---
Hoeveel mensen hebben mijn site bekeken?
maandag 18 april 2011
Het oosten.
Dus nog steeds door de dorpjes Torzym en Wilkowo en alleen rond Swiebodzin loopt nu een moderne rondweg. Landgenoten zijn hier niet meer te bespeuren, maar ik kom overwegend Letten, Litouwers, Esten, Wit-Russen, Oekraïens en natuurlijk Polen tegen, ook hier op de parkeerplaats te Miedzichowo wat net na de grens van wojwoscha (graafschap) Lubunska, in wojwoscha Wielskopolska (wat graafschap Groot Polen betekend) ligt.
En morgen, morgen nog verder, pal oostwaarts, richting Warszawa dat aan de Wasla ligt en daarom door de Duitsers en Nederlanders Warsch-au genoemd wordt.
En deze keer ga ik eens proberen drie dagen in dit land te verblijven zonder een kielbassa te verorberen, maar vraag me af of ik dat kan volhouden.
Aldus schreef ome Willem.
---
zondag 17 april 2011
De tragedie.
Het was koud vrijdagmorgen, want toen ik wakker werd gaf e temperatuurmeter minus vier aan en in het Zwarte Woud was hier en daar zeer goed de rijp op de akkers waar te nemen.
De grieken Sophoklos en Euripides noemt met wel de eerste tragedie-dichters, maar Euripides heeft de tragedie in al zijn facetten laten zie, zoals in de Bachanten en Iphignea in Tauris.
Op de velden na Haguanau en bij Saarbrücken is weer het blokkenmotief te zien: gele akkers met koolzaad met tussen groen-ogende akkers en ook daar geniet ik elk jaar weer opnieuw van.
Ook de Tenach bevat een tragedie, Iob genaamd, meer bekend als het bijbelse boek Job. De Idioot, Hosanna en de gebroeders Kamazarov van Fjodor Dostojevski, het lijdensverhaal mèt de opstanding, Fidelio van Beethoven zijn tragedies in optima forma.
Na een lange dag kwam ik in de avonduren weer thuis. Zaterdag nog even van lading gewisseld voor de reis die ik komende week ga maken.
In tegenstelling tot het drama is er bij een tragedie uiteindelijk altijd een keer in het menselijke lot, het menselijk noodlot, vaak, of eigenlijk altijd, door onmogelijkheden heen.
Het heeft er veel van weg dat de tragedies, van wie ze dan ook zijn, ons iets te zeggen hebben. En als ik bij alles wat ik waarneem telkens weer een hernieuwing zie, een terugkeer van seizoenen, een opnieuw bloeien van bloemen, krijg is steeds meer hoop en verwachting.
Dan zal blijken dat het leven niet op een drama uitloopt, maar op een tragedie.
Hoe hebben joodse slachtoffers die tijdens de holocaust vlak voordat ze zouden worden vermoord kunnen zingen van verlossing, anders dan dat ze weet hadden dat het "hiermee" niet afgelopen was, tegen alle onmogelijkheid in.
Het leven niet als uittocht, maar als doortocht.
Aldus schreef ome Willem.
---
donderdag 14 april 2011
Het drama.
Het is vandaag rigoureus afgekoeld, in Noord-Italië, Oostenrijk en hier aan de noordkant van de Bodensee, juist ja, want ik sta nu aan de overkant van de plek waar ik maandagavond stond.
Indien iemand door oorzaken van buitenaf een neergang ondergaat zonder dat die neergang als het ware omgebogen wordt is er sprake van een drama.
Alle bomen en struiken waar ik vandaag langs reed, zag ik, al ben ik het mij nauwelijks bewust, al eens eerder, soms reeds vele keren, maar elk jaar weer met nieuw blad, ander blad. Vanuit de boom gezien, die zag mij reeds meerdere keren, maar zijn bladeren namen mij deze reis voor het eerst waar en sommige bomen, dezelfde bomen, wel veertig keer maar steeds in ander, elk jaar, nieuw blad.
Onder de muziek van Beethoven's Triple-concert met zijn eigenaardige donkere, mystieke eerste deel, dacht en keek ik verder, zag indrukwekkende wolkenflarden de nog indrukwekkender witte bergtoppen omhullen, keek naar gutsende bergbeken, naar de prachtig groene mooi gecultiveerde valleien, de Adige-vallei, de Vinsgau die je via Meran naar Mals voert.
De het leven van de slaven die in 2011 (V.C.) de piramiden moesten bouwen, de Romeinse galeislaven die afgebeuld werden tot de dood er op volgde, die levens, dat lijken echt drama's.
Of het leven van Koning Saul, of King Lear en Richard 2 van Shakespeare zien er uit als drama's bij uitstek, of de Mattheuspassion van Bach die eindigd, die dramatisch eindigt met "wir setzen uns mit Tränen nieder", is ook drama. Onbewust lijkt Bach het hier te hebben over een gestorven god, de gestorven god van het avondland wellicht en dus niet over de Eeuwige, geheel passend in de tijd. Slechts weinigen die zich die vraag hebben gesteld.
De hongerdoden van Afrika, de slachtoffers van de aardbeving, de levens van diegenen die omkwamen in Oswisciem, Chelmno en Sobibor, eindigden al die levens niet in een heus drama?
Onderwijl keek ik vandaag naar de ontluikende natuur, de zich steeds vernieuwende natuur, de kwetterende vogels, de geur van seringen, struiken met kleinbloemige gele roosjes, perebloezem, blauwe regenstruiken en ga zo maar door en ondertussen is er drama. Drama in Alphen, drama in Drente, in Libië.
Twee overfladerende citroenvlinders kruisen mijn pad en net op tijd, voordat ze op mijn gril belandden, haalden ze de overkant en liep het voor hun nu niet dramatisch af.
Aldus schreef ome Willem.
---
woensdag 13 april 2011
De herinnering.
Het was mooi weer vandaag, zei het iets frisser dan gisteren en rond Milaan stond vanmiddag een aardige koele bries. Vanmorgen weg uit Montebello, vroeg, te vroeg eigenlijk, want dan kom je weer erg vroeg stil te staan en dat is, vind ik, altijd een beetje vervelend, maar we hebben het er maar mee te doen.
Reeds nog vóór Allessandria kon je vandaag de hoge bergen met hun nu nog wolwitte sneeuwtoppen aan gene zijde van Turijn waarnemen en ook links de Ligurische Alpen en rechts, de Alpen die de grens met Zwitserland vormen, toch al gauw een afstand van ruim honderd kilometers en dat zie je alleen met helder droog weer, zoals vaak in de winter.
Als je jong bent, heb je veel dromen en nog niet veel herinneringen.
Ten zuiden van Turijn pikte ik mijn eerste adresje voor Nederland op waarna ik naar Milaan reed voor nog twee kleine afleveradresjes waarvan ééntje in de stad, in de buurt van de wijk Palmanova.
Een vreemd gevoel maakte zich van mij meester toen ik zo weer eens na lange tijd de stad in reed, toen ik daarna weer op weg ging richting Venetië. Hier werkte ik veel met vroegere collega's, toen reeds oude knarren en veel van hen zijn niet meer onder ons, anderen, de toen wat jongeren, komen hier niet of nauwelijks meer. Het werk, dat "wij" Nederlanders deden, is thans overgenomen door Hongaren, Bulgaren, Roemenen, Slowaken, Polen en andere voormalige oostblokkers en die zie ik hier duidelijk op de parkeerplaats: zestig procent uit het oosten, dertig hier uit Italië zelf (en daar rijden ook nog vaak Roemenen op) en dan nog een rest van tien procent.
Ik behoor nu tot een marginale minderheid. Herinneringen zijn eigenlijk een profetie van het verleden en dromen geschiedenis van de toekomst.
Wellicht moet men mij inmiddels ook tot de oude knarren rekenen. Ik denk dat het kantelpunt nu wel bereikt is, zeker hier in Italië.
Immers, dromen heb ik hier niet zo veel meer, maar wel een bijna oneindige hoeveelheid herinneringen, bij elke afslag, op elke weg, bij iedere knaagschuur.
Het lijkt wel alsof ik hier nog als enige over ben en allen hebben afgehaakt, hetzij door overlijden, hetzij door pensioen hetzij door andere oorzaken.
Ik zwalk wat rond buiten, roep plotseling hard, schreeuw bijna, de namen van al die bekende Italiëgangers van weleer, maar er is niemand die om kijkt, niemand die uit het struikgewas opduikt, t'is waar, ze zijn er echt niet meer en ik slenter verder. Ben ik nu een Mohanicaan?
Zolang de hoeveelheid dromen die je hebt meer zijn dan de herinneringen, dan mag je jezelf nog jong noemen, maar als je herinneringen meer worden dan je dromen, dan, ja, dan ben je oud geworden.
En omdat mijn herinneringen hier in Italië meer zijn dan mijn dromen, ben ik in Italië reeds een oud man.
Maar vooralsnog alléén hier in Italië.
Aldus schreef ome Willem.
---
dinsdag 12 april 2011
Dinsdag, 12 april 2011 (N.C.).
Het begon net te schemeren toen ik de haven verliet en op weg ging, eerst naar de grens met Oostenrijk en ik had een klein maar rustig grensje uitgezocht, net boven Lichtenstein, de overgang Oberried-Meiningen, zo rustig dat de douane er nog niet eens was.
Tijdens het wachten keek ik naar de overkant, naar de Vorarlbergse bergen, hoge, indrukwekkende reuzen die met hun toppen in grauwgrijze wolken scholen. De regen lag op de loer en niet zodra was in Oostenrijk binnengereden of de nattigheid viel uit de wolken op mijn DAFje neer. Bij Landeck sloeg ik rechts af, richting Rechenpass om alzo naar Bozen te rijden, maar ik was nog maar net die kant op of ik kreeg een laadadresje op even boven Brixen. Deswege keerde ik op mijn banden terug en reisde vervolgens vanaf Landeck richting Brenner.
De tol op de Oostenrijkse snelwegen is niet goedkoop, ongeveer 50 cent de kilometer en ook de Brennerpas kost een 50 euro extra. Al met al: het traject over de Rechen naar Bozen is 50 kilometer korter en al snel een 150 euro goedkoper dan het traject over de Brenner en de reden dat ik dit hier meedeel is, dat, toen ik aankwam bij het adres in Varna, men de bubs niet gereed had staan en dus was de omweg voor niets gemaakt. Zo zie je maar, er gaat geen dag voorbij!
Vervolgens reed ik maar verder, richting trento, de regen was opgehouden, en even onder Bolzano bracht ik, hoog in de bergen, nog een palletje weg en vanaf die plek had ik een wondermooi uitzicht over het immense dal dat zich tussen Bolzano en Verona bevindt, het dal van de Adige waar alles al ver gevorderd groen is, groen, en op veel plaatsen versierd met gele stippen.
In het dal zelf woei een sterke zuiderwind; er was weersverandering op komst. Wolkenpartijen zochten richting en elkaars gezelschap en ik reed bij Trento de Valsugana in, richting Bassano en nadat ik het prachtige stadje Cittadella zonder te zien was gepasseerd (zonder te zien, want voorheen reed je er vlak langs, maar tegenwoordig houd een saaie rondweg je op afstand) kwam ik rond vijven aan bij de laatste client voor vandaag. Een half uurtje later trok ik de handrem weer aan en was ook deze enerverende dag weer grotendeels ten einde.
En ook hier, in het dorpje Montebello, begon het later op de avond te waaien, een frisse strakke wind terwijl er verder naar het zuiden bliksemschichten te zien waren. Om een uur of negen viel de regen neer, soms met een stortend karakter. Ik ging naar mijn voertuig, pakte een boek en terwijl de regen op het dak kletterde, het natte nimmerweer met wind en onweer trachtte bij uit mijn concentratie te halen, las ik onverstoord verder en vergat wat er om mij heen gebeurde.
Totdat ik op de klok keek en zag dat het al over elven was. Nog snel even dit bericht en dan maar gauw snurken.
Ben benieuwd wat ik morgen weer ga meemaken.
Aldus schreef ome Willem.
---
maandag 11 april 2011
De biljartballenmaatschappij.
Een mooie dag vandaag, met daarbij een al meerdere keren beschreven route van huis naar Romanshorn gereden, met drie kleine varianten want de eerste klant zat in Niedernhausen ten noorden van Frankfurt en omdat ik nog Zwitserland in wilde komen via Villingen-Schwenningen en Blumberg gegaan zodat ik nog op tijd in Bargen de douaneformaliteiten kon af laten handelen en vandaar langs Rijn en Bodensee weer naar Romanshorn.
Weer sta ik vlak langs de oever, net als enige weken geleden, en weer kijk ik uit over het meer en blik in gedachten de dag terug. Boven het meer is het heiig en ik zie aan de overkant de straatverlichting van Friedrichshaven twinkelen.
Onderweg stonden de prachtige voorjaarsgroene grasvelden er strak als een biljartlaken bij, sommigen enorm gevuld met gele paardenbloemen terwijl Magnolia's, fruitbomen en andere flora met hun bloezem en bloei mijn ogen zacht en met verrukking streelden, in tegenstelling tot het steeds weer repeterende en rappellerende nieuws dat voorbij kwam, dat Nederlandse nieuws waar iedereen zo verbijsterd over is.
De jeugd wil immers het "huis" uit om vrij te zijn, zelfstandig te worden.
Vrij! Vrij! Vrij!
Maar, zo zong reeds in de jaren zeventig van de vorige eeuw ene meneer De Groot: het werd een kale kamer voor veel te veel verhuurd.
Dat die overdreven verzelfstandiging je reinste kapitaalvernietiging is, ook woningnood en sociale isolatie in de hand werkt, daar moeten we het vooral niet over hebben.
Net als moleculen onder bepaalde omstandigheden hun hechtheid en samenhang verliezen en uit elkaar vallen, zo zijn er maatschappelijke ontwikkelingen die de intermenselijke relatie onder het mom van vrijheid en democratie en nog wel meer sociopolitiek gerelateerde termen welhaast tot op de grond toe hebben afgebroken en zijn we terechtgekomen in een biljartballenmaatschappij.
Het begint zachtjes te waaien en op het houten gazonbankje sluit ik even de ogen terwijl er een rilling door mij heen gaat; ik krijg slaap. Als ik weer kijk zie ik op het meer de lichten van de laatste naderende veerboot voor vandaag en achter mij hoor ik de geluiden van een naderende trein. Het valt ook niet mee als je opgroeit en in een tijd van de meer en meer verontmenselijking van het menselijk bestaan, van de ontvolking van het volk dat massa geworden is.
In deze huidige biljartballenmaatschappij rollen we immers op en door elkaar heen, raken elkaar even aan en roepen elkaar "Hallo! Hoe is het?" " Goed? Oh ja, geweldig" toe en vervolgens rollen we weer eenzaam verder. "Waarheen?". "Niet vragen, rollen!"
Nee, ik vind het niet vreemd als er zich dan Alphense drama,s plaatsvinden. Daar kun je dan bijna op wachten.
Absurdistan!
Aldus schreef ome Willem.
---
zaterdag 9 april 2011
Even uitrusten op de Rijndijk.
De doodstille weg tussen Basel en Strassbourg. Aan beide zijden een véél te drukke autobaan. Hier lekker stil en rustig. En dat moeten we maar zou houden, dus vertel het niet door.
Een indruk hoe het er aan toegaat in het Europarlement.
Voor nog een andere opname kun je op youtube terecht.
Boven op de Simplon is lijkt het nog midden in de winter.
En dit plaatje geeft de opslag in een opslagloods weer.
Een dergelijk plaatje zal niet erg veel voorkomen. De achterkant van het paleis op de Dam in de stijgers.
Hier de voorkant van het voormalig Binnengasthuis. Tijdens een razzia op de joden werden door het linker raam van de eerste verdieping door de Nazi's joodse zieken die slecht ter been waren zonder pardon uit het raam gegooid. Gesmeten eigenlijk en ooit vernam ik dat van een oogggetuige.
Team Onderweg, nu even niet in aktie. Links, met de blauwe kiel aan, Bertus de Vuurvreter.
Tussenbericht.
Eergisteren, donderdag dus, toen ik in Worms, waar ik de vorige dag was geëindigd, na een uur zoeken bij een veel te grote handelsfirma de 25 kilo (!?) lading had gevonden die ik voor Nederland zou meenemen, eerst doorgegaan naar Wigres, een klein dorpje in de omgeving van Limburg/Lahn en vandaar op weg naar Pronsfeld dat vlak bij het drielandenpunt België, Luxemburg, Duitsland ligt, het eerste adres waar ik werkelijk lading van gewicht ontving die op de laatste vier meter kwam te staan en dat is best wel link.
Onder het rijden wil de achterkant eigenlijk, door het voortrazen der massa, steeds de voorkant inhalen en bovendien heb je minder druk op de trekas van de truck, Gelukkig was het droog, want bij nat wegdek gaat er dan bijna een gevaarlijke situatie ontstaan.
Dus met op de eerste negen laadmeter ongeveer drie ton, en de laatste vier meter negen ton lading, door een fraai landschap over Dasburg maar weer naar Luxemburg gereden, voorzichtig, en vandaar weer naar huis. En gisteren was het een gezellig rondritje door de randstad: Amsterdam, Delft, Waddinxveen, Alphen, Utrecht en Almere, dus dezelfde avond weer thuis.
Inmiddels is de kompjoeter weer in orde zodat ik weer wat aardige zaken op het blog kan plaatsen, zoals filmpjes vanuit Brussel, over Team Onderweg en nog wat andere aardige zaken. En maandag gaan we dan weer verder.
Aldus schreef ome Willem.
---
donderdag 7 april 2011
Langs de route.
---
woensdag 6 april 2011
Het kwaad.
Het voorjaar is hier goed doorgebroken en bijna alle bomen tonen ontspruitend jong groen of sieren zich met bloesem in voornamelijk rose en witte kleuren.
Bij het eerste adres in Entzheim was ik al weer snel weg, de tweede in Erstein ook en toen even wat opgehaald midden in het pittoreske dorpje Andlau waarna ik nog een allerlaatste losadres had in Bad Säckingen. Om daar te komen kun je twee wegen gaan, langs de Rijn of over Schopfheim en ik koos het laatste, een mooi omgeven met prachtige natuur. Daarna weer terug om even buiten Mulhousse weer wat op te halen waarna ik weer langs de Rijn terug reed en omdat ik morgen vroeg in Worms, de stad waar ooit onder Karel de Vijfde een rijksdag werd gehouden en toen ene Luther vogelvrij werd verklaard, nog wat ga ophalen reed ik exact dezelfde weg als gisteren, maar dan in tegengestelde richting, dus wederom door de Bommelbergen en even na de schemer kwam ik aan in Worms.
Inmiddels kijk ik uit over de Rijn, als ik mij omdraai zie ik het schilletje van de alweer wassende maan. Even verder links van mij zie ik een kat lopen, vermoedelijk op zoek naar prooi en ik stel mij de vraag of dat onder goed of kwaad valt.
En hoe zou de wereld er uit zien zonder goed en kwaad? Ik tracht mij dat voor te stellen, maar loop tegen de onmogelijkheid aan.
Maar als er geen goed of kwaad is en iemand, bijvoorbeeld de Eeuwige, zou iets maken dat goed is, houdt dat dan niet in dat er kwaad als restproduct overblijft, want hoe zou je goed kunnen kennen met afwezigheid van kwaad?
En deze merkwaardige padstelling is wellicht ook van toepassing op de termen liefde en dood, want, hoe vreemd, liefde is niet bestaanbaar zonder de dood, zij hebben iets met elkaar gemeen.
In de Griekse godenhemel hadden de goden alles, inclusief "eeuwig" leven en dat maakte, aldus de Grieken, liefde een volkomen overbodige luxe en die was daar dan ook niet aanwezig.
Het feit dat de één de ander lief heeft, heeft te maken dat het tegenoverliggende feit dat daar onherroepelijk ooit een einde aan komt. Dus zonder dood geen liefde, zonder kwaad geen goed.
Kwaad kun je bestrijden. Op de net voorbij lopende kat die zijn prooi vangt kan wraak genomen worden, ik kan hem verjagen, en als ik de middelen had, neerschieten.
Toch lijkt wraak niet het tegenover van liefde te zijn, of er moet geen groter wraak zijn dan onverschilligheid.
Anderszins, indien men met liefde wraak neemt, is er vermoedelijk geen groter wraak dan vergiffenis
Onverschilligheid als wraak.
Vergiffenis als wraak.
Tweeërlei wraak.
De ultime wraak de ander vergeven wat hij je heeft aangedaan.
Misschien is liefde wel de Eeuwige vergeven dat er kwaad in de wereld is.
Door een plotseling gefladder ontwaak ik uit mijn mijmeringen, een nachtuil scheert voorbij en is de kat net voor geweest, de muis hangt hulpeloos in zijn snavel.
Als ik terugloop naar mijn voertuig kruist de kat mijn weg. Hij ziet er hongerig uit.
Aldus schreef ome Willem.
---
dinsdag 5 april 2011
Intermezzo 1.
Pas rond 1500, gelijktijdig als er op Sicilië de eerste echte pestepidemie uitbreekt, waagt ene Mundius als eerste het een mes in het menselijk lichaam te zetten en zijn onderzoek aan te vangen.
Professor Jan Hendrik van den Berg wijst in dit verband op een "methabletich" verschijnsel hetgeen zeggen wil dat er een clausaal verband bestaat tussen de tijd van de pestepidemiën en het openen van het lichaam.
Als ruim 200 jaar later het openen van het lichaam min of meer is voltooid, houden ook deze epidemiën op, net zo plotsklaps als ze kwamen.
Door het openen van het lichaam, trad de dood het lichaam binnen, maar het had ook tot gevolg dat het door het leven werd verlaten.
Dit is overigens wat erg kort door de bocht, maar uiteindelijk ontstaat de situatie dat de mens over zichzelf praat alsof hij naast zichzelf staat. Zo praten wij over onze maag, darmen, hart en andere zaken alsof we het over een ander hebben dan over ons zelf.
Één van de kenmerken vinden we wederom terug in de kunst.
De moderne schilder schildert een glas in een modern stilleven rond (en niet ovaal!).
Waarom? Omdat u en ik niet meer in ons lichaam zitten, maar er naast leven, en we kijken samen naar een glas, dan is ons referentie kader het glas. Dáár treffen wij elkaar weer, dáár komen wij, met onze gedachten, met ons denken, samen. Wij zitten, als het ware, samen in het glas. En daarom zien wij het rond, daarom schildert de schilder het rond.
Keren we terug tot het schilderij met de vage gezichten. Naar de schilderijen uit de "COBRA"-tijd, van, onder meer Picasso en Appel.
Een lezer schreef mij ten aanzien van deze materie als volgt: ......Volgens mij zijn de vage verfstrepen en de nietszeggende gezichten juist bedoeld voor diegene die zonder angst, bermen of wegen vooruit durft te kijken en er zelf invulling aan geven.......
Welja zeg! Maar daar kom je dan uit vanuit een andere benadering.
Misschien moet hier klinken, "ook", zoals veel zaken dubbele lagen hebben, maar het fenomeen is, dat de gezichten "leeg" zijn.
De schilder kijkt verder, maar de geschilderden zijn de in de berm gestrandden.
De reactie gaat voort met:
.....en ja, de mensen zien er leeg uit, maar ik heb eerder de indruk dat ze vast zitten in hun lichaam dan dat ze zijn 'uitgetreden'......
Dat is ook weer hoe je het benaderd. Als je stelt, of er van uit gaat, dat de mens bestaat uit lichaam, ziel en geest, waarvan het lichaam het vlees, de ziel het bloed en de geest het denken is, meen ik tot de conclusie te moeten komen dat de moderne mens wat vlees en bloed betreft inderdaad vast zit in zijn lichaam, maar dat de geest het zielenlijf verlaten heeft. De mens dus als kliermassa met een wat vaag spinaal bewustzijn.
Zo zie je maar: even begeef ik mij op de weg van de achtergedachten, of je raakt er niet over uitgeschreven.
Aldus schreef ome Willem.
---
Achtergedachten.
Maar daar aangekomen bleek de lading uit 13.00 meter te bestaan zodat eigenlijk voor het meegebrachte palletje (120 X 120 CM) geen plaats meer was of ik zou een klein beetje van de grote lading moeten laten staan.
Dat had een enorm gemierkont tot gevolg, gebel en gediscusieer en al dat geneuzel had uiteindelijk tot gevolg dat ik, zoals in de lijn der verwachtingen, met achterlating van één palletje van de grote vracht én met mijn eigen palletje na drie (!!) uur wachten kon vertrekken.
En zo hopte ik via Oberhaussen naar Keulen en vandaar reed ik over een stukje snelweg dat ik, voor zover ik mij herinner, nog nooit had gereden, over Troisdorf en Bonn naar Meckenheim alwaar ik op de zogenoemde vlaaienbaan, de A 61, kwam, zo genoemd omdat op deze weg doorgaans veel Limburgers rijden.
Uiteindelijk via Landau naar Wissembourg en in Haguenau maar eens gestopt. U merkt het al, een tamelijk bekend traject zonder al te veel bijzonderheden.
De trouwe lezer heeft inmiddels al aardig in de gaten hoe mij het leven als een autobaanmijdende vrachtrijder vergaat en de ontdekkingstocht door snelwegvrije streken zal wellicht als inspiratiebron fungeren voor komende reizen overmits ik er ook aardig wat plaatjes bij deed wat zicht geeft op de bijzondere doorkijkjes.
Voor mij is het jarenlange zwerven over al die landwegen altijd een inspiratiebron geweest voor mijn gedachten.
En net als tijdens de door mij afgelegde trajecten, waar menigeen, ja, de overgrote meerderheid, nagenoeg exact dezelfde route van "A" naar "B" rijdt, en ik voortdurend op zoek ben naar sprankelende alternatieven, altijd en eeuwig wens af te wijken van de gangbare wegen, zo heeft zich ook bij mij een gedachtenwereld ontsponnen en om herhaling van zetten te voorkomen rijden we, indien een route inmiddels overbekend is en er geen bijzonderheden hebben plaatsgevonden, van tijd tot tijd eens door de wereld van mijn gedachten teneinde u ook deelgenoot te maken van mijn achtergedachtenreizen.
Het valt mij op dat veel mensen over het algemeen met hun denken en gedachten in de berm blijven steken en het gevaarlijk vinden om de oude vertrouwde gedachten te verlaten, verder van de snelweggedachten, de algemene gedachten, weg te lopen en de omgeving te verkennen, maar nog meer lef vraagt het om verder, steeds verder te gaan, zo ver, dat berm noch weg meer te zien is, zo ver, dat je meent te zijn verdwaalt.
Afgelopen zondag fietste ik langs een winkel waar schilderijen te koop stonden en op één schilderij in het bijzonder viel mij vluchtig het oog. Het schilderij stond prominent op de voorgrond en daarop waren enkele mensen geschilderd, maar van de gezichten was nauwelijks iets te zien. Vermoedelijk, of eigenlijk wel zeker, was het moderne kunst hetgeen wil zeggen dat niet elk detail werd weergegeven. U kent het vast wel, een paar verfstreken, meer silhouetten dan gezichten.
Kunstenaars schilderen de werkelijkheid, en de werkelijkheid is dat de mens in de loop der tijd eigenlijk niet meer in zijn lijf zit. We zijn leeg geworden, hebben ons lichaam verlaten en daarom zijn de gezichten steriel en zonder enige uitdrukking geschilderd.
Om echter collectief uit onszelf te treden, moet er een moment, een periode zijn geweest, dat wij werden geopend zodat we er uit traden. Daarover de volgende keer meer.
Aldus schreef ome Willem.
---
maandag 4 april 2011
Nina.
Het was even chaotisch, de laatste paar dagen. Vrijdag naar Amsterdam gereden en toen de DAF alweer naar de garage gebracht terwijl de dagen er na in het teken stonden van allerlei beslommeringen waarbij ook een kompjoeterkres een rol speelde.
Maar goed, dat is nu gelukkig opgelost en vandaag was het voor mij een speciaal dagje.
Omdat mijn brik nog in het herstellingsoord verbleef vandaag voor de verandering met een klein bakwagentje een rondje Nederland gedaan, eerst naar Amersfoort, daarna naar Apeldoorn en vervolgens naar de stad waar Jean-Paul Descartes, de grondlegger van "Cartiaans denken", een tijdlang heeft gewoond en ik hoef u natuurlijk niet te vertellen dat dat Deventer is.
Rond kerst 1492 vloog de Sainta Maria in brand en Columbus verkoos toen de driemaster Nina tot zijn vlaggenschip. In 1496 en 1501 heeft de Nina nog twee reizen naar Amerika afgelegd en daarna ontbreekt elk spoor.
Van Deventer via de oude Hanzestad Zutphen naar De Steeg en daarna via Hilversum en Bussum weer terug. Mijn eigen DAFje was toen weer gereed en morgen gaan we daar weer mee verder.
Wie Nina zegt, zegt al gauw Frederik, een zangduo dat redelijk succesvol is geweest en misschien nog steeds bestaat, maar dan zijn die wel al op leeftijd, en in de zestiger jaren van de vorige eeuw woonden er in de Hollandse Manege aan de Vondelstraat te Amsterdam twee kleine gitzwarte Tsjechische volbloedpaardjes die ook al die namen droegen en Nina, de kleinste van de twee, was nauwelijks groter als een IJslandse Pony.
Vanaf vandaag draagt ook één van mijn kleinkinderen deze naam, de naam die in de mij bekende geschiedenis voor het eerst voorkomt en bekend werd van de reis van Columbus en, overgezet zijnde, het beste vertaald kan worden met meisje.
Aldus schreef ome Willem.
---
zondag 3 april 2011
Douanekantoor.
---
donderdag 31 maart 2011
Snakken.
Met een -grof geschat- gemiddelde van één keer per maand zal dat al gauw honderd keer zijn dus inmiddels durf ik de stelling wel aan dat ik de route wel ken.
Vanmorgen voor achten mijn papieren afgegeven bij de declarant die daar een transit-document mee kan maken, maar door een computerstoring moest ik tot na negenen wachten voordat ik kon vertrekken waardoor het hedenavond erg laat werd. Een prachtig zonnetje aan het begin van de dag, maar hoe meer westelijker ik kwam, hoe grijzer en toen ik Frankrijk binnen reed zelfs natte sneeuw. Dat grijze bleef de hele dag zodat het voorraam weer lekker schoon is geworden.
Inmiddels breekt de lente traag, langzaam maar zeker, door; op de bergflanken in de Valais ontwaarde ik lichtgroene bollen tussen de overwegend nog grijsbruine hellingen terwijl de Larixen nog geen lenteteken gaven.
Het allermooist was het dal van de Moselle tussen Nancy en Metz waar de meerderheid van de bomen reeds overladen zijn van soms ragfijn nieuw groen met daartussen gele, rode diepblauwe en witte kleuren van in bloei staande heesters en bloemen dus dat was weer even genieten, vooral omdat de neerslag er een extra frisse teint aan gaf.
De groen wordende bomen, heester en planten, willen, snakken naar groen worden, naar bloei, en ook de naar lente en zomer verlangende mens snakt, samen met de natuur, naar lente, naar meer, maar hoe zit dat nu? We constateren dat ze, de bomen, net als wijzelf, bestaan, want wat niet bestaat kan ook niet willen, laat staan ergens naar snakken.
Maar wat al bestaat, wat zou dat nog naar het bestaan snakken?
Hoewel: we zijn er, maar ik denk toch dat we het verlangen nodig hebben om er te zijn als we wensen te blijven.
Ach, laat maar, het is laat. Ik ga slapen.
Aldus schreef ome Willem.
---
woensdag 30 maart 2011
Bijna.
Een ronde, in zichzelf gekeerde bol, rondtollend in een ruimte, afgrond, zonder bodem, zonder grond en dus zonder zin en doel.
Flauwekul allemaal, hoe komen ze er bij en als er ooit de uitspraak van René Girard "In menswetenschappen is het altijd zo, dat de meest twijfelachtige zaken dermate zeker worden voorgesteld dat twijfel en niet meer kan binnendringen" van toepassing is, dan hier wel!
Vanmorgen weer verder gegaan, vóór de file van Milaan west naar Milaan oost gereden en toen even richting Lecco.
Daarna deed ik drie dorpjes aan: Germo di Lezno, Bussero en Tavazzano waar ik allemaal een beetje handel achter liet, terwijl ik in Siziano reeds de eerste spullen voor Nederland in de kar zette.
Daarna reed ik langs Lodi, de stad waar in een grijs verleden, circa 1450, ooit nog eens één of andere vrede werd getekend tussen Milaan, Napoli en Firenze, waarna ik een stukje snelweg nam tot Fidenza Salsomaggiore, de oude weg naar Parma op ging en in Nocere nog meer spullen er in, zoveel, dat de deuren nog net dicht konden. Op de oude parmenzaanse (heeft niets met "Zaanse" te maken) weg even langs een commestibeleszaak geweest waar ze parmenzaanse kaas, culatello en ander lekkers in huis hadden, en ja, ik kon het natuurlijk weer niet laten.
En toen weer verder terug, Milaan voorbij, richting Alpen waar ik nu lekker rustig tussen sta en op de hele reis heb ik van de aarde als bolletje totaal niets gemerkt.
De mensheid is dwaas geworden en die dwaasheid is de laatste 500 jaar in rap tempo toegenomen, vanaf de tijd dat men de aarde rond verklaarde.
Maar ja, ik ben natuurlijk weer een roepende in de woestijn, of, toepasselijker, een jodelende tussen de Alpen, Alpen, de enige die mij thans instemmend toeknikken en antwoord geven. Mijn stelling, mijn overtuiging maakt mij eenzaam, net zo eenzaam als de maan, de maan die als flinterdunne schil door een dun wolkendek te zien is terwijl de sterren door datzelfde wolkendek aan het oog onttrokken worden zodat ik mijn eenzaamheid met haar kan delen.
Maar er zal een tijd komen dat men meesmuilend en grinikkend zal zeggen: "Die lui van toen, tussen de vrede van Lodi, 1450 en tot het uitéénvallen van de Europese Unie, 2150, beweerden 700 jaar lang dat de aarde rond was en ze geloofden het ook nog allemaal!".
Bijna allemaal.
Aldus schreef ome Willem.
---
dinsdag 29 maart 2011
Water.
Onderweg nam ik water waar in eindeloze verscheidenheid; water in beken, watervallen, regenwater, water in de kolkende Rhône, water in het lac, water in het Lago en, op de bergtoppen, water in vorm van sneeuw, water in de Toce en de Ticino, maar de wetenschap meent dit allemaal te moeten reduceren tot H2O wat natuurlijk onzin, ja, zelfs afgrijselijk, is.
De in de wetenschap gelovende mens meent dat drinkwater, wijwater, water uit de pomp, waterkraanwater, bronwater, doopwater, grondwater, water in de stofbom, regenwater, zwemwater, spoelwater, chaoswater, gekanaliseerd water en zeewater allemaal één pot nat is en allemaal valt onder die sterile code: H2O.
Verraad, Verraad!!!
Zo wordt water toch gedegenereerd, gedenatureerd, gedegradeerd, dus gelijkgeschakeld, genivelleerd water, water voor iedereen, water voor niemand, allen drinken wij, wassen wij en baden wij ons, volgens die occulte formule, in dezelfde oxide!
Maar ik weiger toe te geven aan dat verraad!
Het klaterende water uit de gutsende bergbeek uit de flanken van de Simplonpas is anders als het water van de Ticino, weer heel anders als dat van het rimpelloze Lago Maggiore en dat is weer anders als het water van het kabbelende Lac Lèman, anders dan het water uit die plastic fles mineraalwater dat ik vandaag dronk, anders dan de groengekleurde bergbeek bij Gruyere en anders dan het water van de zilte regen uit het zuiden en ook weer anders dan het water in uw en mijn lichaam, water als ziel van mens en dier, dat water, is héél anders dan het water van het tankstation waar ik mijn spiegels mee reinig.
Geen druppel is gelijk, zelfs geen twee druppels!
Aldus schreef ome Willem.
---
maandag 28 maart 2011
Kwinten en octaven.
Zo vertrek je nog uit duister Nederland, rijdt met zonsopgang langs Mönchengladbach en in de morgen door de bergen voor en na Koblenz waar de wegbermen gesierd worden met witgekleurde heesters, lost een klant in Vaihingen net voor Stuttgart, tuft vervolgens over langzaam maar zeker groen wordende heuvels via Singen naar de Zwitserse grens, doet daar de douaneformaliteiten, en zo ben je hier.
Morgen vlak om de hoek iemand van pakjes voorzien en terwijl ik door een verkeersluwe straat loop, hoor ik de laatste vogels hun lied, hun Hoge Lied, zingen en ik vraag me af in welke toonaarden vogels fluiten.
Houden zij zich aan de voor ons gebruikelijke toonladder C D E F G A B, en zo ja, in welke stemming? Kunnen vogels, of zijn er vogels, die a-tonaal zingen, dus zonder grondtoon, zonder basis, zonder vertrekpunt en geen punt van aankomst alsmede geen enkel verschil tussen dissonant en consonant, geen herhaling en zonder melodie, of is hun gezang altijd en louter tonaal en dan met een chromatische toonladder?
Alle 12 tonen van zo'n ladder zijn door opeenstapeling van vijftoons kwinten te vinden.
Een octaaf omvat acht tonen, zeven intervallen: vijf hele tonen en twee halve tonen, samen dus zes hele toonsintervallen.
Zeven octaven omvatten dus zeven keer zes hele tonen, dus 42 intervallen.
Als men 12 kwinten op elkaar stapelt komt men dus bij de zevende octaaf terecht.
En toch is dat niet juist.
De verhouding bij de kwint is 3:2, bij een octaaf 2:1.
Zouden twaalf kwinten terecht komen bij de zevende octaaf, dan zou dus (3/2) tot de macht 12 gelijk zijn aan 2 tot de macht zeven
Maar dat is niet zo.
(3:2) macht 12 is 531 441
2 macht 7 is 524 288.
De getallen zijn ongelijk en het verschil laat zich horen als dissonant van een krassende kraai, vermoedelijk de enige vogel die met zijn klank doet denken aan de a-tonale muziek van de in Wenen geboren Arnold Schönberg.
Aldus schreef ome Willem.
---
zaterdag 26 maart 2011
Happen.
Na mijn avontuur in Brussel met van alles bezig geweest, Hengelo en Amsterdam bezocht, naar de radio geweest om te verhalen over de resultaten en natuurlijk wat gewandeld en gefietst want je moet ook wel in beweging blijven.
Vreemd genoeg ben ik aan één voornaam ding niet toegekomen, helaas, en dat is wel een minpunt voor deze week, want het schaakbord werd niet aangeroerd. Maar goed, we hebben morgen nog, dus wie weet, want daarna komt het er niet meer van, want dan ga ik weer asfalt happen.
Aldus schreef ome Willem.
---
donderdag 24 maart 2011
woensdag 23 maart 2011
De presentatie van professor Thierry Granturco.
De presentatie is in het Engels en heeft betrekking op de rij-rijden en de interpretaties er van.
| Alles downloaden |
Fort Europa??
Maar zal het er ooit ook ongeveer zo uit gaan zien??
---
Enkele andere sprekers.
---




