Hoeveel mensen hebben mijn site bekeken?

woensdag 24 november 2010

Ligurie.

Dwars door de bergen.

---

De Ligurische Alpen.

De man keek mij verbaasd aan. (tegenwoordig kijken steeds meer mensen mij daarom ondervragend aan), toen ik hem de Via Umbria vroeg op deze vroege morgen in nog duistere Maurio, een buitenwijk van Turijn. Zo onderhand behoor ik al meer en meer tot een zeldzaam ras omdat ik sociale contacten, al zijn ze nog zo vluchtig, prefereer boven een "navi" en merkwaardiger wijs blijk dat de nog uiterst zeldzame collega's zonder "navi" beter de weg kennen dan die lui met. Kortom: de "navi" wijst je de weg, maar leert hem niet meer.

De klant zou er, volgens het opschrift van de deur, pas om half negen zijn, dus besloot ik met de laadklep de kleine pallet maar vast voor de deur neer te zetten. Echter nog voor achten kwam de eerste reeds aanlopen en deze zette toen, na de pallet te hebben aanschouwd, gelijk een krabbel zodat ik snel weer verder ging, naar het oosten, over Chivasso en Trino, langs de Po, naar Villanova Montferrato waar ik een eerste partij terugvracht in de kar liet zetten.

Vandaar zette ik de reis voort, eerst even een stukje terug, maar na Moreno sul Po naar links, via Montcalvo naar Asti. Onderweg genoot ik van het indrukwekkende schouwspel van de hagelwitte besneeuwde bergen die je dan ziet, links, rechts en voor je en ik bedenk mij dat de romeinen en in latere tijden weer andere mensen dit adembenemende schouwspel hebben aangezien. Mozart, Nietszche, Churchill, Clemens van Milaan en Napoleon, om maar een paar enkelingen te noemen.

Met oostelijk de zon en westelijk een nog steeds heldere maan die weigerde te verbleken reed ik verder met op de achtergrond de pastorale van Beethoven en kwam langs Asti, Alba, waar de Ferrero-fabriek staat en de eeuwenoude vestingstad Bra dat op een hoogte ligt.
Vanaf Fossano eventjes de snelweg op, maar niet lang, want ik sloeg er af bij Ceva en volgde vandaar de SS 28, over Ormea en de Collo di Nave naar Imperia. Een prachtige doortocht door de Ligurische Alpen volgde en bij het naar boven rijden lag er al behoorlijk wat sneeuw, maar hoe hoger ik kwam, hoe minder sneeuw en op de top niets meer terwijl ook de temperatuur met sprongen omhoog ging.

Naar beneden toe volgt dan een verrukkelijke slingerweg waarmee ik met het grote gevaarte tegenliggers de stuipen op het lijf joeg omdat de oplegger altijd de bochten afsnijd en het soms met millimeterwerk gepaard gaat om blikschade te voorkomen.

Even voor Imperia deed ik, bij een aangename 19 graden, nog wat laatste inkopen en toen ik om drie uur weg reed en uitrekende hoe ver het naar de volgende klant was, zette ik er eventjes goed de sokken in.

Pas reed ik hier nog in tegenovergestelde richting, trouwe lezers herinneren zich dat nog wel, de bloemensnelweg, langs San Remo, Ventimiglia en zo nog langs Monaco, Nice en Cannes en tot slot Saint Raphael waar ik afsloeg om in Roquebrune nog net op tijd aan te komen om zes pellets in ontvangst te nemen.

Toen ook dat gereed was, ging ik nog even verder. Niet veel meer, want bij Le Luc wist ik nog een goede knaagschuur en zo'n knaagschuur geeft geen enkele navi aan. Die moet je gewoon weten.

Met een collega van een Noord-Hollands bedrijf de wereldproblemen maar weer eens grondig doorgenomen, het over bazen, salarissen en plenners gehad terwijl ook even het item vervelende klanten en politiecontrole's aan bod zijn gekomen, maar toen was het weer tijd om hotel DAF weer op te zoeken.

Morgen gaan we weer vroeg op pad voor nieuwe avonturen.

Aldus schreef ome Willem.


---

Morano sul Po.

---

De maan.

Sneeuwwitte bergtoppen en daarboven een niet wijkende maan.

---

dinsdag 23 november 2010

Italië.

Met de zon op de bergen.

---

Simplon.

En daarachter de zon!

---

Foute adressen.

Op het dak van de snurkhut was het getik van de regen goed hoorbaar. Het was even over vieren, dus nog even wachten, want in Zwitserland is er tussen 22.00 uur en vijf uur een rijverbod voor vrachtverkeer, een maatregel die van mijn part in heel europa mag gelden.
Maar die regen, dat beviel me niet, zeker niet in november en met een bergrit voor de gril.

Even voor vijven taaide ik af en reed richting het Lac Leman, beter bekend als het meer van Genève en de regen ging bijna gelijk over in sneeuw.

Bij Gruyere was de weg bijna onbegaanbaar en je kon nog maar nauwelijks door de vallende sneeuw heen kijken, maar ik hield nog stand. Buiten mij was er nog niemand te zien.

Pas toen ik Bulle passeerde kwamen er een paar voertuigen bij die ook nagelbijtend in het gegeven hondeweer vooruit trachten te komen. De neerslag had zijn weerslag op de snelheid die gereden werd, soms niet sneller dan veertig. Aan het einde van deze weg, zo wist ik, komt er een bizarre afdaling loodrecht naar het meer toe en het kon dus nog leuk worden!

Maar bij het naderen van de afdaling ging de sneeuw over in regen en viel dat wel weer mee, maar dan.....

Er waren twee, slechts twee, mogelijkheden. De Grand San Bernard of de Simplon, maar dat kon ik pas zien op de borden waar open of dicht op staat en die zijn dan bij Martigny.

Langs het meer bleef het vreselijk regenen en dus vreesde ik het ergste, doch bij Martigny bleek zelfs, geheel tot mijn verbazing, de Simplon op open te staan, dus snelde ik voort in de wetenschap dat in deze tijd elk ogenblik de boel alsnog kan worden gesloten.

Bij Aigle werd het echter om half zeven licht, maar krieken, daar was het te vroeg voor. Door goed naar de bewolkte lucht te kijken zag ik de oorzaak: in mijn linkerspiegel ontwaarde ik een laaghangende volle maan die zelf door een dun laagje wolkendek als het ware tegen de onderkant de overige, zich voor mij bevindende, wolken bescheen hetgeen een spookachtig gezicht was. Links en rechts hoge bergen waarvan het grootste deel gehuld was in een witgrijze wolkenjas. Ik zocht naar sterren, want wanneer je de maan kan zien, moeten er toch ook sterren zijn, maar helaas, ondanks intensief speuren kon ik er geen ontdekken.

Inmiddels geen regen meer, ja, zelfs na Sion een droge weg en in Sierre, nadat de grote weg en de franse taal ophield, was het nog een kleine veertig kilometer door diverse dorpjes heen. Voor mij reed een zware tankwagen met benzine geladen die er voor zorgde dat het rasse tempo er helemaal uit ging, maar desalniettemin, nog in nachtelijk duister stoof ik, toen de tankwagen bij Brig af sloeg, de alpenreus op en dra zat ik reeds in en tussen de wolken.

Verder naar boven, heersden kerstkaartomstandigheden en ook kwam het krieken tot stand. Zo rond acht uur hadden het DAFje en ik de alp weer eens bedwongen en op de top zag je, als je richting Italië keek, prachtig zonlicht de witte sneeuw bestralen terwijl de lucht aan die kant vrijwel wolkenloos was.

Meteen begon ik aan de afdaling. Om mij heen was alles wit en zo hier en daar de weg ook, dus was het goed uitkijken. Bij het dorpje Simplon lag er zoveel sneeuw op de weg dat ik aardig begon te glibberen en slippen, maar de hand van de meester zorgde er voor dat rotswand werd geraakt noch in ravijn werd gestort en na de Zoll cq Dogana was ik er weer, Bella Italia.

In Verbania en in een voorjaarstemperatuurtje vulde ik mijn pauze door wat inkopen te doen en toen dat weer achter de rug was, zette ik er weer even goed de sokken in. Voor de middag had ik er in Monza nog eentje uit en als bij de tweede klant in Cologna het goede adres op de vrachtbrief had gestaan, ook de tweede, maar op kantooradressen kun je nu eenmaal weinig kwijt.

Een derde adres in Segrate volgde, maar ja, ook dat was weer een kantooradres! Zit het weer niet mee, maar kom je er toch door heen, wordt de rit bemoeilijkt en opgehouden door twee foute adressen hetgeen er op neer komt dat ruim drie uur kostbare rijtijd wordt gemorst.

Jammer, maar helaas, en maar niet verder getreurd, want evenzogoed kon ik de laatste twee nog kwijt, al was het aan gene zijde van Milaan.

En toen nog een laatste, maar dat was niet meer voor vandaag, want de volgende is voor morgen, Torino, Turijn voor de meesten. En dan, dan zal de terugreis aanvaard worden wat ook nogal wielen op het asfalt zal hebben.

Maar nu eerst even hier, op een, in tegenstelling tot de twee foute eerdere vandaag, goed adres, smullen van de spaghetti Rabbiata waar ik lekker extra veel uien, pepertjes, kaas en knoflook doorheen heb geweven. Zo krijgt ongedierte geen kans!

Aldus schreef ome Willem.


---

Fraai.

Het is weer wit op de Simplon.

---

maandag 22 november 2010

Helvetië

De nacht werd helder verlicht door een mooie, nagenoeg volle maan. Het leek er op of hij snelde voort als een soort schotel, maar dat was gezichtsbedrog, want het kwam doordat de onderliggende flinterdunne sluierbewolking zich in eiltempo voortbewoog.

Zo vertrok ik afgelopen nacht, een uur of vier, nog ver voor de eerste file.

Deze keer weer eens eerst richting Zwitserland en vanwege het ontbreken van losadressen in Duitsland, België en Frankrijk kon ik er dit keer eens rechtstreeks heen.

Het losadres was nabij Bern en het liefst ga ik niet over drukke grensovergangen, maar nu had ik eigenlijk niet veel keus, of je moet er wel erg ver voor omrijden, dus dit keer maar eens Rheinfelden of Weil am Rein proberen.

Vanaf de Ardennen begon het te regenen en dat hield bijna de hele dag aan. Overal grauw en somber landschap, Saarland, de bossen tussen Bitche en Hageneau, en pas na Strassbourg hield de regen op. Vanaf Erstein kwam ik weer over de doodstille weg langs de Rijn en bij Breisach stak ik weer Duitsland in. Nog voor twee uur en na iets meer dan acht uur rijden, kwam ik aan in Weil am Rhein, de autobaangrens bij Basel. Normaal wordt je dan geconfronteerd met een wachtrij, maar die bleef mij bespaard. Omdat ik zo de Verzollungsparkeerplaats op kon rijden kon de declarant meteen aan mijn papieren werken en na iets meer dan een half uurtje snorde ik weer weg.
Precies vier uur kwam ik aan in Thorishaus en de klant had ook maar een kwartiertje nodig om de handel uit de kar te halen zodat ik, na precies tien rij-uren en om net even over vijven de goederenverplaatsmachine in fribourg kon stilzetten, vlak bij een middelgroot winkelcentrum.

Na een uurtje in het genoemde centrum te hebben doorgebracht en uiteraard wat heerlijke zwitserse producten te hebben aangeschaft weer terug naar de stuurhut waar ik de kachel al had aangezet.

Het is donker en koud en vooral dat laatste kan deze week met een bewolkte hemel nog voor aardig wat verrassing zorgen.

Aldus schreef ome Willem.
---

zaterdag 20 november 2010

Enkele kiekjes.

 Brug van beton over de Saone.
 En vanaf de brug de Saone zelf.
 Oude mensen in een oud dorpje  alleen de apotheek blijkt nodig.
 Het binnenplein te Uzes bij avond.
 En een smal steegje op de terugweg.
 Terwijl de monteur aan het werk is in het donker en de regen.
De lange aanllop naar de brug over de Rhone bij Pont St Esprit.
 Dorpje in het noorden, tussen Sedan en Chalons
En tot slot. De brug over de Maas in Liege (luik).

vrijdag 19 november 2010

P.V.V.

In Bar sur Aube hangen nog steeds de verkiezingsposters. Op drie ervan staat Debacle Sarkozy, kennelijk van een partij die niet zo blij met hem is.
Posters met daarop Le Pen, de Wilders van Frankrijk, ontdek ik niet meer.

Ondertussen start ik de motor en vertrek richting Virty terwijl ik wat na zit te denken over Wilders: weg uit de Europese Unie, jan daar voel ik wel voor. Immers is Nederland in de loop der jaren aardig uitgezogen door de Unie.

Als klein land is Nederland al jaren het land dat met bulldozers enorme geldbedragen naar Brussel schuift en dit is onderhand niet alleen welletjes, maar ook meer dan genoeg.

Solidariteit is prachtig, maar dit is geen solidartiteit meer want een land als Frankrijk, om er maar eentje te noemen, parasiteert gewoon op de nederlandse bijdrage, een gewoonte die ze niet vreemd is, want rond 1800 had ze daar ook een handje van. Nee, dat idee van Wilders is zo gek nog niet. Maar ja, elke partij heeft wel iets aansprekends.

Als het licht wordt snor ik reeds bij Chalons en sla af naar het noorden. Alles is thans nagenoeg kaal en op de akkers komt nu ook het groen van het nieuwe koolzaad door de grijze aarde heen.

Een paar uur later ben ik de grens met België gepasseerd. Het land zonder regering, maar ik merk daar niets van en misschien zou dat voor Nederland ook wel beter zijn.

Hoe dichter ik bij Nederland kom, hoe meer radio ik kan ontvangen en hoor allerlei nieuwe dingen, voornamelijk over de partij van Wilders.

Straks, over een paar uur, ben ik in Amsterdam en dan gaat de boel er uit en andere boel er weer in. Dan is ook de week weer om en laat ik maandag weer van mij horen. Nu sta ik even braaf op een parkeerplaats een formele drie kwartier te maken.
Nee, dit keer eens niet over Venlo. Uit protest.

En Wilders, ach, we weten het nu wel. Het was een aardige verschijning die de boel weer eens lekker heeft opgestookt. Maar na alle commotie van de laatste dagen is de partij ondertussen verworden tot een Partij vol Vieze Ventjes.

Aldus schreef ome Willem.
---

donderdag 18 november 2010

De Philosoof.

Nauwelijks vier uurtjes slaap, maar het Dafje stond meer dan negen uur stil, dus wat geeuwerig maar verder.

Ouderwetse toestand hoor, want enkele decennia terug was dit meer regel dan uitzondering, dus ik ben wel wat gewend en met de Philosoof van Josef Haydn als achtergrondmuziek houd ik het wel vol vandaag.

Als het eventjes te gek wordt, stilzetten en het hoofd op het stuur, en dan is de zaak meestal binnen een kwartiertje wel weer geri-set (laat mij ook eens een vreemd woord gebruiken, al weet ik niet hoe het geschreven moet worden) en knal je weer lekker verder.

Maar omdat ik toch nooit meer dan een uur of vijf slaap, had ik er vandaag eigenlijk niet eens zo'n last van, van slaap.
De Philosoof, samen met de laatste herfstbladeren, inspireren mijn gedachten en ondertussen geniet ik van de schilderachtige dorpjes, natuur en alle loslopende mensen.

Hoewel alle leveranciers die we ophalen tevoren worden gebeld, gefaxt en gemeeld was één ophaler in Chateauneuf du Pape niet klaar en een ander, in Tavel, moest de documenten nog maken, maar het allerbondst maakte de afhaler het in Saint Marcelin d' Ardes, een adres waar ik een kilometer of vijf de negerij voor in was gereden en toen tot de ontdekking kwam dat hij een dagje elders vertoefde. "Kom een andere keer maar weer" zei hij in het frans over de kletspijp.
Welke filosofie daar achter zit is zowel de plenner als mij een raadsel.

Maar ach, het was mooi, heerlijk weer en onder het rijden naar de Rhone kijken is dan een schitterend gezicht, vooral met goede muziek op de achtergrond. En natuurlijk even langs het noga-winkeltje in Montelimar geweest.

Tussen Valence en Vienne is de Rhone op zijn mooist, en helemaal nu omdat het water hoog staat, erg hoog en de kolkende en draaiende watermassa....

Indrukwekkend.

Het één na laatste adresje ergens achter in een smal achterafstraatje in Condrieu, kwam naar mij toe met 17 doosjes die ik los in de kar stapelde.

De philosoof had ik onderwijl ingewisseld voor een CD met hoornconcerten. Nee, ik luister nooit naar nummers!

De hedendaagse muziek, althans, wat daar voor doorgaat, spreekt men aan met nummers. "Ken je dit of dat nummer al van die of die" en "dat is wel zo'n gaaf nummer" en alleen al dit benummeren van muziek geeft mij te kennen dat het niet meer over muziek gaat, maar, als je het goed luistert, over oorkwellingen gaat. Hier geld niet de regel dat smaken verschillen. Neen Het! Ze worden domweg aan de massa opgedrongen die zo hardnekkig wordt gemanipuleerd.

Lyon was niet al te druk, nou ja, Lyon, het grootste gedeelte wat bekend staat als Lyon is Lyon niet eens, maar Villeurbanne. De barrière Lyon neem ik ook zo op mijn eigen manier zodat ik nauwelijks last heb van het vaak te vele vrachtverkeer die de reguliere route neemt en waar een onzinnige snelheidsbeperking geldt.

Tegen zessen krijg ik in Grevey-Chambertin de laatste pallet er in van een afzender die het wel begrijpt, papieren en alles is klaar en in nog geen vijf minuten ben ik er weer weg.

Het weer is omgeslagen en de regen valt in grote druppels naar beneden. Ik houd wel van al die druilerigheid en zet er voor de rest van de rijtijd een vrolijk piano-muziekje van Mozart bij op, de KV 573, maar noem dit geen nummer!

Even buiten Dijon stop ik bij een voormalige truckstop die wegens gebrek aan trucks zich maar op ander publiek heeft gericht. Na de koffie verdwijn ik in het avondduister en rij nog twee uur verder.

Tot Bar, Bar sur Aube, kom ik nog. Over negen uur gaan we er weer tegenaan en als ik mijn best doe, gooi ik de rommel er nog uit in Amsterdam. Ik mijmer nog even over de dag na. Waarom heet die symfonie eigenlijk "De Philosoof?"

Aldus schreef ome Willem.
---

Pont-Saint-Esprit.

Bij een kolkende Rhone

---

Extra editie.

Bij mijn stuurhut gekomen bedacht ik mij dat ik nog best een klein uurtje verder kon rijden en zo vatte ik het plan op om naar elders te gaan.

Nadat ik nog geen vijfhonderd meter op weg was, begon er een rood signaal op het display van het instrumentenbord te branden. Het bleek een te kort aan koelwater te zijn en ook mijn stuur begon, bij het nemen van een bocht, jankende geluiden te maken. Binnen een minuut stond ik terug op de plek waar ik net vandaan kwam.

Onderweg had ik al een keer koelvloeistof bijgevuld en ik wijtte het te kort toen aan het feit dat net vorige week de koelvloeistof er helemaal uit was geweest en dat het te kort een luchtbel in het circuit zou kunnen zijn geweest.

Maar nu bleek de vloeistof wel erg snel het systeem te verlaten zodat ik de hulpdienst van de DAF in riep.

Om even over tienen was zij daar en een defecte en lekkende waterpomp werd, naast een kleine lekkage van de stuurolie, geconstateerd, waarna de reparatie begon. Zo'n reparatie is wel iets van enkele uren en omdat mijn cabine voorover stond, ben ik Uzes maar weer ingelopen.

Het was niet koud en het wolkendek had inmiddels de sluizen wat open gezet zodat ik een tijdlang door de regen drentelde. Ik houd daar wel van. Een warme jas aan en lekker het hoofd nat laten regenen. Ik had wel verwacht dat er, zo rond elf uur, wel iets open zou zijn, maar ik bleek zo ongeveer als de laatste wandelaar rond te lopen. Niemand te zien en niets open, alleen af en toe een voorbijsnorrende auto waarvan er eentje zelfs snoeihard herrie (sommigen noemen het muziek) voortbracht waarvan de bastonen nog na een kilometer waren te horen.

En terwijl het steeds harder begon te regenen, zo hard, dat het klossen van mijn voetstappen niet meer opviel, liep ik over het deels met herstbladeren bedekte binnenpleintje waar een niet werkende fontijn stond.

Na een uurtje zo te hebben gelopen ging ik terug naar het DAFje en de monteur, ook half verzopen, had er net de waterpomp af. In deze omstandigheden aan een voertuig werken is ook niet al te benijdenswaardig, maar gelukkig hield het op met regenen.

Terwijl de monteur verder ging en omdat ik toch niets voor hem kon betekenen, rustte ik wat uit in zijn busje. Immers, het voertuig heeft straks voldoende stil gestaan om weer te mogen rijden. Vreemde wet, die rijtijdenwet.

Om twee uur in de nacht kwam eerst vaag, maar daarna duidelijk de maan tevoorschijn en door het verspreide licht kon ik zien dat er slechts nog wat flarden van de wolken over waren. Vanuit de zee dreven de wolken de bergen in en dra zag ik ook de sterren fonkelen.

Tegen half vier was de reparatie voltooid en kon ik eindelijk mijn foedraal in schuiven en ik weet eigenlijk niet of ik deze nacht nu leuk of vreselijk moet vinden.

Welk beroep kent nog meer van dergelijke ongein.

Aldus schreef een slaperige ome Willem.


---

woensdag 17 november 2010

Jan.

Het is al donker wanneer ik weer eens door het oude stadje loop, en op de hoek, waar je rechts af naar Lussan gaat, is nog steeds een kleine supermarkt. De straten zijn niet erg veel veranderd, al heeft men hier ook allerlei lelijk uitziende obstakels op de zijkanten van de stoep geplaatst, maar die epidemie is europees. Toen ik er bij stil stond hoe lang het geleden was dat ik hier een vakantie doorbracht, schrok ik even, want het is nu welgeteld meer dan 28 jaar geleden, dus meer dan een kwart eeuw. Verreweg de meeste ouderen die hier toen liepen "zijn" niet meer en iedereen jonger dan 28 waren er nog niet terwijl dit stadje er nog hetzelfde uit ziet. Alleen de neringdoenden zijn natuurlijk grotendeels gewisseld en als ik zo deze merkwaardige kringloop der dingen overdenk maakt zich een merkwaardig gevoel van mij meester.

Natuurlijk wat somber want dat heb ik altijd met de herfst, maar ook wat het midden houdt tussen idolaat en ironisch, en ik voel me al een beetje een vallend blad.

De wind was moe toen ik vanmorgen opstond en een vale zon verwarmde het koude ochtendgloren.
Drie oude mensen, waarvan twee met de ouderwetse alpino, wezen mij de weg naar Cave Septembre in de doodse straat van het evenzo doodse Abeilhan. Heel veel heet hier trouwens Jan, althans je spreekt het uit als jan.
In het noorden vind je veel court, Omicourt, bullecourt, Cagnicourt, en hier in het zuiden, Servian, Roujan, Espondelian, Marseillan, plaissan, Perpignan, Sigean en Serignan om er maar een paar te noemen, en bij Frontignan keek ik recht de zee in. Inmiddels betrok de lucht. Langzaam, uiterst langzaam, maar tegen de middag was het bewolkt.

Net na de middag keek ik na het dorpje Vauvert vanaf een hoogte over de Camargue waar ik zag dat heel wat moerasgebied nu onder water staat omdat alles is volgelopen met herfstwater. En tegen vieren, aan de bovenloop van de Gardon nabij de stad Ales, begon het reeds te donkeren.

Zo kwam ik rond vijven hier aan, één van de, misschien wel de, oudste hertogstadjes van Frankrijk, een hertogdommetje dat de franse revolutie wonderbaarlijk heeft overleefd, Uzes, waar nog steeds de hertog woont.

Een stadje waar ik, na de vakantie van 1982, nog één keertje, rond 1990, rondstruinde. In het oude voetgangersdeel, dat vol met boogjes en smalle steegjes zit, stap ik een pittoresk uitziende taverne binnen voor een warm kopje Ceylon-thee. Mijn oog valt op de kaart van de kleine gerechten en ik kan niet nalaten een plaatselijke poranan met humus te laten brengen. Even smullen dus. Een half uurtje later slof ik voor de nacht terug naar mijn slaaphut. Morgen nog een paar laadadresjes, maar omdat ik meer en meer naar het noorden ga, zal er geen jan meer tussen zitten.

Aldus schreef ome Willem.


---

Uzes.

Smalle straatjes in het donker.

---

De zee

Bij Frontignan.

---

Saone.

Een overvolle rivier.
---

Landweg met bomen.

Als je een file ontwijkt kom je soms op mooie plekjes.

---

dinsdag 16 november 2010

Croix Sud.

Destijds was hier alles nieuw, want kort nadat de documenten in 1993 werden afgeschaft, (documenten, een T-2, die je nodig had binnen de E.E.G. om met goederen van het ene naar het andere land te vervoeren) en hier daarom de douane verdween pakte men het hier goed aan. Een bewaakte parkeerplaats, twee mooie voor de beroepsgroep ingerichte eetgelegenheden, in Frankrijk Routiers geheten, zeer schone, grote en mooie douches, kortom, alles was hier piekfijn in orde.

Ver voor die tijd kwam ik hier soms weken achtereen, met gatenkaas voor het hier even verderop gelegen distributie-centrum van de Intermarche.

De cabine schud hevig heen en weer want een straffe wind daalt af van de bergen en het is al weer lang geleden dat ik hier een nachtje stond, in Croix Sud, zo geheten omdat deze plek aan ze zuidkant van Narbonne gelegen is en hier even verderop de autobaansplitsing (croix) Toulouse/Montpellier/Perpignan te vinden is.

Vanmorgen bleef het erg grijs door een uiterst dik wolkendek, maar neerslag bleef uit. Bij de eerste klant mijn hele lading omgezet omdat de goederen eigenlijk verkeerd om in de oplegger stonden en toen de klant zijn spullen had en ik de boel in de juiste los-volgorde had staan vertrok ik verder naar het zuiden. Dat de boel niet helemaal goed stond kwam doordat ik eerst geladen had in Amsterdam en de lading die ik gisteren in Venlo ophaalde als laatste ga lossen dus dan verkeerd in het voertuig komt.

Doordat ik op de franse radio hoorde dat er een grote file stond op de snelweg, sloop ik er maar snel af en reed oostelijk om Macon heen, reed bij Drace over een klein bruggetje de Saone, die ook op veel plaatsen de weilanden onder water zette, over en met een klein half uurtje omrijden kwam ik te Villefrance bij klant nummer twee, een oude bekende die mij supersnel van de boel afhielp.

Kort daarna nog verder naar het zuiden waar het wolkendek steeds dunner werd, behalve wanneer ik naar het oosten, naar de Alpen, keek, waar ik inktzwarte wolken ontwaarde. "Het zal daar wel spannend toeven zijn" zei ik zachtjes en ik stelde mij voor dat ik daar in een vermoedelijk verschrikkelijk nimmerweer zou rondrijden. Maar nee, waar ik heen ging waren geen wolken meer. Een beetje nog in Avignon terwijl de oude dame, de Mont Ventoux, in nevelen gehuld bleef als was zij moslim geworden.

Maar na Avignon ging ik juist de andere kant op en de zonnebril moest voor de dag komen. Door her Rhone-dal woei naar het zuiden toe met grote kracht de Mistral waardoor het leek dat de Rhone twee keer zo hard stroomde. Ondertussen probeerde ik het weer: Der Titan van Gustaf Mahler, maar tevergeefs.

En hier, in de Langedoc, waait het zowat nog sterker. Soms snellen grote stukken karton langs de stuurhut heen, dan weer slierten plastic-folie. Boven mij een boeiende sterrenhemel met een meer dan halfvolle, wassende, maan. Vanuit mijn voorruit heb ik zicht op de Grote Beer en de Orion. Andere sterrenbeelden herken ik, door de lichtvervuiling van de stad Narbonne, niet, hoewel ik nog iets zie van de tweeling en ik weet dat dan aan de andere kant de stier zou moeten staan. Vooral de Betelgeuze van de Orion is ontzettend helder en daarnet liep ik onder de pleiaden door de woest woeiende wind terug, vanuit daar, waar ik net wat gegeten had.

Het zag er maar verlopen uit, het voedsel was niet meer als voorheen en de wijn heb ik, om nare dromen te voorkomen, maar niet eens geprobeerd. De eens zo mooie douches zagen er niet meer uit en de deuren lagen zo hier en daar uit de sponningen. Bovendien stonden er ook aanmerkelijk minder vrachtwagens en ook dat is dan een veeg teken.

Op de nederlandse radio luister ik net even naar een friese uitvoering van Blowing in de wind van meneer Zimmerman, alias Bob Dylan, weliswaar ook, gelijk Mahler, klanken na Wagner, maar wel grappig.

Nee, Croix Sud is helaas geen aangename plek meer om te verpozen.

Aldus schreef ome Willem.
---