---
Hoeveel mensen hebben mijn site bekeken?
zondag 22 mei 2011
In de Routier.
vrijdag 20 mei 2011
Parijs.
Gisteren al nam ik de onweerswolken al waar, oprukkend vanuit het zuidwesten, een zogenaamde Bordeaux-depressie, en in de verte zag ik reeds het weerlichten en vandaag werd het wolkendek almaar dikker en dikker. De zon liet zich nauwelijks zien, maar regen bleef uit, helaas, dus bleef ik zitten met een ruit vol dode insekten.
Rond half negen vervolgde ik de reis. Eerst maar naar La Chapelle d'Angilion vanwaar ik via Gien naar Montargis oprukte. Vandaar naar Fontaineblau en Melun naar Meaux, het stadje waar ik ooit ene Joop Zoetemelk op het marktplein tegenkwam terwijl niet hij, maar ik op een fiets zat.
Via Meaux naar Soissons, Laon en zo verder waardoor ik de Parijse drukte ontliep. Inmiddels ben ik in een andere hoofdstad, Brussel, dus nog even en we zijn weer thuis. Dan zal deze Tour de France voor mij afgelopen zijn, een ronde waarbij ik zowat elke Franse rivier ben overgestoken: de Tarn, de Dordogne, de Lot, de Allier, de Loire, , de Girone, de Ardeche en anderen en alleen de Saone en Rhône met hun oostelijke toestromen ontbreken, maar ja, je kunt niet alles hebben in vier dagen maar waarom al die lui nu zo nodig Parijs willen zien en niet die talrijke mooie rivieren die dit land rijk is, gaat mijn verstand te boven.
Een vergelijkbaar duister fenomeen doet zich voor op de snelwegen, want die wegen worden vereerd met menig bezoek: iedereen raast daar naar hartelust overheen terwijl het land zo rijk is aan stille, mooie, echt mooie, andere wegen.
En ach, we moeten dat maar houden zo. Anders wordt het op die wegen ook zo druk.
Aldus schreef ome Willem.
---
Spoorbrug.
---
Het ochtendbericht.
Het was gisteren laat geworden, over elven en daar ik ook nog pijn in 't hoofd had, vandaag maar eens een ochtendbericht.
Vanuit Béziers, na eerst gelost en in de buurt wat te hebben opgehaald, vertrokken, Via Capestang, naar Carcassonne en constateerde dat de franse papaverteelt weer welig groeide want tussen de wijngaarden gloorden prachtige rode velden.
in Carcassonne kreeg ik weer eens te maken met een naar gedrag van de franse transporteurs waarover zelfs de fransen nog klagen. Aanwezig zijn en controleren van de lading was niet mogelijk en bovendien hielden ze een pauze van 12 tot 14 uur, iets, wat in Frankrijk doorgaans aaardig aan het verdwijnen is (meestal begint met op 13 uur weer), maar voornamelijk door transporteurs wordt gehandhaafd die toch zouden moeten weten dat juist wij daardoor in de knoop komen met de rij-tijden!
En ja hoor: na ruim drie uur wachten kon ik ook hier, met meeneming van lading, vertrekken en nu restte mij nog één adres, voorbij Toulouse, een stad waar ik vroeger veel heb rondgefietst.
En zo reed ik met gezwinde spoed, links van mij de Pyreneeën, rechts de Garonne in welks dal ik reed en links kijkend zag ik met zekere regelmaat nog sneeuwkoppen tussen de grimmig uitziende wolken, die boven de bergreuzen hingen, door.
Het zou nog spannend worden of de klant nog open was, maar net op het nippertje kreeg ik hem er nog in: vijf uur in de middag met nauwelijks twee en een half uur rijtijd op de klok.
Dus toen maar het gas er op, eerst via Montauban en vandaar over de oude N 20 naar Cahors, de stad waar Léon Gambetta, een frans politicus, werd geboren. Zowat in elke Franse stad is wel een straat of plein naar hem genoemd. Cahors is een stad dat op gelijke afstand ligt tussen de Middellandse zee en de Atlantische oceaan en daardoor ooit een handelsknooppunt. De Cahorianen sloegen daar graag munt uit en omdat ze vaak veel rente rekenden op korte leningen, werd hun beruchtheid zodanig bekend dat tot op vandaag een woekeraar hier in La Douce France nog steeds een cahorsin wordt genoemd.
Wie de oude N 20 van Montauban naar Brive ooit reed, komt onder de indruk van haar welhaast paradijslijke schoonheid. Enorme velden met fruitbomen, prachtige bossages, oogstrelende uitzichten. Links en recht van de weg staan nog, vaak vervallen, behuizingen van voormalige knaagschuren die, met de komst van de nevengelegen autoroute, op één na, allemaal verwenen zijn.
Aan de lucht hingen rondom mij, als een kunstwerk, allerlei afzonderlijke grote stapelwolken wat het aanzien een nog fascinerender indruk gaf.
Onderweg nog, kocht ik de eerste kersen bij zo'n wegkraampje, vuurrood en toch zoet.
En nadat ik even op de tanden beet en via Limoges in Vierzon aankwam, was het erg laat dus en ben ik gelijk gaan snurken.
Welaan, ik ga er maar eens vandoor.
Aldus schreef ome Willem.
---
woensdag 18 mei 2011
Waarvan?
De oude rabbi was arm, uiterst arm, en zijn mede broeders en zusters in het kleine dorp eveneens, zo arm, dat ze nooit, nooit de kachel stookten daar ze geen geld konden opbrengen voor de rookhoen.
Het was lekker fris vanmorgen, toen ik om zes uur vertrok. Een volledige rij-dag vandaag, zogezegd, en ik reisde over Auxerre, Clamency, Nevers en Moulins waar ik langzaam maar zeker omringd werd door de bergen van het Centraal Massief, alsof je een fuik binnenzwemt en er geen ontkomen aan is.
Zijn kudde, zijn schapen, wisten: vandaag is onze rebbe jarig, maar we hebben niets om te geven, niets! Maar toch! Zijn verjaardag moest toch worden gevierd!!
Ook daar, net als hier, koepelt een grote leegte zich over de natuur, een duister gebied dat niet gemakkelijk herkent wordt.
Één van de broeders kwam met een idee: "We kunnen hem wel niets geven, maar we kunnen natuurlijk wel voor hem zingen!!"
Nadat het einde van de fuik zich aandeed, bij Clermont Ferrand, begon ik de bergen in en over te te trekken om via Brioude, Saint Flour, Massiac en Sévérac af te dalen maar Millau. Af te dalen, ja, want ik heb een enorme hekel aan die dure Eiffeltorenhoge brug, in tegenstelling tot de Pont Garabit, ontworpen door Eiffel en waar ik vanmorgen nog onderdoor reed, die ik juist de mooiste brug ter wereld vind, en daarom ga ik onder langs, dus eerst dalen, Millau en de Tarn passeren en daarna weer het dal uit naar boven.
En zo togen ze allen, op de dag, de verjaardag van de rebbe, in alle vroegte, naar het huis van de rebbe die nog in diepe slaap verzonken scheen.
Als bij toverslag is dan meteen alles anders. Vanaf Millau zijn de bergen veel schaarser begroeid, en je ziet een andere, zuidelijker vegetatie terwijl de hoogvlakte begraast wordt door "Brebis", schapen die de melk voor de Roquefort voort brengen.
En zo begonnen ze te zingen: "Lang zal hij leven, lang zal hij leven, lang zal hij leven in de gloria...."
Goed anderhalf uur later kon ik de zaak stilzetten, hier, in de omgeving van Bèziers, tevens het eindpunt van deze reis en waar ik morgen de lading ga afleveren.
Een uur, anderhalf uur. Ze zongen maar door: "lang zal hij leven...."...
Lange schaduwen werpen zich vooruit en ze worden steeds langer, totdat de zon voor vandaag afscheid heeft genomen en is verdwenen.
Boven mij ontplooit zich een donkerte vervult van een eeuwig zwijgen: geen stem, geen muziek, geen verwachting, niets is aanwezig dan alleen wat in zichzelf gekeerde sterren en nevelvlekken. Een gebied, een grote leegte, leeg van een onmenselijke huiveringwekkende stilte, stilte van godloosheid en dus liefdeloosheid en het is datgene wat wij, moderne mensen, de ruimte noemen, maar waarin alle menselijke gedachten tot een absurdum worden herleid.
Het is de anti-atmosfeer en de verblijfplaats waar de in Goethe's Faust en in Shakespeare's The Wives of Winsor optredende Mephistophilas zich ophoudt, een godverlaten eeuwig eindeloos niets dat zich tussen hemel en aarde heeft ingewrongen en het is een ernstige misvatting te veronderstellen dat deze moderne kosmos altijd heeft bestaan.
En toen, na ruim anderhalf uur, deed de rebbe, kennelijk wakker gezongen, het bovenraam open, stak zijn grijsbebaarde hoofd naar buiten en vroeg met luider stem aan de zangers: "Waarvan?", deed het venster weer toe terwijl zijn toezangers beteuterd en zwijgend voor zich uit staarden.
Inmiddels ben ik vandaag aan mijn zestigste levensjaar begonnen, ruim over de helft in het hierhiermaals en het zal nu 365 dagen in beslag nemen voordat er weer eenzelfde mijlpaal, Deo Volente, zal worden bereikt, een dag langer, want het wordt een eerste schrikkeljaar in de crisis.
Mijn aardse bestaan ligt immers tussen twee eeuwigheden.
Aldus schreef ome Willem.
---
Pont Garabit.
---
dinsdag 17 mei 2011
Handen.
Vanmorgen, nadat ik eerst te Amersfoort wat spullen had gebracht, naar Vaassen gesneld om een volle bak te laden voor het zuiden en zowel in Amersfoort als in Vaassen werd wachten mijn deel. Ach, en dat wachten, dat heb je nooit echt in de hand.
De oude, wijze man, wijs geworden door het klimmen der jaren, door het vele lezen, niet in de laatste plaats de Thora, wijs geworden door de Vrees, Respect en Eerbied, liep met zijn twaalfjarige kleinzoon langs dichte struiken, omheind door bomen en terwijl de snelle kleine jongen achter de vogels aan rende om te zien of hij er één kon vangen, genoot opa intens en zichtbaar van het tafereel.
Er zijn wel meer dingen die je niet in de hand hebt. Naast wachttijden ook motorpech, lekke banden, plotselinge wegafsluitingen of verkeersopstoppingen. Daar kun je niet veel aan doen.
Dan, opeens lukte het, de kleine jongen. Met zijn rakkerse snelheid had hij met zijn kleine knuisjes er eentje te pakken. Een klein vogeltje!
Nadat ik uit Apeldoorn vertrok reed ik bezijden de Maas Nederland uit, het zuiderbuurland in en ondertussen had ik een tijdje met mijzelf overlegd welke route ik zou nemen, want deze keer is er aardig wat keus.
Ditmaal koos ik voor de oudst bekende route dewelke naar Zuid-Frankrijk voert en ooit aanbevolen door de A.N.W.B. die voor deze route een zeer speciale omslagmap ontworp en in omloop bracht, een route die ik in een grijs verleden met familie reed en het zal omstreeks 1960 geweest zijn.
Vanuit het zuiden reed ik het al later al eens meer, maar nu, eigenlijk, voor het eerst met de truck vanuit het noorden, via Liége, Nandrin, Havelange en Dinant naar Givet om zo langs dezelfde Maas vanuit het zuiderbuurland een nog zuiderlijker land, Frankrijk, in te trekken.
"Opa", riep de kleine guit, "Opa, is het vogeltje nu dood, of leeft het vogeltje nog". Inmiddels hield hij zijn kleine handjes met daarin het diertje gevouwen. "Raad eens, opa!"
In Givet zette ik mijn voertuig neer op het grote plein en kloste een half uurtje door de straten van het stadje dat een vervallen indruk maakt. De muren van de huizen ademen werkloosheid, want in de wijde omgeving heeft men hier niets om handen. De winkels waren armoedig en in het centrum dronk ik, tussen vermoedelijk wat werklooslui, een petit café.
Ongeduldig keek de kleine schavuit naar opa, want als opa zou zeggen dat het diertje leefde, zou hij even snel knijpen en dan aan opa laten zien dat het diertje dood was, maar als opa zou antwoorden dat het diertje dood was, zou de jongen zijn handen openen en het vogeltje laten wegvliegen.
Maar natuurlijk had de wijze oude man de kleine jongen wel door.
Vanuit Givet nog een stukje langs de Maas opgereden, tot even na Fumay, maar toen recht door verder gegaan, via Rethel naar Riemen en u weet nog wel dat dit de oude naam voor Reims is.
Vandaar was ik al snel in Troyes en op de weg naar Auxerre heb ik het voertuig voor de nachtrust stil gezet.
De route, de methode om van de ene plaats naar de andere plaats te reizen, dát kun je nog zelf in de hand houden, mits je maar geen "navi" gebruikt. Gebruik je dat toch, dan zal ook dat ding de reiziger meer en meer naar zijn hand zetten.
Dan heb je zelfs ook dat niet meer in handen.
"Opa", vroeg de kleine jongen, "Opa, is het nu..."
"Het vogeltje", antwoordde opa, "Het vogeltje, mijn jongen, is in jouw handen"
Aldus schreef ome Willem.
---
maandag 16 mei 2011
De platlanders.
Alsof het platlanders betrof begreep niemand er iets van.
Halverwege de middag toch nog even dat genietingsmoment, de opvrolijking, toen ik de scheepvaart op het Noordzeekanaal aanschouwde en daarbij een enorm schip, varende onder, zo was op de achtersteven te lezen, de vlag van Kazachstan, waarnam.
Platlanders, dat zijn, in tegenstelling tot de drie-dimensional mens (die alles ziet in lengte, breedte en hoogte), twee-dimensionaal en zien, denken en "weten" alléén van lengte en breedte.
Aan het eind van de middag bleek, tot mijn grote vreugde, mijn oude DAFje uit het herstellingsoord ontslagen te zijn en inmiddels is vrijgegeven voor allerhande transportactiviteiten.
Platlanders leven op een vlak, "plat" gebied. Hang er iets boven en ze nemen het niet waar. Hang boven het gebied van de platlander een bol en ze zien het niet! Niets!
En zo kwam het dat ik in de avonduren vertrok om morgen af te reizen naar een bar en zonnig oord waarbij wellicht in mijn brein wat meer inspiratie tot het aan uw meedelen van aardige, spannende, ludieke of interessante verhalen ontstaat.
Laat de bol langzaam zakken en de platlander gaat een onverklaarbaar fenomeen zien. Eerst een ronde schijf die, naarmate de bol zakt, groter en groter wordt en de platlanders begrijpen maar niet waarom
Als de bol dan verder en verder zakt neemt, zo zien de platlanders het, de omvang van de schijf op onverklaarbare wijze af en verdwijnt dan in het niets.
En dat verklaart dat wij, drie-dimensionalen, geen verklaring hebben voor zaken die vanuit een vierde of vijfde dimensie tot ons komen.
Misschien is dat wel de verklaring voor zoekgeraakte opleggers en uitvallende DAFjes, benevens te late leveringen, want vooral dat laatste heeft wellicht te maken met de vierde dimensie dat, zo werd door Albert Einstein veronderstelt, de tijd is.
Aldus schreef ome Willem.
---
vrijdag 13 mei 2011
Nutteloos.
Toen, nu al aardig wat jaren terug, net de rotondeziekte in Nederland uit Engeland kwam overwaaien, werd de paralelweg alhier afgesloten. Je kon hier niet meer de doorgaande weg op.
Maar omdat er een bedrijfje aan de paralelweg zat waar regelmatig een grote vrachtwagen kwam, had men destijds een rotonde ingepland, enkele jaren vóór de aanleg.
Nauwelijks was het plan klaar, of het bedrijf waarvoor de rotonde was gepland, verdween doordat de eigenaar overleed, maar het bleek te ingewikkeld het plan te wijzigen, zodat enkele jaren later alsnog de rotonde, waarvan met toen al wist dat ze overbodig was, werd aangelegd.
En zo kwam hier dit dorp aan zijn meest merkwaardige en uiterst zinloze bezienswaardigheid.
Inmiddels gaat het met mij een stuk beter, loop fier en recht op en was van plan maandag weer af te reizen, ware het niet, dat mijn DAFje, na zes dagen garageverblijf, na een kort ritje door Nederland toch niet geheel hersteld blijkt te zijn en maandag weer nutteloos in de garage zal verblijven.
Nutteloos, ja, net zoals die rotonde.
Aldus schreef ome Willem.
---
woensdag 11 mei 2011
Ingestort.
De nacht van maandag op dinsdag werd slapeloos vanwege rugnarigheid doorgebracht en in de vroege morgen, dinsdagmorgen, zo goed en kwaad als het ging bij het krieken met de fiets naar het vervangende voertuig gereden.
Onderweg, terwijl bijna iedereen nog in diepe rust lag, genoot ik toch nog, ondanks wat stekende pijn, van het door de vogels gegeven ochtendconcert en het leek wel of ik daarbij de enige menselijke toehoorder was. Op het laatste stuk naar mijn truck sloeg ik links af en kwam daarbij langs een boerensloot waar altijd in de vroege morgen kikkergebrul te horen is, alsof ze me vanuit hun schuilplaats aan het uitlachen zijn en op het hek langs het smalle fietspad zat een eenzame merel nieuwsgierig naar een zojuist overstekende naaktslak te staren.
Schuifzeilen bij opleggers, zogenopemde "tautliners", je ziet ze vaak, maar zijn eigenlijk onmogelijke dingen. Het is constant trekken aan zeilen, zeer vaak met storing (ze schuiven nooit lekker), van de ene naar de andere kant, terwijl de zijplanken tussen de rongen (staanders aan de zijkant van de oplegger waartussen de planken gedaan worden) nooit goed passen, vaak te lang zijn en daarbij ook nog dat de bovenkant van de rongen niet vastgezet kan worden en heen en weer zwiepen, maken, dat dergelijk inferieur materiaal de gezondheid, met name de rug, van menig chauffeur reeds heeft aangetast en eigenlijk zou hier de ARBO-dienst eens naar moeten kijken.
Nog gekker wordt het als je bedenkt dat tegenwoordig de lading met spanbanden dient vast te worden gezet, zodat het toch al zeer geringe nut van de zijplanken geheel overbodig wordt gemaakt, maar men toch met deze overbodige rugslopende houtlading blijft rondkarren, maar goed, er is, zo heeft de trouwe lezer inmiddels wel begrepen, zoveel onlogisch in mijn beroep.
Gisteren, nadat ik met het voertuig in Amsterdam was aangekomen en bleek dat ik mij niet meer normaal kon voortbewegen, spoorsslags naar huis gegaan en inmiddels zit ik dus met de brokken thuis en hoe het gaat aflopen weet ik niet, net zomin als ik weet hoe de confrontatie tussen die merel en naaktslak is afgelopen.
Aldus schreef ome Willem.
---
maandag 9 mei 2011
9 mei 2011.
Donderdagmorgen reeds, toen ik en Amsterdam aankwam, maar meteen mijn voertuig naar de garage gebracht, want er vonden veel te veel storingen plaats. De garage heeft nu de opdracht meegekregen nu eens eindelijk het voertuig dusdanig af te leveren, dat er geruime tijd zonder steeds weer vervelende storingen kan worden gereden, want hoe het de laatste tijd ging was niet echt reclame voor het van oudsher Nederlandse merk.
Intussen doe ik mijn werk met een voertuig dat een maatje kleiner is, al wat jaren oud en zo oud dat ze zelfs niet eens de binnenstad van Amsterdam in mag.
En zo ben ik reeds twee keer in Enschede en Apeldoorn geweest, niet erg moeilijk maar overigens weinig inspirerend werk, zeker voor een bericht op dit blog. Daarbij moet ook nog in ogenschouw worden genomen dat bij mij even tijdelijk wat inspiratie ontbreekt, dus zal dit bericht wat saai en grijs overkomen, net zo grijs als vanavond de lucht dewelke lange tijd weer regen bracht waar menigeen naar heeft gesnakt.
Morgen is het 10 mei, de dag dat het Nederlandse leger, alweer 71 jaar geleden, capituleerde voor een Duitse overmacht, iets, wat je tegenwoordig nog nauwelijks kan voorstellen.
Inmiddels staat morgen het voertuig voor de vierde dag in de garage, met de dag in de Franse garage vorige week er bij dus vijf dagen.
En nu maar afwachten of het onderhoud thans zodanig is dat er eindelijk weer mee gereden kan worden. We houden u op de hoogte.
Aldus schreef ome Willem.
---
donderdag 5 mei 2011
111
Aangezien ik vanaf de westkant kwam, voor de verandering de oude weg Parijs-Lille opgereden waar nog weinig veranderd is. Overigens is die weg al zolang oude weg dat ik zelf deze weg niet als hoofdweg ken. Immers de autoroute Arras-Parijs is er al vanaf begin jaren zestig en toen kwam ik hier nog niet regelmatig.
Ooit liep de weg vanuit Nederland naar Parijs officieel via Brussel en Laon. De weg waar ik gister reed was de weg naar Lille en als zodanig meer een route die de Vlamingen reden en waaruit de wiellerronde Parijs-Roubaix uit voort is gekomen.
Aan de route zelf liggen nog aardig wat leuke knaagschuren, zoals in Blincourt, Estrées-Saint-Denis en Cuvilly terwijl, als je de route rijdt, echt nog door een stuk ouderwets Frankrijk komt.
Even voor Péronne maar weer de autoroute op en zo door naar Nederland.
Vandaag bracht in mijn DAFje naar de werkplaats waar hij, na alle storingen de laatste maanden, grondig wordt nagekeken. Het heeft er veel van weg dat men de laatste tijd het onderhoud te gemakkelijk heeft opgenomen en zelfs mijn werkgever bleek er niet erg over te spreken.
Dus vandaag met een "binnenland"-voertuig wat in de omtrek rondgesnord, ja, zelfs Amsterdam niet uit geweest. Morgen eerst naar Enschede en daarna zien we wel weer.
Één en ander gaf mij wat nadenktijd en door al dat gemijmer zag ik plots, dat, indien men, alleen dÍt jaar, de laatste twee cijfers van het geboortejaar neemt en dat optelt bij de leeftijd die men dit jaar wordt, dit bij iedereen 111 is, behoudens als men na 1999 werd geboren, want dan is het 11.
U kunt hier natuurlijk niets mee en het is totaal overbodige informatie, maar het is wel grappig.
Aldus schreef ome Willem.
---
dinsdag 3 mei 2011
paris
Vermoedelijk zal hij, terwijl ik rust, zijn baan trekken over de kreeft, tweeling en de stier, maar wellicht ook over de eenhoorn en orion. Saturnus vind ik vaak moeilijk te volgen.
Ongeveer de hele dag rond de garage gehangen terwijl twee ijverige monteurs aan het DAFje aan het sleutelen waren. Op een half uurtje loopafstand stond overigens ook een hypermoderne supermarkt van de keten Le Clerq waar ik in de morgen een paar uur heb rondgebanjerd.
Op de groentenafdeling kwam ik prachtige knoflookknollen tegen, dus deed ik er meteen maar een kilo van in mijn mandje.
Eindelijk, toen om zes uur de monteurs voor het grootste deel klaar waren, toog ik naar Parijs waar ik nu op de eindbestemming sta in een klein dorpje vlak bij Arpajon waar boven mij een mooie sterrenhemel zich heeft ontvouwd.
Alleen de stuurinrichting is nog niet in orde, maar daar zal men vermoedelijk in Amsterdam wel wat aan gaan doen.
Rond acht uur nog even over de oude boulevard périphérique gekomen, bij porte de Montreuil er, net als vroeger, even af voor een koffie en vervolgens een stukje over boulevard Davout, boulevard Sault en een als laatste stuk over de Boulevard Poniatowski, vernoemd naar de laatste Poolse koning Stanislas August Poniatowski de tweede waarna ik via Quai d' ivry weer de périphérique op scheurde, een plek van waaruit je vroeger goed zicht had op de in de verte staande Eiffeltoren maar dat uitzicht is helaas voor het grootste deel ontnomen door een groot aantal hoge flattorens.
Een aantal herinneringen schoten er door mij heen.
Parijs heeft altijd zijn uitstraling behouden, al kom ik eigenlijk meestal alleen maar aan de rand.
Aldus schreef ome Willem.
---
maandag 2 mei 2011
Pech.
Nadat ik zaterdag, koninginnedag, na een daarvoor totaal slapeloze nacht, rond de middag thuis kwam, ben ik maandag, vandaag dus, weer vroeg op pad gegaan, op naar Amsterdam waar gelost en geladen werd en vanwege wat opspelende mankementen even langs de DAF-garage gereden waar ik echter te horen kreeg, dat, wilde men komen kijken wat er aan de hand was, er maar even een "afspraak" moest worden gemaakt.
Goede raad was nu wel erg duur, want de stuurinrichting had kuren wat zich vertaalde in het feit dat bij het nemen van bochten het stuur niet vanzelf weer recht trok en dat de stuurbekrachting soms wel en soms niet werkte. Bovendien leek het of er op de voorwielen erg veel speling aanwezig was.
Daarnaast kwam er regelmatig motorstoring in het display te staan waarbij het gaspendaal dienst weigerde. Erg vervelend als je net op een druk kruispunt staat....
Al met al wat nare gebreken die niet door DAF-Amsterdam konden worden verholpen, dus toog ik naar Moerdijk om wat handel op te halen waarna ik richting Frankrijk vertrok.
Nog voor Breda bleek tot Antwerpen een mega-file te staan zodat ik via Hoogstraten, Oostmalle en Zoersel de file ontwijkend naar Antwerpen snorde.
Onderweg kreek ik steeds meer motorstoring en ook was het soms gewoon link de bochten te nemen, soms had het voertuig onderstuur, dan weer overstuur, al dan niet met bekrachting
Nadat ik mijn eerste klant in Lesquin afleverde, eerst maar even naar de DAF-garage in Seclin gegaan waar men al snel zag wat er aan de hand was en tot verhelpen probeerde over te gaan.
Echter het stuurbekrachtingsprobleem kwam voort vanuit een defect onderdeel dat bestelt moet worden en pas morgen in huis is zodat vandaag hier, even onder Lille, vandaag mijn reis op hield.
Echter bleek het verhelpen van de motorstopring niet juist te zijn gebeurd omdat ik, na vermeende reparatie, de storing nog steeds blijk te hebben.
Morgen gaan we verder repareren. We zullen zien hoe het afloopt. Voor nu vallen mijn ogen dicht.
Aldus schreef ome Willem.
---
zaterdag 30 april 2011
vrijdag 29 april 2011
Geloven.
Tijdens mijn wandelingen door Saint Loup sur Semouse snoof ik allerlei geuren op, alsumgeur van rose seringen, de mosterdgeur van het gele koolzaad, rozenaroma,s en dennengeur en alle geuren onzichtbaar.
Zoveel meer dingen blijken onzichtbaar: elektriciteit, echte liefde (zoals een collega van mij opmerkte) en nog veel meer zaken die zich voornamelijk in de metafysische sfeer bevinden, maar ook zon, maan en sterren aan een wolkenhemel zijn aan het oog onttrokken en zodoende onzichtbaar.
Een hele reis vandaag dus, die mij echter nog ver van huis hield, juist vandáág! En hoewel ik van de wijde weiden, waar de typisch gele paardenbloemenkleur plaats maakt voor het ragfijne, iets doffergele maar glanzender boterbloementapijt, genoot, had ik werkelijk toch wel thuis willen wezen en niet eens om mijzelf maar om haar die ik niet zie.
Vandaag zag ik door de wolken de zon niet, maar toch geloofde ik dat zij daar stond, daar boven mij, áchter de wolken en daarbij snijd ik een buitengewoon ingewikkeld woord aan, en ik vermoed dat er uit het menselijk brein nimmer een woord is ontsproten bekleedt met zoveel glans, heerlijkheid en diepgang, tweeslachtigheid, onbegrip en misbruik als het woord geloven.
Bij zaken die wij waarnemen speelt geloven nauwelijks een rol, al is soms moeilijk te geloven dat alles wat ik in de natuur zie zoveel welhaast oneindige schoonheid bezit. Waar komt dat toch vandaan? En ik kan niet anders dan mij verwonderen alom.
Halverwege de dag zelfs nog een fikse regenbui en zelfs een stevig onweer! Niet te geloven!! Bliksem, donder en harde wind! Het zijn vrije machten, zuivere verschijnselen, zonder vertroebeling van het stompzinnige menselijke intellect.
Er zijn mensen die denken dat ze over dingen hebben nagedacht, maar dat denken ze maar, en zo geloven er mensen dat ze in niets geloven, maar dat geloven ze maar.
Geloven houdt het midden in van vertrouwen en zeker weten, zoals het geloof in de Eeuwige.
Voor vandaag geloof ik dat mijn lief mij liever thuis had gehad dan hier, want ik ben er zeker van dat ze vandaag jarig is en ik geloof dat ze nog steeds van mij houdt.
Aldus schreef ome Willem.
---
donderdag 28 april 2011
Tussen Milhaud en Girard.
Cézanne! De schilder die de wereld schilderde zoals het er over 50 jaar uit zou zien, de schilder die verder zag dan anderen, omdat hij wist. Je kunt namelijk alleen die dingen waarnemen die je weet. Weet je niet, blijft het onzichtbaar voor je.
Vanaf het Chateau opgestoomd door de stadjes Agde en Marseillan waar zoveel straatmeubilair is geplaatst dat je overal maar nèt door kan en zo kwam ik aan in Meze, aan de oever van Etang du Thau. En met een briljant zonnig weertje na het laden op weg naar Mas Thibert die ik er nog net voor de middag in kreeg.
En toen verder, dwars door Marseille en even vóór Toulon stond er weer wat op mij te wachten.
Bovendien: als we al zien, zien we ook niet wat we zien, we zien het allemaal anders dan de werkelijkheid. Een eenvoudig voorbeeld is, als je kijkt naar een hoog en breed flatgebouw. Wie goed kijkt, ziet dat de horizontale lijn van links naar rechts enigszins krom loopt, de beide einden lijken iets hoger en de lijn zakt wat door, maar bij na meten is het gebouw wel zeker recht.
Vervolgens door Toulon heen, en daarna nog dwars door Hyeres, geen sinecure hoor, maar toen kwam ik uit in Bormes les Mimosas. En toen ik ook daar de handel er in had, nog even langs Pourieres waar ik de laatste klant van de week er in kreeg.
Wie wel eens in Athene is geweest en aandachtig naar het Parthenon op de Akropolis heeft gekeken, zal er van onder de indruk komen. Kijkt men met grote zorgvuldigheid, dan ziet men aan de onderzijde van de bovenkant ook van links naar rechts een lijn, en die lijn is, zo te zien, kaarsrecht en het is daarom dat men er zo van onder de indruk raakt.
Gaan we echter meten en na-meten, blijkt de lijn allerminst recht. Niet één enkele zuil is van gelijke afmeting. De bouwers van weleer bouwden het zó, dat het voor het oog recht lijkt! Zoals geschreven, we zien niet datgene wat we niet kennen, het blijft voor ons verborgen. Ga met een bomenkenner door een bos lopen en u ziet niets en hij alles!
Girard schrijft er over, over de voorstellingen die zo verankerd zijn in het denken dat iedereen ze als feit beschouwd terwijl het eeuwen later onzin bleek.
Overigens geldt dit ook voor horen. Professor Jan Hendrik van den Berg zet uitvoerig uiteen dat, toen door ene Harvey rond 1450 de hartslag werd "ontdekt", hij die alleen kon ontdekken door het hart voor te stellen als een pomp. Voordien is er nooit enige notie bekend voor het "bestaan" van de hartslag.
Sterker nog, vijftig jaar NA de publikatie van Harvey schreven Venetiaanse artsen, voorwaar geen domme jongens, "Wat Harvey voor oren had, weten wij niet, maar wij horen totaal niets".
En waarom hoorden ze niets? Omdat ze het hart niet konden voorstellen als pomp en dan hoor je ook niets!
Zo zie je maar: onzichtbaar, zien wat er niet en niet zien wat er wel is; het heeft allemaal wel wat met elkaar te maken.
Zo zal u niet weten waar ik thans uithang indien u niet weet waar Cézanne, Milhaud, Girard en Messieanne ter wereld kwamen.
Aldus schreef ome Willem.
---
woensdag 27 april 2011
Onzichtbaar.
Het meeste is immers onzichtbaar.
Vanmorgen vertrok ik van Chateau Cambon waar ik tussen de wijngaarden sliep en het is in één van die wijngaarden, niet meer dan tien meter van de plek waar ik sliep, dat ik de Grote Wijnmeester Marcel la Pierre voor het laatst sprak. Hij tussen de wijnstruiken en ik aan de rand en toevalligerwijs maakte ik toen voor de lol een kort filmpje dat ik nog op you-yube plaatste. Marcel vond dat goed, maar wie had ooit gedacht dat hij niet lang daarna niet meer onder ons zou zijn.
In de vroege morgen passeerde ik Lyon en om half acht kwam ik aan bij klant nummer één te Albon die ik in nog geen half uurtje kwijt was.
Muziek, bijvoorbeeld, muziek is ook onzichtbaar, en eigenlijk alles wat je hoort. Alles wat een blinde nog waarneemt is onzichtbaar, zou je kunnen zeggen, en dat is dus nog heel wat!
Vanaf Albon lekker rustig langs de Rhône gekoeteld, langs prachtige voorjaarskleuren, een genot om zo te reizen, tot aan Valence vanwaar ik even over de snelweg ging, niet lang, want vóór Montelimar er maar weer vanaf. En zo door, genietend, via Pierrelatte en Banjols sur Seize richting Nimes.
Woorden. Woorden zijn eigenlijk ook onzichtbaar. Als we met elkaar praten kun je dat, die geluiden die woorden vormen, niet zien. Met je oren neem je het waar, maar ze blijven onzichtbaar. Ondoorgrondelijk soms.
In Nimes aangekomen wachtte de eerste dubieuze verrassing. Hoewel ik er om half twaalf was, werd er tegen vijven eens een keer met lossen begonnen. Alle tijd dus om een mooi boek te lezen. Inmiddels was bekend dat een "afhaler" er morgen niet zou zijn en ik zou daar, vanwege het getreuzel met lossen, pas rond zeven, acht uur aan komen. De wijnboer zou de pallet met de benodigde documenten buiten klaar zetten zodat ik die zelfstandig weg kon halen.
Het lossen zelf duurde tien minuten (...) en dus toog ik, na eerst even lekker door de Niemse spits te rijden, naar de "afhaler" te Cabrerolles, midden in het berglandschap boven Beziers, dus dik twee uur rijden. Onderweg daar naar toe kwam ik de wijnboer tegen, die al knipperend met zijn auto-verlichting mijn aandacht trok. En ja, u zult het niet geloven, maar hij vertelde mij dat de wijn wel klaar was, maar de papieren niet, en kon ze ook niet meer maken omdat na vijven de douane dicht is en hij meende kennelijk dat ik dan wel tot vrijdag zou blijven wachten. Goed, wat we er ook van vinden, ik heb, in overleg met het thuisfront, het spul maar omgedraaid en ben naar afhaler nummer twee gereden, vlak bij het vliegveld van Beziers, waar ik nu voor de deur sta, wederom een heerlijke rustige plek waar ik vast en zeker vannacht weer uitmuntend zal kunnen slapen.
Eigenlijk zijn de meeste dingen onzichtbaar en in sommige gevallen weet de mens met al zijn vernuft onzichtbare zaken voor het oog zichtbaar te maken. Dat is ondermeer het geschreven woord.
Ergo: als u dit heeft gelezen, weet dan dat u datgene las dat eigenlijk onzichtbaar is.
Aldus schreef ome Willem.
---
Chateau.
---
dinsdag 26 april 2011
Na mijn Poolse avontuur vanaf Berlijn in één rechte streep naar huis gereden en vrijdag de lading op een boerderij in Oude Tonge afgeleverd waarna ik nog wat rommelwerk deed: Moerdijk, Rijen, Tilburg en tot slot Amsterdam waar ik lading ontving waar ik dan deze week mee mag stoeien.
Gisteren nog een heel eind in Nederland rondgetrapt, met de fiets, en ondermeer na jaren de Amerongse berg weer eens beklommen, vroeger echter soepeltjes, nu hijgend als een oud postpaard, maar met de tong op mijn klompen kwam ik toch boven.
Vanmorgen veel te vroeg op, fietsend naar mijn wachtende en popelende DAfje, eerst nog langs een sloot waar kikkers naar hartelust luid aan het kwaken waren en toen met de goederenverplaatsmachine via Liege, Marche, Bouillon, Vitry, Bar en Dijon naar hier, het Chateau bij Saint Jean d' Ardieres gereden, Chateau Cambon, waar ik zo net de pas gebottelde, en naar bleek ongekend lekkere, Beaujelais 2010 heb geproefd en goedgekeurd en natuurlijk meteen wat voorraad meegenomen.
Vervolgens ben ik maar meteen hier blijven staan. Hier vlak bij staat weliswaar een goed gevulde en bezochte knaagschuur, maar vanavond heb ik niet zo'n zin in al dat gekaan en hier, op deze plek zo tussen de wijnstokken in is het voortreffelijk toeven. Een lange nachtrust zal me goed doen en over een uurtje, als het donker is geworden, kan ik in deze lichtvervuilingvrije omgeving en wolkloze hemel de sterren weer eens goed zien en wellicht ontdek ik met het blote ook Saturnus die volgens mij vanuit het oosten zal moeten opkomen.
De slaaphut schudt soms aardig heen en weer, de frisse wind die vanuit de Alpen deze warme, zwoele dag verkoelt, scheert verder, door het brede dal van de Saône en verdwijnt in de bergen van de Beaujelais die vol staan met Gamay-struiken.
Als ik straks naar de sterren ga kijken, doe ik wel even een zomerjasje aan.
Aldus schreef ome Willem.
---
zaterdag 23 april 2011
Enkele plaatjes van de Poolse reis.
Schitterend om te rijden, hier.
Door dorpjes met pittoreske kerkjes.
En verder gaat het weer.
Door het voetgangersgebied met de fiets.
En hier gezicht op de Wisła.
Hier aankomst bij een middelgrote stad in de onmetelijke Poolse vlakte.
De wouden met miljoenen witte bloempjes als bodembedekkers.
De stad Grudziadz
Iedem.
Twee foto's van de brug bij Grudziadz.
En hier een kijkje vanaf de brug over het water van de Wartha.
Bydgoszcz
En verder maar weer, door mooie dorpjes heen.
Met kinderhoofdjes en leuke pleintjes......
.....en straatjes......
....om uiteindelijk mijn vracht op deze boerderij in Oude Tonge te lossen.
Met de fiets door het oude Leslau, nu Włocławek geheten.
Een stukje door een soort winkelstraat, maar er is nog niet veel te beleven.
De Kruiseling.
Wij mensen houden van humor en humor is goed voor de mens zolang het gezonde humor betreft.
Welaan, op deze dag, de zogenaamde "stille zaterdag", even wat tijd gevonden. Stille zaterdag, zo genoemd omdat de christenen dan gedenken dat die dag Hij in het graf verbleef om daar morgen, paasmorgen, bij het krieken de dag, weer uit verrijzen.
Aan de andere kant probeert de mens te genieten van het ongezonde. Aanvankelijk lukt hem dat ook, zo ook van ongezonde humor. Grapjes over vreselijke dingen zoals grote rampen waarbij duizenden omkwamen, over hongersnood in Afrika zijn ongezond. Oh, ja, ik maak mij er zelf ook schuldig aan, maat eigenlijk zijn ze ronduit banaal. Blasphemie!
Pasen is overigens afgeleid van het Pascha, het feest waarmee de joden al een slordige drie, vierduizend jaar (!!) vieren dat ze, onder aanvoering van de Eeuwige, hun slavernij en juk uit Egypte van zich konden afschudden en dit land in allerhaast verlieten.
Maar het woord zelf heeft de betekenis van voorbij-gaan, doorgaan, wat teruggevonden wordt in ons woord passeren en er zitten daarom parallellen tussen het oude joodse Pascha en het christelijke Pasen; de engel des doods "passeerde" elk huis waar het bloed van een geslacht lam aan de deurpost was aangebracht en zo passeert dezelfde engel een ieder die het bloed van Het Lam aan zijn of haar deurpost heeft. Maar ook kun je dat passeren zien in het doorgaan door de onoverkomelijke rode (bloed?)-zee en de doortocht door dood en verderf.
Gisteren, "Goede Vrijdag", herdachten christenen de kruisiging door de Romeinen van Jeshua, Jezus, en kruisiging was een totaal onzinnige marteling die de als humaan bekend staande Romeinen hadden afgekeken van de uitermate wrede Phoeniciërs.
Door de polsen van de veroordeelde werden taps toelopende dikke spijkers geslagen en men deed dat met een welhaast wetenschappelijke perfectie. De Romeinen deden dat op een wijze dat een aldaar lopende zenuw over de ingeslagen nagel werd gespannen waardoor een felle en gemene kramp in de handen, vooral de duimen, ontstaat.
Vervolgens werd de veroordeelde aan de armen opgehangen wat de kramp alleen maar verergerde. Liet men hem zo hangen, zou het sterven door verstikking in minder dan een uur intreden.
Daarom bracht men een "sedile" bij de voeten aan, een soort schuin aflopend stuk hout en de onmenselijke Romeinen maakte de voeten daar aan vast door ook daar één, soms twee, spijkers door te jagen.
De veroordeelde zette zich, om de kramp in de handen wat de verlichten, af aan de voeten, maar dat veroorzaakte op dezelfde wijze een ondraaglijke pijn in de onderbenen. Totdat die pijn zo ondraaglijk werd dat de veroordeelde zich maar weer liet "zakken", waardoor de kramp in de armen weer optrad.
Deze marteling kon zo een dag tot enkele dagen toe duren en was niet om aan te zien. Daarbij nog het gegeven, dat, bij het naar boven afzetten en zich weer laten zakken de rug, de meestal vooraf gegeselde rug, langs het ruwe hout werd geschaafd, met alle pijn van dien.
Over de Holocaust, over ziekten als kanker, over de slachtoffers van (kinder)verkrachters en (kinder)moordenaars en vergelijkbare zaken dient men geen grapjes te maken en als ik dat doe, moet ik me er maar eens diep voor schamen.
Ook over de Kruiseling maak ik maar geen grappen meer.
Ook dat is blasphemie.
Aldus schreef ome Willem.
---
donderdag 21 april 2011
De noordpool.
Dus ik weer op de fiets het dorp in om een bakje koffie te scoren, maar hoe ik ook zocht, hier, in het noorden van Polen bleek alles nog dicht. Alleen de bakker bleek open, dus kon ik een volkoren bolletje op de kop tikken.
Zo goed als ik kon vroeg ik hier in het noorden aan een voorbij wandelende Pool (echt zo,n man hier uit het noorden, een raszuivere Mazurk), of hij soms iets wist, maar deze behulpzame meneer dacht diep na, maar wist niets. Wel hadden we even een aardig praatje: hij kon een weinig engels en ik een paar woorden pools.
Dus ik weer terug op de fiets en om acht uur begonnen ze, inderdaad, om half negen klaar, maar pas op over tienen ontving ik de vrachtpapieren. Dus werd het nog een hele reis, eerst naar Grudiadz en dan naar Chelmno, een klein berucht stadje aan de Wisła, berucht omdat hier de eerste slachtoffers van de holocaust vielen.
Vandaar naar Bydgoszcz, een stad waar een ware verzameling van voormalige communistische flatwoningen staat, dus snel er doorheen maar, en vervolgens naar Piła en Wałcz waarna een lange rechte stille weg mij bracht naar Gorzow Wielkopolska, het voormalige Landsberg an der Warte. Daarna was het niet ver meer naar de grens en nadat ik die bij Kostrzyn nad Odra gepasseerd was nog een uurtje doorgereden en net voor Berlijn maar eens gestopt. Het was me het dagje wel weer.
En in de avond denk ik terug, aan de enorme uitgestrekte wouden met bomen die er nog kaal bij stonden, maar waar de bodem bedekt was met fris gras en daartussen ontelbare witte margriet-achtige bloempjes wat in het zonnelicht een uitzonderlijk mooi gezicht was, aan de soms vreselijk slechte wegen waarbij je vreest alle schroeven van de DAF te verliezen benevens soms zeer gevaarlijke spoorvorming in het asfalt. En ik denk terug aan het gesprek van vanmorgen, u weet wel, dat praatje met de Noordpool.
Aldus schreef ome Willem.
dinsdag 19 april 2011
Iława.
Zo vertrok ik vanmorgen uit Miedzichowo op weg naar Kutno, het eerste losadres. Bij vertrek stond er een bijna volle maan in het westen en langzaam daagde het, voor mij, in het oosten.
De horizon kleurde prachtig rood en een overvliegend vliegtuig trok een karmozijnrode streep over de strakke kobaltblauwe lucht en om mij heen het enorme, stille en wijdse Poolse landschap, dan weer bossen, maar ook veel onafzienbare aardappelvelden.
Poznan, Wrzesnia, Konin, Koło, Kłodawa en na een dikke drie uur rijden kwam ik aan in Kutno waar ik rap van de lading af kwam. Zo verging het mij ook bij het tweede losadres, een kilometer of 50 naar het zuiden, via Łeczyca naar Wartkowice, een uiterst armoedig ogend boerengehuchtje met daartussen plotseling een hypermoderne fabriek, een sigarettenfabriek naar bleek en ik bracht daar twintigduizend kilo aluminium binnenverpakking.
Vandaar recht naar het noorden en al snel kwam ik op de weg Łodz- (dus spreek uit woeoedz)Gdansk, het voormalige Danzig. Al snel reed ik het graafschap Kujawsko-Pomorski (Koerjavië-Pommeren) binnen en net voor de rivier de Wisla, in Włocławek, eerst even geboodschapt en een uurtje gefietst wat mij in de gelegenheid stelde het stadje nader te bezien, maar het bleek echt niet de moeite waard te zijn.
Allerlei sjofele winkeltjes, ongeschilderde huisjes, griebusachtige straatjes, een oud, groot plein stammend uit de "socio"-tijd met daarop een gedenkteken dat niemand meer iets zegt, maar het allerergste was toch wel dat foei-lelijke ultramoderne MCD-restaurant in aanbouw! Dus maar snel weer naar mijn wachtende DAFje gekoerst, motor gestart en weggereden, de Wisla over en door een glooiend landschap met veel akkerbouw passeerde ik Lipno, Rypin en Brodnica over een weg waar je, vanwege de beschadiging en slechte onderhoud, soms nauwelijks 40 kon rijden. Even na Nowi Miasto Lubawski links afgeslagen en zo kwam ik om half zes aan in Iława (dus Ioewaa).
Iława ligt weer in Warminsko-Mazurskie en het stadje zelf ligt aan één van de vele Mazurische meren en als je verder naar het oosten gaat wemelt het van de vennen en meertjes, een prachtig gebied, maar ook een gebied waar menig veldslag tussen de Duitsers en de Polen, en in 1914 tegen de Russen, geleverd werd.
In Iława zocht ik vast het laadadres op en nadat het gevonden was een parkeerplek voor de nacht opgesnord en vervolgens er met de fiets op uit geweest, langs het meer, dan het "centrum" in en zo ontdekte ik dat ook hier, net als bij mijn eerdere fietstocht vandaag, niets te beleven viel.
Maar zo reed ik vandaag wel even twee keer op de tweewieler in Polen rond.
Dat nemen ze me mooi niet meer af.
Aldus schreef ome Willem.
---

















