Hoeveel mensen hebben mijn site bekeken?

donderdag 27 december 2012

Het blindlicht.

In alle vroegte, op een tijd dat normale mensen zich nog een keer omdraaien, stond de truck al aan het dok; ik wandelde de loods binnen en zag, dat twee meiden de kar leeg aan het rijden waren, twee mevrouwen, ongeveer een jaar of dertig, met groffe werkkleding aan waardoor van hun vrouwzijn weinig meer te zien was, twee vrouwen, verlaagd tot het doen van ruwe arbeid, maar ja, dat is nu eenmaal de moderne maatschappij.

Het jaar, dat recentelijk nog nieuw was, taant ten einde, tijd dus, voor de jaarcijfers, al zijn ze nog niet allen voorhanden. Wel, dat ik, naast Nederland, in tien andere landen overnachtte en dat er bij de kilometerstand met ruim honderdduizend kilometer opgeteld werd; maandag zullen we weten hoeveel precies.

Rond zes uur vertrok ik weer, de verlaten wegen, de donkere morgen in en onderweg, tussen Villefrance en Macon, steken regelmatig konijnen de N-7 over waarbij ze regelmatig recht op het licht aflopen; ik kan ze door knipperen net ontwijken; onwillekeurig moet ik aan kabinet Rutte 2 denken, maar even weer ik niet waarom.

Koffie in Macon, daar wacht ik de geboorte van de nieuwe dag af, dus rond half negen snor ik verder en besluit bij Chalon de N-6 op te gaan, door de Bourgondische heuvels en gaarden, een weg met verlaten hotels en wegkwijnende tankstations, een soort route 66, al heb ik die weg nooit afgelegd. Onderweg, vooral na Châtillon sur Seine, werd ik door een grimmig noodweer overvallen. Regen, veel regen, opgezweept door een westerstorm, adembenemend en al schuddens voerde ik voort over kletsnat asfalt. Overal drassige gronden, rivieren en beekjes die oeverloos door het water werden voortgestuwd; hier en daar ontstonden enorme watervlakten.

Een tweede stop hield ik bij een enorm winkelcentrum te Châlons en Champagne en toen ik daar na een uurtje weer weg reed viel het duister weer in terwijl ik voortging door guur weer en over ijzingwekkend stille wegen; ik waande mij op een andere planeet: tussen Suippes en Mazargan kwam ik niet één auto tegen. Konijnen trouwens ook niet, maar wel viel het kwartje waarom ik daarbij zo aan Rutte dacht.

In de avond wist ik het Belgische Charleroi nog te bereiken, had zelfs nog tijd over, maar ik vond het zo wel genoeg. Konijnen zien een veelbelovend licht, ze snellen er op af, maar dan... een jager schiet, of ze vinden hun einde door een aanstormend voertuig, en net zoals Rutte en zijn kabinet zijn verblind door de Europese drie procenten, de doodsteek voor een toch al teruglopende economie.

Een jaar, spoedig, ten einde, ten einde raad.

Aldus schreef ome Willem.

---

De weg Chalon-Auxerre.

Verlaten.

Op deze weg bevinden zich veel verlaten hotels en tankstations. Hier een buiten gebruik gestelde eethut. Het is te koop...

De laatste terugweg van 2012

Gejaagd door de wind

Bourgogne

Regen teistert troosteloos de wijngaarden.
---

woensdag 26 december 2012

Het struikelwoord.

Voorbij is ze weer, de zonnewende, en terwijl ik mij vanmorgen weer zuidwaarts keerde, vertrok de zon vanuit de verre gewelven van de Steenbok mij tegemoet om weer koers te zetten naar het domein van de Kreeft waardoor onze waters warmer worden, onze dagen onverbiddelijk lengen gaan.

Al eeuwen werd er voormaals over gesproken en al eeuwen was het te zien, dat duisternis steeds wijkt voor licht, door de zon, door een kaars, maar ook door een stem met gesproken woorden, lichtbrengende woorden in duister; de puzzel viel samen en alle stukje op z'n plek, terwijl niemand het in de gaten had, ten tijde van Cyrénius, óók hij niet.

Een merkwaardige morgen, doodstil, alsof ver voorbije jaren waren weergekeerd; tot voorbij Maastricht bijna niemand op de weg en ik moest diep afdalen en speuren in de schuilhoeken van mijn geheugen om mij te herinneren wanneer het voor 't laatst zó stil was op de weg.

Net zoals vóór Hem Socrates werd niets van Hem op papier bewaard: alles van en over Hem werd door anderen in woorden getekend: voor zover ik weet schreef Socrates nooit één letter, van Hem is bekend dat hij eenmaal schreef: in het zand.

Ook België was stiller dan normaal terwijl de regen in stromen neerkwam. Hier en daar had ik zicht op de dalen waar regelmatig drassige plekken en woeststromende beekjes waren te zien: het bleef maar doorgaan en met achtergedachten overdacht ik allerlei metaforen met mijn geest: de woeste stromen, het reinigende water. Natuurlijk had ik muziek op. Muziek!

De wereld, de mensheid, vroeg om een oplossing, op verlossing wellicht, wie of wat rechtvaardigt eigenlijk het bestaan? Krankzinnige oorlogen woeden voort, hongersnoden, uitbuiting, ja, zelfs onrechtvaardige slavernij in ons eigen Europa waar niemand iets aan doet. Niemand! Mensen worden illegaal verklaard! Mensen! Het zijn de rauwe kreten van de wanklank die ik hoor; mijn innerlijk verzet zich en wanklank is geen muziek.


Luxemburg, daar was een gat waar voor even het licht van de zon op de terugweg doorbrak, maar daarna ging het onverminderd door, zware, hevige buien in Lotharingen, tot aan Nancy aan toe. Muziek van La Finta Giardiniera inspireerde mij, deed mij afdalen in de diepte van mijn ziel, mij opwieken naar geestelijk hoogten, als een kloosterlama die even boven de grond zweeft.

Een nieuw woord kwam de wereld binnen, een eeuwig woord dat zich rusteloos door voorbije eeuwen voortbewoog, zonder ophouden, een Woord dat tot nadenken stemt, een boodschap, troostend, en ook oordelend: wie denken wij wel dat we zijn, wij, die door de geschiedenis zullen worden achterhaald? Ooit komt er een tijd die geen tijd meer heeft.


Het was pas twee uur, de regen maakte plaats voor steeds minder wolken, ja, voor vriendelijk weer zelfs, terwijl oostelijk de maan zich reeds liet zien en ik zag de verre zon zich hijgend achter wolken stoppen, steeds verder, tergens langzaam, naar de horizon zakken en toen ik langs de klimmende rotswand bij Besançon reed, viel reeds de avond in, mijn geest draafde intussen voort van het denken.

Het verkeer was inmiddels aardig op gang gekomen, personenverkeer. Vrachtverkeer nauwelijks en zo rond achten had ik mijn bestemming bereikt. Onderweg speurde ik de hemel af, zag de maan tussen de Orion en Ram in staan en daar vlak bij een dwaalster. Daar, in de hemelse gewesten, gebeurt altijd wel wat, maar wat? Wat moest die dwaalster daar?

Mijn ziel wandelt verder in diepe duizel over een smal zanderig bergpad. Opeens struikel ik en tuimel voorover en met mijn geest zie ik hoe mijn ziel zich schaaft aan het ruwe, grove, zand; in een reflex grijp naar mijn verzwikte enkel, al liggend kijk ik om. "Auw"! Alles doet me pijn en er komt bloed uit de schaafwonden van mijn ziel; ook de hand die mijn enkel greep, drupt. Dan zie ik het liggen; waar ik over viel.

Woorden in het zand. Met mijn bloedhand grijp ik er naar.

Als een laatste stohalm.

Aldus schreef ome Willem.
---

zaterdag 22 december 2012

Nog een -kleine- terugblik.

Door de Languedoc.


prachtige dorpjes door.

magnifieke vergezichten.

Hier zijn de platanen beknot.

In Narbonne kom ik altijd langs een "eenden"-boer.

Wijngaard in de winter.



Witte bloemen tussen de stuiken.

Ander weer op til.

Weer anders.




Via een smal straatje kwam ik uiteindelijk bij de afgelegen en laatste wijnboer.

die daar ergens, achter tegen de bergen, aanligt.

Hier, net na Moulins


Prachtige gebouwen.

Hier verbruikt het voertuig wel erg veel peut.....

De Franse broodvlakte, eind december.

Is dit niet een prachtig uitzicht?

Let ook eens op de prachtige winterkleuren.

Auxerre, nu wéér anders, onder een dikbewolkte hemel.


Even na Reims, richting Rethel, luzernedrogerij, terwijl de waterdamp de windrichting aangeeft.

De losplaats.....

Op het bedrijf waar ik moest lossen was het eigenlijk een zooitje, een wachtende rij voor een loket waarachter iemand zat die er niet veel sjoege van had. 


 En hieronder ziet u een filmpje waarop te zien is hoe mevrouw in kwestie de lijst herhaaldelijk doorkijkt en niet vindt wat gevonden zou moeten worden.  En chauffeurs maar wachten......

De afgelopen week.

De hele week had het vrijwel onophoudelijk geregend.  De reden dat het fototoestel niet veel werd gebruikt kon worden.  Maar ook om andere redenen.  In Nîmes was ik het eenvoudig vergeten mee te nemen, zodat de beelden dáár, genomen met de telefoon, wat minder zijn. Maar ook geen foto's omdat ik toch wel hele avonden in het donker over het Franse land scheerde.


Eigenlijk pas woensdag, toen nam ik de eerste plaatjes, eerst in Nîmes, waar ik even met de fiets naartoe was getrapt.

 Eerst even een kopje koffie,
 en je kon er zelfs heerlijk buiten zitten.
 Even later een croissantje met echte gruyère.
 En daarna wat cultuur snuiven.


vrijdag 21 december 2012

De Naam.

Al jaren irriteer ik mij er aan, speciaal in Frankrijk, aan die smaakloze vertoning zo rond kerst. Opeens werden, vanaf zo'n vijftien jaar geleden, overal en jaar op jaar steeds meer de gevels ontsiert door een rood mannetje op een ladder of bovenop een schoorsteen gezet, ontdaan van elke devotie van kerst dat natuurlijk geen malle moer met de één of andere kerstman uit Magog, of in ieder geval vanuit het noorden, te maken heeft.

De donderdag verliep voorspoedig, al was het nog een hele toer: zes adressen ophalen in de Languedoc dat zijn naam te danken heeft aan de taal die in de streek wordt gesproken, de langue d' occitanië en bij binnenkomst van dorpen zijn de namen vaak met twee namen aangeduid: het Frans en het Occitán; er bestaat zelfs een Kuifje in het occitan!

Hoe plaatsnamen ontstaan is vaak met een hele voorafgaande geschiedenis, maar desalniettemin is het geven van een -eerste- naam aan een oude plaats of stad gehuld in de duisternis van een ver verleden, ja, zelfs vaak door een wolk van mystieke mysterie omgeven.


Even na achten kon ik weer verder, het eerste adresje zat in Villemoustaussou, een hele mond vol, een dorpje net boven Carcassonne en een adresje waar ik wel eerder kwam: binnen een kwartiertje was het er in en kon ik weer op weg, naar het tweede adresje, in Ouveillan zodat ik even de "oude" weg naar Narbonne op reed en na een kilometer links af ging en over Trébes en Marseillette de D 610 op snorde, voorheen dé weg van Montpellier naar Carcassonne, nu afgewaardeerd tot een eenvoudig provinciewegje.
Zo verging het ook ooit namen aan mensen. In een grijs verleden gaven in veel culturen de ouders het kind een stukje van de geschiedenis mee, bij veel indianenstammen werden kinderen naar het eerste dier dat de moeder -of vader- na de geboorte zag, genoemd en daartussen nog veel schakeringen. Echter was er tenminste één volk waar niet de ouders het kind de naam gaven, maar een geestelijke, de priester, het oude Joodse volk. Daarmee verkreeg het kind een naam vanuit de Bovenwereld, alsof er een goddelijke verbinding tot stand gebracht werd.

Maar gelukkig werd het crisis, gelukkig ja, want als er de huidige crisis ergens goed voor is geweest is het voor het substantieel afnemen van die onsmakelijke kerstmannenmanie in Frankrijk, kennelijk ingegeven door een te hoog elektragebruik, in iedergeval zijn ze zienderogen afgenomen en alleen zo hier en daar zie je nog ergens zo'n maloot roodverlicht op een laddertje staan.

Het was nauwelijks een uurtje rijden, maar toch, aangekomen bij het adres, bleek ik pech te hebben: ik had een andere auto vóór me, dus dat ging even kostbare tijd kosten.
Maar niet teveel, zo bleek even later, want nog voor elven kon ik verder, op weg naar nummer drie die zich in Narbonne-Plage bevond, maar toen ik daar aankwam raakte de eigenaar in wilde paniek en begon maar meteen te roepen dat het wel avond zou worden omdat er dan iemand zou zijn die de "papieren" kon maken. Uiteraard konden we daar niet op wachten en toen dát bleek, kon de eigenaar opeens meteen de benodigde papieren te kunnen vervaardigen en rond half twaalf reed ik al weer verder; buiten een wijn- ook een paniekboer dus.

Echter zoals zo vaak sloop het gebruik van de omliggende gojim de oude Joodse Thorawijsing en de traditie van de Tenach binnen en begon men kinderen te noemen naar iemand van de voorouders, een gewoonte dat in onze Europese cultuur vroeger veel, en tegenwoordig nog steeds, zei het in mindere mate, in gebruik is, een traditie overigens die, wat mij betreft, tenminste nog "iets" heeft: je geeft immers niet "zomaar" een naam.

Na Pierre Paniek (ja ja, die naam geef ik even) snorde ik verder, nu naar een adresje in Mèze, of liever, opzij van Mèze, langs het water van de Bassin du Thau, midden tussen prachtige, nu kale, wijngaarden waar ondanks de lunchtijd (ik was er om één uur) de handel er meteen in werd gezet, papieren er bij en weg was ik weer, nu op weg naar JeanJean, een niet zo "best" adres omdat daar altijd in slaktempo wordt geladen en het daarvoor vaak op je beurt wachten is, maar toen ik vanaf de weg zag, dat er niemand stond, snelde ik er maar meteen naar binnen: nu zou het toch wel binnen "afzienbare" tijd geregeld -kunnen- zijn.

Kort voor onze jaartelling was bij het Oude Volk het vernoemen inmiddels algemeen gebruik geworden; niemand droeg het kind nog op in de sjoe of de tempel om het kind een naam door de priester te laten geven: dat hadden de ouders al gedaan, dat in tegenstelling tot de oude zogenoemde geslachtsregisters die in de Tenach zijn te vinden: daar vindt eigenlijk nooit een vernoeming plaats.

Kunnen, ja, maar het begon er al mee dat ze een pallet extra te laden had en of ik daar plaats voor had. welnu, dat had ik, dus begon het laden, één voor één terwijl ik, om mij aan het trage tempo niet te ergeren, een schaakpartij tegen de Zwarte Bes speelde: een half uur later werd pallet tien naar binnen gereden. "Nog één dus", dacht ik nog toen ik een pion voor kwam te staan. Maar die ene, die laatste, die kwam maar niet en toen ik er na een uur wachten (!!) achter kwam dat die laatste pallet niet gereed was en ze hem aan het inpakken waren én dat het nog wel een uurtje kon duren, gaf ik te kennen die laatste pallet niet mee te nemen, ja, ik schoot en passant -ik was toch aan het schaken- uit mijn klomp en vroeg of ze het wel allemaal op een rijtje hadden; ik had er immers
nog eentje te gaan.

Inmiddels hadden de lui van JeanJean, zeker nadat ik ze meedeelde dat de naam CochonCochon beter bij hen paste, in de gaten dat ik ontstemd was en kreeg, na een boel poespas de papieren mee en vertrok na de laatste klant die er, nog net voor zessen, in zat.

De geschiedschrijvers van rond de jaartelling beschrijven het ook: de herkomst van een naam aan het kind kwam, in die dagen, volgens de gewoonte van de gojim, bij de voorouders vandaan. Overigens kunnen tradities en gewoonten van de gojim hoopvol, goed en, vooral, zinvol zijn, al is het maar voor een korte tijd, zoals het instellen van kerstfeest als het lichtfeest juist na de kortste dag.


De avond viel reeds, de kar was vol en ik had nog ruim zes rij-uren over, dus reed ik door de donkere nacht om koerst te zetten naar het noorden. Onderweg regende het ontzettend en om een uur of tien wilde ik stoppen, maar de Europese wetgeving liet dat niet toe, zo wilde ik vandaag nog thuiskomen: immers, vandaag een uurtje eerder stoppen betekend niet dat je de volgende dag een uurtje langer door kan gaan. Zo reed ik, tegen de gewoonte in, verder, tot na elven, tot net even voor Moulins, tien uur voor huis.

De volgende dag, vandaag dus, ging ik verder, door voortdurend stromende regen, en ik ben nog minder dan vier uur van huis. Onderweg, door al dat water, voelde ik mij net varend op een boot, trotserend de Franse golven.


Vervolgens beschrijven de geschiedschrijvers dat het Kind geen naam krijgt van voorouders, maar dat het zou geschieden volgens de oude regels van de Thora; een naam die gezuiverd en die naam kent nog steeds iedereen, zowel in een vloek als in een zucht.

En daar kan Santaklaus nooit niet tegenop.

Aldus schreef ome Willem.
---

donderdag 20 december 2012

De wardame.

Onstuimig gierde de wind over de bergkam van de Zwarte Bergen (montange Noir), boomtoppen zwiepten heen en weer, blad en takken werden onheilspellend meegesleurd terwijl ik met het Dafje vanaf Mazemet met een slingerweg naar boven klauterde, steeds hoger, terwijl ik over een enorme lichtzee heen keek, twinkelend in de najaarstorm; het liep al tegen elven.

Wachten is nooit leuk, zeker als je nog veel te doen hebt, maar je moet er wat van maken en met een graad of tien was ik van de wachtplek weggefietst, even de stad in, altijd leuk, buiten het toeristenseizoen. In de binnenstad zelf was het nog aangenamer, enkele uitbaters schroomden niet nog stoeltjes buiten te zetten en zo hier en daar werd een terrasje gepikt; ik deed even mee met een koffie.

Rond enen keerde ik terug, maar het zou tot stipt drie uur duren voordat ik het voertuig aan het dok kon zetten.

In die twee uur, dus tussen één en drie verblijf ik in een klein hok met een loket, aan de achterzijde een koffieautomaat en de ruimte, vol met collega's, allemaal in een oranje of geel fluoriserend hesje, wachtend, zo nu en dan diep ademend, door elkaar pratend, en apathisch gelaten, soms mopperend.
Achter het loket een iemand dat het midden houdt tussen een dametje en een meisje dat waarschijnlijk nog maar pas de school had verlaten, kauwgom kauwend terwijl ze steeds met een handgebaar een zwarte haarlok die voor haar ogen zit, opzij duwt.
Duidelijk een flexwerkster, iets, dat ook in Frankrijk, en zeker bij dit soort (on)logistieke bedrijven, veelvuldig voorkomt.

Al zoekend bekijkt ze de vrachtbrieven, het duplikaat, onnodig, want daar staat niet iets anders, dan speurt ze radeloos de gestreepte kompjoeterlijsten af en ik vroeg mij af of ze wel wist wat ze zocht; warrig kijkt ze tussen één van de vele stapels papier; ze lijkt het huilen nabij.

Dat gaat zo een kwartier door, steeds met dezelfde chauffeur en in de wachtrij steeds meer opphuu en merde-uitroepen. Tussendoor komen medewerkers van het bedrijf langs die het dametje begroeten, of z'n Frans, dus 't meisje gaat staan en er worden drie kusjes uitgewisseld en een kletspraatje gehouden en daarna tracht ze weer verder te gaan waar ze -niet- mee bezig was terwijl de wachtrij aandikt.
Een Franstalige Belg met een lding pindaatjes blijkt een dag te laat en wordt niet gelost. Ook morgen niet, want er moet eerst een nieuwe afspraak gemaakt worden.

Eindelijk, Om half vier begon men bij mij met lossen en na vijf minuten was de bubs, na 22 uur wachten, er uit: lang leve de Franse logistiek: nog even moest ik bij de wardame langs voor een afgetekende vrachtbrief; ook die was ze weer even kwijt.

Meteen scheerde ik weg, scheerde ik op weg naar Albi, toch nog een aardig eindje. Net in de spits trotseerde ik het fileverkeer van Montpellier en dook aan de noordkant de weg naar Millau op. Inmiddels werd het donker, ja, het was donker toen ik de steile klim naar Le Caylar nam, Le Caylar waar ik er ook af ging om via Cornus, met een straatje waar ik net door kon, en Fondamente naar Saint Affrique reisde, een wegje zeker voor de toerist een niet te versmaden uitstapje.

Vandaar naar toog ik naar Albi, of eigenlijk, nog even verder, ten noorden er van, Carmaux. Zowaar, er waren nog lui aan het werk en zelfs genegen de vracht meteen in ontvangst te nemen, zodat ik meteen weer verder kon, de nacht weer in.

Zoveel had ik niet gereden, dus ik maakte gebruik van de stilte: als een jachtluipaard snelde ik terug langs Albi en via Realmont kwam ik nog voor tienen langs Castres. Bijna niemand meer op de weg, het begon vreselijk te waaien en snelle wolken scheerden langs maan en sterren.


Tussen Mazemet en Carcassonne kwam ik niemand meer tegen en alles om mij heen leek verlaten.

Alleen de gierende wind, die zelfs op de parkeerplek vlak voor Carcassonne nog goed voelbaar is, is duidelijk aanwezig.

Aldus schreef ome Willem.
---

woensdag 19 december 2012

Nîmes.

Kermis voor de arena.

---

Donker.

Alsof het nooit meer licht zou worden, maar zo verglijden rond deze tijd de dagen, dagen die meer nacht dan dag zijn. Het hele traject langs de bovenloop van de Marne reed ik in het donker, het gedeelte van de rivier waarnaast voor scheepvaart een kanaal werd aangelegd dat nog steeds in gebruik is, een kanaal met tunnels door bergen, overigens niet ongewoon in Noord-Frankrijk; ze hebben zo kilometers kanaal gegraven, de meesten tussen 1850 en 1900.

Maar toch kroop onverdroten uit de decemberduisternis weer licht, rond de waterscheiding klaarde het donker op, langzaam, vanwege een hoog in de lucht aanwezige enorme regendeken. Regenwater dat even na langres, ná de waterscheiding, niet meer via de Marne, Meuse, Mosele of Seine in de Noordzee terecht komt, maar via de Saone en Rhône naar de Middellandse Zee toevloeit


In Dijon was mijn eerste klant waar het lossen, zoals gewoonlijk, voorspoedig ging; zo rond half elf reed ik er weer de poort uit, op weg, samen met het neerstortende regenwater, naar het zuiden.

Langzaam werd het beter weer, na Lyon open plekken in de onafzienbare grijze deken, en zowaar, op de route du soleil meer zon dan wolken en na Loriol nam ik afscheid van de snelweg.

Langs Montelimar en Donzére, Pont Espirit en Bagnols sur Cèze, vanuit hoge heuvels keek uit uit over vrijwel bladloze vlakten waar duizenden tinten grijs, zwart, bruin en donkerrood met zo hier en daar een groene soms groengele achtergrond sierend mijn ogen streelden. In de verte de enorme witte schoorstenen van de atoomcentrale, Pierrelatte. Langdurig reed ik, samen met het heerlijke zonlicht en mijn talloze herinneringen, door de streek waar ik al vijftig jaar kom. Al? Wat is hier vijftig jaar! Toch niet meer dan een heel klein zuchtje op de eeuwentijdschaal?

Onderweg trachtte ik een slordige berekening te maken en kwam uit tussen de honderd en tweehonderd dagen in veertig jaar tijd dat ik toefde in de streek tussen Nimes en Montelimar en al die keren was het steeds weer anders.

'T was weer zo mooi, de enorme wijdsheid, ze maakte me wat angstig, de natuur in een welhaast dodelijke rust, dorre bladeren dwarrelden over de weg, sierden de bermen. Sièrden! De -te- vroeg ondergaande zon vervulde mij met deemoed, dood dat de berm siert, vragen borrelden op en toen ik vanuit een hoogte over beboomde heuvels heen keek aanschouwde ik in het dorre blad en de kale bomen het raadsel, het raadsel van het leven vanuit een onverbiddelijke dood.

Het was al even donker toen ik bij de klant in Nimes aan kwam, en toen ik te horen kreeg dat ze de handel niet aannamen maar dat pas "demain", dus vandaag, gaan doen, en ook nog rond 15.00 uur, werd het bij mij ook een beetje donker.

Aldus schreef ome Willem.

---

dinsdag 18 december 2012

Het schuldkrediet.

Het was recentelijk zo schoon, zo nieuw, zo onschuldig nog toen het begon, onbesmet, vol met hopeloze verwachting, het jaar, dat, op enkele dagen na, weer oud is en ook dit jaar achter de horizon van de geschiedenis zal verdwijnen met achterlating van schuld en schuldigen.

In deze volle voorlaatste week vertrok ik weer, na eerst te Amsterdam te hebben gelost en geladen, naar Frankrijk, dit keer een Frankrijk waarboven de hemelsluizen volledig werden opengezet: enorme stortregens, alsof alles nog even voor het einde van het jaar moest worden gereinigd, afgewassen.

De mens leeft, leeft voort, zoals de jaren jaarlijks voortgaan en meent, dat er geen ophouden aan is. Het lijkt er soms op of we na een jaar leven krediet hebben opgebouwd, we hebben het jaar geleefd, genoten soms en we denken dat het zo langzamerhand van ons is, dat het lot verplicht om ons steeds langer te laten leven en genieten.

Het was druk, vandaag, wegen vol voertuigen en diverse ongelukken: bij Gorinchem zat de boel vast, maar ook in Antwerpen en Brussel en zelfs in Charleroi nog even File. Maar daarna, op weg en voorbij de Franse grens, werd het steeds rustiger, totdat het eindelijk stil werd.

Telkens wanneer we weer eens wat hebben verricht hebben we een behoefte aan minstens een evenredige tegenwaarde en door die behoefte menen we dat wij daar recht op hebben; een krediet hebben opgebouwd.

Stil, verkeersstil dan, want de regen pijpensteelde maar door, de ruitenwissers maakten overuren terwijl het donker alweer vroeg inviel: tot voorbij Saint Dizier werd het vandaag.

Bij van alles en nogwat menen wij een tegoed te hebben opgebouwd en in alle krediet dat wij denken te bezitten, gaat het om een denkbeeldig krediet dat het verleden in de toekomst heeft uitstaan.

Slaperig draai ik mij om, denk na over schuld en schuldig: de mensen, alle mensen, alle dingen, alles is ons schuldig, een vermeende schuld.

Alles wat in het verleden ons heeft geschaad voelen wij als een verstoring van evenwicht dat hoe dan ook moet worden hersteld en uit dat wachten leven wij. Steeds weer het naderen van het oude jaar, de dreigende nadering van onze eigen eindigheid geven ons het inzicht dat het van zulk een herstel er niet, ja nooit, zal komen.

Ineens afstand doen van het verleden. Afzien van datgene wat het verleden heeft opgeleverd: afzien van het denkbeeldige krediet, van menen, dat hetgeen noodzakelijk is ook meteen een recht is.
Afzien van het ik.

Dat is, wat diep in de woorden "gelijk ook wij vergeven onze schuldenaren" zit verstopt.

Aldus schreef ome Willem.
---

zondag 16 december 2012

Slecht weblog.

Helaas, dit weblog werk voor geen meter. Langzeem, en ook nog eens super-onoverzichtelijk, en dan ook nog alles in het engels. Hoe verpst ik een goed product. We gaan maar eens verhuizen.

zaterdag 15 december 2012

De voorbije week, in plaatjes.

Woensdag.

In Saint Laurent was het nog heerlijk, en in bloei.
De oude N-7
Op naar een wijnboer.
Brignolles
De olietankers bij Fos sur Mer.

DONDERDAG

Frans dorpje op de Rhônevlakte.
Wijnbaron Cave de Dauphine.
Grigean.
De Rhône

VRIJDAG

Oude spoorbrug over de vallei bij Chaumont, in de oorlog door de Fransen vernield zodat Duitse opmars wat verhinderde
Na de oorlog weer opgebouwd. De foto's hangen in een bijgelegen knaagschuur.
En het staat er nog steeds.
De laatste Franse straatjes voordat ik Frankrijk uit rijd.
En vlak aan de grens ligt er nog steeds sneeuw.