Hoeveel mensen hebben mijn site bekeken?

zaterdag 14 april 2012

Enkele indrukken van de afgelopen week.


Nesovice






Doorgaande weg.







Het meer van Orlik bij Temešvár.





Slowakije, een prijslijst in Skalica







Landschap bij Rohatec, Slowakije.








Strážnice




Tábor.



Uherské Hradiště








Valtice







De Morava bij Veselí nad Moravou







Veselí nad Moravou









Veselí nad Moravou







Veselí nad Moravou










Veselí nad Moravou











Veselí nad Moravou

Enkele plaatjes van de afgelopen week.



Tussen Frankfurt en Schweinfurt, het eerste aardige plaatje deze week.





Nogmaals het kaaswinkeltje, afgelopen dinsdag.



Waar ze zelfs hagelslag en zo verkopen!






Bernartrice.






Onderweg kwam ik nog een brandweerTatra tegen.






Chýnov







Chýnov






de weg bij Drhovle




De grens bij Holíč, die slechte enkele jaren dienst deed.....






Krty-Hradec






Lednice





Strážnice. Let op de luidsprekers. Vooral in de communistische tijd zag ik die in héél Oost-Europa, de zogenaamde stads of dorpsradio, waar, naast muziek, natuurlijk ook de propaganda mee gevoerd kon worden.






Napajedla

Horazdovice-Nepomuk



Een stukje meerijden? Hier over weg 188, ondertussen eerst een muziekje van Mozart, daarna van Haydn en Beethoven. Maakt het nog mooier dan het al is en doet me even terugdenken aan het oude Wenen. Wie weet, is één van de lui hier ook wel langs geweest.

vrijdag 13 april 2012

Strakonice.

In Strakonice hebben ze kennelijk iets met Charly Chaplin.

De drie.

Als bij toverslag veranderde de wereld, zonder nadere aankondiging, na nauwelijk drie kilometer rijden, ik zag, ik begreep, ik snorde Oostenrijk binnen, Niedern-Östenreich, en omdat na de Anschluss in 1938 de eeuwenoude naam Oostenrijk verdwijnen moest, heette het in de oorlogsjaren Niedern-Donau.

Het was vroeg, regenachtig en fris, erg fris, de heuvels lagen er, zoals gewoonlijk hier, aangeharkt bij en nergens meer een vervallen huis of gebouw meer te zien en na een uurtje kwam ik aan te Wenen, de stad die ik ooit bijna net zo goed kon als Amsterdam, maar er is thans zoveel veranderd dat ik het niet meer terug kon.

Wenen, toepasselijk onder huilende wolken, onder een grienende hemel, ik moest helemaal aan de andere kant zijn, in de Linzer Strasse, dus dat was even afzien, temeer daar het erg druk was.

Gedrieën verbleven ze hier lange tijd, Haydn, Mozart en Beethoven, bijna honder jaar voordat Gustav Mahler hier concertdirigent werd en ik luisterde in de regenachtige stad eerst naar het cello-concert van Franz Jozef en toen ik de Linzer Strasse in reed klonken de klanken van het eerste pianoconcert van Ludwig door de kabine.

Mahler en Smetana, ijverige heren, hoor, maakten best aardige muziek, maar ze bleken te laat, net te laat, want tijdens en na de onwenteling die Wagner met zijn antimuziek teweeg bracht kon het niet meer, het niveau van vóór die tijd is nooit meer haalbaar.

Nog in de morgen verliet ik Wenen, op weg terug, via Sankt Pölten en Krems reed ik naar Zwettl en niet lang daarna schreed ik bij Nagelberg, waar het zowaar aan het sneeuwen was, weer Tsjechië binnen, weer op weg naar wat sentiment uit het verleden.

Ieder hart verlangt een ander, naar het ander, waarin het rusten kan en ieder mens kent de uren waarin het een inwendige stem hoort zeggen dat het eigen hart moet streven naar groter en edeler, een hart dat boven deze vergankelijke, glimmende wereld uit komt en zulke uren zijn de moeilijkste, maar ook het schoonste van het leven.

De mysterieuze klanken van de drie van Wenen, massage voor de heimweeziel, wie zulke uren beleeft, verstaat, begrijpt, kent uren waarin hij, als het ware, boven en buiten zich uit stijgt, zoiets als edel en voornaam.

Třeboň, en daarna České Budějovice, de oude bierstad, en vervolgens de weg op naar Vodňany en niet lang daarna kwam ik door Horažđovice, op weg naar Přeštice, volgde weg 230, Stod, en kwam laat in de middag aan in Cheb.

De onnavolgbare speelsheid van de ongeëvenaarde Mozart, één enkele opstrijk op een cello die Haydn speelt gaat duizend tonen van Mahler en Smetana te boven, de eerste stroven van Fidelio doen alle waanmuziek van Wagner verbeken en in het niet verzinken, waar overigens de muziek van Wagner voor bedoeld is.

Genoeg erover, ik weet het, het kwetst sommige oren dat ik Wagner's muziek veroordeel, dat ik naast de grote drie Händel en Bach, vooral Bach, niet noem, Bach, die voor de muziek voorzien heeft van een stevig betonnen fundament waarop de grote drie een pracht van een paleis op hebben gebouwd.

De week is bijna ten einden een week van verpozen, door de velden en wouden van de Bohemen, over in bloei gerakende Moravische heuvels en valeien, even snuffelen in Slowakije, nog een tijdlang rijden door het park dat Oostenrijk heet, en ook nog even terug geweest in Wenen.

Het Wenen van de Grote Drie.

Aldus schreef ome Willem.
---

donderdag 12 april 2012

Písek.

Vanf de bergen.

Strážnice.

Met nog een oud stukje stadsmuur.

Mikulov.

Het mooie slot.

Het jeugdland.

Het gebied waar ik vandaag doorheen snorde staat eigenlijk bol van de historie, eeuwen door, maar vooral de laatste honderd jaar.

Van Mariánské Lásně eerst door naar Stříbro en al gauw kwam ik op de weg naar Písek, je voelt het gewoon, leest het af aan de gezichten van de voorbijgangers, ruikt het soms, het hangt gewoon in de lucht en is dát het soms dat ik altijd zo melancholiek wordt als ik hier rondsnor?

Aan het einde van de ochtend, onder de hoede van lentezonnestralen, langs Tábor en inmiddels had ik uit de CD-box Ma Vlast gevist. Smetana had het juist begrepen dat deze voorname stad een muzikale ode verdiende en terwijl de laatste klanken van Tábor de stuurhut vulden had ik net links van mij, toen ik de weg, die meteen begint met de steile klim, naar Pelhřimov op reed, een prachtig uitzicht op de stad.

Veranderd hier, heel veel en steeds weer, vanaf 1900 hebben de Tsjechen al een paar keer ander geld gehad, een andere naam en ook de bevolking wijzigde zich rigoureus, soms met een aardige dosis geweld en dat merk je, aan de sfeer, aan de mensen, de heuvels roepen, schreeuwen het uit.

Jihlava, Brno en dan via Slavkov u Brna, u weet wel, waar de slag bij Austerlitz plaats vond, over het pasje van Staré Huté met even verderop het merkwaardige eenzame kasteel van Buchlov, en dan weer naar beneden, Uherské Hradiště.

Nadat de Keizer van Oostenrijk-Hongarije hier een tijdje de scepter zwaaide, kreeg Tsechië na de eerste wereldoorlog zo zijn onafhankelijkheid, maar vanwege grote etnische verschillen bleef het altijd wat rommelen, vooral tussen Tsjechen en de enorme hoeveelheid Duitsers. Tijdens de tweede wereldoorlog werd een groot deel als Duits geannexeerd en werd een restant Tsjechië de vazalstaat Böhmen und Mähren (Bohemia en Moravië), kompleet met eigen geld en postzegels.

Na een half uurtje kwam ik aan op een vertrouwt losadres in Otrokovice, binnen een half uur was de kar leeg, op die ene kist na die ik nog moet gaan wegbrengen. Meteen reed ik een stuk terug, tot Uherské Hradiště waarbij ik langs een heus Nederlands kaaswinkeltje kwam waarvan ik een foto op het weblog plaatste.

Tijdens de Nazi-tijd werd veel vernield, een zwarte deken lag toen over een groot deel van Europa en hier, in dit land was dit vanwege zijn vele Duitse inwoners nog met een extra dimensie. Het had tot gevolg dat aan het einde van de oorlog nagenoeg alle Duitsers zonder pardon de grens werden overgebonjourd.

Via Veseli nad Moravou kwam ik na een half uurtje aan in Skalica, net over de Slowaakse grens, het land waar Josef Tiso tijdens de Nazi-tijd als eerste president van dit land heeft geheerst en na de oorlog door de leiders van het toen onafhankelijke Tsjechoslowakijë aan de wurgpaal terecht gesteld.

Via Hodonín - terug in Tsjechië- en Břeclav kwam ik uiteindelijk aan in het oude Nikolsburg, nu Mikoluv, waar ik een aardige plek vond voor de overnachting, Mikoluv, een kleine stad met een prachtig slot, waar ooit tweederde van de bevolking uit Joden bestond, de rest was Duits, eigenlijk van oorsprong dus een on-Tsjechische stad, maar nadat de Joden in de tweede wereldoorlog óf gevlucht zijn, óf vermoord werden, zijn vervolgens weer alle Duitsers uit de stad verwijderd en wonen er nu voornamelijk Tsjechen, het kan raar gaan.

Na de bevrijding, de bevrijding van de Nazi's, werd de lente verwacht, maar helaas, want een strenge communistenwinter kreeg jaren lang dit land in zijn greep, bijna vijftig jaren, waarin de ontwikkeling en de vooruitgang, die het "westen" heeft gekend, hier nagenoeg stil stond, het is nog steeds te zien, goed te zien ook en het maakt deel uit van wat ik ruik, zie en voel, ja, ik hóór het zelfs aan de weerklanken, aan de terugkaatsende echo's vanuit de heuvels, het landschap, wat lijkt het hier nog op de wereld vanuit mijn jeugd!

Aldus schreef ome Willem.
---

woensdag 11 april 2012

dinsdag 10 april 2012

Het antwoord.

Een dag later, vanwege de "extra" vrije maandag, vertrokken, maar ik kwam ver vandaag, tot Mariánské Lázně, het, zoals u inmiddels wel weet, oude Mariënbad, het kuuroord waar in een grijs verleden onze Koningen Wilhelmina regelmatig kwam kuren.

Niet zonder slag of stoot, trouwens, want een vijftig kilometer voor Frankfurt stond het ruim een uur vanwege een ongeluk muurvast en ook bij Lohr had ik oponthoud vanwege wat wegwerkzaamheden in het stadje.

Vandaag genoot ik intens van het jonge groen, de geel wordende koolzaadvelden, de opschietende graangewassen, het leven, het raadsel, want het leven is en blijft een raadsel.

Wat het leven is? Ik stelde mij de vraag, vele keren, zocht naar een antwoord, maar vond er geen.

Tussen de bossen, net voor Marktredwitz, lagen zelfs nog sneeuwresten, tegen de avond snorde ik bij Pomezi het liefelijk Tsjechië binnen, meteen was de wereld anders, van geleidelijkheid is geen enkele sprake en zelfs het personeel van het grenstankstation sprak nauwelijks duits.

Het was al donker toen ik de kleine parkeerplaats voor de overnachting op reed, in het nevengelegen restaurant hield ik het maar even uit want de rooklucht was beklemmend zodat ik er snel alleen maar een glas water dronk en weer snel naar mijn voertuig terug ging.

Vanmiddeg, even na drieën stond ik een poosje stil in een dorpje net buiten Karlstadt, ik liep er wat rond en bij een kleine speeltuin renden enkele kinderen rond. Ik ging even zitten op een muurtje en sloeg acht op het gewiemel van de jeugdigen. Een klein, grappig jochie, vol met sproeten en Duitsblond haar bleef even bij mij staan en staarde naar mijn klompen, ik besloot het er op te wagen en in zo goed mogelijk Duits vroeg ik hem: "Vertel mij eens, wat is het leven?".

Hij keek mij aan, rende naar het grasveldje, kwam lachend terug en reikte mij een zonet geplukte madelief! Alsof hij wilde zeggen: "Domoor, dat ik lachen kan en u blij maak met een bloen!"

Juist ja. Dát is het leven.

En 't blijft een raadsel.

Aldus schreef ome Willem.
---

zaterdag 7 april 2012

kleine impressie deze week.




Bischofszell, Zwitsers plaatsje.



Aankomt in Kreuzlingen, met op de achtergrond de Bodensee



Mittelbergsheim, uitzicht vanuit een bureau



Grappige, "omgekeerde" brug.




Aankomst in Appenzell




Bodensee.






Rijnbrug bij Waldshut




Afdaling in het Zwarte Woud.



Ravensburg.




Ravensburg.





Konstanz.





Klingenmünster.




Oh, ja. En de Bentley.

Het kruisrondpunt

Toen kwam er een nieuwe koning over Egypte, die Jozef niet gekend had. Zo begint de schrijver van het boek Uittocht, beter bekend als het boek Exodus, zijn eigenlijke verhaal. En zo begint bijna elk verhaal, elk tijdperk en elke geschiedenis, elke waarheid, dus elke vergissing; met het "niet kennen".

Een snijdende koude, elke keer als ik de stuurhut verliet, ik kreeg er zelfs een beetje hoofdpijn van en het was nog maar een dag geleden. Een dag terug, toen ik in Colmar wakker werd en aan de rand van de stad die eerste klant ophaalde, om mij heen alles, alles groen, verbijsterend groen, ik reed verder, langs Mittelbergsheim, dus langs Sélestat en daarna, Strassbourg, Haguenau, op weg naar Klingenmünster, door een immense wijnstreek, velden van vergezichten, letterlijk en figuurlijk, en juist hier, de eerste lente in de net nieuw aangebroken tijd, het nieuwe leven en dat, ja dat, nét hier, tussen de twee machten van weleer, de Siegfried en de Maginot.

Gisteravond begon het zogenoemde Pascha, het feest van bevrijding en vandaag de dag tussen het Christelijke dood en nieuw begin, opstanding, juist nu, aan het begin van het tijdperk, het begin van de lente en er zijn parallellen, puzzelstukjes vallen ineen terwijl kruispunten verdwijnen.

In Klingenmünster kreeg ik mijn laatste klant deze week en onder voorjaarzon en tussen jong groen door op weg naar Pirmasens en niet lang daarna reed ik over de bergen naar Trier, bergen waarop de bomen nog moesten uitbotten, grauw en grijs stonden ze er bij. Even. Even had ik de lente verlaten.

Overal verdwijnen ze, overal duiken ze op, de kruispunten en rotonden, dwaalwegen, de tijd wissel en is veranderd, cruciaal veranderd, de mens liep, en kwam aan, aan op een kruispunt, een krúíspunt, stond stil, stíl, drie keuzes, of terug, vier dus; welke weg moest hij gaan?

Vlak voor Echternach reed er een Bulgaar voor me, in een volgepakte personenauto en plots trapte hij op de rem, stond hij stil, midden op een rotonde en een aanrijding was nog net te vermijden: op een rotonde! Op een rotonde sta je niet stil maar ga je dóór!

Diekirch en Malmedy volgden, niet lang daarna keerde ik terug op Nederlandse bodem en op vrijdag volgde weer een ouderwets laad- en losritueel, de kar vullen voor de reis van komende week, de zon scheen, maar ondanks dat een snijdende noorderwind; ik had het koud, gewoon kóúd!

De mens komt aan, nu op de rotonde en gaat, en als hij niet weet, staat hij niet stil, maar gaat, tolt door, cirkelt rond en geeft voedsel aan zijn dwaasheid; hoofdschuddend kijk ik er naar, de rondtollende, de rond"tolle"nde mens, gezeten in zijn ezel.

Merkwaardig intermezzo op deze dag, Renée, zij werd op 3 september 1928 op Sumatra geboren en juist nu, vandaag, juist vandáág, wordt ze begraven en op de kaart staat vermeld: Selamat Jalen, (goede reis, letterlijk veilig gaan), Renée, de moeder van mijn broodheer.

Toen kwam er een nieuwe tijd waarin niet meer werd gekend, kruispunten vervangen werden door rotonden, kruizen door cirkels, en het wiel des tijds draait door.

Morgen zal het Pasen zijn. Het feest van de ongezuurde broden gaat nog tot vrijdagavond door.

Aldus schreef ome Willem.


---

donderdag 5 april 2012

Bach.

De Bachstrasse, deze keer niet vernoemt naar de componist, maar gewoon naar de beek die, grotendeels ondergronds, door Ravensburg stroomt en hier even te zien is.

woensdag 4 april 2012

Gestoord.

Nee, ik ben er niet erg zeker van, of ik het al eens eerder schreef, dat over de oude handelsstad Ravensburg.

Techniek, mooi hoor, maar uiterts, uiterts verslavend, het maakt ons te veel afhankelijk.

In ieder geval meldde ik mij vanmorgen om half acht op het laaddadres, jawel, bij Ravensburger, rond 1890 door, als ik het wel heb, ene meneer Maier of Mayer die hier, in dit stadje, een bedrijfje begon, zo genoemd, maar men vertelde mij dat ik een dag te vroeg was.

Jawel, een dag te vroeg, en men zou wel eens kijken of het rond één uur vanmiddag te laden zou zijn en dit gaf mij de gelegenheid om het stadje te bezoeken, met de fiets, want die had ik tenslotte niet voor niets meegenomen.

Denkt u het eens in, uw huis zonder lichtknopjes, zonder deurbel, ja, zonder enige elektrische voorziening.

Het eerste spel, zo ik het nog niet beschreef in een eerder bericht, ontwierp de eigenaar rond de oprichting en wel rond een boek van Jules Verne, namelijk het spel "Reis om de wereld in tachtig dagen", maar werkelijk een enorm succes kwam eind jaren vijftig van de voorgaande eeuw, namelijk het overbekende spel dat meer door kinderen dan door ouderen wordt gewonnen, het alom bekende memorie.

Of: geen stromend water, geen toilet, geen rioolafvoer, niets van dat alles.

Enkele uren lang zwierf ik door het pittoreske stadje, raakte op de Marienplatz in gesprek met een oude Duitser die zijn vaderland kwijt was omdat hij uit het voormalige Köningsbergen, de geboortestad van Emanuel Kant, kwam, na de oorlog vijf (!!) Jaar Russische krijgsgevangene was -toch echt geen sinecure- en vervolgens hier terecht kwam en die mij tevens kon vertellen dat de tegenoverliggende straat van de Marienplatz in de oorlogsjaren vernoemd was naar een uiterts nare man wiens naam ik steeds maar niet uit mijn toetsenbord kan krijgen, zo naar.

En wat dacht u van geen aardgasaansluiting, of geen werktuigen waar we tegenwoordig machinaal spullen mee ophijsen, kunt u zich het eigenlijk wel voorstellen? Alle consequenties overzien?

Zo rond de middag ging ik maar weer eens kijken bij de puzzelgigant, maar de bubs was nog verre van gereed en uit de onderlinge gesprekken kon ik eigenlijk al opmaken dat het er vandaag wel niet van zou komen, dus berichtte ik alszo het thuisfront

Het is zo lang nog niet geleden of wij vertrokken met de truck, zonder telefoon, en zo mogelijk belden we elke dag even naar de planning. Als we leeg waren, ontvingen we één of een paar teruglaadadressen en vervolgens gingen we dan weer onze eigen weg.

Stelt u het zich eens voor! En juist dat stelde ik mij vandaag niet voor, het gebeurde gewoon, geen telefoon- én geen meelverbinding meer met het thuisfront, juist toen ik van het thuisfront wilde weten wat we zouden gaan doen, dus klom ik weer op het rijwiel en zocht een internetcafé op en ja hoor, gelukkig werkte dát nog wel.

Inmiddels was het drie uur in de middag en er stond nog geen doos gereed, dus uiteindelijk verliet ik, na acht uur wachten, Ravensburg onverrichter zaken, maar je vraagt je wel af wie er nu weer een auto had besteld voordat de goederen klaar zijn.

In de late namiddag snorde ik, volslagen contactloos omdat er telefoon noch e-meel was, over een prachtig landschap naar het westen, kwam onder meer door Pfullendorf, Messkirch, Tuttlingen en volgde de Donau stroomopwaards, tot voorbij Donau-eschingen en vandaar door het nog met een weinig sneeuw bedekte Zwarte Woud, over Titisee naar Freiburg en zo naar Breisach.

Al die tijd geen verbinding, eigenlijk net als vroeger, pakweg, 15 jaar geleden, misschien niet eens, maar merkwaardig is het wel.

Nergens meer een ouderwetse telefooncel te bekennen, geen tankstation of horecainstelling die een telefoonmogelijkheid biedt (en dan heb ik nog het "geluk" dat ik nogal wat nummers uit het hoofd weet, iets, wat, al heb je dan eindelijk een mogelijkheid om anders te bellen, bijna noodzakelijk is, want anders begin je nog niks!) en pas toen ik Frankrijk binnenreed kwam er weer verbinding tot stand.

Rond een uur of half tien hield ik halt in de stad Colmar dat zijn naam vermoedelijk te danken heeft aan duiven, want ik bespeur uit de oude naam, Columbarium, zoiets als duiventil.
Twee keer, tijdens de Duitse overheersingen, was Colmar Kolmar, en het stadje herbergt vele cultuurschatten, zoals het op het lijdensverhaal gebaseerde drieluik van Grünewald, wel toepasselijk om nu juist in deze week daar aan te denken.

Aan de noordzijde van het stadje staat tegenwoordig een replica van het vrijheidsbeeld wat voor de haveningang van New York staat, ooit een gift van de Fransen aan de V.S., vervaardig door Frederic Bartholdi die hier op een boogschuts afstand werd geboren.

Inmiddels doet "alles" het weer, getuige het feit dat ik dit bericht kan versturen, maar deze dag toonde maar onomstotelijk aan hoe gemeenschappelijk gebonden, verslaafd, we zijn aan moderne middelen.

Toch wel gestoord dat als de telefoon gestoord is we meteen zo om het hand komen te zitten.

Aldus schreef ome Willem.
---

Bodensee.

Met op de achtergrond, onder de Bommelwolken, een witte bergrug.

Ravensburg.

Mooi plaatje, geschikt voor een puzzel.

Ravensburg.

Toren op Marienplatz; kijk, de wolken!