar naar Le Neubourg waarna ik de weg nam naar Louviers. En vanaf Louviers was het nog maar een paar minuten naar Gaillon waar ik weer een handeltje in ontvangst nam voor Nederland. Toen volgde nog Les Andelys waar ik de Seine overstak, Corny, Saussy sur Campagne, Bezu, allemaal op de D 316, Gournay en Bray, Marseille, Granvilliers, Poix de Picardy, Amiens en Doullens en 15 kilometer buiten Doullens, op de weg naar Arras, ben ik blijven staan en onder hapje en drankje (Perrier wat mij betreft) met een paar collega's de wereldproblemen proberen op te lossen.
Maar helaas. Nu ik bijna ga slapen moet ik tot mijn spijt constateren dat deze poging wederom, als zo vele malen eerder, op niets is uitgelopen. Met andere woorden, we hadden het als van ouds weer eens over gebakken lucht. Morgen een nieuwe dag met misschien nieuwe kansen.
Wel kan ik meedelen dat ik thans weer terug ben op hetzelfde halfrond als waar de meeste lezers morgen de dag doorbrengen. Het oostelijk halfrond.

Aldus schreef ome Willem.
---

woensdag 4 augustus 2010

Westelijk halfrond.

Dat was dus uitslapen voor mij omdat de betrokken fabriek niet voor achten begon en ik daar voor de deur stond, een enorme fabriek midden in de bossen en met strenge veiligheidsvoorschriften want het is onderdeel van het franse Ministerie van Defensie en er worden hier bommen gemaakt. Omdat ze met de moderne tijd mee willen maken ze die dingen tegenwoordig van plastic en om dat hittebestendig te maken gebruiken ze nu net dat goedje wat ik bij mij had, 110 vaten van 200 liter. Nadat ik ergens op het terrein gelost had, een terrein vol met kleine stevige gebouwtjes en overal zeer lange bovengrondse pijpleidingen, reed ik het centrum van Bordeaux in, naar de oude kade die onlangs aardig is verziekt. Voorheen een prachtige brede weg, nu een brede tramrails in het midden en voor het autoverkeer een smal paadje en dan moet je maar zien hoe je bij de klant komt. Maar goed, toen ik me bij de eerste klant meldde, was het gelijk raak want de helft van de goederen was er niet. Daarna naar de tweede en derde klant die er redelijk snel ingingen en tot slot naar klant vier waar nogal wat problemen, die ik u maar zal besparen, waren en voordat ik die er in had was het al weer drie uur. Vervolgens verliet ik Bordeaux, een tamelijk saaie stad. Wellicht daarom dat er nog nooit iemand vandaan is gekomen die enige bekendheid geniet. Integendeel: de stad heeft eigenlijk een hele slechte reputatie want onder het Vichy-bewind werd juist hier het fanatiekst jacht gemaakt op de joodse bevolking die hier nagenoeg volledig werd weggevoerd. Na 23 uur kon ik dit oord weer verlaten en omdat het niet druk op de weg was reed ik na jaren weer eens over Angouleme, de stad die rond 1200 stadsrechten kreeg van ene Jan zonder Land en geboorteplaats van Jean-Louis de Balzac, naar Portiers en vandaar door enorme uitgestrekte zonnebloemvelden afgewisseld door velden onder het beheer van stokbroodtelers door naar Loudon en toen bij Saumur, waar de gierige hoofdpersoon uit de roman Eugiene grandet van de gisteren genoemde Honore zou hebben gewoond, de Loire over die hier oogverblindend is. Samen met het kasteel licht Saumur hier prachtig aan de rivier en vroeger kwamen we er ook echt doorheen of reden van Angers naar Tours aan de overzijde er vlak langs. Even na Saumur vond ik een aardige eetgelegenheid en omdat het al over achten was én ik een beetje trek had sloeg ik hier mijn bivak maar eens op. Vanaf mijn voertuig liep ik bij hevige regenval naar de horeca-gelegenheid waar ik ontvangen werd door een waard met een klein ringbaardje en een donkere bril en tijdens het eten begon het stormachtig te waaien en even later enorm te weerlichten terwijl er een ware wolkbreuk naar beneden kwam. Nadat ik weer naar mijn DAFje terugkeerde was er in het westen alweer opgeklaarde lucht te zien. Zo gaat het hier aan de oceaanzeide van Frankrijk.
Uiteindelijk is het deze hele week de eerste keer dat ik mij op het westelijk halfrond bevind sinds ik dit web-log cq blogspot bij houd. En morgen gaan we nog westelijker.

Aldus schreef ome Willem.
---

Bordeaux.

Aan de Girone.
---

Saumur.

Aan de Loire.
---

Le Loire.

Bij Saumur.

---

dinsdag 3 augustus 2010

Charente

Door de cognacstreek met zijn wondermooie luchten.

---

Dordogne.

De oude brug over de monding van de Dordogne even voor Boradeaux. Tot circa 1982 was dit de doorgaande route.
---

Cognac.

Zo, dat was eindelijk weer de eerste dag, de eerste dag dat ik, zeker in de morgen, volop in de zon kon rijden en dat was eigenlijk gelijk duidelijk toen ik vanmorgen het vehikel startte en om mij heen keek. Overal grondnevel en in het eerste uur, van Rambouillet over de D 910, de oude N 10, naar Chartres, was het best uitkijken geblazen. Chartres, met zijn prachtige kathedraal en daarop twee spitsen die van mijlen ver te zien zijn, Chartres, een gedenkwaardige stad met een rijke historie. Vanaf Chartres verder over de N 10, Chareaudun, Vendome en Chateau-Renault waar opeens vrachtverkeer niet verder meer over de N 10 mag maar de autoroute moet nemen, maar ik sloeg rechts af, even richting west en bij St Laurent ging ik alsnog naar het zuiden en kwam bij Monnaie alsnog, zonder verbodsborden te zijn gepasseerd, op de N 10 waarna ik even daarna de doorgangsroute door Tours nam. Maar goed ook dat ik het aldus deed, want op de snelweg vanaf Orleans naar Tours stond, zo hoorde ik even later op de radio (RNW-Onderweg), bij de "betaalhokken" een heel leger politie-agenten met hun pannenkoeken te zwaaien; met andere woorden, ik omzeilde deze verkeerscontrole die meestal als een soort loterij werkt en vaak tot langdurig oponthoud leidt. Na het prachtige, vol met witte huizen met zwarte daken gebouwde Tours, waar de Loire en de Cher samenkomen, de stad die door gemelde schoonheid kennelijk zoveel inspiratie voortbracht dat de beroemde schrijver Honore de Balzac er kon worden geboren, verder gereden, naar het zuiden en even na Montbazon de snelweg weer af en over de D 910, inderdaad, weer de oude N 10, verder gegaan, door Dange Saint Romain, waar ooit een knaagschuur zat en de vrachtwagens gewoon links en rechts langs het trottoir geparkeerd stonden terwijl toen niemand hierover zemelde, door over Chatellerault en alszo passeerde ik het eigenaardige Futuroscoop, een soort laboratorium voor vreemde architectuur, zoveel gekke bouwwerken als daar staan. Al snel kwam de stad Poitiers, ooit even, toen Parijs in Engelse handen viel, hoofdstad van La Douche France, in zicht, de stad waar ene Karel Martel de Saracenen versloeg en vandaar langs de oude zilvermijnen van Melle en vandaar via Aulnay naar Matha richting Cognac en even verder, in Segonzac, de eigenlijke bakermat van de cognac, even de rem er op gezet en bij de beste distilateur een paar flesjes opgehaald. Zoals altijd maken, vooral de fransen, de handel erg wazig en onduidelijk, maar het is mij inmiddels bekend dat zowat alle cognac in handen is van twee multi-bedrijven, Hennesy en Baccardi. Vooral de eerste heeft meer dan 60 procent van alle cognac in handen terwijn Otard, Hine en nog een paar ooit goede merken niet uit de tentakels van Baccardi konden blijven. Daarnaast zijn en veel handelsnamen, zoals Joseph Guy en Marquise die je hier tevergeefs zult zoeken. Joseph Guy is een handelsnaam van Bols en de cognac die er gebruikt wordt is een melange van alles en nog wat. Daarnaast zijn er enkele kleine boertjes die ook wat produceren, maar die zijn meestal van bedenkelijke kwaliteit omdat die boeren hun beste druiven bijna altijd doorverkopen aan de grote jongens. Één distilateur, ook een grote jongen, zit daar nog tussen met Marnier Cognac, maar het meeste gebruikt deze voor de Grand Marnier, een overheerlijke likeur die in Aubevoye wordt gemaakt. Dan zijn er nog twee noorse merken, Larsen Cognac en Braansted, die goede cognac maken, maar louter en alleen voor Noorwegen. De stichters zijn twee noren die rond 1890 naar deze streek kwamen en voor Noorwegen gingen distileren en dat is tot op heden nog steeds zo. Dan zijn er grof gezegd, vier kwalificaties naar gebied, de Grand Champagne voor de beste kwaliteit tussen Cognac en rond Segonzac, daarnaast de petit champagne ruim rondom, maar alleen ten zuiden, westen en oosten van dit gebied heen en vervolgens, weer iets minder, de borderies ten noord-oosten van Cognac terwijl het overige gebied, van Angoulaime tot voorbij La Rochelle, behoort tot het "ordinaire" gebied waar dan kennelijk de goedkope soortjes vandaan komen. Daarnaast natuurlijk kwalificatie naar ouderdom waarbij de V.S.O.P wel de bekendste is, maar nog suprieurer is wel de X.O. die minimaal 15 jaar op vaten van eikenhout uit de Limousin gelagerd moet zijn. En zo liep ik dan, in Segonzac, het domein op van Frappin, de enige topper die nog steeds uit handen is gebleven van de grote jongens, een huis met een ervaring vanaf 1290 en die kleinschalig ongelofelijk goede cognac maakt. Na een gezellig praatje haalde ik daar zeven flesjes cognac Fontpinot X.O. waarna ik, verheugd van zoveel lekkers bij me en bijna 450 euro lichter de domaine, midden in Segonzac, weer verliet. Rekenmeesters hebben natuurlijk al uitgerekend dat het dan om ruim 60 euro per flesje gaat, maar daar heb je dan ook wat voor!
Zo koetelde ik vandaag voort, tussen de Uni-Blanc-druiven (Cognac maakt men alleen van het ras Ugni-Blanc) door en via Barbizieux naar Bordeaux, het centrum gelijknamige wijn waarvan ik nog nimmer één keer een goede fles heb gedronken, vaak gemaakt van Merlot, de druif waar je een wijnsap van krijgt die het midden houdt tussen de smaak van over data zijnde medicijnen en de geur van een muffe kast uit een middeleeuws kasteel. Vroeger, als er westerwind stond, stonk het altijd naar oud papier in Bordeaux, dat overigens zijn naam te danken heeft aan Bord de Eaux, wat, overgezet zijnde, aan de waterkant gelgen, betekend. De stank kwam van de aan de kust staande kollosale papierfabrieken, maar tegenwoordig lijken ze daar thans een goede afzuiging te hebben want, ondanks de westerwind, ruik ik ze niet meer.
Vanuit het zuid-westen komen nu echter wel wolken opzetten en ik denk dat een zogenoemde Bordeau-depressie naderd, een uit de Golf van Biskaje, de golf waar volgens de overlevering mijn overgrootvader schipbreuk leed en daar "naar de haaaien" is gegaan, komende regen die zich vaak tot in Nederland doorzet. U bent dus gewaarschuwd!
Kom, ik ga eens wat eten. U weet weer het één en ander. Doe er uw voordeel mee!
Aldus schreef ome Willem.
---

maandag 2 augustus 2010

Paris.

L' Arc.
---

Passe Paris

Het is vandaag de vijfde dag, de vijfde dag dat, als ik opkijk, een grijs wolkendek boven mij zie en nauwelijks zon waarneem, maar nu, hier, even voorbij Parijs in Rambouillet, zie ik het een beetje opklaren en vermoed dat ik morgen eens lekker in de zon rijd. Ook de temperatuur blijft al vijf dagen onder de twintig en dat terwijl het nu al augustus is! Rambouillet, daar ben ik dus terecht gekomen toen ik vanmorgen eerst naar Amsterdam toog, wat pellets loste en daarna de kar weer volstouwde en vervolgens aftaaide naar het zuiden: Utrecht, Breda en Gent en daar even richting Brussel en bij Wetteren de weg via Zottegem, bekend van het Zottegemse bier, naar Geraardsbergen, vlak aan de grens met Henegouwen, in het waals Grammont respectievelijk Hainut geheten. Vanaf Geraardsbergen, bekend om zijn muur, en, nadat ik daar een kist achter liet, op weg via Lessines naar Mons en toen via Maubeuge, Laon en Soissons, dus via de N 2, door de schitterende velden van de franse stokbroodkwekerijen heen, naar Paris gehobbeld, Parijs ja, waar ik toch al heel wat bandenrubber heb versleten omdat ik hier vroeger met grote regelmaat kwam en soms wel ritten had met meer dan twintig adressen door heel deze stad heen! Een stad vol met weemoedige herinneringen, die keer dat ik mijn vrachtwagen onder de Eifeltoren parkeerde (dat kon in 1976 nog!) en met mijn wederhelft, die toen mee was, de lift naar boven namen en daarboven niets zagen door de dichte mist, die keer dat ik uit Turkije kwam en onder de zuidwestpoot afsprak met vrienden, de keer dat ik hier bij een tandarts een kies liet trekken en collega's mij morele bijstand verleenden, de tientallen keren dat ik hier midden in de nacht, slaapdronken, doortrok om even later op de markthallen in diepe slaap te vallen, die herinneringen, ze komen dan allemaal boven.
Vanaf Parijs richting Chartres/Orleans en dat kun je op diverse wijzen doen, via de A 3 en Parijs oost bijvoorbeeld en ook nog via de N 104. Maar ik prefereer zo mijn eigen route, rij over de A 1 door en kom dan bij Port La Chapelle op de Boulevard Periferique en volg die in westelijke richting. Even na Port Dauphine koers ik dan via de oudste autoroute van Frankrijk, de A 13, richting Rouen, maar na een aantal kilometers ga ik er dan af om uiteindelijk via de N 10 via Trappes uit te komen in Rambouillet waarna je daarna zowel de snelweg naar Orleans alsmede die naar Le Mans op kan gaan, maar dat moet je dan wel willen en zoals gebruikelijk zal ik morgen van geen van tweeën gebruik maken. Overigens is de door mij gereden route in het algemeen de beste manier om Parijs zonder al te veel kleerscheuren door te komen, zeker vanaf het zuiden als men terug naar huis gaat, want het loopt vaak velen keren sneller dan indien men de "borden" volgt. Zo eindigde dan deze maandag, een dag dat ik na lange tijd de bekende toren weer zag alsmede de Arc d Triumf. En natuurlijk de plek aan de Periferique in Saint Ouen waar tot 1985 de Citroenfabriek stond waar de lelijke eend werd gefabriceerd. De fabriek die is weg en er staat nu een oneerbiedig kantorencomplex op die plek, maar de herinnering blijft.

Aldus schreef ome Willem.
---

Parijs.

La Tour. Vanaf de westzijde.
---