![]() |
| Monument de Navarin |
![]() |
| Een stukje Amsterdam in Rotterdam. |
Het zal onderhand een twintig jaar geleden zijn dat ik er tot aan de assen in was weggezakt en vandaag kwam ik er weer langs, monument de Navarin, een monument ter nagedachtenis van de "grande guerre", de eerste wereldoorlog. En dat kwam weer omdat we eerst al de hele dag en daarna de hele nacht doorjakkerden, met allebei, een collega en ik, een vracht paprika's uit Marseille. Mijn collega kreeg midden in de nacht, om een uur of drie, slaap en ik wist wel een rustig plekje om een uurtje te pitten. Ik wou eigenlijk door, maar ja, hij zag het niet meer zitten en bij dat monument was een ruime parkeerplek. Wat ik niet wist, was, dat ze de plek grondig hadden omgeploegd en voor ik het wist zat ik met het hele spul zo vast als een huis in de omgewoelde grond. Mijn collega kon nog net op tijd stoppen en het gevolg was dat hij even later zijn reis kon voortzetten en ik met de gebakken peren en de paprika's zat. De volgende ochtend moest er van 80 kilometer ver een dragline komen om mij uit m'n benarde positie te bevrijden. Toen hing ook mijn hoofdje naar beneden, net als vandaag hier in Noord Frankrijk op de velden, de kopjes van de Heliantussen.
Maar nu de zon na lange tijd weer terugkeert is er hoop voor de kopjes en ik zag al tekenen van herstel en met een dag meer zon zullen de grote gele bloemen zich weer fier en groots naar de zon toe keren. De zonnebloemvelden zullen dan weer schitteren en van hangende kopjes zal dan geen sprake meer zijn.
Schitterend was ook de door mij afgelegde route, vooral de eerste honderd kilometer langs het kanaal van Bourgondië. Zo begon ik even voor Precy sous Thil en kachelde langs Semur en Montbard alwaar het kanaal begint, een kanaal met vele sluisjes, veel natuurschoon en door bergen heen gegraven. Via Ancy le franc en Tonnerre kwam ik in Saint Florentin waar ik elf paletten plastic doosjes voor sandwichverpakking, u kent ze wel, die veel te dure driehoekige broodjes die tegenwoordig op elk tankstation liggen, ophaalde en daarna over de bekende weg, dwars door alreeds afgemaaide korenvelden, verder reed, al bracht ik een variant op het thema aan, want na Troyes en de weg op naar Chalons en Champagne, de N 77 cq de D 977 sloeg ik, omdat Chalons voor transitvrachtverkeer verboden is, bij Sommesous rechts af en reed via Dommartin en Fontaine naar Pogny en kwam zo op de N 44, volgde die noordwaards en daarna weer als eerder meegedeeld. Mazargan, Vouziers, Bouillon, Champlon, Marche en zo naar Liege.
Inmiddels werd het weer steeds beter en ook de temperatuur steeg aanmerkelijk. Dat belooft nog wat dit weekeinde! Vanaf luik reed ik trouwens nog een eind richting Hasselt en vandaar via Genk, Opglabeek, Bree en Peer reed ik bij Achel weer Nederland binnen en even voorbij Tilburg was het weer eens tijd om te stoppen. Morgen volgen nog Maasdijk en Spijkenisse waarna ik Amsterdam aan doe om vervolgens naar huis te gaan. Dan is het weer welletjes deze week.
Volgende week weer naar La Douce France en dan zullen we zien hoe de zonnebloemen zich van de hangende kopjes hebben hersteld.
Aldus schreef ome Willem.
---
Maar voordat ik definitief afscheid nam van Appenzell stopte ik nog even bij een Appenzeller kaasfabriek om wat lekkers voor thuis mee te nemen, maar daarna toog ik met gezwinde spoed naar het westen: Gossau, Zürich, Aarau, Solothun, Biel, langs de Bielersee en zo op Neuchatel aan en vandaar de weg op naar het franse Pontalier en zo kwam het dat ik bij een piepklein grensje met een authentiek ouderwets frans douanehokje in het midden van de weg, La Verrieres, Frankrijk binnenreed.
Maar wie denkt dat ik mijn bestemming had bereikt, die heeft het mis, want verder ging het: Pontalier, Champagnole, Lons le Saunier, Louhans en zo naar Tournes en vandaar de oude N 6 op en even voor Macon, in Saint Martin Belle Roch, kwam ik aan bij een volgend laadadres die ik nog net voor sluitingstijd te pakken had. En omdat ik toch in de Beaujelaisstreek was meteen maar even bij een bevriende wijnboer wat overheerlijke flesjes voor thuis opgehaald waarna ik de reis voort zette. Eerst terug naar Tournes, dan Chalon sur Saone en vandaar de supergave weg naar Auxerre op waarbij je Chagny, Arnay le Duc en Saulieu passeert en bij dit laatste stadje sloeg ik rechts af de weg op naar Montbard en na enkele kilometers en na tien rij-uren er maar mee gekapt. Het mag dan augustus zijn, maar bepaald zomer is het vandaag niet geweest. Grijze wolken, zo nu en dan regen en lage temperaturen voor deze tijd van het jaar want het is de hele dag niet boven de 17 graden gekomen, ja, zelfs in de Jura gaf het kwik niet meer dan 13 aan! Welaan. Het is reeds donker en ik ga zo de gordijnen weer sluiten. Het is mooi geweest vandaag.
Aldus schreef ome Willem.
---
Na een paar kilometer stond ik bij klant nummer één en toen die er uit was volgde klant nummer twee, ook weer drie kilometer verder en zo reed ik, met inmiddels een al wat opgedroogd overhemd, richting Karlsruhe waarna ik de autobahn naar Stuttgart op ging, een snelweg die nog heel lang met zogenoemde Hitlerplaten moest worden bereden, maar de laatste tien jaar is men aardig bezig geweest deze uit 1938 stammende "strecke" onder handen te nemen en nu is het nagenoeg helemaal drie-baans.
Na Stuttgart een beetje zigzaggend via Reutlingen naar het zuid-oosten en nog ruim in de morgen liet ik ook daar, in Ubach, zes ton lading op een fabriek achter waarna ik via Gomaringen, Rothweil en Huffingen rond de middag bij de grens Blumberg/Bargen aankwam.
Inmiddels was het wolkendek aanmerkelijk dunner geworden en er dreigde zelfs een zonnetje door te breken, want in tegenstelling tot vele anderen ben ik nu eenmaal een liefhebber van regen en straffe wind, van grijze wolken en onstuimig weer. Heerlijk weer om bij te schaken, maar ook heerlijk om dan een boswandeling te maken en je een zekere garantie hebt er dan ook echt alleen te zijn.
Na de inklaring over de streep heen, Schaffhausen voorbij, daarna volgde nog Zürich en alzo kwam ik nog voor drie uur aan in Lachen, net even voorbij de landengte die het meer van Zürich zo mooi in tweeën deelt.
Toen ook die rommel er uit was toog ik naar het pittoreske plaatsje Appenzell waar lading voor mij zou klaar staan, maar niettegenstaande dat ik reeds in de loop van de morgen de grensovergang voor de terugweg voor die lading had doorgegeven, benevens dat ik er die middag nog wel zou laden, en ook de stellige mededeling had dat het allemaal in kannen en kruiken was, kwam ik er bij aankomst achter dat lading noch papieren gereed waren.
Hoewel het nadeel is dat ik op deze wijze dik drie uur rij-tijd "verknalde" nam ik van deze gelegenheid gebruik het stadje aan een onderzoek te onderwerpen en zowel uit eigen waarneming alsook bij navraag stel ik thans vast dat dit oord tot op heden geheel gevrijwaard is gebleven van een fastfoodketen, dus geen Quick, Burgerking, MCD of ander kokloos restaurant, dus is deze omgeving, met rondom prachtige bergen, sommige wel meer dan 2200 meter hoog, een aanrader. Maar er is meer! Appenzeller Alpenbitter, Appenzeller Bier, Appenzeller kaese!
En Appenzell heeft pas 15 jaar kiesrecht voor vrouwen. Dit gegeven met het feit dat op deze plek geen kokloze eetschuren zijn, zou dat iets met elkaar te maken hebben?
Daarnaast zijn de huizen in en om het centrum voor een groot deel prachtig beschilderd, soms met magnifike taferelen en ik zag zelfs een waar drie-luik. Helaas kon ik niet direct de betekenis ontwarren, maar dat komt nog wel.
Na een fikse dorpswandeling maar eens een toepasselijke gelegenheid opgezocht om de inwendige mens te versterken. Op het landesgemeindeplatz vond ik er een, ging naar binnen, zocht een plekje uit en na een langdurige blik op de menukaart bestelde ik een Appenzeller Kümmelsuppe mit Knoblauch en daarna een Appenzeller Kaeseschnitte met een eitje. De eetzaal is verder gezellig druk, tegenover mij twee appenzellerianen die in onverstaanbaar plat Schweitserduuts elkaar verbaal bezig houden en er zo nu en dan gemaakt bij lachen. De ene zit braaf zijn bordje leeg te eten, de ander hangt over de tafel en drinkt zijn Appenzeller biertje terwijl de serveerster, een oudere dame in een wit bloesje en die verder iets weg heeft van Angela Merkel nu de bovengemelde schnitte komt brengen, een stuk brood gewenteld in witte wijn met een dikke laag gesmolten appenzeller kaas en een eitje er over (zie foto).
En omdat ik nu net de soep op heb, ga ik even nu even, met uw welnemen, verder mijn maaltje verorberen.
Aldus schreef ome Willem.
---
Tegenwoordig echter kijkt men mij steeds dwazer aan als ik om de weg vraag en men mij dan wijst op mijn navigatie die ik niet heb: ik vraag gewoon de weg en het moet inmiddels wel een hele eer zijn om die aan mij te vertellen zodat men ooit kan verhalen: "Ik mocht hem de weg wijzen!"
Welaan, een dergelijk tafereel speelde zich heden in de buitenwijk van Plzen af en een oude buschauffeur tekende de weg voor mij uit. Zulke tekeningen dreigen zeldzaam te worden!
Op de brouwerij gekomen meldde ik me bij de expeditie en binnen niet al te lange termijn had ik, ondanks dat er voor mij nog drie containers geladen moesten worden, het gerstensap er in en keerde terug naar het expeditiekantoor. Maar daar aangekomen werd mij duidelijk dat er iets niet klopte met de documenten, iets met nummers of zo en het kon nog wel een paar uur gaan "duren". Welaan, ik gaf de dame van het expeditiekantoor mijn telefoonnummer en vertrok, nu met de trolleybus, (een "uitvinding" van ingenieur Skoda, jaja, dezelfde als die van de auto's) a raison het bedrag van tien kronen en stapte na vier haltes, bij een groot plein, namiesta, midden in het centrum, uit en wandelde ondermeer door een schitterend park waar ik stuitte op een standbeeld van Bedrich Smetana. Even later, een paar honderd meter verder, op eentje van Josef Smetana. Wel, de eerste mag bekend zijn, de componist van de Moldau uit Ma Vlast, maar die tweede was mij volslagen onbekend maar uit het opschrift meende ik te kunnen lezen met het standbeeld van een wijsgeer te maken te hebben. Na een tijdje lopen passeerde ik de schitterende synagoge en weer even later, op de Namieste republika, een prachtig gotisch kerkgebouw met wel enorm hoge ramen.
Nadat ik weer eens een heerlijke klobassa met horcicu had verorberd, ging mijn telefoon. De papieren waren gereed zodat ik terugkeerde naar mijn truck, de papieren ophaalde en vertrok. Op dat moment reed mijn schoondochter met haar dochter en man Plzen binnen en na wat ge-esemes vonden we elkaar niet ver van het centrum en hielden een korte familiebijeenkomst, maar na een drie kwartier vertrok ik en al gauw liet ik de bier- en autostad, de Skoda- en Urquelstad, achter mij, op weg naar Sokolov en via Cheb reed ik weer Duitsland in en passeerde de stad van de eerste popmuzikant, Wagner, Bayreuth, de stad ook waar Friedrich Nietzsche op 27 oktober 1868 voor her eerst, zo las ik gisteravond bij Safranski, een muziekuitvoering van Wagner bijwoonde: Tristan und Isolde. Welaan, daarna was het vlot gedaan, nog even Bamberg voorbij en toen stop, nog maar nauwelijks zes uur gereden vandaag, maar toch al weer half acht. Morgen nog een restandje en we zijn weer thuis en dit dagje in Plzen neemt niemand mij meer af.
Aldus schreef ome Willem.
---
Wenen, eigenlijk gewoon Wien is al ruim tweeduizend jaar oud en twee keer hebben de turken tevergeefs getracht haar te veroveren, iets dat Napoleon wel lukte. Trouwens, de stad is genoemd naar de rivier waaraan zij ligt, de Wien, die daarna uitkomt in de Donau.
Maar daar zou het vandaag niet bij blijven. Nadat ik vanmorgen wegreed uit Ansfelden bij Linz naderde ik al snel Wenen waar ik op twee adressen mijn lading bezorgde. Maar er bleven nog 13 vaatjes over voor Hodonice en zo kwam het dat ik Wenen al snel in mijn achteruitkijkspiegel zag verdwijnen, alle treurnis achter mij latende, en al spoedig zat ik op de weg naar Hollabrun en reed door een prachtig landschap met wijngaarden afgewisseld met korenvelden terwijl een gamma van kleuren de overige akkers versierden. Omdat het zo schitterend weer was besloot ik eerst nog even een poosje in de zon te zitten en al zittend vanaf een meegenomen tuinstoel aanschouwde ik het immer voortrazende verkeer. Maar na een uur had ik er wel weer genoeg van en snelde weer voort, de grens over bij Znojmo en daarna rechts naar Hodonice waar de mensen met smart op mij zaten te wachten. Nadat ik ook dat kwijt was, reed ik terug naar Znojmo en ging de weg op richting Jilhava, maar bij Moravske Budejovice verliet ik die weg en reed via Jemnice en Dacice naar Jindrichuv Hradec waar ik een zeer goede en uitgebreide kans waarnam (er zaten maar liefst drie supermarkten bij elkaar)om wat boodschappen te doen en tevens wat lege kratjes bier in te leveren.
Na ruim een uur tussen de stellingen te hebben gekuierd weer het gas er op, nu eerst naar sobeslav en toen naar Tabor waarna ik de weg naar Plzen op ging. Na een tiental kilometers splits die weg zich, rechts naar Plzen, de stad waar in naar toe wil omdat ik in de loop van de dag te horen kreeg dat daar mijn retourvracht lag, en links naar Pisek en omdat de brug in de weg naar Plzen over het meer van Orlik welks water het begin is van de Vlatva (en dat is de Moldau), verboden is voor voertuigen boven de dertien ton sloeg ik links af om via Pisek naar Plzen te snorren. Even daarvoor, nog voor de brug over de Olrik die ik hier wel over mag, passeerde ik een klein restaurant waar enige wegreuzen stonden geparkeerd en ik besloot er maar te stoppen. Immers wederom waren de uurtjes al aardig op en het was inmiddels half acht en dus etenstijd!
Binnen zaten een paar mensen en aan één tafeltje zat een oud klein dik en niet tsjechisch uitziend kereltje en ik vermoedde dat het de chauffeur wel eens kon zijn van de naast mij staande duitse LKW met bulkoplegger en toen ik hem aansprak werd mijn vermoeden bevestigd. Ik schoof aan en we raakten aan de praat, uiteraard over onze bezigheden. Inmiddels bestelde ik eten en drinken en na enige tijd, toen het al donker was, stond de kleine duitser op om naar hotel Mercedes te vertrekken. Even later volgde ik zijn voorbeeld, zei dat de naam van mijn hotel anders, DAF, is, maar rekende eerst 195 kronen met de serveerste af. Morgen nog een uurtje naar Plzen, over de weg waar volgens mij ook Kuifje en Bobby reisden toen ze een lift kregen van Bianca Castafiora hetgeen u nog na kunt lezen in het boek De Scepter van de Ottokar.
Vandaag waren de wegen, zoals eigenlijk overal in het voormalige oostblok, vrijwel altijd omzoomd door fruitbomen, soms kersen, maar het merendeel appels, sterappeltjes, die daar destijds in de communistische tijd zijn aangeplant en die door iedereen mocht worden geplukt.
Kom, ik ga mijn bijtspijkers maar eens poetsen.
Aldus schreef ome Willem.
---
En zo zwoegde ik voort, na vanmorgen erg vroeg te zijn opgestaan en nadat ik de lading in Herkenbosch er in had via via op de "3" beland, de weg van keulen via Frankfurt naar Neurenberg. Enige tijd geleden heb ik iets gemeld dat niet geheel juist was, namelijk dat die weg doorgaat naar München, maar als je werkelijk op de "3" blijft, ga je vandaar naar de door de Romeinse keizer Aurelius rond het jaar 80 gestichte stad Ratisbona, het huidige Regensburg en vandaar heb ik even getwijfeld om via Cham en Klatovy naar de eindbestemming te rijden, of voor deze ene keer maar de snelweg te houden en omdat ik geladen ben met ADR (gevaarlijke stoffen) ben ik toch maar bij de hoofdvariant gebleven en zo eindigde ik de dag bij de stad Linz, de stad waar Anton Bruckner werkte, maar ook de stad waar A. Hitler naar school ging en vermoedelijk in de klas zat bij de joodse filosoof Wittgenstein. Vanaf het balkon van het stadhuis proclameerde hij later na de "anschluss" het grootduitse rijk. Ook die andere Adolf, Eichman, zag het levenslicht in Linz en de oude staalfabriek heette destijds de "Hermann Goering Werke".
Maar welk een ironie, dat juist hier, op boogschutsafstand van het ouderlijke huis van Hitler en Eichmann, Simon Wiesenthal (die ook nog in de buurt, in Mauthausen, gevangen zat) zijn eerste kantoor had vanwaar hij zijn nazi-jacht begon.
Inmiddels is het duister ingevallen en zijn sterren te zien, maar de maan zal niet langskomen vannacht wat er op wijst dat het (om en nabij) nieuwe maan is. Wellicht dat ik morgen, nadat ik de droeve stad heb bezocht, weer een glimp van haar opvang. Morgen, ja morgen, kom ik eindelijk weer eens in die stad waar ik ooit regelmatig drie(!!) keer per week naar toe reed, die ik destijds net zo goed kon als Amsterdam, maar waar ik na 1976 nimmer meer terugkeerde, behoudens nog één keer, vluchtig, een paar jaren geleden. De stad van Mozart, Beethoven, Haydn, Buber, Schoenberg en Joseph Krips, maar ook van Niki Lauda, Ernst Happel en Rosemarie Albach, alias Romy Schneider.
Aldus schreef ome Willem.
---
Aldus schreef ome Willem.
---
Aldus schreef ome Willem.
---
Aldus schreef ome Willem.
---